In dit document vind je een samenvatting voor het vak AFP binnen de opleiding
HBO-Verpleegkunde (leerjaar 2). De inhoud is gestructureerd per week,
gebaseerd op de indeling zoals deze gedurende het schooljaar 2026 is gegeven.
De samenvatting is gebaseerd op de leerstof uit de boeken die in de bronnenlijst
staan.
Inhoudsopgave
Inleiding.................................................................................................................. 1
Legenda.................................................................................................................. 2
Week 1................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 7.1...................................................................................................... 2
Hoofdstuk 7.4.1................................................................................................... 3
Hoofdstuk 7.4.2................................................................................................... 6
Hoofdstuk 8.5.2................................................................................................... 8
Hoofdstuk 8.5.3................................................................................................. 10
Hoofdstuk 9.6.3................................................................................................. 12
Hoofdstuk 9.7.2................................................................................................. 13
Hoofdstuk 9.7.5 t/m 9.7.8.................................................................................. 14
Week 2................................................................................................................. 19
Hoofdstuk 6.1.................................................................................................... 19
Hoofdstuk 6.2.................................................................................................... 20
Hoofdstuk 6.3.................................................................................................... 22
Hoofdstuk 6.4,3 t/m 6.4,5.................................................................................. 23
Hoofdstuk 6.6.................................................................................................... 29
Hoofdstuk 6.9.................................................................................................... 35
Week 3................................................................................................................. 38
Hoofdstuk 10,1.................................................................................................. 38
Hoofdstuk 10.5.1............................................................................................... 41
Hoofdstuk 10.5.2............................................................................................... 48
Hoofdstuk 10.5.4............................................................................................... 50
Week 4................................................................................................................. 55
Hoofdstuk 13.1.................................................................................................. 55
Hoofdstuk 13.4.3 (+ blz. 351 en 352)...............................................................57
Kader 13.1......................................................................................................... 58
Hoofdstuk 13.4.6............................................................................................... 59
Hoofdstuk 13.4.7............................................................................................... 62
Hoofdstuk 13.5.................................................................................................. 65
, Hoofdstuk 13.6.3............................................................................................... 67
Kader 13.3......................................................................................................... 69
Bronnenlijst.......................................................................................................... 69
Legenda
Roodgekleurd woord = Begrip
Dik gedrukt woord = Belangrijk om te weten
ZV of zv = Zorgvrager
i/d = in de
V/d = van de
Week 1
Hoofdstuk 7.1
Medische term Nederlandse term
Basofiele granulocyten Een witte bloedcel met granules in het
cytoplasma
Eosinofiele granulocyten Een witte bloedcel die zich kenmerkt
door relatief grote, regelmatig
gevormde oranje korrels in het
cytoplasma
Erytrocyten Rode bloedcellen
Erytropoëse Aanmaak van rode bloedcellen
Granulocyten Een type witte bloedcel
Hemostase Bloedstolling
Leukocyten Witte bloedcellen
Lymfocyten Een type witte bloedcel, gevormd in
het rode beenmerg
Medulla ossium Beenmerg
Monocyten Een ronde of ovale witte bloedcel,
onderdeel van het immuunsysteem
Neutrofiele granulocyten/ Granulaire witte bloedcel
neutrofiel/ neutrocyten
Trombocyten Bloedplaatjes
tromboplastine weefselfactor, Tissue Factor (TF)
bloed is een transportmiddel en is samengesteld uit plasma en bloedcellen. Het
bloedplasma is een gelige vloeistof dat vooral bestaat uit water, maar ook
voedingstoffen, afvalstoffen, hormonen, plasma eiwitten (waaronder
stollingsfactoren (o.a. fibrinogeen en protrombine) antistoffen en albumine.)
,Albumine zorgt voor een hoge colloid-osmotischedruk. Het heeft een water
aanzuigende werking waardoor er voldoende water in de bloedbaan blijft.
bloedcellen gevormd in rode medulla ossium gevormd uit bloedstamcellen.
Deze stamcellen differentiëren zich in 2 cellijnen:
1. myeloide cellijn na verdere differentiatie ontstaat:
1. erytrocyten ronde, flexibele cellen zonder kern (kunnen
daardoor niet groeien/repareren. Ze worden na 100-120 dagen
afgebroken door milt.) de erytropoëse wordt gereguleerd door
het hormoon erytropoetine (EPO) uit de nieren (Fe, vitamine B12
en foliumzuur zijn essentieel daarvoor).
De belangrijkste functie is transport O2 en CO2. Het bindt aan
hemoglobine (ijzerhoudend eiwit dat voor de rode kleur zorgt).
Oxyhemoglobine = Hb + O2
Carbaminohemoglobine = Hb + CO2
Normale waarde is voor mannen 8,5-11 mmol/l en voor vrouwen
7,5-10 mmol/l.
2. trombocyten (met stollingseiwitten) essentieel voor de
hemostase. Bij beschadiging vaatwand komt tromboplastine vrij.
Dat maakt 1) de trombocyten plakkerig en ontstaat er een prop
van trombocyten omdat ze aan elkaar hechten
(trombocytenaggregatie). 2) activeert stollingseiwitten waarbij
het eiwit fibrine wordt gevormd. De fibrine vormt een
fibrinenetwerk dat de trombocytenprop verstevigt.
3. twee leukocyten: zijn belangrijk voor specifieke en niet-
specifieke afweer.
- Granulocyten kan je onderverdelen in neutrofiele, eosinofiele
en basofiele
- monocyten
2. lymfoide cellijn ontstaat uiteindelijk leukocyten lymfocyten
Hoofdstuk 7.4.1
Anemie = te laag erytrocyten en/of te laag hemoglobinegehalte. Waarvan het
een symptoom is van een onderliggende aandoening.
Risicofactoren
- bloedverlies
- verminderde opname van voedingsstoffen (zoals bij gebruik metformine
(medicijn behandeling diabetes type 2) of protonpompremmers (sterke
medicijn die maagzuurproductie bij de bron remmen), of bij
aandoeningen/operaties van spijsverteringskanaal)
- tekort aan voedingsstoffen
- (chronische) ziekten
- Erfelijke factoren (hemoglobinopathieën (=groep erfelijke aandoening Hb) als
thalassemie (lichaam maakt te weinig/afwijkend hemoglobine), sickel cell trait
en (homozygote) sikkelcelziekte.
Pathofysiologie
, Verschillende soorten anemie ingedeeld op basis van de pathofysiologie. Anemie
door:
1. Acuut bloedverlies absoluut verlies van erytrocyten en bloedverlies
2. door stoornis in de aanmaak Dit kan komen door een tekort aan de
benodigde stoffen. Voor voldoende opname B12, ijzer en foliumzuur is een
evenwichtig voedingspatroon en goed functionerende
spijsverteringskanaal nodig.
kunnen er 3 dingen aan de hand zijn:
1. minder erytrocyten aangemaakt erytropoetine
(stimuleert erytrocyten aanmaak) wordt in nieren
gemaakt.
bij beenmergaandoening zoals leukemie is er te
weinig ruimte in rode beenmerg om erytrocyten
te maken
2. minder Hb aangemaakt bijv. men die de
menopauze hebben doorgemaakt hebben vaak
ijzergebrek anemie, door chronische bloedverlies
in het spijsverteringskanaal (minder ijzer – minder
aanmaak Hb).
3. de aangemaakte Hb functioneert niet goed =
hemoglobinepathieen. Dit kan leiden tot een
versnelde afbraak van erytrocyten.
Belangrijke hemoglobinepathieeen (alfa-
thalassemie, beta-thalassemie, sickelcelziekte).
Ze komen met name voor bij men die uit streken
komen waar malaria heerst.
Beta-thalassemie kan leiden tot zeer ernstige
anemie -> bloedtransfusie noodzakelijk.
Complicatie van bloedtransfusie is ijzerstapeling
(kan hartfalen veroorzaken).
Sikkelcelziekte = kunnen afwijkende erytrocyten
zorgen voor een plotselinge afsluiting van de
kleine bloedvaten. Kan hevige pijn veroorzaken
als gevolg van weefselischemie (sikkelcelanemie).
3. Door een verhoogde afbraak sneller afbraak dan aanmaak =
hemolyse.
Daarnaast kan infectie, chronische inflammatoire aandoening of kanker de
oorzaak zijn van anemie men denkt veroorzaakt door doordat ijzer minder
goed wordt ingebouwd in het Hb en doordat erytrocyten versneld worden
afgebroken.
Symptomen
Symptomen uiting/compensatie van zuurstoftekort i/d weefsels of door oorzaak
v/d anemie.
Algemene klachten:
- Moeheid
- Duizeligheid
- Niet lekker voelen