stuurt
Een verhalende samenvatting van Aronson, Wilson, Sommers e.a., Social
Psychology (10e editie)
Noor gaat in een nieuwe stad studeren. We volgen haar terwijl ze stap voor stap de hele sociale wereld leert
kennen, en aan haar belevenissen hangen we alle grote theorieën, begrippen en onderzoeken van de sociale
psychologie op. Een begrip dat vastzit aan een situatie of een keuze onthoud je makkelijker dan een
losstaand begrip.
Hoe deze samenvatting je helpt onthouden
De opbouw gebruikt vier leerprincipes waarvan bewezen is dat ze werken. Het loont om te weten waaróm
ze in de tekst zitten, zodat je ze actief gebruikt in plaats van eroverheen leest.
1. Eén verhalende rode draad. Alles draait om Noor. Door nieuwe stof te koppelen aan een doorlopend
verhaal ontstaan rijke associaties: je hoeft straks bij een tentamen alleen "het verhaal" terug te halen, en de
begrippen komen mee. Dit heet elaboratie: het proces waarmee je brein van losse feiten blijvende kennis
maakt.
2. Scaffolding: van bekend naar nieuw. Elk nieuw begrip begint bij je eigen intuïtie of bij iets dat je net
hebt gelezen, en bouwt van daaruit op naar de vakterm. Lees daarom in volgorde: elk deel leunt op het
vorige.
3. Associaties en ezelsbruggen. Lastige termen en onderscheidingen krijgen een geheugensteun. Je herkent
ze aan dit blok:
EZELSBRUG Een associatie of trucje om een term vast te zetten.
Test de ezelsbrug meteen op de term in plaats van hem alleen te lezen. Een ezelsbrug die je zelf één keer
toepast, blijft hangen.
4. Active recall: ophalen in plaats van herlezen. Verspreid door de tekst staan ophaalvragen. Dit is het
krachtigste studie-instrument dat er is: jezélf laten ophalen wat je net las, werkt veel beter dan passief
herlezen. Je herkent ze zo:
CHECK Een vraag over wat je zojuist las. → Antwoord: het antwoord, dat je pas leest nadat je het zelf
hebt geprobeerd.
Gebruiksaanwijzing: dek bij elke CHECK het antwoord af, formuleer hardop of op papier je antwoord, en
kijk pas dáárna. Fout? Lees het stukje erboven opnieuw.
EZELSBRUG Onthoud de vier technieken met VASA: Verhaal, Associatie, Scaffolding, Active recall.
Sociale psychologie · de wereld van Noor 1
, De kaart van de reis
De samenvatting beweegt van "binnen naar buiten": eerst hoe Noor denkt en zichzelf ziet, dan hoe ze
beïnvloed wordt, en ten slotte hoe ze zich tot anderen en de samenleving verhoudt.
1. De wetenschap van het sociale: wat het vak is en hoe we het weten (onderzoeksmethoden).
2. De sociale wereld in ons hoofd: sociale cognitie en perceptie.
3. Het zelf en zelfrechtvaardiging: het zelfbeeld en cognitieve dissonantie.
4. Onder invloed: attitudes, conformiteit, gehoorzaamheid en groepen.
5. Verbinding: aantrekking, relaties en hulpgedrag.
6. De donkere kant: agressie en vooroordeel.
De twee grote lessen die alles bij elkaar houden
Hoe verschillend de thema's ook zijn, ze draaien steeds om dezelfde twee inzichten. Houd ze in je
achterhoofd; aan het eind komen ze terug.
1. De kracht van de situatie. We schatten stelselmatig te laag in hoezeer gedrag wordt bepaald door de
situatie, en te hoog hoezeer het uit iemands karakter komt. Veel van wat we "een slecht mens" noemen,
is in werkelijkheid "een gewoon mens in een sterke situatie". Dit inzicht keert in vrijwel elk hoofdstuk
terug.
2. Construal: de subjectieve interpretatie. Ons gedrag volgt uit hóe wij een situatie interpreteren, niet
uit de situatie zelf. Twee mensen in dezelfde kamer beleven een andere werkelijkheid. Wie iemands
construal kent, kan zijn gedrag verklaren.
Daaronder liggen twee menselijke motieven die telkens opduiken: de behoefte ons zelfbeeld te beschermen
(we willen onszelf goed voelen), en de behoefte accuraat te zijn (we willen de wereld kloppend begrijpen).
Veel hoofdstukken laten zien hoe die twee botsen.
Klaar? Noor heeft net haar koffers uitgepakt. Laten we beginnen.
Sociale psychologie · de wereld van Noor 2
, Deel 1. De wetenschap van het sociale
Noor stapt op een zondagmiddag in september uit de trein, een loodzware tas op haar rug en een adres op
haar telefoon. Haar studentenstad ruikt naar regen en frietvet. Op het perron ziet ze van alles tegelijk: een
jongen die een wildvreemde helpt met een kapotte koffer, twee mensen die ruziën over een fietsplek, een
groepje eerstejaars dat zingend en struikelend achter een ouderejaars aan loopt die hen kennelijk "welkom
heet" op een manier die nogal vernederend oogt. En toch lopen die eerstejaars vrolijk mee.
Noor blijft even staan en denkt: waarom doen mensen dit allemaal? Waarom helpt die ene jongen wel en
lopen al die anderen door? Waarom laten die eerstejaars zich zo behandelen en lijken ze het bovendien nog
leuk te vinden ook? Ze weet het nog niet, maar precies die vragen vormen het hart van het vak waar ze de
komende jaren in wordt ondergedompeld. Daar begint de sociale psychologie: bij verwondering over
alledaags gedrag.
H1. Wat sociale psychologie is
Het vak in één zin
Als je Noor zou vragen wat psychologie is, zou ze waarschijnlijk iets zeggen over "hoe mensen denken en
voelen". Dat klopt, maar de sociale psychologie legt de nadruk ergens anders. Het is de wetenschappelijke
studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en gedragingen van mensen worden beïnvloed
door de werkelijke of ingebeelde aanwezigheid van andere mensen (social psychology). Die definitie
komt oorspronkelijk van Allport (1985).
Let vooral op dat woord "ingebeelde". Het mooie van deze definitie is dat de ander er niet eens fysiek bij
hoeft te zijn. Wanneer Noor straks alleen op haar kamer zit en zich afvraagt of haar ouders het wel
goedkeuren dat ze haar studieboeken nog niet heeft opengeslagen, dan zijn die ouders niet aanwezig, en
toch sturen ze haar gedrag. We worden geregeerd door de denkbeeldige goedkeuring of afkeuring van
ouders, vrienden en docenten.
De motor onder dit alles heet sociale invloed (social influence): het effect dat de woorden, daden of louter
de aanwezigheid van anderen hebben op onze gedachten, gevoelens, houdingen of gedrag. Soms is die
invloed heel direct, zoals een reclamemaker die je een merk deodorant aansmeert, of een huisgenoot die
roept "kom op, neem nog een biertje". Maar sociale invloed is veel breder dan zulke pogingen tot
overtuiging. We worden ook beïnvloed door de enkele aanwezigheid van vreemden die helemaal niet met
ons praten. Verschillende invloeden kunnen ook met elkaar botsen. Studenten die net het huis uit zijn en
gaan studeren, zoals Noor, raken vaak verscheurd tussen de waarden die ze van thuis meekregen en de
waarden van hun nieuwe docenten en medestudenten.
Sociale psychologie · de wereld van Noor 3
, EZELSBRUG Onthoud de definitie met "GGG door WIA": Gedachten, Gevoelens en Gedrag, beïnvloed
door de Werkelijke of Ingebeelde Aanwezigheid van anderen. Het stille woordje "ingebeelde" is het
examenvalstrikje: de ander hoeft er niet echt te zijn.
CHECK Waarom is het woord "ingebeelde" zo belangrijk in de definitie van sociale psychologie? →
Antwoord: Omdat sociale invloed ook werkt zonder dat de ander fysiek aanwezig is. We passen ons
gedrag aan op de denkbeeldige goed- of afkeuring van anderen, zoals Noor die zich druk maakt om wat
haar ouders zouden vinden.
Niet hetzelfde als filosofie of gezond verstand
Eeuwenlang hebben filosofen scherpe inzichten geleverd over de menselijke natuur, en de psychologie staat
mede op hun schouders. Maar filosofen spreken elkaar soms tegen, en dan weet je nog niet wie gelijk heeft.
Neem de Nederlandse filosoof Spinoza, die in 1663 een prachtig idee opperde: als we verliefd worden op
iemand die we eerst haatten, zou die liefde sterker zijn dan wanneer er geen haat aan voorafging. Het klinkt
overtuigend, maar of het klopt weet je pas als je het toetst. Dit zijn empirische vragen: vragen waarvan het
antwoord moet komen uit experiment en meting, niet uit persoonlijke mening.
Je zou ook kunnen leunen op gezond verstand of volkswijsheid. Sociale psychologen zijn daar niet tegen,
maar het probleem is dat volkswijsheden elkaar voortdurend tegenspreken. "Soort zoekt soort", zeggen we,
en we knikken instemmend. Maar net zo goed zeggen we "tegenpolen trekken elkaar aan". Wat is het nu?
"Uit het oog, uit het hart", of juist "afwezigheid maakt het hart inniger"? Het werk van de sociale
psycholoog is om via onderzoek te bepalen onder welke voorwaarden het ene geldt en onder welke het
andere.
Een tweede valkuil: je zou mensen gewoon kunnen vragen waarom ze iets deden. Maar Nisbett en Wilson
(1977) lieten zien dat mensen vaak helemaal niet weten wat de echte redenen achter hun eigen gedrag zijn.
Ze geven rechtvaardigingen, maar die rechtvaardigingen zijn lang niet altijd de werkelijke oorzaak.
De naaste buren: sociologie en persoonlijkheidsleer
Om Noor te helpen het vak op de kaart te zetten, helpt het te kijken naar de buurvakken. Het cruciale begrip
is het analyseniveau (level of analysis): de schaal waarop je naar gedrag kijkt.
Biologen en neurowetenschappers kijken naar genen, hormonen of hersenprocessen. Een aparte loot
daaraan is de evolutionaire psychologie (evolutionary psychology), die sociaal gedrag probeert te verklaren
via genetische factoren die zich over lange tijd hebben ontwikkeld volgens de principes van natuurlijke
selectie. De gedachte is dat gedrag zoals agressie of behulpzaamheid deels een aanpassing is aan de
leefomgeving van onze verre voorouders. Een aardige kanttekening uit het boek: evolutionaire hypothesen
zijn moeilijk direct te toetsen, want ze gaan over wat duizenden jaren geleden gebeurde. Zo dacht men lang
dat giraffen hun lange nek kregen om bij hoge bladeren te kunnen, maar Simmons en Scheepers (1996)
opperden dat lange nekken eerst bij mannetjes ontstonden om gevechten om vrouwtjes te winnen. Welke
verklaring klopt? Lastig te zeggen.
Persoonlijkheidspsychologen kijken naar individuele verschillen: de eigenschappen die de ene mens
anders maken dan de andere. Sommige mensen zijn leiders, andere volgers; sommige moedig, andere laf.
Dat is waardevol, maar het mist volgens sociaal psychologen een cruciaal deel van het verhaal: de macht
van de situatie. Denk aan de massale zelfmoord in Jonestown, waar in de jaren zeventig bijna honderd
Sociale psychologie · de wereld van Noor 4