Hogeschool Rotterdam
Onderwijskunde
Portfolio Majel Kap 0876735 VLB1K
HR Services
27-05-2014
,Contents
Ontwikkelingskenmerken van het jonge kind......................................................................................... 2
Onderwijsactiviteit ontwerpen ............................................................................................................... 5
Pedagogisch handelen .......................................................................................................................... 10
Didactisch begeleiden ........................................................................................................................... 11
Spel........................................................................................................................................................ 14
Uitdagende leeromgeving..................................................................................................................... 18
Actualiteit .............................................................................................................................................. 22
Bronnen................................................................................................................................................. 24
Bijlages .................................................................................................................................................. 25
, Ontwikkelingskenmerken van het jonge kind
Ik heb een gemiddelde oudste kleuter geobserveerd vanuit mijn stageklas. Deze kleuter is bijna 6. Ik
heb geobserveerd via het oude IVM- model.
1.1 Fysieke ontwikkeling
Grove motoriek
Leerling kan vooruit en achteruit lopen over een rechte lijn. Desbetreffende leerling kan hinkelen en
balanceren. Leerling heeft nog wel moeite met een bal. Het doelen op een object gaat nog niet
helemaal zoals het hoort te gaan. Desbetreffende leerling is nog niet in staat om te overspelen door
middel van een stuit. Leerling kan goed en eerlijk meespelen wat betreft tikspellen.
Fijne motoriek:
Leerling is in staat om vanuit een voorbeeld een kralenplank na te maken met betrekking tot
verschillende thema’s. Leerling kan al goed en veilig omgaan met een schaar. Desbetreffende
leerling kan wel knippen, maar nog niet alle lijntje gaan daadwerkelijk helemaal recht. Tijdens het
knutselen is opgevallen dat deze leerling nog veel moeite heeft met het vouwen van bepaalde
voorwerpen.
Theorie
Ontwikkeling is eigenlijk één groot samenhangend geheel, waarbij allerlei verworvenheden op het
ene gebied ook effect hebben op het andere gebied. Er is sprake van een waarneembare
lichamelijke ontwikkeling namelijk, het hoofd is verhoudingsgewijs groter dan bij een schoolkind, de
benen en armen zijn in verhouding korter dan bij een schoolkind. Dit is slechts het topje van de
ijsberg (Brouwers, 2010). Volgens Feldman (2012) maakt de grove motoriek grote sprongen in de
kleutertijd. Ook is er duidelijk sprake van verschil als er wordt gekeken naar fysieke ontwikkeling.
Meisjes zijn beter in het coördineren, terwijl jongens daarentegen juist weer veel actiever zijn.
Peuters en kleuters ontwikkelen hun groot-motorische vaardigheden in zo’n snel tempo doordat ze
veel kunnen oefenen. In de hersenen van de kleuters en peuters zien we een extra groei van het
deel dat gaat over evenwicht en coördinatie. (Brouwers, 2010).
1.1.2 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Leerling kan eigen gevoelens herkennen, benoemen en uiten. Leerling kan de gevoelens van andere
herkennen en benoemen. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens een kringactiviteit: Leerling zat in de
kring en medeleerling begon spontaan te huilen. Leerling liep naar medeleerling toe om hem te
troosten. Hij kwam later naar de leerkracht toe en zei: Pietje is verdrietig, maar ik niet hoor juffrouw
ik ben vrolijk. Leerling is erg behulpzaam en toont plezier in het helpen van anderen. Leerling is
nieuwsgierig, stelt vragen, experimenteert en probeert oplossingen te bedenken. Leerling kent de
regels duidelijk en wanneer er een herhaling plaatsvindt van het benoemen van de regels, weet de
leerling ze allemaal te noemen.
Theorie
Bij de persoonlijkheidsontwikkeling hebben we te maken met specifieke mensen, in specifieke
omstandigheden. Zo creëert iedere ouder een specifieke opvoedingssituatie (Brouwers 2010). Als we
kijken naar de sociale vaardigheden zijn de leerlingen bezig met het kunnen functioneren in een
groep. De kinderen moeten een aantal sociale vaardigheden verwerven. Deze komen overeen met
bepaalde aspecten die zichtbaar waren op de observatielijsten. De ontwikkeling van sociale
vaardigheden en zelfredzaamheid zijn van belang voor de brede ontwikkeling. (Brouwers 2010).
Onderwijskunde
Portfolio Majel Kap 0876735 VLB1K
HR Services
27-05-2014
,Contents
Ontwikkelingskenmerken van het jonge kind......................................................................................... 2
Onderwijsactiviteit ontwerpen ............................................................................................................... 5
Pedagogisch handelen .......................................................................................................................... 10
Didactisch begeleiden ........................................................................................................................... 11
Spel........................................................................................................................................................ 14
Uitdagende leeromgeving..................................................................................................................... 18
Actualiteit .............................................................................................................................................. 22
Bronnen................................................................................................................................................. 24
Bijlages .................................................................................................................................................. 25
, Ontwikkelingskenmerken van het jonge kind
Ik heb een gemiddelde oudste kleuter geobserveerd vanuit mijn stageklas. Deze kleuter is bijna 6. Ik
heb geobserveerd via het oude IVM- model.
1.1 Fysieke ontwikkeling
Grove motoriek
Leerling kan vooruit en achteruit lopen over een rechte lijn. Desbetreffende leerling kan hinkelen en
balanceren. Leerling heeft nog wel moeite met een bal. Het doelen op een object gaat nog niet
helemaal zoals het hoort te gaan. Desbetreffende leerling is nog niet in staat om te overspelen door
middel van een stuit. Leerling kan goed en eerlijk meespelen wat betreft tikspellen.
Fijne motoriek:
Leerling is in staat om vanuit een voorbeeld een kralenplank na te maken met betrekking tot
verschillende thema’s. Leerling kan al goed en veilig omgaan met een schaar. Desbetreffende
leerling kan wel knippen, maar nog niet alle lijntje gaan daadwerkelijk helemaal recht. Tijdens het
knutselen is opgevallen dat deze leerling nog veel moeite heeft met het vouwen van bepaalde
voorwerpen.
Theorie
Ontwikkeling is eigenlijk één groot samenhangend geheel, waarbij allerlei verworvenheden op het
ene gebied ook effect hebben op het andere gebied. Er is sprake van een waarneembare
lichamelijke ontwikkeling namelijk, het hoofd is verhoudingsgewijs groter dan bij een schoolkind, de
benen en armen zijn in verhouding korter dan bij een schoolkind. Dit is slechts het topje van de
ijsberg (Brouwers, 2010). Volgens Feldman (2012) maakt de grove motoriek grote sprongen in de
kleutertijd. Ook is er duidelijk sprake van verschil als er wordt gekeken naar fysieke ontwikkeling.
Meisjes zijn beter in het coördineren, terwijl jongens daarentegen juist weer veel actiever zijn.
Peuters en kleuters ontwikkelen hun groot-motorische vaardigheden in zo’n snel tempo doordat ze
veel kunnen oefenen. In de hersenen van de kleuters en peuters zien we een extra groei van het
deel dat gaat over evenwicht en coördinatie. (Brouwers, 2010).
1.1.2 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Leerling kan eigen gevoelens herkennen, benoemen en uiten. Leerling kan de gevoelens van andere
herkennen en benoemen. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens een kringactiviteit: Leerling zat in de
kring en medeleerling begon spontaan te huilen. Leerling liep naar medeleerling toe om hem te
troosten. Hij kwam later naar de leerkracht toe en zei: Pietje is verdrietig, maar ik niet hoor juffrouw
ik ben vrolijk. Leerling is erg behulpzaam en toont plezier in het helpen van anderen. Leerling is
nieuwsgierig, stelt vragen, experimenteert en probeert oplossingen te bedenken. Leerling kent de
regels duidelijk en wanneer er een herhaling plaatsvindt van het benoemen van de regels, weet de
leerling ze allemaal te noemen.
Theorie
Bij de persoonlijkheidsontwikkeling hebben we te maken met specifieke mensen, in specifieke
omstandigheden. Zo creëert iedere ouder een specifieke opvoedingssituatie (Brouwers 2010). Als we
kijken naar de sociale vaardigheden zijn de leerlingen bezig met het kunnen functioneren in een
groep. De kinderen moeten een aantal sociale vaardigheden verwerven. Deze komen overeen met
bepaalde aspecten die zichtbaar waren op de observatielijsten. De ontwikkeling van sociale
vaardigheden en zelfredzaamheid zijn van belang voor de brede ontwikkeling. (Brouwers 2010).