Insolventierecht
Douwe Jacobs
2023-2024
,Inhoudsopgave
Week 1 ..................................................................................................................................... 3
Week 2 ..................................................................................................................................... 8
Week 3 ................................................................................................................................... 14
Week 4 ................................................................................................................................... 23
Week 5 ................................................................................................................................... 30
Week 6 ................................................................................................................................... 39
Week 7 ................................................................................................................................... 47
,Week 1
Inleiding
Deze week geeft een introductie tot het faillissementsrecht. Centraal staat wat een
faillissement precies is, wat de hoofdregels ervoor zijn en welke rol de curator daarin
heeft. Tot slot komt de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) aan bod,
alsmede haar hoofdrolspelers.
Jurisprudentie
- HR 16 december 2011, NJ 2012/515, m.nt. F.M.J. Verstijlen (Prakke/Gips)
- HR 28 juni 2013, NJ 2013/365 (Y) (Bundel aanvullende JP)
- HR 17 januari 2014, NJ 2014/61 (Unitco)
- HR 24 maart 2017, NJ 2018, 225 (Säkaphen/Carrecon-Piguillet)
- HR 9 november 2018, NJ 2018/464 (De Klerk c.s)
- HR 25 mei 2018, NJ 2019/393 (Coöperatieve Rabobank U.A./Winters)
- Rb Den Haag, 16 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12219 (Bundel
aanvullende JP)
Insolventieprocedures faillissement
Allereerst is van belang om te kijken wat faillissement nu precies is. De staat van
faillissement is een staat waarin een (rechts)persoon in toestand verkeerd dat hij is
opgehouden te betalen, zo volgt uit art. 1 lid 1 Fw. Uit faillissement vloeit dan een
collectieve verhaalsprocedure voor zijn schuldeisers voort, welke onder leiding van
de curator staat. De curator kijkt op welke manier en in hoeverre de schuldeisers in
hun schuld kunnen worden voldaan uit de faillissementsboedel, waarbij kenmerkend
is dat lang niet iedereen zijn geld terugkrijgt.
Art 1 lid 1 Fw bepaalt wanneer iemand failliet kan worden verklaard:
- Er moet een schuldenaar zijn;
- Die in toestand verkeerd dat hij heeft opgehouden met betalen;
Dit is het kernvereiste voor faillissement. Het vereiste is nader ingekleurd door
jurisprudentie. Er gelden drie subvereisten:
o Pluraliteit van schuldeisers
De Hoge Raad heeft in meerdere arresten bepaald dat het niet
voldoende is als een subject van de aanvraag van faillissement slechts
één schuldeiser heeft. Er dienen meerdere schuldeisers te zijn. Zo ook
in het arrest HR Säkaphen/Carrecon-Piguillet: de Hoge Raad komt
niet terug op het pluraliteitsvereiste (r.o. 3.3.1), omdat het faillissement
ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar over diens
gezamenlijke schuldeisers te verdelen (r.o. 3.3.2). Alle schuldeisers die
een vordering op de schuldenaar hebben, hebben een zogeheten
‘steunvordering’
Opmerking verdient dat de rechter de pluraliteit van schuldeisers ex
nunc toetst. Zo blijkt onder andere uit het arrest HR H./Unitco. Daarin
lukte het Unitco om schuldenaar H. failliet te laten verklaren. H ging
echter in hoger beroep, omdat hij tussentijds de andere schuldeisers
had voldaan. De Hoge Raad oordeelt dat de rechter in hoger beroep ex
nunc moet kijken of er aan het pluraliteitsvereiste is voldaan (r.o. 3.3.1).
Het hof had een onjuiste rechtsopvatting, daar waar het oordeelde dat
, het niet kon uitsluiten dat H. leningen aan was gegaan om die
schuldeisers te betalen: het had moeten onderzoeken of summierlijk
van die leningen was gebleken. Nb: als er sprake was geweest van die
leningen, vloeiden daaruit opnieuw steunvorderingen voort. Dan was
wél aan het pluraliteitsvereiste voldaan (r.o. 3.3.2).
In het arrest HR Rabobank/X (Winters) oordeelde de Hoge Raad
daarnaast dat het niet van belang is dat zeker of dat steunvorderingen
in de nabije toekomst zullen worden voldaan. Daarmee houdt hij het ex
nunc-vereiste streng aan (r.o. 3.4.3).
Verder volgt uit het arrest dat de omvang van de vordering niet vast
hoeft te staan ten tijde van de faillissementsaanvraag: voldoende is dát
de vordering bestaat.
o Er is sprake van minimaal één opeisbare schuld
Binnen de pluraliteit van schuldeisers moet minimaal één schuld
opeisbaar zijn. Dit kan zowel de hoofdvordering als een steunvordering
zijn. Is er geen opeisbaarheidsmoment afgesproken, dan wordt een
vordering terstond opeisbaar op grond van art. 6:38 BW.
o De toestand
Grote bedrijven hebben vrijwel altijd opeisbare schulden van meerdere
schuldeisers. Voorbeeld: Albert Heijn. Dat betekent echter niet dat zij in
toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen. De rechter
moet daarom ook onderzoeken of het bedrijf de schulden ook echt niet
kán betalen.
- Eigen verzoek of verzoek schuldeiser tot faillietverklaring
Een faillissement kan worden aangevraagd door een schuldeiser, maar ook
door de schuldenaar zelf. Daarbij is van belang dat moet worden onderzocht
of laatstgenoemde geen misbruik van zijn bevoegdheid tot
faillissementsaanvraag maakt. In het arrest HR Y was sprake van een
natuurlijke persoon die zijn faillissement aanvroeg om zo in de schuldsanering
te kunnen belanden. De Hoge Raad was het eens met het hof, dat oordeelde
dat hij misbruik van bevoegdheid maakte. Hij had immers geen vermogen om
te verdelen onder schuldeisers. Daardoor zou ook het salaris van de curator
niet kunnen worden betaald, waardoor deze onevenredig benadeeld zou
worden (r.o. 3.1).
- Daaruit voortvloeiend rechterlijk vonnis
o Uit art. 6 lid 3 Fw volgt dat de rechter toetst:
▪ Of er summierlijk blijk is van de hierboven genoemde toestand
▪ Het vorderingsrecht van de aanvragende schuldeiser, indien
daar sprake van is
o De rechter doet dus een liquiditeitstoets!
Hoofdrolspelers in faillissement
Faillissement kent een aantal hoofdrolspelers, waarvan de curator en de rechter-
commissaris de belangrijkste zijn.
- Curator