Alles dat je móet weten over de aanslagbelasting
Stappenplan
1. De belastingplichtige doet de aangifte
2. De inspecteur controleert de aangifte
3. De inspecteur legt een voorlopige of definitieve aanslag op
4. Navorderingsaanslag
De aanslag is de grondslag van de betaling
Voorbeelden aanslagbelasting;
- inkomstenbelasting
- vennootschapsbelasting
- schenk- en erfbelasting
Aangiftetermijnen
Uitnodiging tot het doen van aangifte
- artikel 6 lid 1 en 2 AWR; de inspecteur kan de belastingplichtige uitnodigen tot het doen
van de aangifte.
- op grond van artikel 8 AWR is iedereen die is uitgenodigd verplicht de aangifte te doen
door gegevens duidelijk en zonder voorbehoud in te vullen en te verzenden.
- de aangifte moet worden gedaan binnen een termijn van tenminste één maand na het
uitnodigen (artikel 9 lid 1 AWR).
- de termijn kan worden verlengd (artikel 9 lid 1 AWR). Er kunnen voorwaarden gesteld
worden bij de voorlopige aanslag.
Aanslagtermijnen
Primitieve en definitieve aanslag (artikel 11 lid 3 AWR)
- de definitieve aanslag moet binnen drie jaar na het ontstaan van de belastingschuld
worden opgelegd door de Belastingdienst.
- tijdvakbelasting: belastingschuld ontstaat bij het einde van het tijdvak
- uitstel: de aanslagtermijn wordt verlengd met de periode van verleend uitstel. De
Belastingdienst krijgt dus drie jaar + verleend uitstel de tijd om de aanslag op te leggen.
Navorderingsaanslag
- de aanslag wordt opgelegd door de inspecteur na de aangifte.
als achteraf blijkt dat er geen of te weinig belasting is geheven dan kan de inspecteur
geen nieuwe definitieve aanslag opleggen.
máár op grond van artikel 16 AWR kan dit in sommige gevallen wel (navordering).
Deze kan worden opgelegd tot vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld
(artikel 16 lid 1 AWR). Op grond van artikel 16 lid 3 AWR kan deze termijn worden
verlengd met de duur van het verleende uitstel.