Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 58 pagina's
Samenvatting

samenvatting algemene psychologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 58 pagina's

een volledige samenvatting algemene psychologie

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING PSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: WAT IS PSYCHOLOGIE?
- Psychologie = de wetenschap die menselijk gedrag bestudeert
o Door objectieve kennis te verzamelen: waarnemingen en ervaringen over
bepaald domein ordenen
o Theorie (verklaren en voorspellen)
o Systematisch onderzoek = gecontroleerde omgeving




WETENSCHAPPELIJK ONDEROEK BESTAAT UIT 5 STAPPEN

a. Hypothese = vaststelling (eerder toevallig) = observatiefase waarna men een
mogelijke verklaring (=hypothese) kan geven
b. Experiment = testen
c. Controle = testen of het geen toevalligheid was
d. Resultaat
e. Voorspelling


GEDRAG

= zinvolle reactie op een zinvolle situatie

• S-O-R = gedrag

 S = situatie
 O = organisme (persoon)
 R = reactie (op het gedrag)
- Gedrag wordt bepaald door factoren in de persoon en door factoren in zijn
omgeving
Bv. band van een fiets plakken: hoe meer ervaring de persoon heeft met een band
te plakken, hoe sneller en beter zijn/haar reactie gaat zijn

Stimulus-Organism-Response (SOR) Model

Het SOR-model (Stimulus-Organisme-Respons) is een psychologisch model dat uitlegt hoe
externe omgevingsfactoren (Stimulus) de interne processen van een individu
(Organisme) beïnvloeden, wat leidt tot een bepaald gedrag (Respons). Waar het
oorspronkelijke behaviorisme (S-R model) zich focuste op waarneembaar gedrag, voegt
het SOR-model de 'O' toe om aan te tonen dat de interne verwerking, zoals gevoelens en
gedachten, een cruciale rol speelt in hoe we op stimuli reageren.

Stimulus (S):

De externe omgeving of gebeurtenissen die een individu waarnemen. Dit kunnen
bijvoorbeeld signalen, reclame of omgevingsfactoren zijn.

,Organisme (O):

De interne, niet direct waarneembare factoren van het individu, zoals percepties,
gevoelens, gedachten, motivaties en biologische toestanden. Deze elementen verwerken
de stimulus en beïnvloeden de uiteindelijke reactie.

Respons (R):

De gedragsmatige of psychologische reactie van het individu op de stimulus, die
beïnvloed wordt door de interne processen in het organisme. De reactie kan bijvoorbeeld
toenadering of vermijding zijn.

In de psychologie beschrijft de uitspraak gedrag = f(p,s) dat gedrag (f) een functie is van
de persoon (p) en de omgeving (s). Dit concept, dat afkomstig is uit
het behaviorisme, stelt dat zowel interne psychologische factoren van een individu als
externe omgevingsfactoren essentieel zijn om gedrag te begrijpen. Het model benadrukt
dat gedrag aangeleerd is door interacties met de omgeving, zoals bekrachtiging en straf,
en niet alleen door innerlijke drijfveren.

f (functie):

Dit vertegenwoordigt het gedrag zelf. Het gedrag is een uitkomst van de interactie tussen
de persoon en de omgeving.

p (persoon):

Dit verwijst naar de individuele eigenschappen van een persoon, inclusief diens
psychologische aspecten, leergeschiedenis en innerlijke toestand.

s (omgeving/situation):

Dit omvat alle externe invloeden en prikkels uit de omgeving die gedrag kunnen
beïnvloeden, zoals de sociale omgeving, fysieke omstandigheden en leerervaringen.



KENMERKEN VAN GEDRAG

- Globaliteit: Gedrag is niet een simpel gevolg van één oorzaak, maar een
complex samenspel van interne factoren (bijvoorbeeld gedachten, gevoelens,
karaktereigenschappen) en externe factoren (bijvoorbeeld de omgeving, de
situatie).
- Doelgerichtheid: Gedrag is vaak niet willekeurig, maar heeft een intentie of
doel. Mensen vertonen gedrag om een bepaald doel te bereiken, zoals het
verkrijgen van een gewenst resultaat of het vermijden van een ongewenste
uitkomst.
- Gedrag is persoonlijk: Elk gedrag is uniek voor een individu. Het wordt
beïnvloed door de specifieke karaktereigenschappen, ervaringen, overtuigingen
en waarden van die persoon, waardoor gedrag altijd een persoonlijke lading
heeft.
- Multicausaliteit (meervoudige causaliteit): Dit is het principe dat gedrag
nooit door één enkele oorzaak wordt bepaald. Er zijn altijd meerdere factoren die
tegelijkertijd inwerken om een specifiek gedrag te bewerkstelligen, of het nu gaat
om interne of externe oorzaken.

,Samenvattend legt het SOR-model uit hoe prikkels verwerkt worden, en de kenmerken
van gedrag specificeren hoe deze verwerking plaatsvindt en wat er bij betrokken is
(persoonlijke kenmerken, doelgerichtheid, en de vele oorzaken van gedrag).



GLOBALITEIT

Een wisselwerking tussen:

 Lichamelijke toestand en omgeving
 Cognitieve toestand en omgeving
 Emotionele toestand en omgeving
 Totale persoon en omgeving

o Bv. Voorbeeld: als je moe bent (lichamelijk) ga je een mindere cognitieve toestand
hebben en ga je misschien ook een emotionelere toestand hebben.

Globaliteit: Globaliteit verwijst naar het vermogen om de wereld en jezelf in een breder
verband te zien.

Gedrag is niet een simpel gevolg van één oorzaak of zomaar willekeurig,maar een
betekenisvolle reactie op de situatie waarin men zich bevindt. Het is een complex
samenspel van interne factoren:

- Lichamelijke toestand: fysieke gezondheid en het welzijn van het lichaam

- Cognitieve toestand: denken (gedachten), geheugen en taal

- Emotionele toestand: gevoelens en stemmingen

en externe factoren (bijvoorbeeld de omgeving, de situatie).

GEDRAG IS DOELGERICHT

Doelgerichtheid: Gedrag is vaak niet willekeurig, maar heeft een intentie of
doel. Mensen vertonen gedrag om een bepaald doel te bereiken, zoals het verkrijgen van
een gewenst resultaat of het vermijden van een ongewenste uitkomst.

Doelgerichtheid of intentionaliteit

 Of intentie
 Een persoon doet bijna altijd iets met een doel

GEDRAG IS PERSOONLIJK

- Elk gedrag is uniek voor en individu
- Beinvloed door karaktereigenschappen, ervaringen, overtuigingen en waarden van
een persoon

MULTICAUSALITEIT

- Gedrag nooit door 1 enkele oorzaak wordt bepaald, altijd meerdere factoren die
tegelijkertijd inwerken op specifiek gedrag (kunnen interne of externe oorzaken
zijn)
- Vb: nationaliteit, gender, thuissituatie, leefmilieu, leeftijd, opleiding

, DOELSTELLINGEN PSYCHOLOGIE

- Beschrijven: feitenmateriaal verzamelen door enquêtes, vragenlijsten
- Verklaren: oorzaken v.e. fenomeen proberen verklaren (waarom?)
- Voorspellen: waterdichte voorspellingen niet mogelijk binnen psychologie
- Beinvloeden: menselijk gedrag en cognitie beïnvloeden op vraag v client



PSYCHOLOGIE EN MENSENKENNIS

- Intuïtieve mensenkennis = Inzichten van persoon zelf, talrijke ervaring
- We weten hoe mensen gaan reageren op een bepaalde situatie
- Bijvoorbeeld: als we iemand treiteren of hindernissen in de weg leggen,
dan gaat deze persoon kwaad worden en misschien zelfs agressief
- Maar bijvoorbeeld: als we iemand een geschenkje geven of
ongevraagd iets voor hem/haar doen, dan gaat deze persoon zich
gevleid voelen
- Al deze inzichten leren we door onze directe omgeving, ze worden doorgegeven
van generatie op generatie → spreekwoorden
- Algemeen doel: van zowel intuïtieve mensenkennis als die van de wetenschap:
- Ervaringsmateriaal wetenschap = objectieve indrukken die systematisch
verzameld zijn in een gecontroleerde situatie
- Objectieve vaststellingen:
- Hoeksteen van de wetenschap
- Hun observaties moeten in principe door iedere onderzoeker
herhaald en gecontroleerd kunnen worden → dit moet uitspraken
veroorzaken die persoonlijk en subjectief zijn
- Objectiviteitsbeginsel: vertrekt vanuit objectieve gegevens
- Houdt in dat de wetenschap altijd vertrekt van objectieve gegevens:
Vaststellingen, feiten, instrumenten (zoals, thermometers, pluviometers,
bloeddrukmeters,…)
- Intersubjectiviteit = een mening van verschillende mensen


ONDERVERDELINGEN IN DE PSYCHOLOGIE

A) Klinische psychologie: individuen die problemen ondervinden in hun proefsituatie
(relatie, gezin,..) -> te begeleiden door naar een oplossing te zoeken
B) Arbeidspsychologie: Omschrijven als het beter op elkaar afstemmen van de
individuele werknemer en zijn werkomgeving, en dit goed draaiende te houden
C) Schoolpsychologie: telt zich tot de taak van individuele leerlicht en school zo goed
mogelijk af te stemmen -> adviseren bij studiekeuze
D) Theoretische psychologie: Menselijk handelen bestuderen van bepaald standpunt
E) Ontwikkelingspsychologie: bestudeert veranderingen die zich in het gedrag
voordoen (motoriek,...)
F) Sociale psychologie: bestudeert het gedrag voor zover dir beïnvloed wordt door
andere
G) Persoonlijkheidspsychologie: onderzoekt in hoeverre bepaalde kenmerken
onderling samenhangen.
H) Experimentele psychologie: processen die zowat ieder gedrag een rol spelen.
(waarneming, geheugen, automatische leerprocessen, denken, motivatie,
gevoelens en emotie)

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk 1: wat is psychologie? 1
    1. wetenschappelijk onderoek bestaat uit 5 stappen 1
    2. Gedrag 1
    3. Kenmerken van gedrag 2
    4. Globaliteit 3
    5. Gedrag is doelgericht 3
    6. Gedrag is persoonlijk 3
    7. Multicausaliteit 3
    8. Doelstellingen psychologie 4
    9. Psychologie en mensenkennis 4
    10. Onderverdelingen in de psychologie 4
    11. Het experiment 5
    12. Gevalstudie 5
    13. De observatie 5
    14. De vragenlijst 5
    15. Gedragswetenschappen 5
  2. 02 hoofdstuk 2: stromingen en therapieen in de psychologie 6
    1. Overzicht psychologische stromingen 6
    2. Behaviorisme 7
    3. humanistische psychologie 8
    4. Cliëntcentered therapie 8
    5. Toepassingen humanistische psychologie 9
    6. Cognitieve psychologie 9
    7. Ret Ellis 10
    8. Systeem- en communicatiedenken 10
    9. therapieën voor psychische stoornissen 12
    10. Evaluatie van Therapieën 13
  3. 03 hoofdstuk 3: De waarneming 13
    1. waarnemingsproces 13
    2. Gewaarwording 13
    3. prikkels organiseren tot 1 geheel 14
    4. persoonswaarneming 14
    5. oorzaken van gedrag 15
    6. eten met je oren 15
  4. 04 Hoofdstuk 4: het geheugen 16
    1. zintuigelijk geheugen 16
    2. Korte termijn geheugen 16
    3. lange termijn geheugen 17
    4. Functie van het geheugen 17
    5. Vergeten 17
    6. mogelijkheden ter verbetering van het geheugen 17
    7. Stress 17
  5. 05 Hoofdstuk 5: motivatie (belangrijk) 18
    1. inleiding 18
    2. motivatietheorieën 18
    3. Doelstellingentheorie Locke 19
    4. Motivationele conflicten 19
    5. Motivatie en eetgedrag 20
    6. Transtheoretisch model Prochaska 20
    7. Zelfdeterminatie Ryan en deci 24
    8. Motivational interview 26
    9. Fasen in motivational principes 26
    10. Nadelen motivational interview 27
    11. Hoe ga je om met weerstand 27
    12. Nudging 28
    13. soorten nudging 28
  6. 06 Hoofdstuk 6: Emotie 29
    1. Kenmerken emotie 29
    2. Soorten emoties 29
    3. Theorie van darwin 29
    4. James-lange theorie 29
    5. Activatietheorie 30
    6. Cannon bard 30
    7. Experiment schachter en singer 30
    8. olds en milner 31
    9. Perceptie van emoties: emoties worden eenduidig uitgedrukt in expressies 31
    10. Experinment brady 32
    11. Experiment weiss 32
    12. Emo-eten 32
    13. Mindful eten 33
    14. Mindful eten: soorten honger 34
    15. mindful eten: omgaan met negatieve gevoelens 35
  7. 07 Hoofdstuk 7: Externe factoren 35
    1. Experiment schachter 35
    2. Experiment: zwaarlijvigen en normaal gewicht 36
    3. Smaakgewaarwording 36
    4. Experiment haskim 36
    5. Externe prikkels manipuleren, interne prikkels constant 36
    6. Sandwich-experiment 37
    7. Jom Kippoer 37
    8. Vlucht parijs -new york 37
    9. Experiment skinnerbox 37
    10. Experiment zwaar vs licht deksel 37
    11. Experimant amandelnoten 37
    12. Concentratieproef 38
    13. Nootjes in lichtsterkte 38
    14. De smaak van chocolade 38
    15. chocolade 38
  8. 08 H8. Leren (belangrijk) 38
    1. Habituatie of gewenning 39
    2. Klassieke condiotionering 39
    3. Contiguïteit en contigentie 39
    4. Operante contitionering, leren door belonen of straffen of leren door ‘ trail and error’ 39
    5. Model leren, modeling od sociaal leren 41
    6. oefeningen 41
    7. leervorm van toepassing? 42
    8. Gedragstherapie 43
  9. 09 hoofdstuk 9: food en gender (culturele aspecten van voedsel) 47
    1. Worden voedingskeuzes beïnvloed door het geslacht/rollen? 47
    2. attitudes van mannen en vrouwen ten aanzien van voeidng en gezondheid 48
    3. de culturele context en voeding 48
    4. Construeren we onze identiteit met voedsel? 48
    5. Voeding: symbool van gender-kwaliteit 48
    6. sociale status en kracht 49
  10. 10 Hoofdstuk 10: denken (belangrijk) 49
    1. inleiding 49
    2. begrijpen 49
    3. redeneren 50
    4. problemen oplossen 51
    5. kritisch denken 52
    6. stappenplan redeneringen 53
    7. de stelling 53
    8. een reden 53
    9. een bezwaar 53
    10. een weerlegging 54
    11. drogredenen herkennen 54

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
18 februari 2026
Aantal pagina's
58
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen