WEEK 1
Literatuur aantekeningen:
In Nederland geldt een gesloten systeem van rechtspersonen.
Vennootschaprecht geregeld in boek 2 BW. Volgens Art. 2:25: is alles dwingend
recht uit boek 2 tenzij uit de wet anders blijkt.
Enige ontstaansgebrek is notariële akte
Een rechtspersoon is een zelfstandig drager van rechten en plichten.
De organisatie van de vennootschap is opgebouwd uit organen. Orgaan is ook
wel een functionele eenheid die beslissingsbevoegdheid heeft.
Een rechtspersoon heeft altijd een bestuur en AVA
Bestuur en AVA mogen in beginsel niet op elkaars terrein komen. Er zijn wel
uitzonderingen. Bijvoorbeeld:
- bestuur zich dient te gedragen naar concrete aanwijzingen van een ander
orgaan (art. 2:239 lid 4).
Behalve de AVA en het bestuur kan de vennootschap nog andere organen
hebben.
- RVC;
- Vergadering aandeelhouders bepaalde soort;
- Aandeelhouderscommissie.
Doel van de vennootschap vindt zijn afbakening in doelomschrijving. Volgens
2:66 2:177 moet dit in de statuten worden opgenomen.
Cancun beschikking: De Hoge Raad overweegt dat wat het
vennootschapsbelang inhoudt afhangt van de omstandigheden van het geval.
Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden wordt het
vennootschapsbelang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het
bestendige succes van deze onderneming. Maar het belang van continuïteit is
niet alleen bepalend.
Corporate Governance code: En de wijze waarop deze wettelijk is verankerd
introduceren een nieuwe vorm van recht in het vennootschapsrecht. De
principes en best practice bepalingen zijn op zichzelf niet juridisch bindend.
Indirect kunnen zij niettemin een bindend effect hebben.
Aansprakelijkheid: Zij die namens de vennootschap handelen– bestuurders of
anderen– zijn niet aansprakelijk. Ook de aandeelhouders zijn niet aansprakelijk,
zij zijn slechts tegenover de vennootschap verplicht hun aandelen vol te storten,
art. 2:175 (164),
Grensoverschrijdend:
Soms wordt misbruik van buitenlandse vennootschapsvormen. Het gaat dan om
naar buitenlands recht opgerichte kapitaalvennootschappen die hun werkterrein
,in NL hebben, maar geen band met het land van oprichting. De WFBLVS richt
zich hier tegen.
Het Europese Hof van Justitie heeft in de zaak Inspire Art geconcludeerd dat
onderdelen van de WFBLVS in strijd zijn met de 11e richtlijn over
nevenvestigingen
De WFBLVS is aangepast zodat zij alleen van toepassing is op vennootschappen
die niet in de EU of de Europese Economische Ruimte zijn opgericht.
Kapitaal:
Kapitaal wordt bij oprichting verschaft doordat aandelen genomen worden.
Nominale waarde: Elk aandeel vertegenwoordigt een bepaald, vastgesteld
bedrag.
Geplaatst kapitaal: De som van de nominale waardes van genomen aandelen.
Door uitgifte van aandelen kan het geplaatste kapitaal na oprichting worden
uitgebreid tot het maximale maatschappelijk kapitaal. Minimaal 20% van
maatschappelijk moet geplaatst zijn (2:67 lid 4) dus x5
Het maatschappelijk kapitaal: is het maximum bedrag waar voor aandelen
kunnen worden uitgegeven zonder statutenwijziging. BV heeft geen
maatschappelijk kapitaal meer (2:178 lid 1) NV wel (2:67 lid 1).
A Pari: aandelen worden uitgegeven tegen nominale waarde
Boven pari: aandelen worden uitgegeven tegen een hogere nominale waarde
Agio: verschil tussen A Pari en Boven Pari.
Gestort kapitaal: het daadwerkelijke gestorte deel van het geplaatste kapitaal.
Moet minimaal 45 k zijn. En minimaal 25% van geplaatst moet gestort zijn 2:80
Obligo: het verschuldigde deel van het geplaatste kapitaal.
Opgevraagd: het verschuldigde deel van het geplaatste kapitaal dat door de
vennootschap is opgevraagd te betalen.
Onder bepaalde omstandigheden vereist de wet statutaire (2:373 lid 4) en
wettelijke reserves (2:373 lid 1 sub e):
Oprichtingsgebrek als niet voldaan is aan kapitaalvereisten 2:67.
art. 2:74 lid 2 zegt dat de NV wordt ontbonden wanneer het geplaatst kapitaal of
het gestorte deel daarvan geringer is dan het minimumkapitaal.
Als bij oprichting niet voldaan is aan minimum stortplicht (of als vennootschap
niet wordt ingeschreven 2:69 lid 1). Zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk
voor alle rechtshandelingen.
Art. 2:80 zegt dat het nominale en agio gestort moet zijn. Uitzonderingen want
nominale bedrag min 25% storten. Uitgangspunt is dat het agio wel onmiddellijk
geheel moet worden gestort (art. 2:80 lid 1).
,Art. 2:80a bepaalt dat de storting op een aandeel in geld moet geschieden, voor
zover niet een andere inbreng is overeengekomen.
Art. 2:80b ten slotte geeft enige algemene regels over inbreng anders dan in
geld (in natura).
De curator kan het obligo altijd opvragen (art. 2:84).
Art. 2:80 lid 4 bepaalt ten slotte dat de aandeelhouder zich ten aanzien van de
verplichting tot storting niet op schuldverrekening (verrekening) kan beroepen.
Voor de vennootschap geldt echter het verbod op verrekening niet.
Een verkrijger van een niet-volgestort aandeel verkrijgt met het aandeel ook de
volstortingsplicht. Agio is in beginsel niet verbonden aan het aandeel.
Art. 2:191, 2:191a en 2:191b geven de algemene bepalingen over de
stortingsplicht bij BV’s.
Art. 2:191 lid 1 staat toe dat het gehele nominale bedrag op een later moment
wordt opgevraagd en gestort. Voor agio was dit ook voor 1 oktober 2012 al
toegestaan.
Art. 2:192 lid 1 sub a bepaalt dat de statuten van een BV verschillende
verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard aan het aandeelhouderschap
kunnen verbinden. Ook het statutair opleggen van persoonlijke
aansprakelijkheid voor schulden van de BV is geoorloofd. Dit kan tevens door
statutenwijziging. Wel blijft het ‘niet tegen zijn wil’-uitgangspunt gelden (art.
2:192 lid 1). Wat betekent dat een aandeelhouder niet gebonden kan zijn aan
zo’n regeling.
Art 2:93a lid 1 bepaalt dat aan de akte van oprichting een bankverklaring
gehecht moet worden. Niet-naleving van dit voor schrift is een
oprichtingsgebrek in de zin van art. 2:21.
De Wet Flex-BV heeft de bankverklaring voor de BV geheel afgeschaft.
Art. 2:191b kan ook in natura ingebracht worden, maar moet wel naar
economische maatstaven gewaardeerd kunnen worden. Een recht op het
verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht. Bij
personenvennootschappen is dat anders. Er moet vervolgens:
- Een beschrijving en toegekende waarde en waarderingsmethoden
- Accountsverklaringen dat ingebrachte gelijk is aan stortingsplicht
In de periode liggende tussen die dag en het tijdstip van waardering kan echter
de waarde van de in te brengen goederen verminderen. Art. 2:94a schrijft
daarom in het eerste lid voor dat de tussenliggende periode maximaal zes
maanden mag bedragen. Is bekend dat de waarde van de in te brengen
goederen na de beschrijving aanzienlijk is gedaald, dan is een tweede
accountantsverklaring vereist (art. 2:94a lid 2, slot).
De Wet Flex-BV heeft de verplichte accountantsverklaring voor de BV helemaal
afgeschaft. De beschrijving van wat wordt ingebracht blijft wel voorgeschreven
(art. 2:204a lid 1).
, Doelomschrijving:
Een rechtshandeling in strijd met het doel is in beginsel geldig. Zij is echter
vernietigbaar indien de wederpartij wist dat het doel werd overschreden of dit
zonder eigen onderzoek moest weten (art. 2:7). Alleen de vennootschap kan een
beroep op deze grond tot vernietiging doen.
Als criterium geldt dat de wederpartij wist dat het doel werd overschreden of dit
zonder nader onderzoek moest weten. Anders dan bij de vraag of iemand te
goeder trouw is in de zin van art. 3:11 BW (vgl. nr. 57) rust dus op de
wederpartij geen onderzoekplicht.
Art. 2:7 geldt voor alle naar buiten gerichte vertegenwoordigingshandelingen,
onverschillig of zij zijn verricht door een bestuurder, statutaire
vertegenwoordiger of een ander. Onverlet blijft de bevoegdheid van de
vennootschap om degene die het doel heeft overschreden intern ter
verantwoording te roepen.
Vrijheid van vestiging:
De bemoeienis van de Europese Unie met het vennootschapsrecht is gebaseerd
op de vrijheid van vestiging zoals omschreven in art. 49 VWEU Verdrag,
Primair vestigingsrecht:
- Vennootschappen die in een lidstaat zijn opgericht en hun statutaire zetel,
hoofdbestuur of hoofdvestiging binnen de Europese Unie hebben, hebben
in het gehele verdragsgebied toegang tot en hebben het recht daar
ondernemingen op te richten en te beheren
Secundair vestigingsrecht:
- Bovendien hebben zij het recht om in andere lidstaten op gelijke voet als
vennootschappen van dat land agentschappen, filialen of
dochterondernemingen op te richten of deel te nemen in
vennootschappen.
Rechtspersonen zijn constructies van het recht en ontlenen hun bestaan aan de
wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn opgericht. ‘creatures of national law’
Voor het bestaan in een andere lidstaat zijn zij afhankelijk van de vraag of deze
lidstaat hun bestaan erkent.
Incorporatieleer: rechtspersoon is onderworpen aan het recht van de staat waar
hij is opgericht en zijn statutaire zetel heeft.
Reële-zetelleer: De rechtspersoon is onderworpen aan het recht van de staat
waar hij zijn hoofdbestuur, of werkelijke zetel heeft.
Literatuur aantekeningen:
In Nederland geldt een gesloten systeem van rechtspersonen.
Vennootschaprecht geregeld in boek 2 BW. Volgens Art. 2:25: is alles dwingend
recht uit boek 2 tenzij uit de wet anders blijkt.
Enige ontstaansgebrek is notariële akte
Een rechtspersoon is een zelfstandig drager van rechten en plichten.
De organisatie van de vennootschap is opgebouwd uit organen. Orgaan is ook
wel een functionele eenheid die beslissingsbevoegdheid heeft.
Een rechtspersoon heeft altijd een bestuur en AVA
Bestuur en AVA mogen in beginsel niet op elkaars terrein komen. Er zijn wel
uitzonderingen. Bijvoorbeeld:
- bestuur zich dient te gedragen naar concrete aanwijzingen van een ander
orgaan (art. 2:239 lid 4).
Behalve de AVA en het bestuur kan de vennootschap nog andere organen
hebben.
- RVC;
- Vergadering aandeelhouders bepaalde soort;
- Aandeelhouderscommissie.
Doel van de vennootschap vindt zijn afbakening in doelomschrijving. Volgens
2:66 2:177 moet dit in de statuten worden opgenomen.
Cancun beschikking: De Hoge Raad overweegt dat wat het
vennootschapsbelang inhoudt afhangt van de omstandigheden van het geval.
Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden wordt het
vennootschapsbelang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het
bestendige succes van deze onderneming. Maar het belang van continuïteit is
niet alleen bepalend.
Corporate Governance code: En de wijze waarop deze wettelijk is verankerd
introduceren een nieuwe vorm van recht in het vennootschapsrecht. De
principes en best practice bepalingen zijn op zichzelf niet juridisch bindend.
Indirect kunnen zij niettemin een bindend effect hebben.
Aansprakelijkheid: Zij die namens de vennootschap handelen– bestuurders of
anderen– zijn niet aansprakelijk. Ook de aandeelhouders zijn niet aansprakelijk,
zij zijn slechts tegenover de vennootschap verplicht hun aandelen vol te storten,
art. 2:175 (164),
Grensoverschrijdend:
Soms wordt misbruik van buitenlandse vennootschapsvormen. Het gaat dan om
naar buitenlands recht opgerichte kapitaalvennootschappen die hun werkterrein
,in NL hebben, maar geen band met het land van oprichting. De WFBLVS richt
zich hier tegen.
Het Europese Hof van Justitie heeft in de zaak Inspire Art geconcludeerd dat
onderdelen van de WFBLVS in strijd zijn met de 11e richtlijn over
nevenvestigingen
De WFBLVS is aangepast zodat zij alleen van toepassing is op vennootschappen
die niet in de EU of de Europese Economische Ruimte zijn opgericht.
Kapitaal:
Kapitaal wordt bij oprichting verschaft doordat aandelen genomen worden.
Nominale waarde: Elk aandeel vertegenwoordigt een bepaald, vastgesteld
bedrag.
Geplaatst kapitaal: De som van de nominale waardes van genomen aandelen.
Door uitgifte van aandelen kan het geplaatste kapitaal na oprichting worden
uitgebreid tot het maximale maatschappelijk kapitaal. Minimaal 20% van
maatschappelijk moet geplaatst zijn (2:67 lid 4) dus x5
Het maatschappelijk kapitaal: is het maximum bedrag waar voor aandelen
kunnen worden uitgegeven zonder statutenwijziging. BV heeft geen
maatschappelijk kapitaal meer (2:178 lid 1) NV wel (2:67 lid 1).
A Pari: aandelen worden uitgegeven tegen nominale waarde
Boven pari: aandelen worden uitgegeven tegen een hogere nominale waarde
Agio: verschil tussen A Pari en Boven Pari.
Gestort kapitaal: het daadwerkelijke gestorte deel van het geplaatste kapitaal.
Moet minimaal 45 k zijn. En minimaal 25% van geplaatst moet gestort zijn 2:80
Obligo: het verschuldigde deel van het geplaatste kapitaal.
Opgevraagd: het verschuldigde deel van het geplaatste kapitaal dat door de
vennootschap is opgevraagd te betalen.
Onder bepaalde omstandigheden vereist de wet statutaire (2:373 lid 4) en
wettelijke reserves (2:373 lid 1 sub e):
Oprichtingsgebrek als niet voldaan is aan kapitaalvereisten 2:67.
art. 2:74 lid 2 zegt dat de NV wordt ontbonden wanneer het geplaatst kapitaal of
het gestorte deel daarvan geringer is dan het minimumkapitaal.
Als bij oprichting niet voldaan is aan minimum stortplicht (of als vennootschap
niet wordt ingeschreven 2:69 lid 1). Zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk
voor alle rechtshandelingen.
Art. 2:80 zegt dat het nominale en agio gestort moet zijn. Uitzonderingen want
nominale bedrag min 25% storten. Uitgangspunt is dat het agio wel onmiddellijk
geheel moet worden gestort (art. 2:80 lid 1).
,Art. 2:80a bepaalt dat de storting op een aandeel in geld moet geschieden, voor
zover niet een andere inbreng is overeengekomen.
Art. 2:80b ten slotte geeft enige algemene regels over inbreng anders dan in
geld (in natura).
De curator kan het obligo altijd opvragen (art. 2:84).
Art. 2:80 lid 4 bepaalt ten slotte dat de aandeelhouder zich ten aanzien van de
verplichting tot storting niet op schuldverrekening (verrekening) kan beroepen.
Voor de vennootschap geldt echter het verbod op verrekening niet.
Een verkrijger van een niet-volgestort aandeel verkrijgt met het aandeel ook de
volstortingsplicht. Agio is in beginsel niet verbonden aan het aandeel.
Art. 2:191, 2:191a en 2:191b geven de algemene bepalingen over de
stortingsplicht bij BV’s.
Art. 2:191 lid 1 staat toe dat het gehele nominale bedrag op een later moment
wordt opgevraagd en gestort. Voor agio was dit ook voor 1 oktober 2012 al
toegestaan.
Art. 2:192 lid 1 sub a bepaalt dat de statuten van een BV verschillende
verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard aan het aandeelhouderschap
kunnen verbinden. Ook het statutair opleggen van persoonlijke
aansprakelijkheid voor schulden van de BV is geoorloofd. Dit kan tevens door
statutenwijziging. Wel blijft het ‘niet tegen zijn wil’-uitgangspunt gelden (art.
2:192 lid 1). Wat betekent dat een aandeelhouder niet gebonden kan zijn aan
zo’n regeling.
Art 2:93a lid 1 bepaalt dat aan de akte van oprichting een bankverklaring
gehecht moet worden. Niet-naleving van dit voor schrift is een
oprichtingsgebrek in de zin van art. 2:21.
De Wet Flex-BV heeft de bankverklaring voor de BV geheel afgeschaft.
Art. 2:191b kan ook in natura ingebracht worden, maar moet wel naar
economische maatstaven gewaardeerd kunnen worden. Een recht op het
verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht. Bij
personenvennootschappen is dat anders. Er moet vervolgens:
- Een beschrijving en toegekende waarde en waarderingsmethoden
- Accountsverklaringen dat ingebrachte gelijk is aan stortingsplicht
In de periode liggende tussen die dag en het tijdstip van waardering kan echter
de waarde van de in te brengen goederen verminderen. Art. 2:94a schrijft
daarom in het eerste lid voor dat de tussenliggende periode maximaal zes
maanden mag bedragen. Is bekend dat de waarde van de in te brengen
goederen na de beschrijving aanzienlijk is gedaald, dan is een tweede
accountantsverklaring vereist (art. 2:94a lid 2, slot).
De Wet Flex-BV heeft de verplichte accountantsverklaring voor de BV helemaal
afgeschaft. De beschrijving van wat wordt ingebracht blijft wel voorgeschreven
(art. 2:204a lid 1).
, Doelomschrijving:
Een rechtshandeling in strijd met het doel is in beginsel geldig. Zij is echter
vernietigbaar indien de wederpartij wist dat het doel werd overschreden of dit
zonder eigen onderzoek moest weten (art. 2:7). Alleen de vennootschap kan een
beroep op deze grond tot vernietiging doen.
Als criterium geldt dat de wederpartij wist dat het doel werd overschreden of dit
zonder nader onderzoek moest weten. Anders dan bij de vraag of iemand te
goeder trouw is in de zin van art. 3:11 BW (vgl. nr. 57) rust dus op de
wederpartij geen onderzoekplicht.
Art. 2:7 geldt voor alle naar buiten gerichte vertegenwoordigingshandelingen,
onverschillig of zij zijn verricht door een bestuurder, statutaire
vertegenwoordiger of een ander. Onverlet blijft de bevoegdheid van de
vennootschap om degene die het doel heeft overschreden intern ter
verantwoording te roepen.
Vrijheid van vestiging:
De bemoeienis van de Europese Unie met het vennootschapsrecht is gebaseerd
op de vrijheid van vestiging zoals omschreven in art. 49 VWEU Verdrag,
Primair vestigingsrecht:
- Vennootschappen die in een lidstaat zijn opgericht en hun statutaire zetel,
hoofdbestuur of hoofdvestiging binnen de Europese Unie hebben, hebben
in het gehele verdragsgebied toegang tot en hebben het recht daar
ondernemingen op te richten en te beheren
Secundair vestigingsrecht:
- Bovendien hebben zij het recht om in andere lidstaten op gelijke voet als
vennootschappen van dat land agentschappen, filialen of
dochterondernemingen op te richten of deel te nemen in
vennootschappen.
Rechtspersonen zijn constructies van het recht en ontlenen hun bestaan aan de
wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn opgericht. ‘creatures of national law’
Voor het bestaan in een andere lidstaat zijn zij afhankelijk van de vraag of deze
lidstaat hun bestaan erkent.
Incorporatieleer: rechtspersoon is onderworpen aan het recht van de staat waar
hij is opgericht en zijn statutaire zetel heeft.
Reële-zetelleer: De rechtspersoon is onderworpen aan het recht van de staat
waar hij zijn hoofdbestuur, of werkelijke zetel heeft.