Bedrijfseconomie
samenvatting
HOOFDSTUK 11, 13-18.3
Hoofdstuk 11: Eigen onderneming?
Paragraaf 11.1: Causation en Effectuation
Als ondernemer heb je de keuze:
- Planmatig – causation, traditioneel ondernemer met een doel en bekende middelen.
- Doelgericht – effectuation, er ontstaat gaande weg een doel.
Causation:
- Je besluit van te voren welke markt je wil betreden.
- Je deelt je markt op in segmenten (marktsegmentatie), geografische kenmerken (plaatselijk),
demografisch (naar leeftijd), sociaaleconomisch (geschooldheid), psychografisch (levensstijl) of
gedragskenmerken.
- Daarna bepaald de onderneming welk marktsegment belangrijk is, doelmarkt.
- Daarna moet de onderneming inspringen op de eigenschappen van zo’n segment, positionering.
Effectuation:
- Bird in the hand, ondernemen vanuit de alreeds beschikbare middelen, de ondernemer is de
basis van het bedrijf.
- Affordable loss, de ondernemer kijkt hoeveel risico hij loopt en als dat meer is dan dat hij wil,
stopt hij de onderneming.
- Crazy Quilt, veel samenwerken met andere die in jouw idee geloven.
- Lemonade, openstaan voor verassingen, als ondernemer moet je veranderen en innoveren.
- Pilot in the plane, jouw handelingen creëren jouw toekomst.
Paragraaf 11.2: persoonlijk plan
Een onderneming starten is een risicovolle stap, je hebt er bepaalde ondernemingskwaliteiten voor
nodig:
- Vakkennis, kennis van de markt, financieel inzicht, doorzettingsvermogen, organisatietalent, lef
om risico te nemen, verantwoordelijkheid durven te dragen, zelfdiscipline, besluitvaardigheid,
sociale vaardigheden, zelfvertrouwen, overtuigingskracht, creativiteit, verantwoordelijkheid.
De ondernemer schrijft in een persoonlijk plan, dingen over zichzelf:
- Persoonsgegevens;
- Motivatie;
- Sterke/zwakke eigenschappen.
, Redenen voor werknemer schap/ondernemerschap:
- Ondernemerschap: vrijheid, eigen werktijden, kans op hoger inkomen.
- Werknemer schap: vaste werktijden, geregeld pensioen, sociale verzekeringen, makkelijke
hypotheek.
Paragraaf 11.3 marketingplan
Een onderneming kan een SWOT-analyse (S = strength W= weakness O= opportunities T= threats)
opstellen, om te kijken naar de zwakke en sterke punten van een onderneming.
Het marketingbeleid is onderdeel van het totale beleid van de onderneming. Bij marketing gaat het
over alle activiteiten gericht op maximale behoeftebevrediging van de afnemers.
Marketingdoelstellingen zijn:
- Behalen van een bepaalde afzet;
- Vergroten van het marktaandeel;
- Behalen van een bepaalde winst;
- Leveren binnen 24 uur;
- Verbeteren van imago.
Een onderneming gebruikt marketinginstrumenten om deze doelstellingen te meten:
- Productbeleid (kwaliteit, soort etc.)
- Prijsbeleid (kortingen, welke prijs etc.)
- Plaats/distributiebeleid (groothandelaar/ detailhandel of rechtstreeks naar consument)
- Promotie/communicatiebeleid (reclame, media etc.)
Paragraaf 11.4: Financieel plan
In een financieel plan kijk je of de plannen voor de onderneming wel haalbaar zijn. Een financieel
plan bestaat uit vijf begrotingen:
- Investeringsbegroting: overzicht van alle investeringen die nodig zijn, ook de aanloopkosten
(kosten die gemaakt worden voor omzet, marktonderzoek etc.)
- Financieringsbegroting: hoe je de investeringsbegroting betaalt.
- Resultatenbegroting: geschatte kosten tegenover de geschatte inkomsten.
- Liquiditeitsbegroting: verwachte uitgaven tegenover de verwachte inkomsten over een periode
van bv. Een jaar. Om zo de pieken en dalen op te vangen.
- Privébegroting: om vast te stellen hoeveel de ondernemer zelf nodig heeft.
Paragraaf 11.5: Praktische zaken
- Als ondernemer moet je een plek vinden om je bedrijf te starten, je mag niet overal alles
bouwen. Een gemeente heeft daarvoor een bestemmingsplan, wat waar gebouwd mag worden.
- Een ondernemer moet bepaalde vergunningen hebben.
- Een ondernemer moet bedrijfsverzekeringen nemen.
- Een ondernemer moet rekening houden met belastingen.
samenvatting
HOOFDSTUK 11, 13-18.3
Hoofdstuk 11: Eigen onderneming?
Paragraaf 11.1: Causation en Effectuation
Als ondernemer heb je de keuze:
- Planmatig – causation, traditioneel ondernemer met een doel en bekende middelen.
- Doelgericht – effectuation, er ontstaat gaande weg een doel.
Causation:
- Je besluit van te voren welke markt je wil betreden.
- Je deelt je markt op in segmenten (marktsegmentatie), geografische kenmerken (plaatselijk),
demografisch (naar leeftijd), sociaaleconomisch (geschooldheid), psychografisch (levensstijl) of
gedragskenmerken.
- Daarna bepaald de onderneming welk marktsegment belangrijk is, doelmarkt.
- Daarna moet de onderneming inspringen op de eigenschappen van zo’n segment, positionering.
Effectuation:
- Bird in the hand, ondernemen vanuit de alreeds beschikbare middelen, de ondernemer is de
basis van het bedrijf.
- Affordable loss, de ondernemer kijkt hoeveel risico hij loopt en als dat meer is dan dat hij wil,
stopt hij de onderneming.
- Crazy Quilt, veel samenwerken met andere die in jouw idee geloven.
- Lemonade, openstaan voor verassingen, als ondernemer moet je veranderen en innoveren.
- Pilot in the plane, jouw handelingen creëren jouw toekomst.
Paragraaf 11.2: persoonlijk plan
Een onderneming starten is een risicovolle stap, je hebt er bepaalde ondernemingskwaliteiten voor
nodig:
- Vakkennis, kennis van de markt, financieel inzicht, doorzettingsvermogen, organisatietalent, lef
om risico te nemen, verantwoordelijkheid durven te dragen, zelfdiscipline, besluitvaardigheid,
sociale vaardigheden, zelfvertrouwen, overtuigingskracht, creativiteit, verantwoordelijkheid.
De ondernemer schrijft in een persoonlijk plan, dingen over zichzelf:
- Persoonsgegevens;
- Motivatie;
- Sterke/zwakke eigenschappen.
, Redenen voor werknemer schap/ondernemerschap:
- Ondernemerschap: vrijheid, eigen werktijden, kans op hoger inkomen.
- Werknemer schap: vaste werktijden, geregeld pensioen, sociale verzekeringen, makkelijke
hypotheek.
Paragraaf 11.3 marketingplan
Een onderneming kan een SWOT-analyse (S = strength W= weakness O= opportunities T= threats)
opstellen, om te kijken naar de zwakke en sterke punten van een onderneming.
Het marketingbeleid is onderdeel van het totale beleid van de onderneming. Bij marketing gaat het
over alle activiteiten gericht op maximale behoeftebevrediging van de afnemers.
Marketingdoelstellingen zijn:
- Behalen van een bepaalde afzet;
- Vergroten van het marktaandeel;
- Behalen van een bepaalde winst;
- Leveren binnen 24 uur;
- Verbeteren van imago.
Een onderneming gebruikt marketinginstrumenten om deze doelstellingen te meten:
- Productbeleid (kwaliteit, soort etc.)
- Prijsbeleid (kortingen, welke prijs etc.)
- Plaats/distributiebeleid (groothandelaar/ detailhandel of rechtstreeks naar consument)
- Promotie/communicatiebeleid (reclame, media etc.)
Paragraaf 11.4: Financieel plan
In een financieel plan kijk je of de plannen voor de onderneming wel haalbaar zijn. Een financieel
plan bestaat uit vijf begrotingen:
- Investeringsbegroting: overzicht van alle investeringen die nodig zijn, ook de aanloopkosten
(kosten die gemaakt worden voor omzet, marktonderzoek etc.)
- Financieringsbegroting: hoe je de investeringsbegroting betaalt.
- Resultatenbegroting: geschatte kosten tegenover de geschatte inkomsten.
- Liquiditeitsbegroting: verwachte uitgaven tegenover de verwachte inkomsten over een periode
van bv. Een jaar. Om zo de pieken en dalen op te vangen.
- Privébegroting: om vast te stellen hoeveel de ondernemer zelf nodig heeft.
Paragraaf 11.5: Praktische zaken
- Als ondernemer moet je een plek vinden om je bedrijf te starten, je mag niet overal alles
bouwen. Een gemeente heeft daarvoor een bestemmingsplan, wat waar gebouwd mag worden.
- Een ondernemer moet bepaalde vergunningen hebben.
- Een ondernemer moet bedrijfsverzekeringen nemen.
- Een ondernemer moet rekening houden met belastingen.