• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 111 pagina's
Samenvatting

Samenvatting inleiding tot het recht, handelswetenschappen, Ugent, 1ste jaar

Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 111 pagina's

Samenvatting Inleiding tot het Recht voor Handelswetenschappen 1ste jaar aan de UGent, ongeveer 100 pagina’s. De structuur is zoals in het boek en enkel Benelux-Unie en de ontstaansgeschiedenis zitten er niet in. PS: niet alle artikels staan erin, zeker wel de belangrijkste + spellingsfouten negeren aub. :)

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding tot het recht Pagina 1


DEEL 1 - HOOFDSTUK 1: CONCEPTEN VAN RECHT

AFDELING 1 RECHT, EEN MOEILIJK TE DEFINIËREN BEGRIP
1 WAT IS RECHT?



Bestaat ‘het recht’ eigenlijk?

 Hét recht BESTAAT NIET (bemoeial, overregulering (te), moeilijke balans, vorming van
samenleving)

Bestaat universeel recht? (Overal en rationeel)

 Theorie: ja realiteit: nee (plaats + tijd = contigent – afh. Omstandigheden dus)
 De rechtsvergelijking = rechtssystemen verschil tussen landen)

Recht als cultuurproduct

 Wat ‘juist’ is afh. Van waarden, tradities, geschiedenis…
 Verschillende culturen = verschillend recht (geen neutraal, universeel systeem)

Cultuurrecht - natuurrecht

 Natuurrecht = ‘is recht wat zou moeten bestaan?’ Er bestaand hogere, universele
normen (gelden voor iedereen en altijd – niet afh. Wetten/landen - pas écht recht
als ze rechtvaardig is)
 Cultuurrecht = ‘recht wat bestaat’ (maakt niet uit rechtvaardig of niet – afh. Per
land/tijd – door mensen vastgezette regels en moeten worden nageleefd in de
praktijk)

Intuïtie recht = normen (wat ‘hoort’) en regels (vastgestelde normen)

MAAR welke normen tellen mee? Zijn enkel afdwingbare regels ‘recht’? Moet er democratische
legitimiteit zijn?


Juridisering Wanneer problemen uit de maatschappij als juridische problemen
worden gezien en hieromtrent wetten en … over worden opgesteld.

Recht speelt overal een rol – rechtsregels




Normativisme Recht bestaat uit normen en regels (geboden, verboden, sancties) - systeem
van regels

Conceptualis Recht bestaat niet alleen uit regels maar ook uit concepten
me Concepten = juridische ‘begrippen’ die betekenis geven aan regels.

, Inleiding tot het recht Pagina 2


(Vb. huwelijk, moord,)

(We vertrekken vaak uit regels en gaan concepten gebruiken om regels te begrijpen)




 Recht als alomtegenwoordig fenomeen (= recht is overal aanwezig)

 Rol in privé en maatschappelijk leven (geboorte tot overlijden)

 DOEL VAN RECHT: conflicten voorkomen (preventie) en oplossen (curatief)

Sterk regulariserend karakter
= steeds meer regels + in steeds meer domeinen

PROBLEEM over regularisatie (te veel regels – complex + minder vrijheid +
bemoeial gevoel)

TEGENOVERGESTELDE Le non-droit

Le non - Situaties waarin het recht afwezig is, niet werkt, of niet wordt
toegepast, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. (Geen beroep op
droit
recht)
vb. conflicten tussen buren die zelf opgelost geraken, informele afspraken zonder
contract…
DUS: juridisering gebeurt niet automatisch + mensen kiezen ZELF of ze het recht
inschakelen




 Doelstellingen van het recht

→ Aristoteles: recht = streven naar rechtvaardigheid, ruimte voor billijkheid
(soepel omgaan regels)

→ Hobbes: einde 'oorlog van allen tegen allen'

 Bescherming van zelfbehoud + veiligheid + stabiliteit

 Recht kan bijdragen tot groepscohesie en morele ordening.
= Hulpmiddel samenleven mensen + gemeenschappelijk kader waarden
 Meer samenhang + duidelijk onderscheid wat kan en wat niet.

 Regels hebben vaak ideologische of opvoedende finaliteit (bv. rookverbod)
 Sturing gedrag/ overtuigingen
 Sociaal beleid ondersteunen - instrument van de OH

Hoofddoel recht: herverdelen van middelen
= het recht wordt gebruikt om middelen, kansen of lasten anders te verdelen in de
samenleving.
Meer evenwichtige verdeling v.d. samenleving (via T, sociale uitkeringen,
regelgeving…)

, Inleiding tot het recht Pagina 3


 2 rechtstheoretische perspectieven (manier hoe je kijkt naar hoe recht werkt)

Instrumentalist Recht is vehikel/werktuig om maatschappelijke/politieke doelen te
en realiseren
Recht = werktuig OH, geen eigen inhoud/waarde, afh. Wat men ermee wil
doen
(Heersend, een verpakking van beleid OH, OH bepaalt het doel en recht is het middel)



Idealisten Recht staat BOVEN de OH + beperkt OH
Geen neutraal instrument, fundamentele waarden, bescherming individu tegenstaat
Hogere normen – OH moet die nagaan

Natuurwetten → mensenrechten (moderne vertaling idee hogere normen bestaan boven positieve recht)

 Rechts heterogeniteit (niet overal hetzelfde)

OORZAAK
 Contigent (afhankelijk van tijd en ruimte – niet vast/universeel)
 = Geografische, historische verschillen (zie in rechtsvgl)

 Wisselende visie op gelijkheid – niet altijd hetzelfde ( vb. feodaal systeem -
standen…)


 Paradigma’s (manier om naar recht te kijken)
Breuklijnen als die manieren van denken botsen




Positivisten Recht is geldig als het correct tot stand kwam . (Procedure + wie
maakt de regel)
De inhoud van dat recht/regel is minder belangrijk
Naturalisten Recht moet moreel juist zijn – rechtvaardigheid + moraal
Een onrechtvaardige/oneerlijke wet is geen echt recht - billijkheid hier zeer
belangrijk


 Geografische, historische verschillen
 Recht verschilt per land + doorheen de tijd (zie in rechtsvgl)

2 rechtstradities in de wereld - link met rechtsheterogeniteit



Common law Recht ontstaat uit rechtspraak (rechters)
KENMERKEN
 Casuïstisch (concrete gevallen)
 Case by case (geval per geval)
 precedentenwerking (stare decisis)

Methode: inductief (bottom up)
Van feiten → naar algemene regel
 Rechter beslist concreet geval + meerdere zaken ontstaan
regel

Civil law Recht is vastgelegd in wetten en codificaties (rechter vertrekt

, Inleiding tot het recht Pagina 4


vanuit regel)
KENMERKEN
 Wettenrecht
 Systematisch opgebouwd
 Duidelijke regels vooraf
Methode: deductief (top-down)
Van algemene regel → naar concreet geval
 Bestaat al regel en rechter past die toe
Verschil in rechtssystemen, maar ook kruisbestuiving = de systemen beïnvloeden elkaar




 Beoordeling rechtssysteem (hoe kijk je kritisch naar een rechtssysteem?)

 OPBOUW SYSTEEM
 Common law
Praktijk, precedenten, rechtspraak (rechters), concreet geval - case by
case

Stare decisis Blijven bij wat beslist is - stabiliteit +
voorspelbaarheid
Dissenting Afwijkende mening door rechter – discussie + invloed
opinion op recht


 Civil law
Algemene regels, samenhang, systeem, wetboeken - conceptueel
opgebouwd systeem

 CODIFICATIE VS RECHTSPRAAK
 Codificatie = regels staan vooraf vast (civil law) duidelijk +
systeem
 Case-by-case = regels ontstaan geleidelijk (common law) flexibel +
praktijk

 ALGEMENE RECHTSMODELLEN
= manier om recht te ordenen overzicht krijgen + structuur begrijpen ( vb.
privaat en publieksrecht)


 TOETSING CONCREET GEVAL AAN BEGRIPPEN (begrippenrecht – conceptualisme)
= rechter – concrete feiten getoetst aan juridische concepten

 WET OF VONNIS IN HE SYSTEEM
= past een nieuwe regel of uitspraak in het bestaande systeem? Verandering of
versterking?

, Inleiding tot het recht Pagina 5


 KRITISCHE REFLECTIE (HEEL BEALNGRIJK!)
= eigen beslissing in vraag stellen gevolg: voorkomen tunnelvisie +
onrechtvaardige beslissingen

 Nut van rechtenstudie

= alomtegenwoordig maatschappelijk verschijnsel met grote impact

 Kritische reflectie/evaluatie van wetgeving, beleid en rechtspraak
 Noodzakelijk om inzicht te krijgen in werking staatsmacht en rechtsorde


2 FORMELE EN MATERIËLE RECHTSSYSTEMEN (BRON VS INHOUD VAN
SYSTEEM)
2 betekenissen ‘rechtssysteem’

Uitwendig formeel rechtssysteem
= van waar komt het recht? Wie maakt het? - focus op de bron/gezagsstructuur
 Groepering regels volgens wie ze uitgevaardigd heeft.
 Geheel van de rechtsnormen afkomstig van één bepaalde gezagsstructuur

Elk gezag niveau = een apart rechtssysteem




Materieel rechtssysteem
= Wat staat er in het recht? (Inhoud v.d. regels + wat ze bepalen en regelen – alle
regels samen = 1 geheel)
 SAMENHANG – elke nieuwe regel moet passen binnen bestaande recht
 CONFLICTEN – door de gelaagdheid hebben beslissingen impact – recht niet
statisch




DE 2 VORMEN VAN MATERIEEL RECHTSSYSTEEM (herhaling)

Casuïstisch
 common law + case by case
 precedentwerking - stare decisis
= lagere rechters moeten hogere rechters volgen + eerdere uitspraken zijn
bindend
 Dissenting opinion
= rechters kunnen een afwijkende mening hebben + evolutie rechter + open
voor discussie
 Inducatieve methode - concrete gevallen naar algemene regels




Doctrine gebonden/systematisch
 Civil law + van regel naar geval
(Codificaties/wetboeken + structuur + systematisch + doctrine (invloed

Inhoudsopgave

  1. 01 DEEL 1 - HOOFDSTUK 1: CONCEPTEN VAN RECHT 1
    1. AFDELING 1 recht, een moeilijk te definiËren begrip 1
    2. 1 WAT is recht? 1
    3. 2 FORMELE EN MATERIËLE RECHTSSYSTEMEN (bron VS inhoud van systeem) 5
    4. AFDELING 2 KLASSIEK RECHT 8
    5. 1 een piramidaal en coherent systeem (VROEGER) 8
    6. 2 MATERIËLE en formelee RECHTSBEGRIP (inhoud VS procedure) 10
    7. 3 publiekrecht en privaatrecht 11
    8. AFDELING 3 ontwikkeling van het huidige recht 12
    9. 1 instrumentalistisch recht 12
    10. 2 verzekeringsmechanisme 13
    11. 3 welvaartssstaat en sociale grondrechten 14
    12. 4 van piramide naar de chaos 15
    13. 5 Regulering met impact 15
    14. 6 proportionaliteit – wikken + wegen 15
    15. AFDELING 4 het recht als wetenschap 16
  2. 02 HOOFDSTUK II REGELPRODUCENTEN (6 vragen examen) 17
    1. Afdeling 1 wie zijn de regelproducenten? 17
    2. AFDELING 2 wetgever 17
    3. 1 begrip ‘wet’ (herhaling) 17
    4. 2 soorten wetten 18
    5. 3 totstandkoming van de wetgeving 21
    6. 4 gelding van de wet 26
    7. 5 HIËRARCHIE, bevoegdheid en TOETSING (belangrijk!) 27
    8. AFDELING 3 Rechtspraak 30
    9. 1 Continentaal niet-bindend karakter 30
    10. 2 PRECENTENRECHTSPRAAK 31
    11. AFDELING 4 doctrine 31
    12. AFDELING 5 gewoonterecht (zie boek) 31
    13. AFDELING 6 bilijkheid 31
    14. AFDELING 7 algemenee rechtsbeginselen 32
    15. 1 VERBOD van rechtsmisbruik 32
    16. 2 vertrouwensleer 33
    17. AFDELING 8 BUITENLANDS recht 33
    18. AFDELING 9 private regelgeving 33
  3. 03 HOOFDSTUK 3 REGELARSENALEN toelichting taken van recht 33
    1. AFDELING 1 – Basisbegrippen 34
    2. 1 Begrip + publiek en privaatrecht 34
    3. 2 mATERIEEL, formeel en bewijsrecht 34
    4. AFDELING 2 Staatsrecht 35
    5. Afdeling 3 Bestuursrecht 36
    6. AFDELING 4 Belastingsrecht 37
    7. AFDELING 5 Strafrecht 37
    8. AFDELING 6 Privaatrecht 37
    9. AFDELING 7 Bijzonder privaatrecht 38
    10. 1 ondernemingsrecht 38
    11. 2 Intellectuele rechten 38
    12. 3 Informaticarecht en rechtsinformatica 38
    13. 4 Sociaal recht 39
    14. AFDELING 8 Gerechterlijk PRIVAATRECHT/ Procesrecht 39
    15. AFDELING 9 Grensoverschrijdend recht 40
    16. 1 Internationaal recht of volkenrecht 40
    17. 2 Europees recht 40
    18. 3 INTERNATIONAAL privaatrecht (IPR) 40
    19. AFDELING 10 Rechtsdocumentatie 40
  4. 04 DEEL 2 HOOFDSTUK 1 belgische federle instellingen 41
    1. AFDELING 1 kenmerken van de belgische staat 41
    2. AFDELING 2 grondwetgever 43
    3. AFDELING 3 indeling van het grondgebied 44
    4. AFDELING 4 rechten en vrijheden 44
    5. AFDELING 5 scheiding van de machten 45
    6. AFDELING 6 federale machten 46
    7. AFDELING 7 GRONDWETTELIJK hof 51
    8. AFDELING 8 Raad van State 52
    9. AFDELING Rekenhof 53
  5. 05 HOOFDSTUK 2 DE deelstaten 53
    1. Afdeling 1 Gemeenschappen en gewesten 53
    2. 1 De Vlaamse gemeenschap en het Vlaamse gewest 54
    3. 2 De Franse gemeenschap en het Waalse gewest (apparte regeringen en parlementen) 55
    4. 3 De Duitstalige gemeenschap 55
    5. 4 Het Brussels hoofdstedelijk gewest (belangrijk!) 56
    6. Afdeling 2 BEGINSELEN van bevoegdheidsverdeling 58
    7. 1 Toegewezen versus residuaire bevoegdheden 58
    8. 2 Meervoudige bescherming van de autonomie van de deelstaten 59
    9. 3 Fiscale bevoegdheid (niet kennen) 60
    10. Afdeling 3 FINANCIERING (niet kennen) 60
    11. AFDELING 4 CONSTITUTIEVE autonomie 60
  6. 06 Hoofdstuk 3 lokale instellingen 60
    1. Afdeling 1 Provincie 60
    2. Afdeling 2 Gemeente 61
    3. AFDELING 3 Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) 61
  7. 07 DEEL 3 – Basiscomponenten van het recht 62
  8. 08 H1 het subjectieve recht biedt de componenten 62
  9. 09 H2 Rechtssubject (natuurlijke personen + rechtspersoon) 62
    1. aFDELING 1 Begrip 62
    2. Afdeling 2 INHOUD van de rechtspersoonlijkheid 62
    3. Afdeling 3 Volkomen en onvolkomen rechtspersoonlijkheid 63
    4. Afdeling 4 Soorten rechtsubjecten 63
    5. Afdeling 5 Feitelijke vereniging 64
  10. 10 Hoofdstuk 3 Rechtsobject (voorwerpen, goederen, dieren) 64
    1. aFDELING 1 Begrip 64
    2. Afdeling 2 Indeling van goederen en voorwerpen 64
    3. 1 Goederen naargelang de eigenaar 64
    4. 2 goederen in de handel en voorwerpen buiten de handel 65
    5. 3 Lichamelijke en onlichamelijke voorwerpen 65
    6. 4 verbruikbare en niet-verbruikbare goederen 66
    7. 5 Vervangbare en niet-vervangbare goederen 66
    8. 6 Soort goederen en bepaalde goederen 66
    9. 7 Hoofdzaken en bijzaken 66
    10. 8 Afzonderlijke goederen en algemeenheden 67
    11. 9 Tegenwoordige en toekomstige goederen 67
    12. 10 Roerende en onroerende goederen 67
    13. Afdeling 3 Informatie als rechtsgoed 68
    14. Afdeling 4 Het dier 68
  11. 11 H4 Het vermogen 68
    1. Afdeling 1 Begrip 68
    2. Afdeling 2 Vermogensfunctie 69
    3. Afdeling 3 Vermogenssamenstelling 69
    4. Afdeling 4 - het vermogen als verhaalsobject 70
  12. 12 H5 Subjectieve rechten 71
    1. Afdeling 1 Begrip 71
    2. Afdeling 3 Uitoefening 72
  13. 13 H6 Rechtsfeiten en rechtshandelingen 72
    1. Afdeling 1 ontstaanmomenten van rechtsbetrekkingen 72
    2. Afdeling 2 RECHTSFEITEN 72
    3. Afdeling 3 Rechtshandelingen 73
    4. 1 Wijze totstandkoming rechtshandelingen 74
    5. 2 Bewijs van een rechtshandeling 74
    6. 3 Gevolgen van rechtshandelingen voor derden 75
  14. 14 H7 TIJD als rechtsfactor 77
    1. Afdeling 1 Het probleem 77
    2. Afdeling 2 Verjaring in het civiel recht 78
    3. Afdeling 3 Verjaring in het strafrecht 79
  15. 15 titel 5 - BEWIJSRECHT 79
  16. 16 Hoofdstuk 1: probleem van het bewijsrecht 79
  17. 17 DEEL 4 – Rechtshandhaving Titel 1 Procesrecht (zie op papier) 81
  18. 18 H1 Begrip 81
  19. 19 H2 Kenmerken 81
    1. AFDELING 1 TOEGANG tot de rechter 81
    2. Afdeling 2 DE rechter 81
    3. Afdeling 3 De procedure 82
  20. 20 H3 Het vonnis / Rechterlijke uitspraak 82
  21. 21 H4 Rechtshulp 83
  22. 22 Titel II De rechter en zijn medewerkers 83
  23. 23 H1 Rechterlijke macht + grondwettelijke macht 83
  24. 24 H2 Hoven en rechtbanken 84
    1. Afdeling 1 Vredegerecht 85
    2. Afdeling 2 Arrondissement 86
    3. 1 dE POLITIERECHTBANK 86
    4. 2 Rechtbank van eerste aanleg 87
    5. 3 ARBEIDSRECHTBANK 88
    6. 4 ondernemingsrechtbank 89
    7. Afdeling 3 Rechtsgebied (5) 90
    8. 1 Hof van beroep 90
    9. 2 Arbeidshof 91
    10. Afdeling 4 Assisenhof 91
    11. Afdeling 5 Hof van Cassatie 92
  25. 25 H3 Openbaar ministerie 93
  26. 26 Titel III Strafrecht en strafrechtspleging 94
  27. 27 H1 Materieel STRAFRECHT: misdrijven en de bestraffing ervan 94
    1. Afdeling 1 Misdrijf 94
    2. Afdeling 2 soorten misdrijven 96
    3. Afdeling 3 Kenmerken 97
    4. Afdeling 4 Straffen 97
  28. 28 H2 Strafrechtpleging 100
    1. Afdeling 1 Kenmerken 100
    2. Afdeling 2 Opsporen van misdrijven 102
    3. Afdeling 3 Onderzoek van misdrijven 102
    4. Afdeling 4 Berechten van misdrijven 104
    5. Afdeling 5 Strafregister + randummer 390 106
    6. Afdeling 6 Strafuitvoering 106
  29. 29 Video’s ‘organieke ondersteuning van het recht Europese unie 107
    1. Afdeling 1 : Ontwikkeling van de Europese integratie 107
    2. Afdeling 2 : De lidstaten 107
    3. Afdeling 3: De institutionele structuur van de EU 107
    4. H2 DE benelux-unie 111
    5. De ontstaansgeschiedenis 111

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
21 mei 2026
Aantal pagina's
111
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€18,76

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
5
Volgers
0
Items
8
Laatst verkocht
1 maand geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen