Verstandelijke beperkingen
• volgens de DSM-5 is er sprake van een verstandelijke beperking wanneer er beperkingen
zijn in zowel het verstandelijk functioneren als het adaptief functioneren, ontstaan
tijdens de ontwikkelingsperiode. Deze beperkingen komen voor in drie domeinen:
1. Het conceptuele (onderwijs)domein:
Hieronder vallen vaardigheden zoals:
o Geheugen
o Taalontwikkeling
o Lezen en schrijven
o Rekenen
o Probleemoplossend vermogen
o Het beoordelen en begrijpen van nieuwe situaties
2. Het sociaal domein:
Dit betreft:
o Inzicht in gedachten, gevoelens en ervaringen van anderen (empathie)
o Sociale communicatie
o Het aangaan en onderhouden van vriendschappen
3. Het praktische domein:
Hieronder vallen:
o Zelfredzaamheid en zelfmanagement
o Zelfverzorging
o Geldbeheer
o Vrijetijdsbesteding
o Plannen en uitvoeren van taken op school en werk
o Verantwoordelijkheden binnen het werk en dagelijks leven
• Een verstandelijke beperking wordt vaak vastgesteld met behulp van een
intelligentietest. Het IQ alleen is niet voldoende, ook het adaptief functioneren moet
beperkt zijn.
o IQ 50–70 (lichte verstandelijke beperking)
o Moeilijk te herkennen
o Tragere motorische ontwikkeling (bijv, later leren zitten)
o Kunnen sociale en beroepsmatige vaardigheden leren
o Kunnen zichzelf grotendeels onderhouden met lichte ondersteuning
o IQ 35–49 (matige verstandelijke beperking)
o Opvallende ontwikkelingsvertraging
o Beperkte woordenschat
o Leren verloopt langzaam, weinig voortgang
o Kunnen eenvoudige taken uitvoeren
o Meestal niet zelfstandig in zelfonderhoud
o IQ 20–34 (ernstige verstandelijke beperking)
o Weinig tot geen communicatievaardigheden
o Leren lopen vaak tussen 6 en 21 jaar
o Hebben als volwassenen voortdurende begeleiding nodig
o IQ lager dan 20 (zeer ernstige verstandelijke beperking)
o Ernstige beperkingen op alle ontwikkelingsgebieden
o Volledig afhankelijk van zorg en verpleging
o Niet in staat tot zelfverzorging
• volgens de DSM-5 is er sprake van een verstandelijke beperking wanneer er beperkingen
zijn in zowel het verstandelijk functioneren als het adaptief functioneren, ontstaan
tijdens de ontwikkelingsperiode. Deze beperkingen komen voor in drie domeinen:
1. Het conceptuele (onderwijs)domein:
Hieronder vallen vaardigheden zoals:
o Geheugen
o Taalontwikkeling
o Lezen en schrijven
o Rekenen
o Probleemoplossend vermogen
o Het beoordelen en begrijpen van nieuwe situaties
2. Het sociaal domein:
Dit betreft:
o Inzicht in gedachten, gevoelens en ervaringen van anderen (empathie)
o Sociale communicatie
o Het aangaan en onderhouden van vriendschappen
3. Het praktische domein:
Hieronder vallen:
o Zelfredzaamheid en zelfmanagement
o Zelfverzorging
o Geldbeheer
o Vrijetijdsbesteding
o Plannen en uitvoeren van taken op school en werk
o Verantwoordelijkheden binnen het werk en dagelijks leven
• Een verstandelijke beperking wordt vaak vastgesteld met behulp van een
intelligentietest. Het IQ alleen is niet voldoende, ook het adaptief functioneren moet
beperkt zijn.
o IQ 50–70 (lichte verstandelijke beperking)
o Moeilijk te herkennen
o Tragere motorische ontwikkeling (bijv, later leren zitten)
o Kunnen sociale en beroepsmatige vaardigheden leren
o Kunnen zichzelf grotendeels onderhouden met lichte ondersteuning
o IQ 35–49 (matige verstandelijke beperking)
o Opvallende ontwikkelingsvertraging
o Beperkte woordenschat
o Leren verloopt langzaam, weinig voortgang
o Kunnen eenvoudige taken uitvoeren
o Meestal niet zelfstandig in zelfonderhoud
o IQ 20–34 (ernstige verstandelijke beperking)
o Weinig tot geen communicatievaardigheden
o Leren lopen vaak tussen 6 en 21 jaar
o Hebben als volwassenen voortdurende begeleiding nodig
o IQ lager dan 20 (zeer ernstige verstandelijke beperking)
o Ernstige beperkingen op alle ontwikkelingsgebieden
o Volledig afhankelijk van zorg en verpleging
o Niet in staat tot zelfverzorging