'DE LUISTERKUBUS'
Een drie-dimensioneel hoortrainingsmodel, ontwikkeld
door logopedisten van KIDS Hasselt (gebaseerd op Corthals,
1990).
Gesteund door organisaties zoals Med-El en ONICI.
Geen kant-en-klare oefeningen, wel een raamwerk om
oefeningen op te bouwen en te differentiëren op maat
van het kind.
Elke hoortrainingsoefening voldoet aan minstens één
item per dimensie.
OPBOUW VAN 'DE LUISTERKUBUS'
• bestaat uit drie dimensies of vlakken.
- Elke dimensie is opgedeeld in meerdere items.
• Een hoortrainingsoefening voldoet steeds aan een of meer items van elke
dimensie.
• Op die manier kunnen we een hoortrainingsoefening duidelijk omschrijven.
• 'De Luisterkubus' biedt geen kant-en-klare oefeningen.
• De professional zoekt hoortrainingsoefeningen die voldoen aan bepaalde items.
• Door één item binnen één dimensie te wijzigen, de hoortrainingsoefening snel
moeilijker of eenvoudiger maken.
• De drie dimensies of vlakken van 'De Luisterkubus' zijn:
- gehoorniveau;
- oefenmateriaal/ prosodie;
- oefenomstandigheden
DIMENSIE GEHOORNIVEAU VAN 'DE LUISTERKUBUS'
Figuur 10.6 De dimensie gehoorniveau uit 'De
Luisterkubus' (overgenomen uit "The Listening
Cube: A three dimensional auditory training
program')
AUDITIEVE FUNCTIES OF VAARDIGHEDEN
1. Gehoorniveau (auditieve functies) –
Gebaseerd op Erber (1982):
Hiërarchisch opgebouwd, met oplopende moeilijkheidsgraad:
Gehoornive
Omschrijving Voorbeeld uit de tekst
au
Lara hoort mama's stem en
Detectie Waarnemen van een geluid
kijkt op
Lara kijkt in richting van
Lokalisatie Richting van geluid herkennen
mama
Discriminat Vic onderscheidt b-d in
Verschillen horen tussen geluiden
ie klanken
Identificati Geluid of woord koppelen aan
Ella wijst correct dieren aan
e betekenis
Interpretati Begrijpen van betekenis in Arthur begrijpt "Ga je mee?"
,Gehoornive
Omschrijving Voorbeeld uit de tekst
au
e context
AUDITIEF GEHEUGEN ALS OVERKOEPELENDE SUBFUNCTIE
Auditief geheugen is een overkoepelende subfunctie.
Kinderen met gehoorverlies missen informele auditieve input → auditief geheugen wordt
minder getraind → impact op functioneren.Er is nood aan structurele
geheugentraining, bv. via het programma "Luister met ons mee".
Voorbeelden van informele en formele hoortrainingsdoelen uitgewerkt volgens de
dimensie gehoorniveau van 'De Luisterkubus'.
• Gehoorniveau: detectie/lokalisatie
Lara kijkt vanuit haar wiegje geboeid naar haar spelende zusje. Mama begint (op
hoorbare afstand, maar buiten haar gezichtsveld) te praten. Ze zal pas tevoorschijn
komen als Lara reageert op mama's stem. Lara toont dat ze de stem van mama heeft
gedetecteerd door op te kijken. Mama bekrachtigt deze detectiereactie door in interactie
te gaan. Naarmate Lara ouder wordt, zal ze bij het horen van de stem in de richting van
mama kijken. Mama zal dan pas tevoorschijn komen als Lara in de juiste richting kijkt.
Het oefenen van auditieve detectie evolueert op deze manier naar auditief lokaliseren.
• Gehoorniveau: discriminatie
Zowel de juf als de ondersteuner van Vic signaleren dat hij de foneem-
grafeemkoppelingen b-d verwart. Ze vragen zich af of Vic het verschil wel hoort. De
logopedist gaat aan de slag met deze vraag. Hij biedt verschillende malen een van de
volgende foneemcombinaties aan: b-b, d-b, d-d, d-d, b-d... Vic moet niets doen als het
tweemaal dezelfde klank is en opstaan als hij twee verschillende klanken hoort.
Vervolgens biedt hij volgende woordparen aan: bod-dot, bod-bod, dot-bot, door-boor,
boor-boor... Ook nu moet hij blijven zitten als hij tweemaal hetzelfde woord hoort en
opstaan als het twee verschillende zijn. De logopedist gaat vervolgens verder met
woordenreek-sen: dier-dier-dier-bier-dier-dier-bier. Nu moet Vic blijven zitten als de
eerste letter dezelfde blijft en opstaan als de eerste klank wijzigt. In deze oefeningen
wordt geoefend op het auditief discrimineren van de fonemen d en b.
• Gehoorniveau: identificatie
Bij Ella zal het thema dieren aan bod komen op school. De kleuterjuf informeert de
logopedist over welke dieren besproken zullen worden in de klas. De therapeut zoekt
afbeeldingen van deze dieren en evalueert welke dieren Ella kan aanwijzen als de
therapeut ze benoemt (modaal auditief). We weten echter niet of zij de verschillende
kenmerken van de dieren die ze identificeert, kent of zou herkennen in een andere
context (op een andere afbeelding of in de realiteit). Er wordt geoefend op het auditief
identificeren.
• Gehoorniveau: interpretatie
,Arthur speelt met zijn knuffel. Mama vraagt aan Arthur: 'Ga je mee? Arthur gaat
enthousiast naar zijn mama en geeft zijn schoentjes aan mama. Arthur begrijpt de vraag
'Ga je mee'. Er is sprake van auditieve interpretatie.
• Gehoorniveau: identificatie/-geheugen
Via het hoortrainingsprogramma 'Luister met ons mee'18 kriigt Sien twee
eenlettergrepige woorden aangeboden. Le moet de afbeeldingen aanklikken in de
volgorde waarin ze aangeboden worden. Als dat goed lukt, wordt het aantal woorden
uitgebreid naar drie cenlettergrepige woorden. Sien krijg een oefening op het
identificeren van woorden, maar daarnaast wordt het auditieve geheugen getraind.
Gebruik van de hiërarchie in de dimensie gehoorniveau Als een oefening te cenvoudig
blijkt, kan de therapeut de oefening moeilijker maken door het gehoorniveau te verhogen
(discriminatie wordt dan identificatie bij Vic: "Je hoorde tweemaal dezelfde klank, hoorde
je tweemaal 'b' of tweemaal 'd'?"). Blijkt de oefening te moeilijk, dan vereenvoudigt de
therapeut de oefening.
DIMENSIE OEFENMATERIAAL VAN 'DE LUISTERKUBUS'
Het oefenmateriaal zijn de geluiden, de klanken of de taal die het kind tijdens de
hoortrainingsoefening te horen krijgt. Het oefenmateriaal bepaalt in belangrijke mate de
moeilijkheidsgraad van een hoortrainingsoefening.
SPRAAKPERCEPTIEMODEL
Het spraakperceptiemodel in figuur 10.7 geeft inzicht in de manier waarop we tot
spraakverstaan komen.
De processen in het spraakperceptiemodel lichten we toe volgens de richting van
de opwaartse pijlen.
🔹 Spraakperceptie gebeurt in stappen (bottom-up → top-down):
Beschrijving
Proces
Akoestisch luisteren Klanken waarnemen
Stempatroon Spreker herkennen via stemkenmerken
Suprasegmenteel Prosodie (intonatie, ritme, luidheid) helpt bij
verstaan begrijpen
Segmenteel verstaan Begrijpen op niveau van klanken/fonemen
Auditief Woorden en zinnen begrijpen, gebruikmakend van
spraakverstaan redundantie
Contextueel verstaan Begrip via zinscontext, geheugen
Kennisgestuurd
Begrip via taalkennis, redeneren en wereldkennis
verstaan
🔸 Bottom-up processen: geluid waarnemen → herkennen → begrijpen
🔸 Top-down processen: taalkennis en context helpen bij aanvullen van wat men niet
goed hoort
📌 Kinderen met gehoorverlies hebben vaak:
Verstoorde bottom-upprocessen: ze horen onvoldoende
details.
Daardoor ook verstoorde top-downprocessen: ze
bouwen minder taalkennis op → probleem wordt dubbel.
, ✅ Therapie moet dus:
Bottom-up trainen: auditieve waarneming verbeteren (restgehoor optimaal
benutten).
Top-down versterken: taalkennis, woordenschat, geheugen trainen.
DIMENSIE OEFENMATERIAAL
In de dimensie oefenmateriaal van ‘De Luisterkubus’ vinden we elementen terug van het
spraakperceptiemodel. Deze dimensie is opgebouwd volgens twee grote pijlers:
1. Soorten auditieve stimuli: dit zijn onder meer omgevingsgeluiden, klanken en
taal (woorden, zinnen…).
2. Prosodische elementen: deze omvatten variaties in ritme, tempo, intonatie en
luidheid.
BESCHRIJVING VAN DE AUDITIEVE STIMULI VOLGENS 'DE LUISTERKUBUS'
Tabel 10.1 Auditieve stimuli beschreven in 'De Luisterkubus' (Bammens et al., 2005).
De moeilijkheidsgraad van een hoortrainingsoefening kan worden aangepast door een
wijziging in het oefenmateriaal. Als een kind moeite heeft met het herhalen van een
volledige zin, kan de therapeut ervoor kiezen slechts een zinsdeel of een accentgroep te
laten herhalen.
Accentgroepen verwijzen naar woorden die inhoudelijk samenhoren. Dat kan
een zinsdeel zijn, of een onderdeel ervan, zoals:
o "om te spelen"
o "een grote, ronde sinaasappel"
BESCHRIJVING VAN DE PROSODISCHE ELEMENTEN VOLGENS 'DE LUISTERKUBUS'
Prosodie verwijst naar variaties in intonatie, luidheid, tempo
en duur. Deze kenmerken overstijgen de klank
(suprasegmenteel), maar ook op klankniveau (segmenteel)
zijn er prosodische eigenschappen. Dit onderscheid beïnvloedt
de moeilijkheidsgraad van de oefening.
SUPRASEGMENTELE EN SEGMENTELE KENMERKEN
Bij de prosodische kenmerken onderscheiden de auteurs van
"De Iuisterkubus' suprasegmentele en segmentele kenmerken.