• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 108 pagina's
Samenvatting

samenvatting fysiopathologie en ziekteleer - nieuw uitgewerkte vragen ()

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 108 pagina's

Het examen van het vak fysiopathologie en ziekteleer bestaat uit 3 open vragen (+1 casus) uit een lijst die in het begin van het semester bekend wordt gemaakt. In deze samenvatting bevinden zich alle uitgewerkte NIEUWE examenvragen (25-26). A.d.h.v. van deze vragen behaalde ik 15/20.

Voorbeeld van de inhoud

ATHEROSCLEROSE

BESCHRIJF HET VERLOOP VAN ATHEROSCLEROSE

- silentieus = achtergrondgegeven, niet gemerkt door patiënt
angina = symptoom dat wijst op onvoldoende perfusie hart
o Ontstaan klachten
- Tijdslijn
o Vanaf jonge leeftijd tot het einde van het leven (80+)
o Evoluteert doorheen ganse leven

doorsnede normale arterie (10-20j)

- Donkerblauwe cirkel = lumen arterie
oranje = endotheellaagje
wit = lamina elastica interna & lichtblauw = tunica media
- Als kind normaal gebouwde arterie
vanaf 20+ ontstaan er bij mensen microscopische veranderen
- Meestal slechts 1 sector van arterie getroffen = excentrisch
o Neo-intima gevormd = weefselschilletje gevormd tussen
lamina interna & endotheel
bestaat uit gladde spiercellen
- Kleine neo-intima heeft nauwelijks invloed op lumen => perfusie orgaan niet belemmerd
- Meer neiging neo-intima te vormen bij overgang van kleine naar grote arterie

Verdikking krijgt andere samenstelling (20-40j)

- Ahteros = centraal = gele schil
o Opgengebarsten, gelyseerde cellen volgepropt met vet
- Atheros centraal als sikkel, afgegrens naar lumen toe dmv stevige neo-intima = prille atheroplaque
- Plaque geen wezenlijke invloed op globale doormeter van arterie
o Geen invloed perfusie => geen symptomatologie
- Silentieus proces continu over verschillende decaden

Volumineuze atheorplaque (>40j)

- Plaque wordt volumineuze door groter wordende centrale atheros
o Perfusie nog steeds silentieus

Doorgang blijft zelfde maar arterie vergroot (40-80j)

- Globale doormeter arteire groter parallel met groter geworden plaque
ZODAT perfusie zo lang mogelijk behouden blijft
- Remodelling = positief = klassiek fenomeen atheroclersoe
- Wit sterretje = accumulatie van inflammatorie cellen
o Clustering = belangrijk kantelmoment
o Inflammatoire cellen zullen lytische enzymen plaatselijk vrijstellen
=> zullen afschermband van atheros naaar lumen afbreken
 Inflammatoire cellen = macrofagen & monocyten




1

, - Plaque komt in contact met bloed lumen
o Atheros = pro-trombogeen
o Bloedplaatjes hechten op atheros => klonter/stolsel ontstaat op atheros
o Klonter in direct contact met bloedbaan (op enkele min gevormd)
- Donkerblauw sterretje = kalk
o Bij opruimacties van inflammatoire processsen vorming littekenweefsel & kalkknobbeltje
- Bij gevorderde atherosclerose => aderverkalking getroffen

Ziekteproces

- Plaque heeft decaden nodig om vorm te krijgen
- Plots ontstaan scheur & atheros vormt op enkele minuten tijd een klonter => lumen krimpt
o Klonter kan zelfs heel bloedvat afsluiten => geen perfusie bij achterliggende weefsel
=> weefsel zal afsterven => necrose = infarct
- Maar grote opruimactief => dynamisch proces ontstaat bij stolsel
thrombus als littekenweefsel mee geïntegreerd in atheroplaque
- Proces gaat verder & kan opnieuw scheur voorkomen

HOE GAAT EEN ATHEROOMPLAQUE OVER VAN EEN STABIELE NAAR EEN
VULNERABELE FASE, EN WAT ZIJN HIERVAN DE MOGELIJKE KLINISCHE
GEVOLGEN?

- stabiel => Stevige fibreuze kap
- Vulnerabiliteit = kwetsbaarheid met kans op ruptuur &
trombusvorming
o ziekte gaat tot symptomatologie resulteren
o vulnerabele plaque = kantelmoment van het verloop
- vulnerabele plaque
o in schouderzone inflammatoire cellen & scheur ontstaan
o contact met bloed => ontstaan stolsel
- protrombogene neiging zo sterk dat lumen volledig werd afgesloten => onderbroken orgaanperfusie
o klinisch beeld = infarct

BESCHRIJF DE ENDOTHELIALE CONTROLE VAN DE VAATTONUS.
WELKE ROL SPEELT HET ENDOTHEEL IN DE PATHOGENESE VAN
ATHEROSCLEROSE?

- Endotheel = hoofdrolspeler = cellaag aan binnenzijde van vaatwand
=> centrale rol in regulatie vaattonus
- Functies endotheelcellen
o Scheiden stoffen uit die vaatwand ontspannen
 Stikstofmonoxide, prostacycline & EDHF
o NO = vasodilator = diepliggende spierlagen in contact met NO
waardoor relaxatie geïnduceerd wordt => vasodilatatie
o Kan sotffen uitscheiden die vaatvernauwing induceren
 Endothelin-1 & thromboxaan A2
 Verhouding beide stoffen bepaalt hoe sterk vaatspeir samentrekt
 Cruciaal voor doorbloeding, bloeddruk & weefselperfusie
- In celmembraan endotheelcellen muscarine receptoren
o Geactiveerd door circulerend ACh => na activatie gaat intracellulair via L-arginine de
gasvormige NO gevormd worden => NO veroorzaakt vasodilatatie


2

, - Risicofactoren van atherosclerose die effect hebben op niveau van endotheelcellen
=> zorgen voor dysfunctioneel endotheel
o Nicotine bij roken, lipiden problemen, diabetes & hoge bloeddruk
- Dysfunctioneel endotheel heeft weinig tot geen muscarine receptoren in membraan
o GEVOLG: ACh in circulaite aanwezig heeft geen effect muscarine receptor endotheelcel
=> rechtstreeks effect op muscarine receptor in membraan dieper liggende spiercel
=> omgekeerde gedrag gladde spiercel => vasoconstrictie ipv dilatatie

Conclusie: bij dysfunctioneel endotheel veroorzaakt door risicofactoren krijg je regelmatig shift naar
vasoconstrictie

Dysfunctioneel endotheel

- In membraan endotheelcellen aan ene kant verdwijnen muscarine receptoren
MAAR aantal andere receptoren (selectines) komen wel tot expressie
=> chemokines vrijstellen
- Chemokines = stoffen met als doel de ontstekingscellen in circulatie aantrekken

WELKE FYSIOPATHOLOGISCHE ROL SPELEN MONOCYTEN, MACROFAGEN, T-
LYMFOCYTEN & DENDRITISCHE CELLEN EN STAMCELLEN IN HET PROCES VAN
ATHEROSCLEROSE?

- Inflammatoire cellen gaan uit circulatie naar endotheel toegetrokken
- Selectines = CAM’s in membraan van endotheel
- Endotheelcellen stellen chemokines vrij in circulaite
o Doel: inflammatoire cellen in circulatie triggeren om naar vaatwand te gaan
- Inflammatoire cel raakt vaatwand tegen de selectines => vastgeklit
o Bij dysfunctioneel endotheel
- Dysfunctioneel endotheel blijft chemokines vrijstellen => permanente influx inflammatoire cellen
o Maar heeft einde levensduur => regematige vernieuwing door aanvankelijk gezonde
endotheelcellen

Monocyt

- Inflammatoire cellen tegen endotheelcellen gaan door poriën tss endotheelcellen migreren naar
subendotheliale ruimte => naar dieperliggende neo-intima
 Ontstekingscellen komen in vaatwand terecht
- Monocyten zullen diferentiëren tot macrofaag

Macrogaaf

- Gaat vetpartikels beginnen fagocyteren & in zich opnemen
o Vetpartikels = LDL cholesterol = slecht
- Macrofaag blijt vetpartikels opnemen & vormt schuimcel = foam cell
o Schuimcel = macrofaag volledig gevuld met LDL
- Macrofaag is onverzadigbaar => blijft fagocyteren tot hij barst & openscheurt vol met LDL
o Inhoud schuimcel komt vrij tss andere omgevende levende cellen
 Krijgt mix van schuimcellen, vettig materiaal & gelyseerde schuimcellen = atheros

T-lymfocyten


3

, - Gaan ook uit circulatie naar endotheel
- Belangrijke aansturende rol => via secretie aantal cytokines gevormd door T-cel
=> aan monocyt bevel geven om te differentiëren tot macrofaag
- Tweede rol = aantal van de cytokines
o Gladde spiercellen uit tunica media doorheen poriën lamina elastica interna migreren tot net
onder endotheel & stevige neo-intima die atheros gaat afschermen v/h lumen

Dendritische cel

- Schaars aanwezig
- Globaal aansturende rol
- = APC = antigen-presenterende cel
- Kan na presentatie v/h betreffende Ag een T-cel activeren => T-cel kan taak uitvoeren
o LDL kan fungeren als Ag
o T-cel laat monocyt differentiëren tot macrofaag & begint gladde spiercellen aan te trekken

Stamcellen

- Subtiele maar belangrijke rol
- Oude endotheelcellen moeten vernieuwd worden
- Endotheel herstel => EPC’s uit beenmerg differentiëren tot endotheelcellen
o Dragen bij aan reparatie endotheelbeschadiging
o EPC = endotheel-progenitorcellen
- Ontstekingsbijdrage
o Hemotopoëtische stamcellen in beenmerg leveren monocyten & andere immuuncellen
=> migreren naar vaatwand & dragen bij aan ontsteking, schuimcelvorming & plaque
regressie
- Plaquevorming & instabiliteit
o Stamcellen differentiëren tot gladde spiercellen of fibroblast-achtige cellen
=> kan stabiliserend & destabiliserend werken

WELKE FYSIOPAHTOLOGISCHE ROL SPELEN BLOEDPLAATJES & DE
HEMOSTASECASCADE IN HET PROCES VAN ATHEROSCELROSE?
KADER HIERBIJ OOK DE BELANGRIJKSTE ANTITHROMBOTISCHE BEHANDLEINGEN
ZOALS GEBRUIKT BIJ ATHEROSCLEROSE

Bloedplaatjes

- Thrombi bestaan uit bloedplaatjes & weinig/niet uit fibrine
- Hoge druk gebieden => bloed stroomt snel & dynamisch doorheen arteriën
o Stel stolsel gevormd => cellulair mechanisme nodig => bloedplaatjes
o Fibrine vormen thrombi in lage druk gebied
- Plaque vulnerabel & fibreuze kap dun
plots door vasospasme scheurt kap open => atheros in contact met arteriële bloed dat doorheen
lumen stroomt => bloedplaatjes door contact met atheros geactiveerd
=> gaan vasthechten met componenten die op plaats scheur aanwezig zijn
=> krijgt snel monoloog van plaatjes die gaat afkitten => cascade in beweging gezet door bloedplaatjes
1) Bloedplaatje heeft vastgehecht
o Receptor in membraan bloedplaatje = glycoproteïne 2B3A receptor
2) Receptor geactiveerd => plooit open & maakt ontvankelijk voor fibrinogeen molecule
o Fibrinogeen in circulatie aanwezig & hechten vast op open geplooide 2B3A receptor


4

Inhoudsopgave

  1. 01 Atherosclerose 1
    1. Beschrijf het verloop van atherosclerose 1
    2. Hoe gaat een atheroomplaque over van een stabiele naar een vulnerabele fase, en wat zijn hiervan de mogelijke klinische gevolgen? 2
    3. Beschrijf de endotheliale controle van de vaattonus. Welke rol speelt het endotheel in de pathogenese van atherosclerose? 2
    4. Welke fysiopathologische rol spelen monocyten, macrofagen, T-lymfocyten & dendritische cellen en stamcellen in het proces van atherosclerose? 3
    5. Welke fysiopahtologische rol spelen bloedplaatjes & de hemostasecascade in het proces van atheroscelrose? kader hierbij ook de belangrijkste antithrombotische behandleingen zoals gebruikt bij atherosclerose 4
    6. Beschrijf de belangrijkste risicofactoren voor atherosclerose bij de mens, en kader hun fysiopathologisch aangrijpingspunt. 5
  2. 02 Ischemisch hartlijden 6
    1. Beschrijf fysiopathologie, kliniek en prognose van stabiele angor pectoris 6
    2. Beschrijf fysiopathologie, kliniek en prognose van onstabiele angor pectoris 7
    3. Beschrijf fysiopathologie, kliniek en prognose van acuut myocardinfarct 7
    4. Beschrijf de belangrijkste complicaties, en hun fysiopathologisch mechanisme, van een acuuut myocardinfarct 8
    5. Besrpeek bondig de voornaamste technische onderzoeken waarmee coronaire atheromatose kan gediagnosticeerd worden 9
    6. Beschrijf de belangrijkste therapeutische aangrijpingspunten van coronaire ischemisch hartlijden medicamenteus & niet-medicamenteus 10
  3. 03 Vaatziekten 12
    1. Bespreek de belangrijskte oorzkaen en de klinische presentatie van een aorta aneurisme en een aortadissectie 12
    2. Bespreek de klinische symptomalogie die ontstaat door een evolutieve atheroomplaque in de A. Femoralis 13
    3. Bespreek het Raynaud fenomeen 14
    4. Wat is de fysiopathologische basis van varices, en bespreek de belangrijkste complicaties 14
    5. Bespreek de belangrijkste risicofactoren voor diep veneuze thrombose, en de belnagrijkste complicaties van de aandoening 15
  4. 04 valvulopathie 16
    1. beschrijf de etiologie, fysiopathologie, kliniek & prognose van een aortaklepstenose 16
    2. beschrijf de belangrijkste fysiopathologische & klinische verschillen tussen een acute & chronische aortaklepinsufficiËntie 18
    3. beschrijf de etiologie, fysiopahtologie & kliniek van mitralisstenose 19
    4. beschrijf de belangrijkste fysiopathologische en klinische verschillen tussen een acute en chronische mitralisklepinsufficientie 20
    5. bespreek de druk- & volumeoverbelasting, & voornaamste compensatiemechanismen bij valvulopathieen 21
    6. beschrijf de fysiopahtologie en klinische beeld van endocarditis 22
  5. 05 Cardiomyopathie – hartfalen 24
    1. Wat is een gedilateerde cardiomyopathie? Wat zijn de belnagirjkste oorzkaen van deze aandoening en beschrijf fysiopathologisch 24
    2. Wat is een hypertrofe obstructieve cardiomyopathie? Beschrijf de fysiopathologie van de hypertrofe obstructieve cardiomyopathie 25
    3. Wat is een restrictieve cardiomyopathie? Beschrijf de fysiopathologie van deze aandoening 26
    4. Bespreek de multi-orgaanfysiologie van hartfalen 27
    5. Op welke wijze speelt het RAAS-systeem een fysiopathologische rol bij hartfalen? 28
    6. Beschrijf de verschillende farmacoloigsche behandelingsvormen voor hartfalen, en plaats ze tegenover hun aangrijpingspunt in de fysiopathologie van deze aandoening 29
    7. Bespreek de fysiopathologie van het cardio-renaal dilemma 30
  6. 06 Nierziekten 30
    1. Beschrijf het begrip klaring door de nieren. Hoe kun je dit begrip toepassen om de glomerulaire filtratie te berekenen? Beschrijf de belangrijkste klinische laboratoriumtesten ter evaluatie van de renale klaringsfunctie bij de mens. 30
    2. Bespreek de belangrijkste nierfuncties bij de gezonde mens. 31
    3. Bespreek de voornaamste oorzaken en tevens de fysiopathologische gevolgen van acute nierinsufficiëntie (ani)? Bespreek ook de symptomatologie. 33
    4. Bespreek de belangrijkste glomerulopathieën. 34
    5. Welke zijn de voornaamste oorzaken van prerenale nierinsufficiëntie? 36
    6. Welke zijn de voornaamste oorzaken van renale nierinsufficiëntie? 36
    7. Bespreek de voornaamste oorzaken van postrenale nierinsufficiëntie. 37
    8. Hoe ontstaat nefrolithiase? Bespreek de klinische symptomatologie en de belangrijkste klinische complicaties. 38
    9. Welke zijn de voornaamste oorzaken van chronische nierinsufficiëntie (CNI)? Beschrijf de symptomen en tekens van chronische nierinsufficiëntie. 39
    10. Beschrijf het metabolisme van calcium, fosfor en vitamine-D bij chronische nierinsufficiëntie. Bespreek ook de hieruit voortvloeiende klinische symptomatologie. 41
    11. Bespreek renale osteodystrophie 42
    12. Beschrijf de belangrijkste verschillen tussen acute en chronische nierinsufficiëntie. 43
    13. Beschrijf concreet hoe we aan de hand van een bloed en urine onderzoek de nier kunnen evalueren. 44
    14. Bespreek bondig de basisprincipes van nierfunctievervangende therapieën. 45
  7. 07 Endocrinologie 46
    1. Beschrijf de fysiologische acties van schildklierhormoon. 46
    2. Bespreek de ziekte van Graves (definitie en etiologie, symptomen en tekenen, diagnostiek, behandeling). 47
    3. Bespreek de ziekte van Hashimoto (definitie en etiologie, symptomen en tekenen, diagnostiek, behandeling). 48
    4. Welke hormonen maken de bijnieren aan, waar worden ze exact geproduceerd, en wat is hun fysiologische functie? 50
    5. Bespreek ziekte van Addison: definitie, oorzaken, symptomen, behandeling (voor- en nadelen van onder- versus overbehandeling). 53
    6. Bespreek syndroom van Cushing: definitie, etiologie, waarom screenen, welke 3 eerstelijns screeningstesten? 55
    7. Beschrijf op welke wijze organen informatie over gewichtsregeling met het brein communiceren en hoe en waar het brein die informatie integreert. (niet in nieuwe document) 56
    8. Beschrijf de veranderlijke en onveranderlijke oorzaken van obesitas 60
    9. Beschrijf de diagnostische criteria en de verschillen in pathofysiologie van type 1 en type 2 diabetes. 62
    10. Beschrijf de complicaties van diabetes mellitus en de risicofactoren die hiertoe bijdragen. 65
  8. 08 Longziekten 72
    1. Leg de hygiëne hypothese uit en hoe dit een potentiële verklaring biedt voor de stijgende incidentie van astma in westerse landen. 72
    2. Benoem een aantal belangrijke fenotypes van astma & beschrijf de bijbehorende inflammatoire pathways die bij de pathofysioloige betrokken zijn. 72
    3. Benoem de definitie van astma & beschrijf de onderliggende pathologische bevinden in de luchtwegwand bij astma 74
    4. Welke processen zorgen voor de typische pathologische bevindingen van de luchtwegwand bij een astmapatiënt? 76
    5. Beschrijf waar de verschillende meidcamenten voor astma aangrijpen in pathofysiologische mechanismen van astma 78
    6. Benoem de verschillen tussen man/vrouw wat betreft astama prevalente, en een aantal mogelike factoren die hierbij een rol spelen 78
    7. Bescrijf de verschillende aspergillus-gerelateerde aandoeningen v/d long, & welke rol de gastheer (immunitiet/onderliggende longziekte) hierbij speelt. Illustreert met een schema 79
    8. Bescrhrijf de verschillende vormen van tubercules infectie 80
    9. Verklaar wat een obstructieve longaandoening is & wat is de pathofysioligsche oorzaak. 80
    10. Wat is een acute exacerbatie van een longaandoening en waarom is dit belangrijk 82
    11. Wat is het verschil tussen een obstructieve en restrictieve longaandoening? Illustreer met voorbeelden 83
    12. Waar en hoe ontstaat longfibrose. Illustreer met een schema. (niet in nieuw document) 83
    13. Welke rol speelt genetica in het ontstaan van longziekte. Illustreer met voorbeelden. 85
    14. Wat zijn de kleine luchtwegen en wat is hun rol in longziekten? (niet in nieuw document) 85
  9. 09 Leverziekten 86
    1. Bespreek de belangrijkste leverfuncties bij de normale mens. Hoe kunnen we de leverfuncties beoordelen aan de hand van een bloedonderzoek? 87
    2. Wat weet U over de nierfunctie bij portale hypertensie? Bespreek het hepato-renaal dilemma. 88
    3. Acute hepatitis (niet in documetn) 89
    4. Beschrijf de voornaamste oorzaken en de fysiopathologie van levercirrose. 90
    5. Bespreek de fysiopathologie van de hepatische bloedsomloop bij levercirrose en de voornaamste collaterale circuits. 94
    6. Waarom kan bij levercirrose een encephalopathie optreden? 95
    7. Deel de symptomen van levercirrose in in diegenen die aan levercellijden en aan portale hypertensie te wijten zijn. 95
    8. Bespreek het ontstaan en mogelijke complicaties van slokdarmvarices 96
    9. Bespreek op welke manieren levercirrose een invloed heeft op de bloedstolling. Wat zijn hiervan de voornaamste consequenties? 97
    10. Bespreek de voornaamste behandelmogelijkheden bij levercirrose en kader hun aangrijpingspunt tov de fysiopathologie van deze aandoening. 98
    11. Bespreek de fysiopathologie en het klinisch beeld van galstenen, evenals de mogelijke verwikkelingen. 99
    12. Bespreek de belangrijkste laboratoriumafwijkingen bij diverse locaties van galsteenpathologie. 101
  10. 10 Gastroenterologie 102
    1. Bespreek de normale motiliteit van de slokdarm en de afwijkingen die optreden bij achalasia en bij tertiaire slokdarmspasmen. 102
    2. Beschrijf de etiologie, de fysiopathologie en de voornaamste complicaties van refluxoesofagitis. 103
    3. Bespreek bondig de voornaamste technieken waarmee we de slokdarm kunnen onderzoeken. 105
    4. Welke rol speelt Helicobacter pylori in de peptische syndromen? Hoe kan de diagnose van een Helicobacter infectie gesteld worden? 105
    5. Beschrijf de klinische symptomatologie en de voornaamste complicaties van een maagulcus en duodenumulcus. 106
    6. Bespreek de fysiopathologie van slikstoornissen zoals die ontstaan na een cerebrovasculair accident (beroerte). 107
    7. Wat weet je over de fysiopathologie en het klinisch beeld van de voornaamste inflammatoire darmaandoeningen bij de mens? 107

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
9 februari 2026
Aantal pagina's
108
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
7
Volgers
0
Items
16
Laatst verkocht
4 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen