Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 19 pagina's
Samenvatting

Engels grammatica samenvatting | Windesheim | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 19 pagina's

Deze samenvatting behandelt essentiële Engelse grammatica voor het Engels-vak aan Hogeschool Windesheim, met focus op voorzetsels, bijvoeglijke naamwoorden en lidwoorden. De samenvatting dekt onderwerpen als voorzetsels (at, about, of, to, for, in, with), -ed versus -ing adjectieven, het gebruik van lidwoorden (a, an, the), vergelijkingen en onderscheidingen tussen like, such en so. Tijdsbepaling van past simple tot future tot continuous. Perfect voor examenvoorbereiding en het verbeteren van je Engelse grammaticale vaardigheden - alles overzichtelijk uitgelegd met praktische voorbeelden. Ook geschrikt voor zakelijk engels tentamen opleidingen HBO.

Voorbeeld van de inhoud

VOORZETSELS EN BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN

at → vaardigheden/talenten
good at, bad at, brilliant at
➝ She is good at English.

about → gevoelens/emoties
angry about, nervous about, excited about
➝ He is nervous about the test.

of → ook bij gevoelens
afraid of, proud of
➝ She is afraid of spiders.

to → gedrag of relaties
nice to, rude to, married to
➝ He was kind to me.

for → effect of oorzaak
good for, bad for, famous for, responsible for
➝ Exercise is good for you.

in → interesse of betrokkenheid
interested in, experienced in, involved in
➝ She is interested in design.

with → houding of relatie met iets of iemand
angry with, happy with, satisfied with, familiar with
➝ I’m happy with the result.

- ED VS -ING BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN

-ed → beschrijft hoe iemand zich voelt (gevoel)
bored, interested, tired, surprised
➝ She was bored during the lesson.
- Eindigt op een medeklinker en -y dan wordt de y vervangen door i  to fry – fried

-ing → beschrijft wat die emotie veroorzaakt (oorzaak)
boring, interesting, tiring, surprising
➝ The lesson was boring.

LIDWOORDEN (A, AN, THE)

1. Beroepen → altijd “a” of “an”
He is a teacher.
She is an architect.

2. Enkelvoudige zelfstandige naamwoorden → altijd met lidwoord
Eerste keer of algemeen → a/an
➝ I saw a good film.
Bekend of uniek → the
➝ I’m walking the dog.

3. a of an?
a voor medeklinkerklank → a cat
an voor klinkerklank → an hour

,4. Algemeen → géén lidwoord (bij meervoud of ontelbaar woord)
Birds eat worms.
Water freezes at 0°C.

5. Specifieke groep → “the”
We saw the kangaroos at the zoo.
Gebruik geen “the” bij dingen in het algemeen.
➝ Kangaroos can jump far

LIDWOORDEN IN UITDRUKKINGEN & PLAATSNAMEN

1. Geen lidwoord bij veelvoorkomende uitdrukkingen:
➝ in bed, at work, at home
➝ at school/university/prison/hospital (als je er bent als student/patiënt enz.)

2. Wel lidwoord als het gaat om bezoek:
➝ I went to the school to talk to the teacher.

3. Geen lidwoord bij:
Continenten, meeste landen, steden, meren, bergen, universiteiten
➝ Asia, Peru, New York, Lake Victoria, Mount Everest

4. Wel lidwoord bij:
Landen met "United", eilandgroepen en uitzonderingen
➝ the Netherlands, the USA, the Bahamas
Oceanen, zeeën, rivieren, bergketens
➝ the Atlantic, the Nile, the Alps
Universiteiten met “of” of “the”
➝ the University of Tokyo, the University of Cape Town

VERGELIJKINGEN MET BIJVOEGELIJKE NAAMWOORDEN

1. 1 lettergreep  + -er
➝ clean → cleaner, slow → slower
eindigt het woord op -e? ➝ voeg -r toe, safe → safer
Klinker + medeklinker? ➝ medeklinker verdubbelen, big → bigger, hot → hotter

2. 2 of meer lettergrepen:
 eindigt op -y? ➝ -y wordt -ier
happy → happier, noisy → noisier
 anders ➝ gebruik more + bijvoeglijk naamwoord
dangerous → more dangerous, stressful → more stressful

3. Onregelmatige vormen:
 good → better
 bad → worse
 far → further/farther

4. Than gebruiken bij vergelijking:
➝ this car is faster than that one.

GEBRUIK VAN ‘THAT’

Na een zelfstandig naamwoord (als betrekkelijk voornaamwoord):
➝ The movie that we watched was great. (= die/dat)

, Na werkwoorden van denken, zeggen, vinden, etc.:
➝ I think that she’s right. (= dat)
➝ In spreektaal mag je “that” vaak weglaten.

Voor extra uitleg of reden:
➝ The fact that he’s late doesn’t surprise me.

INFINITIEF VOOR DOEL (TO + HELE WERKWOORD

We gebruiken de infinitief met "to" om een doel of reden aan te geven
(antwoord op “waarom?”).
➝ I study to improve my English.
(= Ik studeer om mijn Engels te verbeteren.)

➝ He runs every day to stay fit.
(= Hij rent elke dag om fit te blijven.)

➝ She went to the shop to buy milk.
(= Ze ging naar de winkel om melk te kopen.)

A, SOME, ANY, MUCH, MANY

Telbare zelfstandige naamwoorden (apple, chair, friend)
 a/an → bij één ding (positieve zin) ➝ I ate an apple.
 some → bij meerdere (positieve zin) ➝ I have some friends in New York.
 any → bij ontkenningen of vragen ➝ I don’t have any chairs. / Do you have any
books?
 how many → bij vragen ➝ How many chairs do we need?

Ontelbare zelfstandige naamwoorden (milk, bread, information)
 some → in positieve zinnen ➝ There is some milk in the fridge.
 any → bij ontkenningen of vragen ➝ I don’t have any sugar. / Is there any coffee?
 how much → bij vragen ➝ How much water do you drink?

Bij aanbod of verzoek:
 Gebruik some
➝ Would you like some chocolate?
➝ Can we get some more chairs, please?

Alot of (veel van iets)
 Werkt bij telbaar én ontelbaar: ➝ A lot of apples / A lot of snow
 In vragen of ontkennende zinnen:
➝ Not many carrots (telbaar)
➝ Not much water (ontelbaar)


’S VOOR BEZIT (POSSESSIVE ’S)

• gebruik ’s om te laten zien dat iets van iemand is.
➝ this is maria’s bag.

• gebruik ’s na een naam of zelfstandig naamwoord in enkelvoud.
➝ my brother’s bike is red.
➝ amira’s keys are missing.

• bij meervoud dat eindigt op -s, komt de apostrof achter de -s.
➝ my parents’ house is big.
➝ the twins’ school is closed.

Inhoudsopgave

  1. 01 Voorzetsels en bijvoeglijke naamwoorden 1
  2. 02 -ed vs -ing bijvoeglijke naamwoorden 1
  3. 03 Lidwoorden (a, an, the) 1
  4. 04 Lidwoorden in uitdrukkingen & plaatsnamen 2
  5. 05 Vergelijkingen met bijvoegelijke naamwoorden 2
  6. 06 Gebruik van ‘that’ 2
  7. 07 Infinitief voor doel (to + hele werkwoord 3
  8. 08 a, some, any, much, many 3
  9. 09 ’s voor bezit (possessive ’s) 3
  10. 10 Voorzetsels bij locatie 4
  11. 11 Voorzetsels bij tijd 4
  12. 12 Have / Have got (hebben) 5
  13. 13 Tegenwoordige tijd van ‘to be’ (zijn) 5
  14. 14 A few, few, a little en very little (hoeveelheden): 5
  15. 15 Vraagzinnen (question forms) 6
  16. 16 There is / There are 6
  17. 17 Werkwoorden + -ing of to + infinitief 7
  18. 18 Hoofdletters en apostrofgebruik 7
  19. 19 Like, such, so 7
  20. 20 Vraagwoorden 8
  21. 21 Verbindingswoorden 8
  22. 22 Modale werkwoorden 9
  23. 23 Tijdsbepalende woorden 10
  24. 24 Present simple (tegenwoordige tijd) 10
  25. 25 Present continuous (tegenwoordige tijd) 11
  26. 26 Past simple (verleden) 11
  27. 27 Past continuous (verleden) 12
  28. 28 Toekomstige tijd (future) 12
  29. 29 Present perfect (voltooide tijd) 12
  30. 30 Past perfect (voltooide tijd) 12
  31. 31 Future Perfect (will have + voltooid deelwoord) 13
  32. 32 Future Continuous (will be + werkwoord + -ing) 13
  33. 33 Present Perfect Continuous (have/has been + -ing) 13
  34. 34 first conditional 13
  35. 35 Second conditional 13
    1. 1. Tijden (Tenses) 16
    2. 2. Lidwoorden: a, an, the 16
    3. 3. Telbare en ontelbare woorden (countable & uncountable) 17
    4. 4. Voorzetsels (prepositions) 17
    5. 5. Bezittelijk: apostrof + s (‘s) 17
    6. 6. Vergelijkingen (comparatives & superlatives) 18
    7. 7. Vragende zinnen (questions) 18
    8. 8. Ontkenningen (negatives) 18
    9. 9. Modale werkwoorden (modal verbs) 18
    10. 10. Infinitief en -ing vorm 18
    11. Voorzettels 18
    12. -ed en -ing bijvoegelijke naamwoorden 19
    13. Like, such, so 19

Documentinformatie

Geüpload op
5 mei 2026
Aantal pagina's
19
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
10
Volgers
0
Items
12
Laatst verkocht
3 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen