Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Algemene rechtsleer
DEEL 1 Wat is recht?
Inleiding: een moeilijke vraag
Wat is recht? (Ontologische vraag)
Welke functies en finaliteiten heeft recht? (Functionele vraag)
Waaruit bestaat recht? (Structurele vraag)
Definitie van recht is relatief
Ultieme definitie ontbreekt, een definitie van recht die altijd en overal
geldig is hebben we nog niet gevonden
“Een geheel van gedragsregels en ermee samenhangende institutionele
voorschriften, uitgevaardigd en gehandhaafd door of krachtens het
maatschappelijk gezag, met het oog op een doeltreffende, rechtszekere
en rechtvaardige ordening van de maatschappij.”
Definitie van basisbegrippen
Ook niet compleet (recht wordt niet overal als geheel van
gedragsregels gezien)
Recht heeft een definitie nodig (niet alle vakken, vb. chemie niet)
Rechters moeten het recht toepassen (we moeten hiervoor weten
wat telt als recht)
Recht is een regelmatigheid die uit de maatschappij waarneembaar
is, het is wat mensen ermee doen
Onderzoek naar het recht kan verkeerd worden begrepen zonder
begripsomschrijving
2 opvattingen
- Essentialistische opvatting
Probeert 1 kenmerk van recht op te noemen
Als iets niet aan alle kenmerken voldoet is het geen recht
Recht heeft altijd een kenmerk dat ons in staat stelt ons te
onderscheiden andere maatschappelijke vormen
- Conventionalistische opvatting
Hoe je recht interpreteert is een keuze, recht is een kwestie van
keuzes
Recht is een conventie: afspraak tussen mensen om iets als recht te
bestempellen
1
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Recht kent vele vormen zoals:
- Gewoonterecht
- Statelijk recht geheel gedragsvoorschriften door de statelijke
actoren uitgevaardigd
- Religieus recht geheel gedragsvoorschriften die gelden binnen
bep. Religie
- Natuurrecht geldt onafhankelijk van menselijke afspraken
- Internationaal recht
Die vormen zijn als familieleden van elkaar
Er is niet bepaald 1 kenmerk die ze allemaal verbindt
Verschillende vormen hebben soms iets met andere vormend te
maken maar er is geen overkoepelende overeenkomst
Recht heeft geen essentiële kenmerken die altijd en overal waar zijn
“Recht is eender wat mensen door hun sociale praktijken identificeren en
behandelen als ‘recht’”
Brian Tamanaha
Recht is een conventie (keuzes) + afhankelijk van waar je woont,…
Recht is relatief naar plaats en tijd (is maatschappijafhankelijk, anders
dan chemie)
- Verschillende vormen van recht (door de tijd, door de ruimte…)
- Recht is een sociale constructie (geconstrueerd door handelingen
van mensen & groepen) met een geschiedenis
Niet focussen op recht als geheel maar op diverse kenmerken
- Geheel aan regels?
Te zien wat je ziet onder regels (perspectief of feitelijk)
- Gericht op normatieve ordening?
Recht is het gevolg van een normatieve ordening
- Rol handhaving?
- Rol rechtvaardigheid?
Wetten en recht (valt niet altijd samen)
Door antwoorden op deze vragen krijgen we een beter beeld van
recht als maatschappelijk verschijnsel
2
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Titel 1 fundamentele transformaties van de
mensenmaatschappij
Proloog mensen zijn sociale wezens
Ons leven krijgt betekenis door relaties met anderen
Onze handelingen zijn ingebed en overgedragen door generaties binnen
een cultuur
Sociale ontwikkeling binnen een gemeenschap is het gevolg van:
- Materiële facetten (ecologische, technologische grondstoffen…)
Voedsel, kleren …
- Ideële facetten (kennis, overtuigingen, waarden, concepten,
gewoonten…)
- Sociale instituten en praktijken
Sociale instituten: patronen van sociale orde die maatschappelijke
behoeften lenigen bv. gezin, kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg,
sportclub …
Gezin bijvoorbeeld, niet zomaar groep mensen die samenleven maar
een georganiseerde vorm van samenleven die verschillende
behoeften vervult (zoals emotionele, economische,…)
Sociale praktijken: alledaagse handelingen en de manier waarop die
gebruikelijk worden verricht in een (groot deel van een) bepaalde
maatschappij (gedragspatronen) vb. schaken, ruzie maken, ruzie
oplossen
Je gaat op babybezoek maar hij is echt lelijk, je zegt toch dat hij
mooi is
Niet alle gemeenschappen zijn sociaal even complex
Er ontstaan vaak een bepaalde hiërarchie binnen een gemeenschap
Leiders zijn hierbij een cruciale rol (in kleine gemeenschappen kan
een leider dit helemaal alleen aan, alles voor het zeggen hebben, in
grotere gemeenschappen lukt dat niet altijd)
Elke gemeenschap doet basisbehoeften van maatschappij (vb.
watervoorziening, voedselbedeling, bescherming van gezondheid en
veiligheid…)
Maatschappelijke organisatie gekenmerkt door 2 vormen van specialisatie:
Horizontale specialisatie
Planning, inrichting, uitvoering... verdeeld over zelfde niveau
3
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
vb. profs doen elk hun eigen ding NAAST elkaar
Verticale specialisatie
Planning, inrichting, uitvoering … verdeeld over hiërarchisch verschillende
niveaus
Vb. de decaan, rector van rechten (geven geen les, staan daarboven)
Recht is in elke samenleving aanwezig (ubi societas, ibi ius) MAAR het is
niet hetzelfde in elke samenleving (verschilt van kleinere rijken, grotere
rijken, is ook verandert doorheen de geschiedenis,…)
De volgende samenlevingsvormen:
- Samenlevingen van jager-voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten
Geen tussenstapjes naar de ideale staat, rijken en moderne staten zijn
gewoon complexer
Die groepen kijken niet op dezelfde manier naar het leven (en de
maatschappij)
De manier waarop andere samenlevingsvormen georganiseerd zijn
tref je ook aan in onze moderne staat maar dan in groep(en) binnen
een (diverse) samenleving
Hoofdstuk 1 jager-voedselverzamelaars
Vanaf ontstaan mensheid tot intrede landbouwsamenleving
(paleolithicum, sommige plaatsen op aarde later of zelfs nooit, daar leven
ze nog steeds in deze clans)
Kenmerken:
- Clans van +- 25 mensen (familiebanden)
- Clans maken deel uit van groter netwerk met meer clans
- Grotendeels egalitair (geen hiërarchie → leiderschap? Enkel op
beslissende momenten)
- Basis voor leiderschap: persoonlijke kwaliteiten (niet erfelijk!!)
- Goederendeling en wederkerigheid: erg gebruikelijk
Ze gebruiken een paar regels (bijvoorbeeld i.v.m. diefstal)
Regels en gebruiken over bezit en gebruik van goederen:
1. Oogst (en wild)
2. Menselijke arbeid (+ seksuele en reproductieve capaciteiten)
4
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
3. Heilige kennis
4. Land en waterbronnen
Aanspraken hierop verschillen van naargelang culturelere
opvattingen + economische omstandigheden
5. Roerende goederen (gereedschap, wapens, kookgerei, vergaard
voedsel…)
Individuele aanspraken (weerspiegelt investering voor
verwerving/vervaardiging) dit is de basis om roerende goederen te
kunnen schenken en uitwisselen (ook tussen clans)
Zo ontstaan ruilssystemen
In SJVV: kosteloze hulpverlening, in andere samenlevingen:
contractenrecht
2 soorten clans:
Onmiddellijk wederkerige clans van jager- en
voedselverzamelaars
Gebruiken vergaarde voedsel onmiddellijk
Gereedschappen zijn makkelijk vervangbaar, eenvoudig & weinig
arbeidsintensief
Familie-eenheden zijn minder afhankelijk, losscheuren vr kleine groepjes is
makkelijker
Flexibele samenleving
Uitgestelde wederkerige clans van jager- en voedselverzamelaars
Voorwerpen (gereedschappen … ) zijn veel arbeidsintensiever, brengen
ook niet altijd ogenblikkelijk voedsel op, soms pas in de loop der jaren (vb.
netten, vallen)
Ze verwerken en bewaren voedsel + onderhouden plekken waar voedsel in
het wild voorkomt
Mannen kunnen vrouwen uithuwelijken, familie-engagementen zijn dus
veel langduriger uithuwelijken = investeren in de toekomst door
meerdere partijen (voorbeeld door giften & diensten die de man en
eventueel vrouw krijgt, toekomstige vrouw is ook een economische
waarde)
Er zijn duurzame en langdurige relaties nodig
Hierdoor ook meer uitgebreide aanspraak op goederen
5
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Uitgebreid eigendomsrecht: middel om menselijke relaties te
stroomlijnen, verbindt mensen door bijvoorbeeld voorwerpen
Er is ook opgemerkt dat in talloze primitieve samenlevingen ook
gedragsregels en toeschriften zijn voor huwelijkeksbeperkingen, …
Er zijn ook regels die grenzen stellen aan diefstal, … maar ook onderscheid
tussen toevallige doodslag en “met voorbedachten rade” + straffen hier
op
Risico “oog om oog, tand om tand” beperken
Hoofdstuk 2 chiefdoms
Vanaf 5000 v.Chr.
Kenmerken:
- Groepen van 100’en tot 10.000’en
- Sedentair (niet nomadisch, anders dan SJVV)
- Erfelijke sociale stratificatie en meer ongelijkheid
Duidelijk onderscheiden rollen in chiefdoms
Erfelijke leider (chef) en eliteklasse vs. krijgers,
ambachtslieden, gewone mensen
Chef: aanzien als goddelijke persoon uiting in taken en goederenverdeling
Verschillende lagen van chefs in grotere en complexere
samenlevingen
Klassenverschil onder meer zichtbaar in feit dat elite meer goederen
gebruikt
Onduidelijk waarom er meer ongelijkheid is, 2 soorten verklaringen:
Functioneel noodzakelijk voor coördinatie (politiek leiderschap,
economie…)
Conflict winnaars competitie m.b.t. status, rijkdom en macht
Er moet leiding zijn in zo een grote groep MAAR veroorzaakt ook conflicten
(strugle for power)
Regels en gebruiken over persoonlijk letsel, huwelijksbeperkingen zijn
hetzelfde als in SJVV
Goederenverdeling is anders dan in SJVV
Niet meer op basis van wederkerigheid
Hiërarchisch (meer voor elite) en op basis van tribuut (belastingen)
Chefs hebben zeggenschap over land + toedeling kleine stukken land aan
boeren vormt basis om arbeid & goederen als belasting te eisen
6
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
Algemene rechtsleer
DEEL 1 Wat is recht?
Inleiding: een moeilijke vraag
Wat is recht? (Ontologische vraag)
Welke functies en finaliteiten heeft recht? (Functionele vraag)
Waaruit bestaat recht? (Structurele vraag)
Definitie van recht is relatief
Ultieme definitie ontbreekt, een definitie van recht die altijd en overal
geldig is hebben we nog niet gevonden
“Een geheel van gedragsregels en ermee samenhangende institutionele
voorschriften, uitgevaardigd en gehandhaafd door of krachtens het
maatschappelijk gezag, met het oog op een doeltreffende, rechtszekere
en rechtvaardige ordening van de maatschappij.”
Definitie van basisbegrippen
Ook niet compleet (recht wordt niet overal als geheel van
gedragsregels gezien)
Recht heeft een definitie nodig (niet alle vakken, vb. chemie niet)
Rechters moeten het recht toepassen (we moeten hiervoor weten
wat telt als recht)
Recht is een regelmatigheid die uit de maatschappij waarneembaar
is, het is wat mensen ermee doen
Onderzoek naar het recht kan verkeerd worden begrepen zonder
begripsomschrijving
2 opvattingen
- Essentialistische opvatting
Probeert 1 kenmerk van recht op te noemen
Als iets niet aan alle kenmerken voldoet is het geen recht
Recht heeft altijd een kenmerk dat ons in staat stelt ons te
onderscheiden andere maatschappelijke vormen
- Conventionalistische opvatting
Hoe je recht interpreteert is een keuze, recht is een kwestie van
keuzes
Recht is een conventie: afspraak tussen mensen om iets als recht te
bestempellen
1
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Recht kent vele vormen zoals:
- Gewoonterecht
- Statelijk recht geheel gedragsvoorschriften door de statelijke
actoren uitgevaardigd
- Religieus recht geheel gedragsvoorschriften die gelden binnen
bep. Religie
- Natuurrecht geldt onafhankelijk van menselijke afspraken
- Internationaal recht
Die vormen zijn als familieleden van elkaar
Er is niet bepaald 1 kenmerk die ze allemaal verbindt
Verschillende vormen hebben soms iets met andere vormend te
maken maar er is geen overkoepelende overeenkomst
Recht heeft geen essentiële kenmerken die altijd en overal waar zijn
“Recht is eender wat mensen door hun sociale praktijken identificeren en
behandelen als ‘recht’”
Brian Tamanaha
Recht is een conventie (keuzes) + afhankelijk van waar je woont,…
Recht is relatief naar plaats en tijd (is maatschappijafhankelijk, anders
dan chemie)
- Verschillende vormen van recht (door de tijd, door de ruimte…)
- Recht is een sociale constructie (geconstrueerd door handelingen
van mensen & groepen) met een geschiedenis
Niet focussen op recht als geheel maar op diverse kenmerken
- Geheel aan regels?
Te zien wat je ziet onder regels (perspectief of feitelijk)
- Gericht op normatieve ordening?
Recht is het gevolg van een normatieve ordening
- Rol handhaving?
- Rol rechtvaardigheid?
Wetten en recht (valt niet altijd samen)
Door antwoorden op deze vragen krijgen we een beter beeld van
recht als maatschappelijk verschijnsel
2
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Titel 1 fundamentele transformaties van de
mensenmaatschappij
Proloog mensen zijn sociale wezens
Ons leven krijgt betekenis door relaties met anderen
Onze handelingen zijn ingebed en overgedragen door generaties binnen
een cultuur
Sociale ontwikkeling binnen een gemeenschap is het gevolg van:
- Materiële facetten (ecologische, technologische grondstoffen…)
Voedsel, kleren …
- Ideële facetten (kennis, overtuigingen, waarden, concepten,
gewoonten…)
- Sociale instituten en praktijken
Sociale instituten: patronen van sociale orde die maatschappelijke
behoeften lenigen bv. gezin, kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg,
sportclub …
Gezin bijvoorbeeld, niet zomaar groep mensen die samenleven maar
een georganiseerde vorm van samenleven die verschillende
behoeften vervult (zoals emotionele, economische,…)
Sociale praktijken: alledaagse handelingen en de manier waarop die
gebruikelijk worden verricht in een (groot deel van een) bepaalde
maatschappij (gedragspatronen) vb. schaken, ruzie maken, ruzie
oplossen
Je gaat op babybezoek maar hij is echt lelijk, je zegt toch dat hij
mooi is
Niet alle gemeenschappen zijn sociaal even complex
Er ontstaan vaak een bepaalde hiërarchie binnen een gemeenschap
Leiders zijn hierbij een cruciale rol (in kleine gemeenschappen kan
een leider dit helemaal alleen aan, alles voor het zeggen hebben, in
grotere gemeenschappen lukt dat niet altijd)
Elke gemeenschap doet basisbehoeften van maatschappij (vb.
watervoorziening, voedselbedeling, bescherming van gezondheid en
veiligheid…)
Maatschappelijke organisatie gekenmerkt door 2 vormen van specialisatie:
Horizontale specialisatie
Planning, inrichting, uitvoering... verdeeld over zelfde niveau
3
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
vb. profs doen elk hun eigen ding NAAST elkaar
Verticale specialisatie
Planning, inrichting, uitvoering … verdeeld over hiërarchisch verschillende
niveaus
Vb. de decaan, rector van rechten (geven geen les, staan daarboven)
Recht is in elke samenleving aanwezig (ubi societas, ibi ius) MAAR het is
niet hetzelfde in elke samenleving (verschilt van kleinere rijken, grotere
rijken, is ook verandert doorheen de geschiedenis,…)
De volgende samenlevingsvormen:
- Samenlevingen van jager-voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten
Geen tussenstapjes naar de ideale staat, rijken en moderne staten zijn
gewoon complexer
Die groepen kijken niet op dezelfde manier naar het leven (en de
maatschappij)
De manier waarop andere samenlevingsvormen georganiseerd zijn
tref je ook aan in onze moderne staat maar dan in groep(en) binnen
een (diverse) samenleving
Hoofdstuk 1 jager-voedselverzamelaars
Vanaf ontstaan mensheid tot intrede landbouwsamenleving
(paleolithicum, sommige plaatsen op aarde later of zelfs nooit, daar leven
ze nog steeds in deze clans)
Kenmerken:
- Clans van +- 25 mensen (familiebanden)
- Clans maken deel uit van groter netwerk met meer clans
- Grotendeels egalitair (geen hiërarchie → leiderschap? Enkel op
beslissende momenten)
- Basis voor leiderschap: persoonlijke kwaliteiten (niet erfelijk!!)
- Goederendeling en wederkerigheid: erg gebruikelijk
Ze gebruiken een paar regels (bijvoorbeeld i.v.m. diefstal)
Regels en gebruiken over bezit en gebruik van goederen:
1. Oogst (en wild)
2. Menselijke arbeid (+ seksuele en reproductieve capaciteiten)
4
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
3. Heilige kennis
4. Land en waterbronnen
Aanspraken hierop verschillen van naargelang culturelere
opvattingen + economische omstandigheden
5. Roerende goederen (gereedschap, wapens, kookgerei, vergaard
voedsel…)
Individuele aanspraken (weerspiegelt investering voor
verwerving/vervaardiging) dit is de basis om roerende goederen te
kunnen schenken en uitwisselen (ook tussen clans)
Zo ontstaan ruilssystemen
In SJVV: kosteloze hulpverlening, in andere samenlevingen:
contractenrecht
2 soorten clans:
Onmiddellijk wederkerige clans van jager- en
voedselverzamelaars
Gebruiken vergaarde voedsel onmiddellijk
Gereedschappen zijn makkelijk vervangbaar, eenvoudig & weinig
arbeidsintensief
Familie-eenheden zijn minder afhankelijk, losscheuren vr kleine groepjes is
makkelijker
Flexibele samenleving
Uitgestelde wederkerige clans van jager- en voedselverzamelaars
Voorwerpen (gereedschappen … ) zijn veel arbeidsintensiever, brengen
ook niet altijd ogenblikkelijk voedsel op, soms pas in de loop der jaren (vb.
netten, vallen)
Ze verwerken en bewaren voedsel + onderhouden plekken waar voedsel in
het wild voorkomt
Mannen kunnen vrouwen uithuwelijken, familie-engagementen zijn dus
veel langduriger uithuwelijken = investeren in de toekomst door
meerdere partijen (voorbeeld door giften & diensten die de man en
eventueel vrouw krijgt, toekomstige vrouw is ook een economische
waarde)
Er zijn duurzame en langdurige relaties nodig
Hierdoor ook meer uitgebreide aanspraak op goederen
5
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026
, Algemene rechtsleer – gedoceerd door professor Peeraar
Uitgebreid eigendomsrecht: middel om menselijke relaties te
stroomlijnen, verbindt mensen door bijvoorbeeld voorwerpen
Er is ook opgemerkt dat in talloze primitieve samenlevingen ook
gedragsregels en toeschriften zijn voor huwelijkeksbeperkingen, …
Er zijn ook regels die grenzen stellen aan diefstal, … maar ook onderscheid
tussen toevallige doodslag en “met voorbedachten rade” + straffen hier
op
Risico “oog om oog, tand om tand” beperken
Hoofdstuk 2 chiefdoms
Vanaf 5000 v.Chr.
Kenmerken:
- Groepen van 100’en tot 10.000’en
- Sedentair (niet nomadisch, anders dan SJVV)
- Erfelijke sociale stratificatie en meer ongelijkheid
Duidelijk onderscheiden rollen in chiefdoms
Erfelijke leider (chef) en eliteklasse vs. krijgers,
ambachtslieden, gewone mensen
Chef: aanzien als goddelijke persoon uiting in taken en goederenverdeling
Verschillende lagen van chefs in grotere en complexere
samenlevingen
Klassenverschil onder meer zichtbaar in feit dat elite meer goederen
gebruikt
Onduidelijk waarom er meer ongelijkheid is, 2 soorten verklaringen:
Functioneel noodzakelijk voor coördinatie (politiek leiderschap,
economie…)
Conflict winnaars competitie m.b.t. status, rijkdom en macht
Er moet leiding zijn in zo een grote groep MAAR veroorzaakt ook conflicten
(strugle for power)
Regels en gebruiken over persoonlijk letsel, huwelijksbeperkingen zijn
hetzelfde als in SJVV
Goederenverdeling is anders dan in SJVV
Niet meer op basis van wederkerigheid
Hiërarchisch (meer voor elite) en op basis van tribuut (belastingen)
Chefs hebben zeggenschap over land + toedeling kleine stukken land aan
boeren vormt basis om arbeid & goederen als belasting te eisen
6
Lize Saint Germain – academiejaar 2025-2026