Financieel recht – Samenvatting
Inhoudsopgave
Week 1................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 1 Inleiding........................................................................................... 3
Week 2................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 6 Beleggingsonderneming..................................................................4
Hoofdstuk 7 – beleggingsinstelling......................................................................8
Tien jaar toezicht op alternatieve beleggingsinstellingen: Observaties en
ervaringen......................................................................................................... 13
Informatieverschaffing over duurzaamheid door beleggingsinstellingen..........15
Week 4................................................................................................................. 16
Hoofdstuk 3 – Banken........................................................................................ 16
Week 5................................................................................................................. 18
Hoofdstuk 8 – financiëledienstverleners............................................................18
Bemiddelen in een FinTech omgeving – de definitie van bemiddelen toegepast
op dienstverleners in een FinTech-keten...........................................................20
Financieel consumentenrecht: de casuïstische zorgplicht van de
hypotheekadviseur............................................................................................ 21
Week 6................................................................................................................. 22
Hoofdstuk 13 Marktmisbruik............................................................................. 22
Openbaarmaking van voorwetenschap volgens het nieuwe regime van de MAR
.......................................................................................................................... 24
The subtle relationship between Paragraphs 1, 4, 7 and 8 of Article 17 MAR....25
De voorwetenschap-publicatieverplichting 2.0 onder de EU Listing Act............25
De EU Listing Act en de MAR: een nieuw voorwetenschap-publicatiegebod en
een nieuwe uitstelregeling................................................................................ 26
Handboek Marktmisbruik.................................................................................. 28
Week 7................................................................................................................. 30
Hoofdstuk 15 de Wwft in de financiële sector...................................................30
Toegang UBO-register op de schop door uitspraak Europese Hof van Justitie. . .33
Strafrechtelijke handhaving van de Wwft bij grootbanken................................33
De Wwft en de betrouwbaarheid en geschiktheid van beleidsbepalers in de
financiële sector................................................................................................ 34
The future of the fight agains money laundering in the Netherlands, from an
academic perspective....................................................................................... 35
Ontwikkelingen in de Wwft’, Ondernemingsrecht 2024/4, art. 17, p. 91-99......36
Week 8................................................................................................................. 38
, Hoofdstuk 11 Effecten: het uitgeven en aanbieden daarvan, de prospectusplicht
.......................................................................................................................... 38
Week 9................................................................................................................. 40
Hoofdstuk 10 AFM & DNB: toezicht en handhaving...........................................40
Week 11 Nudging................................................................................................. 44
Zorgplicht: nudging bij pensioenen...................................................................44
Een nudge in de juiste richting..........................................................................46
Gedrag en privaatrecht: over gedragspresumpties en gedragseffecten bij
privaatrechtelijke leerstukken...........................................................................48
Consumentenbescherming door informatie?.....................................................50
Nudging: en weer legt Europa het tegen Amerika af.........................................53
Symposiumverslag ‘Nudging in de financiële sector’ bij de Vereniging voor
Financieel Recht................................................................................................ 53
,Week 1
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Wat is financieel recht?
Financieel recht: de publiekrechtelijke én privaatrechtelijke regulering van de financiële
sector en de daarin actieve spelers, zoals banken, verzekeraars, beleggingsondernemingen
en beleggingsinstellingen.
- Publiekrechtelijk deel: het financieel toezichtrecht. Dit is grotendeels afkomstig uit
Brussel, dus wordt ook wel het Europees financieel toezichtrecht genoemd. In
Nederland is dit toezichtrecht vooral te vinden in de Wft (en steeds vaker in rechtstreeks
werkende Europese verordeningen.
- Privaatrechtelijke deel: contractenrecht, ondernemingsrecht, goederenrecht,
onrechtmatige daad. Het financieel toezichtrecht en het toezicht op de naleving daarvan
strekken ertoe, dat de financiële sector gezond blijft, dat de producten geschikt zijn voor
hun gebruikers en dat behoorlijke informatie wordt verstrekt. Uiteindelijke strekking:
partijen hebben en houden vertrouwen in de financiële sector.
1.4 Financieel toezicht: op wie & wat?
De AFM en DNB houden toezicht op verschillende soorten instellingen. Die instellingen
behoeven in de regel een vergunning van de toezichthouder, om zich in Nederland te
vestigen of activiteiten te ontplooien. Concreet gaat het om de volgende instellingen: -
Banken;
- Betaaldienstverleners;
- Verzekeraars;
- Beleggingsondernemingen;
- Beleggingsinstellingen;
- Financieledienstverleners;
- Pensioenfondsen.
1.5 Financieel toezicht: door wie?
De AFM en DNB houden toezicht op de financiële sector. Het DNB houdt prudentieel toezicht
(ex art. 1:24 Wft) en de AFM houdt toezicht op de gedragsregels (art. 1:25 Wft):
- Gedragstoezicht: mede in het belang van de stabiliteit van het financiële stelsel, gericht
op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen
marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten.
- Prudentieel toezicht: gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de
stabiliteit van het financiële stelsel. Ziet dus op de toezichtregels die betrekking hebben
op de solvabiliteit en liquiditeit (Bedrijfseconomisch toezicht).
Dit systeem, met twee toezichthouder die langs functionele lijnen toezicht houden, wordt ook
wel het ‘Twin Peaks-model’ genoemd.
Verder bestaat er een drietal sectoraal georganiseerde Europese toezichthouders: 1) de
European Securities and Markets Authority (ESMA, effectenmarkt en effectenhandel), 2) de
European Banking Authority (EBA, banken) en 3) de European Insurance and Occupational
Pensions Authority (EIOPA, pensioenfondsen en verzekeraars). Deze worden samen
aangeduid als de European Supervisory Authorities (ESAs).
De ESAs houden vooralsnog niet of nauwelijks rechtstreeks toezicht op spelers op de
financiële markten. De hoofdtaken van de ESAs zijn: 1) het bevorderen van de kwaliteit en
harmonisatie van toezichtregelgeving, -normen en -praktijken, 2) bijdragen aan een
consistente toepassing van EU-regelgeving, m.n. door het waarborgen van een consistente
toezichtpraktijk door nationale EU-toezichthouder en het voorkomen van toezichtarbitrage,
, en 3) bemiddelen en schikken bij meningsverschillen tussen EU-toezichthouders over de
toepassing van EU-regelgeving.
Ze hebben hun zwaartepunt liggen bij beleidsmatige zaken, zoals verbetering van de
kwaliteit en consistentie van nationaal toezicht, versterking van controle op
grensoverschrijdende groepen en opstellen van geharmoniseerd Single Rulebook.
1.5.5. De ECB & de Single Resolution Board
In reactie op de eurocrisis is de Europese Bankenunie (EBU) opgericht. De eerste pijler van
de EBU, de Single Supervisory Mechanism (SSM) bestaat sinds eind 2014 en voorziet erin
dat de ECB rechtstreeks prudentieel toezicht houdt op de belangrijkste banken binnen de
Eurozone, en dus ook op de belangrijkste banken in Nederland (‘significante’ banken
genoemd). De ‘niet-significante’ banken blijven onder het rechtstreekse toezicht van DNB. In
veel gevallen geeft de ECB toezichtinstructies aan DNB m.b.t. deze significante banken.
1.6 Financieel toezicht: waar geregeld?
Dit toezichtrecht is voor een groot deel te vinden in de Wft en de daarop gebaseerde lagere
regelgeving. De Wft is een cross-sectorale wet en sluit aan bij het Twin Peaks-model. De Wft
is de basis voor een heel aantal uitvoeringsbesluiten, belangrijke:
- BMfo: Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft (hierin is te vinden welke
informatie bij vergunningaanvragen moet worden ingediend).
- Besluit prudentiële regels Wft (uitwerking diverse regels uit Deel 3)
- BGfo: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (diverse voorschriften uit Deel
4 uitgewerkt.
De wettelijke basis voor een dergelijke uitwerking is in de Wft te herkennen aan de verwijzing
‘bij of krachtens algemene maatregel van bestuur’ nadere regels worden gesteld. Er zijn
twee belangrijke ministeriële regelingen die gebaseerd zijn op de Wft. Dat zijn: de
Vrijstellingsregeling Wft en de Uitvoeringsregeling Wft.
1.6.5. De Europese invloed op het financieel toezichtrecht
De invloed van de Europese wetgever op het toezichtrecht is zeer groot. Veel voorschriften
uit de Nederlandse financiële toezichtwetgeving vormen de implementatie van in oorsprong
Europese wetgeving. De Europese wetgever kiest steeds vaker voor een verordening i.p.v.
een richtlijn. Dit bevordert de harmonisatie: een verordening behoeft namelijk geen
implementatie, deze bepalingen werken rechtstreeks. Verder moet rekening worden
gehouden met richtsnoeren en aanbevelingen van Europese toezichthouders. Zodra deze
richtsnoeren en aanbevelingen zijn uitgevaardigd geldt voor de nationale autoriteiten de
‘comply or explain’- procedure.
Week 2
Hoofdstuk 6 Beleggingsonderneming
6.2 Europees financieel toezicht
De toezichtregels die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen zijn afkomstig uit
Brussel en moeten worden aangemerkt als Europees Unierecht. Sinds 2018 geldt het
zogenaamde MiFID II-regime (Markets in Financial Instruments Directive): bestaat uit een
basisrichtlijn, een basisverordening en ruim veertig uitvoeringsregelingen. De richtlijnen zijn
geïmplementeerd in de Wft en in lagere regelgeving (m.n. Bgfo Wft). De vele verordeningen
zijn niet geïmplementeerd, dat kan niet, deze zijn rechtstreeks toepasselijk. Voor deze regels
moet men dus de Europese verordeningen zelf raadplegen.
6.3 Wat is een beleggingsonderneming?
Inhoudsopgave
Week 1................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 1 Inleiding........................................................................................... 3
Week 2................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 6 Beleggingsonderneming..................................................................4
Hoofdstuk 7 – beleggingsinstelling......................................................................8
Tien jaar toezicht op alternatieve beleggingsinstellingen: Observaties en
ervaringen......................................................................................................... 13
Informatieverschaffing over duurzaamheid door beleggingsinstellingen..........15
Week 4................................................................................................................. 16
Hoofdstuk 3 – Banken........................................................................................ 16
Week 5................................................................................................................. 18
Hoofdstuk 8 – financiëledienstverleners............................................................18
Bemiddelen in een FinTech omgeving – de definitie van bemiddelen toegepast
op dienstverleners in een FinTech-keten...........................................................20
Financieel consumentenrecht: de casuïstische zorgplicht van de
hypotheekadviseur............................................................................................ 21
Week 6................................................................................................................. 22
Hoofdstuk 13 Marktmisbruik............................................................................. 22
Openbaarmaking van voorwetenschap volgens het nieuwe regime van de MAR
.......................................................................................................................... 24
The subtle relationship between Paragraphs 1, 4, 7 and 8 of Article 17 MAR....25
De voorwetenschap-publicatieverplichting 2.0 onder de EU Listing Act............25
De EU Listing Act en de MAR: een nieuw voorwetenschap-publicatiegebod en
een nieuwe uitstelregeling................................................................................ 26
Handboek Marktmisbruik.................................................................................. 28
Week 7................................................................................................................. 30
Hoofdstuk 15 de Wwft in de financiële sector...................................................30
Toegang UBO-register op de schop door uitspraak Europese Hof van Justitie. . .33
Strafrechtelijke handhaving van de Wwft bij grootbanken................................33
De Wwft en de betrouwbaarheid en geschiktheid van beleidsbepalers in de
financiële sector................................................................................................ 34
The future of the fight agains money laundering in the Netherlands, from an
academic perspective....................................................................................... 35
Ontwikkelingen in de Wwft’, Ondernemingsrecht 2024/4, art. 17, p. 91-99......36
Week 8................................................................................................................. 38
, Hoofdstuk 11 Effecten: het uitgeven en aanbieden daarvan, de prospectusplicht
.......................................................................................................................... 38
Week 9................................................................................................................. 40
Hoofdstuk 10 AFM & DNB: toezicht en handhaving...........................................40
Week 11 Nudging................................................................................................. 44
Zorgplicht: nudging bij pensioenen...................................................................44
Een nudge in de juiste richting..........................................................................46
Gedrag en privaatrecht: over gedragspresumpties en gedragseffecten bij
privaatrechtelijke leerstukken...........................................................................48
Consumentenbescherming door informatie?.....................................................50
Nudging: en weer legt Europa het tegen Amerika af.........................................53
Symposiumverslag ‘Nudging in de financiële sector’ bij de Vereniging voor
Financieel Recht................................................................................................ 53
,Week 1
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Wat is financieel recht?
Financieel recht: de publiekrechtelijke én privaatrechtelijke regulering van de financiële
sector en de daarin actieve spelers, zoals banken, verzekeraars, beleggingsondernemingen
en beleggingsinstellingen.
- Publiekrechtelijk deel: het financieel toezichtrecht. Dit is grotendeels afkomstig uit
Brussel, dus wordt ook wel het Europees financieel toezichtrecht genoemd. In
Nederland is dit toezichtrecht vooral te vinden in de Wft (en steeds vaker in rechtstreeks
werkende Europese verordeningen.
- Privaatrechtelijke deel: contractenrecht, ondernemingsrecht, goederenrecht,
onrechtmatige daad. Het financieel toezichtrecht en het toezicht op de naleving daarvan
strekken ertoe, dat de financiële sector gezond blijft, dat de producten geschikt zijn voor
hun gebruikers en dat behoorlijke informatie wordt verstrekt. Uiteindelijke strekking:
partijen hebben en houden vertrouwen in de financiële sector.
1.4 Financieel toezicht: op wie & wat?
De AFM en DNB houden toezicht op verschillende soorten instellingen. Die instellingen
behoeven in de regel een vergunning van de toezichthouder, om zich in Nederland te
vestigen of activiteiten te ontplooien. Concreet gaat het om de volgende instellingen: -
Banken;
- Betaaldienstverleners;
- Verzekeraars;
- Beleggingsondernemingen;
- Beleggingsinstellingen;
- Financieledienstverleners;
- Pensioenfondsen.
1.5 Financieel toezicht: door wie?
De AFM en DNB houden toezicht op de financiële sector. Het DNB houdt prudentieel toezicht
(ex art. 1:24 Wft) en de AFM houdt toezicht op de gedragsregels (art. 1:25 Wft):
- Gedragstoezicht: mede in het belang van de stabiliteit van het financiële stelsel, gericht
op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen
marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten.
- Prudentieel toezicht: gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de
stabiliteit van het financiële stelsel. Ziet dus op de toezichtregels die betrekking hebben
op de solvabiliteit en liquiditeit (Bedrijfseconomisch toezicht).
Dit systeem, met twee toezichthouder die langs functionele lijnen toezicht houden, wordt ook
wel het ‘Twin Peaks-model’ genoemd.
Verder bestaat er een drietal sectoraal georganiseerde Europese toezichthouders: 1) de
European Securities and Markets Authority (ESMA, effectenmarkt en effectenhandel), 2) de
European Banking Authority (EBA, banken) en 3) de European Insurance and Occupational
Pensions Authority (EIOPA, pensioenfondsen en verzekeraars). Deze worden samen
aangeduid als de European Supervisory Authorities (ESAs).
De ESAs houden vooralsnog niet of nauwelijks rechtstreeks toezicht op spelers op de
financiële markten. De hoofdtaken van de ESAs zijn: 1) het bevorderen van de kwaliteit en
harmonisatie van toezichtregelgeving, -normen en -praktijken, 2) bijdragen aan een
consistente toepassing van EU-regelgeving, m.n. door het waarborgen van een consistente
toezichtpraktijk door nationale EU-toezichthouder en het voorkomen van toezichtarbitrage,
, en 3) bemiddelen en schikken bij meningsverschillen tussen EU-toezichthouders over de
toepassing van EU-regelgeving.
Ze hebben hun zwaartepunt liggen bij beleidsmatige zaken, zoals verbetering van de
kwaliteit en consistentie van nationaal toezicht, versterking van controle op
grensoverschrijdende groepen en opstellen van geharmoniseerd Single Rulebook.
1.5.5. De ECB & de Single Resolution Board
In reactie op de eurocrisis is de Europese Bankenunie (EBU) opgericht. De eerste pijler van
de EBU, de Single Supervisory Mechanism (SSM) bestaat sinds eind 2014 en voorziet erin
dat de ECB rechtstreeks prudentieel toezicht houdt op de belangrijkste banken binnen de
Eurozone, en dus ook op de belangrijkste banken in Nederland (‘significante’ banken
genoemd). De ‘niet-significante’ banken blijven onder het rechtstreekse toezicht van DNB. In
veel gevallen geeft de ECB toezichtinstructies aan DNB m.b.t. deze significante banken.
1.6 Financieel toezicht: waar geregeld?
Dit toezichtrecht is voor een groot deel te vinden in de Wft en de daarop gebaseerde lagere
regelgeving. De Wft is een cross-sectorale wet en sluit aan bij het Twin Peaks-model. De Wft
is de basis voor een heel aantal uitvoeringsbesluiten, belangrijke:
- BMfo: Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft (hierin is te vinden welke
informatie bij vergunningaanvragen moet worden ingediend).
- Besluit prudentiële regels Wft (uitwerking diverse regels uit Deel 3)
- BGfo: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (diverse voorschriften uit Deel
4 uitgewerkt.
De wettelijke basis voor een dergelijke uitwerking is in de Wft te herkennen aan de verwijzing
‘bij of krachtens algemene maatregel van bestuur’ nadere regels worden gesteld. Er zijn
twee belangrijke ministeriële regelingen die gebaseerd zijn op de Wft. Dat zijn: de
Vrijstellingsregeling Wft en de Uitvoeringsregeling Wft.
1.6.5. De Europese invloed op het financieel toezichtrecht
De invloed van de Europese wetgever op het toezichtrecht is zeer groot. Veel voorschriften
uit de Nederlandse financiële toezichtwetgeving vormen de implementatie van in oorsprong
Europese wetgeving. De Europese wetgever kiest steeds vaker voor een verordening i.p.v.
een richtlijn. Dit bevordert de harmonisatie: een verordening behoeft namelijk geen
implementatie, deze bepalingen werken rechtstreeks. Verder moet rekening worden
gehouden met richtsnoeren en aanbevelingen van Europese toezichthouders. Zodra deze
richtsnoeren en aanbevelingen zijn uitgevaardigd geldt voor de nationale autoriteiten de
‘comply or explain’- procedure.
Week 2
Hoofdstuk 6 Beleggingsonderneming
6.2 Europees financieel toezicht
De toezichtregels die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen zijn afkomstig uit
Brussel en moeten worden aangemerkt als Europees Unierecht. Sinds 2018 geldt het
zogenaamde MiFID II-regime (Markets in Financial Instruments Directive): bestaat uit een
basisrichtlijn, een basisverordening en ruim veertig uitvoeringsregelingen. De richtlijnen zijn
geïmplementeerd in de Wft en in lagere regelgeving (m.n. Bgfo Wft). De vele verordeningen
zijn niet geïmplementeerd, dat kan niet, deze zijn rechtstreeks toepasselijk. Voor deze regels
moet men dus de Europese verordeningen zelf raadplegen.
6.3 Wat is een beleggingsonderneming?