,Functioneel systeem
De hersenen functioneren als een geïntegreerd geheel waarin
subsystemen samenwerken om gedrag te realiseren; bij verstoring kan
compensatie optreden maar ontstaan specifieke functiestoornissen.
Functionele eenheden van Luria
Drie interacterende eenheden reguleren activatie, informatieverwerking en
gedragsorganisatie; schade in een eenheid veroorzaakt
respectievelijk arousal-, cognitieve of executieve stoornissen.
Primaire zone
Corticale projectiegebieden voor elementaire sensorische of motorische
verwerking; laesie leidt tot basale uitval binnen een specifieke modaliteit.
Secundaire zone
Aangrenzende gebieden die modaliteitsspecifieke informatie analyseren
en structureren; beschadiging veroorzaakt herkennings- of
interpretatiestoornissen.
Tertiaire zone
Multimodale associatiegebieden voor integratie, planning en
gedragsregulatie; laesie leidt tot complexe stoornissen in executieve en
intentionele processen.
Lateraliteit
Functionele asymmetrie tussen hemisferen met meestal linksdominantie
voor taal; verstoring veroorzaakt specifieke talige of niet-talige uitval.
Halstead-Reitan-testbatterij
Gestandaardiseerde testbatterij voor systematische meting van cognitieve
gevolgen van hersenletsel; afwijkende patronen ondersteunen
lokalisatiehypothesen.
Luria-Nebraska Neuropsychological Battery
Op Luria gebaseerde testbatterij om specifieke gestoorde factoren te
identificeren; profielanalyse wijst op functionele subsystemen die zijn
aangedaan.
Dubbele dissociatie
Aantoonbare onafhankelijkheid van twee cognitieve processen wanneer
laesie X functie A schaadt maar B spaart en laesie Y het omgekeerde
patroon toont; ondersteunt fractionering van cognitieve functies.
Module
Aangeboren, domeinspecifieke en computationeel autonome
informatieverwerkingseenheid; beschadiging leidt tot selectieve
functiestoornis zonder globale achteruitgang.
2
,Boxologie
Modelbenadering waarin cognitieve deelprocessen als afzonderlijke
eenheden worden weergegeven; discrepantie tussen modelvoorspelling en
prestatie impliceert herziening van het model.
Seriële verwerking
Stapsgewijze omzetting van informatie naar hogere representatieniveaus;
laesie op een vroeg niveau verstoort latere verwerking.
Neurale netwerken
Interacterende knopen met parallelle verwerking waarbij leren
verbindingen versterkt; beschadiging leidt tot graduele
prestatievermindering in plaats van alles-of-niets uitval.
Emergente eigenschap
Eigenschap die ontstaat uit interacties binnen een netwerk zonder vooraf
gespecificeerde module; verstoring verandert activatiepatronen en
daarmee gedrag.
Graceful degradation
Principe dat partiële schade proportionele functievermindering
veroorzaakt; weerspiegelt robuustheid van verdeelde representaties.
Content addressability
Eigenschap waarbij een deel van de input het volledige geheugenspoor
activeert; beschadiging vermindert efficiëntie van activatie.
Neurobeeldvorming
Technieken zoals CT, MRI en EEG die structurele en functionele
hersenkenmerken zichtbaar maken; afwijkende patronen correleren met
cognitieve stoornissen.
Cognitieve neurowetenschappen
Interdisciplinair veld dat neurale correlaten van cognitieve processen
onderzoekt; integratie van bevindingen verduidelijkt mechanismen van
functiestoornissen.
Enkelvoudige dissociatie
Selectieve uitval op taak B terwijl taak A intact lijkt; kan wijzen op deels
overlappende maar niet volledig onafhankelijke processen.
Dissociatie
Specifieke uitval binnen een verder intact cognitief systeem; impliceert
gelokaliseerde functiestoornis in plaats van globale degeneratie.
Hemisfeerspecialisatie
Functionele differentiatie tussen linker- en rechterhemisfeer; laesie leidt
3
, tot specifieke stoornissen afhankelijk van dominante functie per
hemisfeer.
Split-brain-operatie
Doorsnijding van het corpus callosum ter behandeling van epilepsie
waardoor interhemisferische communicatie wordt verbroken; onthult
functionele asymmetrie tussen hemisferen.
Corpus callosum
Grote vezelbaan die beide hemisferen verbindt en informatie-uitwisseling
mogelijk maakt; beschadiging
veroorzaakt interhemisferische disconnectiesyndromen.
Geschwind-model
Lokalisationistisch model dat cognitieve functies koppelt aan specifieke
corticale centra en verbindingen; laesie leidt tot voorspelbare
uitvalsverschijnselen in netwerkstructuren.
Agnosie
Stoornis in objectherkenning bij intacte primaire sensoriek; wijst op
beschadiging van secundaire of tertiaire associatiegebieden.
Parallelle verwerking
Gelijktijdige verwerking van informatie in meerdere netwerken; schade
leidt tot graduele verstoring in plaats van seriële blokkade.
Connectionisme
Benadering waarin cognitieve functies voortkomen uit interacties binnen
neurale netwerken; stoornissen reflecteren verstoring van
gewichtsverdelingen binnen het netwerk.
Domain specificity
Kenmerk van een module waarbij slechts specifieke informatie wordt
verwerkt; laesie veroorzaakt selectieve taakgebonden uitval.
Encapsulatie
Eigenschap van modules waarbij verwerking onafhankelijk is van andere
cognitieve processen; beschadiging beïnvloedt alleen het betreffende
subsysteem.
Fixed neural architecture
Vaste neurale structuur onderliggend aan een module; letsel veroorzaakt
consistente en reproduceerbare stoornissen.
Innateness
Aangeboren karakter van modules; stoornissen worden niet verklaard door
leerdeficiëntie maar door structurele beschadiging.
4