Study online at https://quizlet.com/_9yi3z7
1. recht rationeel opgebouwd geheel van
precies afgelijnde begrippen en normen waaraan van overheidswege opgelegde,
minstens
van overheidswege erkende, sancties kleven, die langs (evenzeer genormeerde)
instellingen
kunnen worden afgedwongen en waarvan de bedoeling is de orde in de samen-
leving te
organiseren, te handhaven of te herstellen.
2. publiekrecht regelt de relatie tussen burgers en overheid
3. privaatrecht regelt alle relaties tussen burgers onderling
4. WAT IS BELGIË belgië is een meergelaagde, democratische rechtsstaat in Europa
5. staat basisentiteit waarbinnen het nationale publiekrecht vorm krijgt
6. consitutieve ele- 1. permanente bevolking
menten van een 2. afgebakend gebied
staat 3. overheid die vermogen heeft om met andere staten relaties aan te gaan
7. bipatriditeit twee nationaliteiten hebben
8. apatriditeit geen nationaliteit hebben
9. functies van de 1. wetten maken
overheid 2. besturen
3. recht spreken
10. afscheiding nieuwe staat ontstaan door secessie
11. fusie afzonderlijke state kunnen ook besluiten om samen 1 nieuwe staat op te richten
12. dismembratio 1 staat kan ook uiteenvallen in verschillende staten
, belgisch publiekrecht
Study online at https://quizlet.com/_9yi3z7
13. erkenning rechtshandeling waarbij een andere staat het bestaan van een nieuwe staat
bevestigt
14. belangrijke ken- 1. rechtspersoonlijkheid
merken van stat- 2. soevereiniteit
en 3. internationale immuniteit
4. rechtsmacht
15. rechtspersoon- een rechtssubject naar internationaal recht.
lijkheid de BS wordt in het rechtsverkeer beschouwd als afzonderlijk bestaande entiteit.
intern: optreden binnen de staat (bv. belastingen heffen)
extern: optreden tegenover andere staten (bv. verdragen sluiten)
16. interne soevere- de BS heeft het recht om zijn eigen rechtsordening te bepalen
initeit
17. externe soevere- BS heeft het recht om ongestoord te functioneren, zonder inmenging van andere
initeit staten.
18. internationale staten zijn gelijk, waardoor de ene de andere niet mag controleren.
immuniteit
19. acta iure imperii rechtscolleges van een vreemde staat mogen zich in beginsel niet uitspreken
over de rechtshandelingen die de BS stelt bij de uitoefening van haar soeverein
staatsgezag
20. acta iure gestion- rechtscolleges van een vreemde staat mogen zich wel in het beginsel uitspreken
is over de rechtshandelingen van de BS die ze stelt bij de uitoefening van haar
soeverein staatsgezag
21. rechtsmacht juridische erkenning van de mogelijkheid om gezag uit te oefenen
22. internationale
rechtsorde van
, belgisch publiekrecht
Study online at https://quizlet.com/_9yi3z7
de 19e en 20e plaatje op vlak van statelijkheid en rechtsmacht was nog ingewikkelder
eeuw --> bestonden allerlei afwijkende vormen van gezagsuitoefening die meestal het
gevolg waren van inmenging van westerse landen elders in de wereld
23. uitgangspunt juridisch worden er vrije en geheime verkiezingen georganiseerd in een democ-
van democratie ratische staat
24. verkiezing verrichting waarbij de gerechtigde personen hun vertegenwoordigers in een
orgaan aanduiden
25. staatsrechtelijke burger neemt via de aanduiding van vertegenwoordigers deel aan de uitoefening
context van een van het staatsgezag
verkiezing
26. taak van verte- wetten maken en bestuur controleren
genwoordigers
27. presidentiële de- rechtstreeks verkozen staatshoofd, hoofd vd uitvoerende macht, heeft veel au-
mocratie tonome bevoegdheden en dus geen verantwoording hoeft af te leggen aan
parlement
28. parlementaire niet verkozen staatshoofd heeft geen of slechts een beperkte macht en de uitvo-
democratie erende macht, onder vorm van regering, is verantwoording verschuldigd aan
het verkozen parlement, dat als grondwettelijke taak heeft om die regering te
controleren
29. directe democra- burgers kunnen zelf dmv volksraadplegingen of referenda wetgevend optreden
tie of ze kunnen het beleid in een bepaalde richting sturen
30. indirecte democ- bevolking verkiest de vertegenwoordigers, die de taak krijgen om ipv de kiezers
ratie wetgevend of besturend op te treden
31. legislatuur de duur waarvoor een wetgevend vergadering verkozen wordt
, belgisch publiekrecht
Study online at https://quizlet.com/_9yi3z7
32. de scheiding van ongeschreven grondwettelijke regel, volgens dewelke de macht verdeeld is tussen
de machten de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht en elke macht gecontroleerd
wordt door een tegenmacht
33. Montesquieu - de l'esprit des lois (1748)
- misbruik van macht voorkomen
- elke mens die macht heeft, gaat die vroeg of laat misbruiken = corruptie van
macht
34. trias politica de scheiding van de politieke macht in drie onderdelen
1. wetgevende functie
2. bestuursfunctie
3. uitvoerende macht
35. wetgevende rechtsregels worden uitgevaardigd die algemeen, onpersoonlijk, abstract, du-
functie urzaam en afdwingbaar karakter hebben.
de bedoeling: ordening van de samenleving en de menselijke verhoudingen
36. bestuursfunctie algemene normen, bepaald door de wetgevende macht, worden waar nodig via
de reglementen verfijnd en vervolgens toegepast in concrete gevallen.
bestuur heeft belangrijke algemene beleidsrol. opgenomen door uitvoerende
macht
37. rechtsprekende geschillen worden opgelost die voortvloeien uit de toepassing vd algemene
functie normen of wordt op de naleving ervan toegezien.
komt voornamelijk toe ad gewone rechterlijke macht, maar ook o.a. gespe-
cialiseerde rechtscolleges.
rechters maken zelf geen regels, ook al is dat relatief: de uitlegging vd door de
wetgevende en uitvoerende macht uitgevaardigde normen zal in een aanzienlijk
aantal gevallen vergen dat de rechter een oordeelkundige keuze maakt tussen
verschillende mogelijke interpretaties
38.