9.1 trouwen
In Nederland bestaan vier samenlevingsvormen met elk hun eigen juridische gevolgen. Dit zijn:
Huwelijk: wettelijk vastgelegd en dus officieel.
Geregistreerd partnerschap: wettelijk vastgelegd en dus officieel
Samenwonenden met samenlevingscontract: overeenkomst met een vrije inhoud, maar wel officieel.
Samenwonen zonder samenlevingscontract: zonder vastgelegde afspraken.
Huwelijk
Je hebt een burgerlijk huwelijk en religieus huwelijk. Voor de wet geldt alleen een burgerlijk huwelijk pas daarna mag een
religieuze plechtigheid plaatsvinden. We beperken ons in dit hoofdstuk tot het burgerlijke huwelijk
Voorwaarden trouwen (materiële vereisten)
Eerst moet er een melding voorgenomen huwelijk gedaan worden, hiermee wordt het aan derden kennisgenomen van het
voorgenomen huwelijk of registreert partnerschap. Dit moeten personen minimaal 14 dagen en maximaal een jaar tevoren
kenbaar maken bij de gemeente.
Vervolgens moeten aan alle materiële vereisten worden voldaan, voorbeelden zijn:
Huwelijk wordt gesloten tussen twee personen, beide personen moeten ongehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap
hebben, beide personen moeten meerderjarig zijn, beide personen willen het huwelijk aangaan en weten wat ze doen, beide
personen mogen geen te nauwe bloedverwantschap hebben.
Als er niet aan de materiële vereisten is voldaan of als er vermoeden is van een schijnhuwelijk, kan het huwelijk tegengehouden
worden. Dit noemen we het stuiten van het huwelijk.
Huwelijksvoltrekking (het ‘ja’ woord)
De aanstaande echtgenoten antwoorden bevestigend, in het bijzijn van de getuigen, de vraag van de ambtenaar dat zij elkaar
aannemen tot echtgenoten en dat zij getrouw alle plichten zullen vervullen die door de wet aan het huwelijk worden verbonden.
Vervolgens maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijksakte op.
Vermogenssituatie
Voor gesloten huwelijken tot 1 januari 2018 geldt standaard de wettelijke gemeenschap van goederen. En voor huwelijke na 1
januari 2018 geldt de beperkte wettelijke gemeenschap van goederen.
- De wettelijke gemeenschap van goederen houdt in dat alle bezittingen en schulden automatisch van de echtgenote
samen zijn. Dus ook bezittingen en schulden van voor het huwelijk en ontvangen erfenissen en schenkingen tijdens het
huwelijk.
- De beperkte wettelijke gemeenschap van goederen houdt in dat de gemeenschap van goederen beperkt is tot alle
goederen die voor het huwelijk al van de echtgenoten samen waren en datgene wat tijdens het huwelijk door de
echtgenoten wordt verworven. Schenkingen, erfenissen en voorhuwelijkse opgebouwde pensioenrechten blijven
privévermogen.
Vermogen verschuiving
Er zijn twee situaties waardoor vermogen verschuift tussen gemeenschap en privévermogens. Er is wel een vergoedingsrecht
voor de gemeenschap. Uitzonderingen is als het op naam staat.
- Buiten de gemeenschap, als bij de aankoop meer dan de helft van het privévermogen van de kopende echtgenoot
wordt gebruikt
- Binnen de gemeenschap, als bij de aankoop minder dan de helft van privévermogen van de kopende echtgenoot wordt
gebruikt.
Huwelijkse voorwaarden
Je kunt van de standaardregeling afwijken door te trouwen onder huwelijkse voorwaarden. Meestal wordt overeengekomen dat
er geen of een zeer beperkte gemeenschap van goederen is. Dit gebeurt zodat de personen financieel van elkaar onafhankelijk
blijven of om risico’s te verkleinen bij ondernemers.
Als in de huwelijkse voorwaarden een gemeenschap van goederen wordt uitgesloten, is er meestal sprake van een
verrekenbeding. In een verrekenbeding wordt afgesproken hoe inkomen en vermogen worden verrekend.
- Periodiek verrekenbeding; hierbij wordt om een bepaalde tijd verrekend. Als er blijkt dat er tijdens het huwelijk niet
verrekend is wordt het aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit dat wat verrekend had moeten worden. Stel
begin huwelijk persoon 1 €50.000 en persoon 2 €0 en het uiteindelijk gezamenlijk bedrag is €250.000. Dan krijgt
persoon 1 €150.000 en persoon 2 €100.000.
- Finaal verrekenbeding; hierbij vindt aan het einde van het huwelijke een eenmalige afrekening plaats.
, 9.2 Verplichtingen tijdens het huwelijk
Het huwelijk brengt verschillende rechten en verplichtingen met zich mee. Die pas kommen te vervallen zodra het huwelijk
ophoudt te bestaan en bij scheiding van tafel en bed. De algemene regel is dat echtgenoten verplicht zijn elkaar het ‘nodige’ te
verschaffen.
Voorbeelden plichten:
- Onderhoudsplicht; echtgenoten moeten elkaars levensonderhoud voorzien
- Draagplicht; voor de kosten van het huishouden inclusief de kosten voor de verzorging en opvoeding van kinderen.
- Fourneerplicht; het geld om de kosten van het huishouden te betalen, dat door de echtgenoten ter beschikking moet
worden gesteld.
In een nihilbeding wordt overeengekomen dat een van de echtgenoten niet bijdraagt aan de kosten van het huishouden.
In de verhouding met derden zijn de echtgenoten ieder aansprakelijk voor de gewone huishoudelijke schulden over voorwerpen
waar beide echtgenoten voordeel van hebben. (Verkoper kan rekening op andere echtgenoot verhalen)
Vergoedingsrechten en -plicht is de vergoeding die de ene echtgenoot krijgt van de andere voor het gebruik van het
privévermogen van de ander. Het kan voorkomen dat de andere echtgenoot deelt in de waardestijging of -daling van een goed.
Dit heet beleggingsleer. Er zijn twee situaties:
Situaties beleggingsleer:
- Verkrijgt een goed ten laste van het vermogen van de andere echtgenote.
Privévermogen aanschafprijs woning x 100% = … % woningwaarde
- Echtgenoot betaalt mee aan een verbetering van goed van de ander.
Handelingen waarvoor toestemming van de echtgenoot nodig is:
- Gevolgen voor de echte woning en de inboedel
- Giften, behalve de gebruikelijke kleinere giften
- Borg of zekerheidsstelling voor schulden van andere
- Overeenkomsten met koop op afbetaling of huurkoop
In Nederland bestaan vier samenlevingsvormen met elk hun eigen juridische gevolgen. Dit zijn:
Huwelijk: wettelijk vastgelegd en dus officieel.
Geregistreerd partnerschap: wettelijk vastgelegd en dus officieel
Samenwonenden met samenlevingscontract: overeenkomst met een vrije inhoud, maar wel officieel.
Samenwonen zonder samenlevingscontract: zonder vastgelegde afspraken.
Huwelijk
Je hebt een burgerlijk huwelijk en religieus huwelijk. Voor de wet geldt alleen een burgerlijk huwelijk pas daarna mag een
religieuze plechtigheid plaatsvinden. We beperken ons in dit hoofdstuk tot het burgerlijke huwelijk
Voorwaarden trouwen (materiële vereisten)
Eerst moet er een melding voorgenomen huwelijk gedaan worden, hiermee wordt het aan derden kennisgenomen van het
voorgenomen huwelijk of registreert partnerschap. Dit moeten personen minimaal 14 dagen en maximaal een jaar tevoren
kenbaar maken bij de gemeente.
Vervolgens moeten aan alle materiële vereisten worden voldaan, voorbeelden zijn:
Huwelijk wordt gesloten tussen twee personen, beide personen moeten ongehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap
hebben, beide personen moeten meerderjarig zijn, beide personen willen het huwelijk aangaan en weten wat ze doen, beide
personen mogen geen te nauwe bloedverwantschap hebben.
Als er niet aan de materiële vereisten is voldaan of als er vermoeden is van een schijnhuwelijk, kan het huwelijk tegengehouden
worden. Dit noemen we het stuiten van het huwelijk.
Huwelijksvoltrekking (het ‘ja’ woord)
De aanstaande echtgenoten antwoorden bevestigend, in het bijzijn van de getuigen, de vraag van de ambtenaar dat zij elkaar
aannemen tot echtgenoten en dat zij getrouw alle plichten zullen vervullen die door de wet aan het huwelijk worden verbonden.
Vervolgens maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijksakte op.
Vermogenssituatie
Voor gesloten huwelijken tot 1 januari 2018 geldt standaard de wettelijke gemeenschap van goederen. En voor huwelijke na 1
januari 2018 geldt de beperkte wettelijke gemeenschap van goederen.
- De wettelijke gemeenschap van goederen houdt in dat alle bezittingen en schulden automatisch van de echtgenote
samen zijn. Dus ook bezittingen en schulden van voor het huwelijk en ontvangen erfenissen en schenkingen tijdens het
huwelijk.
- De beperkte wettelijke gemeenschap van goederen houdt in dat de gemeenschap van goederen beperkt is tot alle
goederen die voor het huwelijk al van de echtgenoten samen waren en datgene wat tijdens het huwelijk door de
echtgenoten wordt verworven. Schenkingen, erfenissen en voorhuwelijkse opgebouwde pensioenrechten blijven
privévermogen.
Vermogen verschuiving
Er zijn twee situaties waardoor vermogen verschuift tussen gemeenschap en privévermogens. Er is wel een vergoedingsrecht
voor de gemeenschap. Uitzonderingen is als het op naam staat.
- Buiten de gemeenschap, als bij de aankoop meer dan de helft van het privévermogen van de kopende echtgenoot
wordt gebruikt
- Binnen de gemeenschap, als bij de aankoop minder dan de helft van privévermogen van de kopende echtgenoot wordt
gebruikt.
Huwelijkse voorwaarden
Je kunt van de standaardregeling afwijken door te trouwen onder huwelijkse voorwaarden. Meestal wordt overeengekomen dat
er geen of een zeer beperkte gemeenschap van goederen is. Dit gebeurt zodat de personen financieel van elkaar onafhankelijk
blijven of om risico’s te verkleinen bij ondernemers.
Als in de huwelijkse voorwaarden een gemeenschap van goederen wordt uitgesloten, is er meestal sprake van een
verrekenbeding. In een verrekenbeding wordt afgesproken hoe inkomen en vermogen worden verrekend.
- Periodiek verrekenbeding; hierbij wordt om een bepaalde tijd verrekend. Als er blijkt dat er tijdens het huwelijk niet
verrekend is wordt het aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit dat wat verrekend had moeten worden. Stel
begin huwelijk persoon 1 €50.000 en persoon 2 €0 en het uiteindelijk gezamenlijk bedrag is €250.000. Dan krijgt
persoon 1 €150.000 en persoon 2 €100.000.
- Finaal verrekenbeding; hierbij vindt aan het einde van het huwelijke een eenmalige afrekening plaats.
, 9.2 Verplichtingen tijdens het huwelijk
Het huwelijk brengt verschillende rechten en verplichtingen met zich mee. Die pas kommen te vervallen zodra het huwelijk
ophoudt te bestaan en bij scheiding van tafel en bed. De algemene regel is dat echtgenoten verplicht zijn elkaar het ‘nodige’ te
verschaffen.
Voorbeelden plichten:
- Onderhoudsplicht; echtgenoten moeten elkaars levensonderhoud voorzien
- Draagplicht; voor de kosten van het huishouden inclusief de kosten voor de verzorging en opvoeding van kinderen.
- Fourneerplicht; het geld om de kosten van het huishouden te betalen, dat door de echtgenoten ter beschikking moet
worden gesteld.
In een nihilbeding wordt overeengekomen dat een van de echtgenoten niet bijdraagt aan de kosten van het huishouden.
In de verhouding met derden zijn de echtgenoten ieder aansprakelijk voor de gewone huishoudelijke schulden over voorwerpen
waar beide echtgenoten voordeel van hebben. (Verkoper kan rekening op andere echtgenoot verhalen)
Vergoedingsrechten en -plicht is de vergoeding die de ene echtgenoot krijgt van de andere voor het gebruik van het
privévermogen van de ander. Het kan voorkomen dat de andere echtgenoot deelt in de waardestijging of -daling van een goed.
Dit heet beleggingsleer. Er zijn twee situaties:
Situaties beleggingsleer:
- Verkrijgt een goed ten laste van het vermogen van de andere echtgenote.
Privévermogen aanschafprijs woning x 100% = … % woningwaarde
- Echtgenoot betaalt mee aan een verbetering van goed van de ander.
Handelingen waarvoor toestemming van de echtgenoot nodig is:
- Gevolgen voor de echte woning en de inboedel
- Giften, behalve de gebruikelijke kleinere giften
- Borg of zekerheidsstelling voor schulden van andere
- Overeenkomsten met koop op afbetaling of huurkoop