Naar aanleiding van de toeslagenaffaire concludeerde de parlementaire enquêtecommissie
Fraudebeleid en Dienstverlening onder meer dat de verharding van fraudebeleid en
verslechterde dienstverlening veroorzaakt werd door een gebrek aan de ‘menselijke maat’.1
Daarmee wordt in het algemeen verwezen naar de sensitiviteit van de overheid om in haar
handelen bij de totstandkoming en uitvoering van beleid en regelgeving door middel van
maatwerk rekening te houden met de individuele belangen en omstandigheden van de burger.2
Hoewel de roep daar om luidt klinkt, wil dit nog niet zeggen dat de ‘responsieve
rechtsstaat’, waarbij de overheid naar de belangen van de burger kijkt, bereikt is. 3 De
enquêtecommissie waarschuwt namelijk dat de schadelijke patronen van de huidige
‘bureaucratische rechtsstaat’, waarin de nadruk ligt op formele procedures en de strikte
toepassing van algemene regels, nog allerminst zijn doorbroken.4 Hierbij wordt óók de
rechtsprekende macht door de commissie indringend bekritiseerd. Door jarenlang vast te
houden aan een harde alles-of-niets-interpretatie van de kinderopvangtoeslagregelgeving,
verzuimde de bestuursrechter zijn vermeende hoofdtaak te vervullen: het actief bieden van
rechtsbescherming aan burgers.5
Deze actieve taakopvatting kan echter strijdig zijn met de klassieke aard van het
bestuursrecht en de taakopvatting die deze aard meebrengt. Deze aard kenmerkt zich namelijk
vooral door de belangenbehartiging van het algemene belang door de overheid, aan wie de
burger ondergeschikt is.6 Hierbij is het belangrijk dat het recht wordt gevormd door een
democratisch verkozen wetgever.7 De spanning die dit meebrengt, waar ook Bart Jan van
Ettekoven op wees, is dat de rechter het risico loopt om op de stoel van de wetgever te gaan
zitten wanneer hij aan rechtsvorming doet door wetsinterpretatie omwille van
rechtsbescherming, terwijl hij daarvoor niet democratisch verkozen is.8
1
Blind voor mens en recht 2024, p. 53-60.
2
Simon Thomas 2023, p. 4; Ortlep, Van den Brink, Habicht & Mulder 2023, p. 6.
3
Ortlep, Van den Brink, Habicht & Mulder 2023, p. 15.
4
Ortlep, Van den Brink, Habicht & Mulder 2023, p. 14; Blind voor mens en recht 2024, p. 12.
5
Blind voor mens en recht 2024, p. 230.
6
Ortlep, Van den Brink, Habicht & Mulder 2023, p. 13.
7
Ortlep, Van den Brink, Habicht & Mulder 2023, p. 13.
8
Van Ettekoven 2021, p. 104; Esser & Schuurmans 2022, p. 25.