De Invloed Van Het REDI-Programma Op Wisselen Van Aandacht En Externaliserende
Problemen Onder Kinderen
Famke Linnebank
Student Psychologie Vrije Universiteit Amsterdam
Studentnummer: 2670744
Tutor: Tim Blankert
Groepsnummer: 10
Vak: Statistiek 2
Datum: 31-03-2021
Aantal woorden: 1397
, WISSELEN VAN AANDACHT EN EXTERNALISERENDE PROBLEMEN 2
Executieve functies zijn hogere orde cognitieve processen die worden gebruikt om ons
gedrag te sturen en die zich snel ontwikkelen onder kinderen, waardoor zij beter worden in
bijvoorbeeld aandacht wisselen, dat binnen dit onderzoek onderzocht wordt. Er zal worden
gekeken of kinderen met minder goed ontwikkelde executieve functies geholpen kunnen
worden doormiddel van een interventieprogramma genaamd REDI. Hier zijn al onderzoeken
naar gedaan, waaruit gebleken is dat REDI effectief is in het stimuleren van het ontwikkelen
van executieve functies (Bierman & Torres, 2016). In dit onderzoek willen we gaan kijken in
hoeverre dit invloed heeft op de schoolprestaties van kinderen. De eerste hypothese luidt als
volgt: Er is een positief verband tussen schoolprestaties en wisselen van aandacht posttest.
Het effect van schoolprestaties wordt versterkt wanneer kinderen in de REDI-interventiegroep
zitten.
Ook is er gekeken naar externaliserende problemen. Kinderen met externaliserende
problemen hebben weinig controle over hun emoties. Een voorbeeld van externaliserende
problemen is agressief gedrag. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar
de relatie tussen sociaaleconomische status en externaliserende problemen. Zo is er uit een
onderzoek met Chinese kinderen van 2 en 3 jaar gebleken dat er een negatieve relatie is tussen
inkomen en externaliserende problemen (Zhang, 2014). Binnen dit onderzoek wordt er
gekeken of dit ook het geval is bij Nederlandse kinderen. Ook wordt er gekeken naar geslacht.
Over het algemeen worden jongens als agressiever beschouwd dan meisjes (Hyde, 1984),
daarom willen wij kijken of zij ook hoger scoren op externaliserende problemen. De tweede
hypothese is: Kinderen met een lage sociaaleconomische status hebben een hogere score op
externaliserende problemen dan kinderen met een gemiddelde of hoge sociaaleconomische
status. Verder hebben jongens een hogere score op externaliserende problemen dan meisjes.
Methode
Participanten
Aan dit onderzoek hebben 350 kinderen die op driejarige leeftijd de voorschool
bezochten meegedaan. Er is één uitschieter gevonden, welke is verwijderd en dus bestaat de
steekproef uit 349 kinderen. Het onderzoek bestaat uit twee meetmomenten: één op driejarige
leeftijd tijdens de voorschool en één in groep 2 van de basisschool. Er hebben 176 jongens
(50.4%) en 173 meisjes (49.6%) deelgenomen. Er waren 118 (33.8%) kinderen met een laag
SES, 116 (33.2%) kinderen met een gemiddeld SES en 115 (33.0%) kinderen met een hoog
SES. De kinderen zijn verdeeld over drie groepen, hiervan zaten 115 kinderen in de passieve