Hoofdstuk 5: Populaties
Inhoud
1.1 Wat is de biodiversiteit?......................................................................2
1.2 Ecosysteemdiensten...........................................................................3
1.3 Versnippering......................................................................................4
1.4 Metapopulatie.....................................................................................6
1.4.1 Concept metapopulatie................................................................6
1.4.2 Versnippering................................................................................8
1.4.3 Sloss.............................................................................................9
1.4.4 Genetische drift............................................................................9
1.4.5 Genetische bottleneck..................................................................9
1.4.6 Stichtereffect of founder effect...................................................10
1.4.7 Extinctieschuld...........................................................................11
1
, Ecologie Populaties
1.1 Wat is de biodiversiteit?
Biodiversiteit betekent de variatie van leven in een gebied.
3 niveau’s:
Ecosystemen
Soorten
Genen
Elk ecosysteem heeft zijn eigen typische soorten.
Genetische diversiteit binnen soorten is belangrijk, omdat
die bepaalt hoe goed soorten zich kunnen aanpassen, overleven en
evolueren.
Natuurlijke ecosystemen als bossen, maar ook de stad en het
landbouwgebied vormen een ecosysteem.
Grote verscheidenheid aan natuurlijke ecosystemen in Vlaanderen
Heide
Graslanden
Ruigtes
Bossen
Moerassen
Vennen
Rivieren
Genetische diversiteit= een barometer voor:
Aanpassingsvermogen
Overlevingskansen
Evolutiepotentieel
…van individuen, populaties en soorten
Hoe hoger genetische diversiteit=> hoe hoger kans dat geschikte
genen aanwezig zijn die bij vb. verandering van klimaat kunnen zorgen
voor overlevers binnen de soort
2