• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 80 pagina's
Samenvatting

Social work psychologie samenvatting

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 80 pagina's

Dit is een samenvatting die je zal helpen slagen voor de toets psychologie, die je in je eerste jaar krijgt van socialwork.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting psychologie

,Hoofdstuk 1

1.1
Psychologie is de wetenschap waarbij het zich verplaatsen in een ander een belangrijke rol
speelt. Psychologie werd in 1879 officieel erkent als wetenschap.


1.1.2 De drie thema’s van de psychologie

Onze gedachten bepalen voor een deel onze emoties, en omgekeerd kan een sombere
stemming leiden tot negatieve gedachten. Ook kan bepaald gedrag weer leiden tot prettige
emoties.
De psychologie houdt zich bezig met de wisselwerking tussen deze zaken.
Psychologie is de wetenschap die zich richt op het beschrijven, verklaren en voorspelen van
het gedrag, de gedachten en de emoties van mensen.

Een variant van de psychologie is de klinische psychologie. Hier ligt de focus op stoornissen
en wordt bekeken hoe emoties, gedachten en gedrag afwijken van wat normaal is.

In tegenstelling tot de klinische psychologie houdt de psychologie zich bezig met normale
gedachten, emoties en gedrag. Al zolang mensen bestaan, hebben we ons beziggehouden
met deze drie psychologische thema’s.
Maar aan de oorsprong van de psychologie als wetenschap worden twee namen verbonden:
de Duitser Wilhelm Wundt en de Amerikaan William James.
We beschouwen hen als grondleggers omdat zij de psychologische onderwerpen (emoties,
gedrag en denken) voor het eerst aan wetenschappelijk onderzoek onderwierpen.

Wat maakt wetenschappelijke kennis over psychologie nu zoveel anders dan de kennis die
we in het dagelijks leven op doen over onszelf en over anderen?
Het belangrijkste verschil is dat wetenschappers veronderstellingen grondiger toetsen
voordat ze tot een oordeel komen.

Daar waar de dagelijkse kennis ophoudt, gaat wetenschappelijke kennis verder. Het verschil
tussen wetenschap en dagelijks leven zit niet zozeer in de vragen die gesteld worden, als wel
in de grondigere methoden die gebruikt worden om een antwoord op deze vragen te
krijgen.

De vragen die filosofen zich honderden jaren geleden stelde, spelen nog altijd een rol in
psychologisch onderzoek. Zo zijn de vragen of de verschillen tussen mensen aangeboren of
aangeleerd zijn, en hoe de geest en het lichaam met elkaar in verbinding staan, tot de dag
van vandaag kwesties waarover psychologen zich het hoofd buigen.

,Hoofdstuk 2
De invloedrijkste stromingen zijn
1. De psychoanalyse
2. Het behaviorisme
3. Het humanisme
4. Het cognitivisme
5. De biologische benadering


2.1 De psychoanalyse

Sigmund Freud is de grondlegger van de psychoanalyse. Freud opvattingen zijn in het
werkveld nog altijd actueel: de nadruk die hij legde op onbewuste processen en het belang
van de kindertijd voor de verdere ontwikkeling is ingeburgerd geraakt, en de termen die hij
introduceerde worden nog altijd gebruikt.

Freud raakt zeer geboeid door hysterische klachten, want hoe kon iemand blind worden als
de ogen goed functioneren? Hoe kan je verklaren dat soldaten niet meer konden lopen als er
niets met hun spieren aan de hand was? Dat moest het werk van de psyche zijn. Freud brak
hiermee met de opvattingen van Descartes, die stelde dat lichaam en geest gescheiden
waren. Volgens Freud had de psyche een grote invloed op lichamelijke processen.

Freud stelde dat de psyche een sterke invloed had op het lichaam en in staat was om
zintuigen en lichaamsdelen uit te schakelen. Freuds verklaring voor shellshock was dan ook
dat de soldaten bang waren om te sterven en dat de psyche hun lichaam uitschakelde om
ervoor te zorgen dat ze niet meer aan het front hoefden te vechten.

Bij zijn beschrijving van de werking van de psyche werd Freud sterk geïnspireerd door
Charles Darwin, die korte tijd daarvoor de evolutietheorie had gepubliceerd (1859). Volgens
Darwin overleven alleen die leden van een diersoort die zich het beste hebben aangepast
aan hun omgeving; voornamelijk zij geven hun genen door. Wat is er nu van centraal belang
voor overleven en het doorgeven van genen?
Volgens Freud worden mensen hiervoor met twee onmisbare basisbehoefte geboren: een
behoefte aan seks en een behoefte aan agressie.
De agressie behoefte zorgt ervoor dat iemand zijn territorium kan verdedigen en de seksuele
behoefte zorgt voor nageslacht.
In Freuds ogen bezat een baby dus al seksuele en agressieve behoeftes, doorgegeven via de
evolutie.
In dit opzicht past Freud – met als Descartes – binnen de nature-opvatringen, waarbij het
belang van aangeboren eigenschappen wordt benadrukt.

, 2.1 Hoe ziet het psyche er volgens Freud uit?

De behoeftes van een mens vormden één onderdeel van de psyche. Freud noemde deze
behoeftes driften: innerlijke krachten die het individu aanzetten tot gedrag.
Het onderdeel van de psyche waarin de driften gehuisvest zijn noemde Freud Id.
Deze driften zijn aangeboren.
Volgens Freud waren baby’s helemaal geen schattige wezens, maar een vleesgeworden Id;
een bonk behoeftes, vanaf de geboorte gericht op seks en agressie. Een baby moest worden
opgevoed om de scherpe kanten van het ‘kwaadaardige’ eraf te halen.

Door opvoeding leert een kind welk gedrag wel en niet gewenst is. De seksuele en agressieve
impulsen blijven bestaan, maar een kind leert dat het deze moet onderdrukken, omdat de
ouders het kind anders kunnen straffen.
Zo ontstond er volgens Freud van het tweede levensjaar een nieuw onderdeel van de
psyche: het geweten.
Daarin zijn alle aangeleerde normen en regels opgenomen. Dit geweten noemde Freud het
Superego.

Volgens Freud is de kindertijd zeer bepalend voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Bij
een klein kind zijn zowel het Id als het Superego aanwezig. Een kind leert in de eerste
levensjaren in hoeverre hij andere mensen kan vertrouwen en in hoeverre hij geliefd is. Dit
drukte volgens Freud een levenslange stempel op ons gedrag en de manier waarop wij
onszelf zien. Volgens Freud was de kindertijd dan ook van cruciaal belang voor iemands
verdere ontwikkeling.

In de eerste levensjaren zijn de hersenen nog zeer plastisch en is het brein extra gevoelig
voor prikkels, waardoor ervaringen in de jeugd een zware stempel kunnen drukken op zowel
emotionele als cognitieve ontwikkeling.
Met het ouder worden neemt deze plasticiteit af. Bij de geboorte kan iemand bijvoorbeeld
nog elke taal ter wereld accentloos leren spreken, een vermogen dat bij het ouder worden
sterk afneemt.
Kinderen die in hun jeugd verwaarloosd zijn, ontwikkelen een wat lager hersenvolume dan
kinderen die een stimulerende jeugd hebben gehad.

Volgens Freud was er naast het Id en het Superego nog een derde instantie in de psyche
aanwezig: Het Ego. Het Ego heeft de ondankbare taak om een soort middenweg te vinden
tussen de tegenstelde eisen die het Id (met daarin onze behoeftes) en het Superego (met
daarin het geweten) aan ons stellen.
Het ego dient ook om alle verontrustende en negatieve gedachten die wij over onszelf en de
omgeving hebben naar het onbewuste te verbannen.

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk 1 2
    1. 1.1 2
    2. 1.1.2 De drie thema’s van de psychologie 2
    3. 2.1 De psychoanalyse 3
    4. 2.1 Hoe ziet het psyche er volgens Freud uit? 4
    5. De afweermechanismes: 6
    6. 2.1.3 Hoe te behandelen? 6
    7. 2.1.4 Overdracht en tegenoverdracht bij de behandeling 7
    8. 2.1.5 Discussie rondom de psychoanalyse 7
    9. 2.2 Het behaviorisme 8
    10. 2.2.1 Modeling en shaping 9
    11. 2.2.2 Competentiegericht werken 10
    12. 2.3 Het humanisme: het ontstaan van de derde kracht 10
    13. 2.3.1 De visie van Maslow 11
    14. 2.3.2 Het ontstaan van psychische problemen 12
    15. 2.3.3 De blijvende invloed van humanisme 13
    16. 2.3.4 Van klacht naar kracht: oplossingsgericht werken 13
    17. 2.4 Het cognitivisme 14
    18. 2.4.2 De rol van anderen 15
    19. 2.5.2 Het geval van Phineas Gage 16
    20. 2.5.3 Een apart centrum voor taal 17
    21. 2.5.4 Modern hersenonderzoek 17
    22. 2.5.5 De bouwstenen van het brein: de neuronen 18
    23. 2.5.6 Spiegelneuronen: Descartes versus Locke 19
    24. 2.6 In opkomst: systeemdenken 19
    25. 2.6.1 Systeemgerichte technieken 20
    26. 2.7 Eclectisch werken 21
  2. 02 Hoofdstuk 3 22
  3. 03 Hoofdstuk 4 23
    1. 4.1. Het thema leren in de psychologie 23
    2. 4.2 Klassiek conditioneren 24
    3. 4.2.1 Leren via klassiek conditioneren 24
    4. 4.2.2 Klassiek conditioneren in de praktijk 25
    5. 4.2.3 Waarom is Pavlov baanbrekend? 25
    6. 4.2.4 Generalisatie 26
    7. 4.2.5 Discriminatie 26
    8. 4.2.6 Het opwekken van stress: de experimentele neurose 26
    9. 4.2.7 Extinctie 27
    10. 4.3.1 Het onderzoeken naar wetmatigheden in gedrag 27
    11. 4.3.2 Het aanleren van angst 28
    12. 4.3.3 Het onderzoek met kleine Albert 28
    13. 4.3.4 Het afleren van angst 29
    14. 4.3.5 De principes van Watson in de reclamewereld 29
    15. 4.3.6 Watson als pedagoog 30
    16. 4.4 Terug naar de wet van effect: operant conditioneren 30
    17. 4.4.3 Belonen, straffen en extinctie 30
    18. 4.4.4 Het gevaar van straffen 31
    19. 4.4.5 Wanneer kan straffen goed zijn? 31
    20. 4.4.7 Operant conditioneren en extinctie 31
    21. 4.4.8 Shaping 32
    22. 4.5 Opvallende kenmerken van het blanco blad 32
    23. 4.5.2 Het leren eten van voedsel 32
    24. 4.5.3 Evolutie en leren 33
    25. 4.5.5 Prepared conditioning 33
    26. 4.5.6 Meer dan conditioneren: modeling en spel als bronnen van leren 33
    27. 4.5.7 Spelenderwijs 34
    28. 4.6 De ondergang van het behaviorisme 34
    29. 4.6.1 Leren zonder beloningen 34
    30. 4.6.2 Een plattegrond ‘in het hoofd’ 35
    31. 4.6.3 Wanneer is iets een beloning? 35
    32. 4.6.4 De definitieve ondergang: Chomsky en taal 36
    33. 4.6.5 Beloningen kunnen een straffend effect hebben 37
    34. 4.7 Redeneren en typische denkfouten 37
    35. 4.8 De automatische piloot; het gebruik van heuristieken 38
    36. 4.8.1 De beschikbaarheidsheuristiek 38
    37. 4.8.2 De representativiteitsheuristiek 38
    38. 4.8.3 De affectheuristiek 39
    39. 4.8.4 De bevestigingsheuristiek 39
    40. 4.8.5 De need for closure 39
    41. Hoofdstuk 5 behoeftes en emoties 41
    42. 5.1 Behoeftes en het brein 42
    43. 5.1.1 Lichamelijke behoeftes en de rol van de hypothalamus 45
    44. 5.6 De vier psychologische behoeftes van Maslow 45
    45. 5.6.1 Moderne opvattingen over psychologische behoeftes 48
    46. 5.6.2 Culturele verschillen in psychologische behoeftes 49
    47. Hoofdstuk 7 omgeving en gedrag 52
    48. Hoofstuk 9 Stoornissen en behandelingen (9,7 t/m 9.9) 66

Documentinformatie

Geüpload op
5 april 2026
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€11,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
6 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen