College 1: Inleiding pedagogiek, maandag 8 september 2025
- Je hebt verschillende onderzoeksvragen en methodes, maar er zijn
nooit pasklare antwoorden Pedagogen geven tijdelijke antwoorden
Bronfenbrenner: bio-ecologisch model
- Hij heeft kritiek op ontwikkelingspsychologie: hoe mensen
veranderen en welke factoren hiervoor worden beïnvloedt met
experimenteel onderzoek met kinderen
- Kritiek: je moet het altijd in context zien
- Delay in gratification: vertraging in beloning
Door marshmallow experiment: diegene die wachten op
marshmallow; betere schoolprestaties en beter sociaal-emotioneel,
minder impulsief gedrag
- Ecologisch validatie invloed van de omgeving
Domeinen
cognitieve ontwikkeling: alles over het geheugen
sociaal-emotionele domein: reguleren van eigen gevoelens en
ervaringen, hoe ga je met andere mensen om
lichamelijk/motorisch domein: voorbeeld hoe een kind schrijft;
grove en fijne
Microsysteem: kind en omgeving: geel
- Gele ring: directe interacties
- Kwaliteit in relaties; hoe is kwaliteit van de
interacties
- Meervoudig: kinderen zitten in meerdere
systemen tegelijkertijd
- Proximale processen: directe interacties
die bij een kind plaats vinden:
proximaal = wat dichtbij plaats vind bij een kind
- Pedagogische ruimte; wat er speelt in een gezin
kan invloed hebben op een kind
Mesosystemen: donkerblauwe ring
- Relaties en verbindingen: relaties tussen
systemen waar een kind zich in bevind
- Bruggetjes tussen de systemen
- System of microsystems
- Afstemming tussen contexten
- Pedagogische driehoek: school, ouders, kind; deze drie hebben
invloed op elkaar
, kind moeite lezen, ouders helpen, school doet het anders
school en ouders moeten zelfde leeromgeving gebruiken
Exosysteem
- Sociale settingen zonder actieve rol hebben veel impact
Werk van ouders, omgeving (dorp/stad) en sociale media
- Distale invloeden: indirect beïnvloeden
- Aandacht voor indirecte invloeden
Macrosystemen: buitenste ring
- Breedste laag
- Culturele en maatschappelijke context
- Bewust van culturele bril
- Indirecte beïnvloeding voor de andere lagen
- Vergelijking met achtergrond, geeft een bepaalde vibe af
- Macrosysteem is bepalend voor het ritme van andere systemen hoe
ze op elkaar reageren
Chronosysteem: duur en timing van ervaringen
1. Microtime; klein moment (het lezen van een boek savonds)
2. mesotime: regelmaat en patronen op langere tijd (wekelijkse bezigheid)
3. macrotime: historische en maatschappelijke tijd tijden van corona of
middeleeuwen
,Bio-ecologisch model van ontwikkeling
- Model van verandering, er kunnen dingen veranderen
- PPCT-frame; process, person, context, time
process proximale processen
process het individu doet ertoe
context in de vijf lagen
Time door de tijd heen kunnen dingen veranderen
Kritische bril
Belangrijk en sterk model om ontwikkeling te begrijpen
holistische benadering
MAAR
1. Onderzoek naar theorie is moeilijk; hoe kan je onderzoek naar
verschillende lagen is moeilijk en uitdagend
2. Uitdaging in verschillende systemen. Geen sterk en positief
ecologisch systeem, geen sterke ontwikkeling
College 2
1. Inleiding en positionering
, Gezinsopvoeding: kind begeleiden in het aanleren van gewenste
houdingen, waarden en gedragingen
Dus: wat de ouder / familie / gemeenschap ziet als ‘normaal’
Ouders worden gezien als verantwoordelijkheid voor het kind
geworteld in verantwoordelijkheid voor het kind
- voeding en bescherming ; kinderen eten geven
- sociale omgangsvormen
- (goede) gewoontes; zoals buschauffeur groeten
Maar wat vinden ouders etc. eigen normaal?
Bewust – onbewust
Algemeen – specifiek
Dit krijgt het kind mee
kortom: ouders willen bepaalde dingen en ouders doen bepaalde dingen
deels strikt individueel, persoonlijk;
(groten)deels in aansluiting op sociale, culturele en historische omgeving
Gezinsrapport = verslag van onderzoek naar - wat ouders willen en doen
(H.7) - hoe ouders omgaan met opvoedingsvragen (H.8)
Welke opvoedingsdoelen hebben ouders in NL?
eerste grote onderzoek in NL (pas) in 1996: upgrade hiervan door Sociaal
Cultureel Planbureau 2011
“wat vindt u belangrijk in de opvoeding?”
“welke waarden wilt u overdragen?”
< 2700 ouders (respons was 38%) 62% moeders 76 % twee-ouder gezin /
13 % een-ouder gezin / 11% samengesteld gezin
Rangorde: 1. autonomie 2. assertiviteit 3. conformiteit 4. sociaal gevoel 5.
prestatie Maar ook verschil tussen groepen (wel/niet religieus,
opleidingsniveau, etniciteit etc.), dus: deze rangorde geeft een gemiddelde
weer.
- Je hebt verschillende onderzoeksvragen en methodes, maar er zijn
nooit pasklare antwoorden Pedagogen geven tijdelijke antwoorden
Bronfenbrenner: bio-ecologisch model
- Hij heeft kritiek op ontwikkelingspsychologie: hoe mensen
veranderen en welke factoren hiervoor worden beïnvloedt met
experimenteel onderzoek met kinderen
- Kritiek: je moet het altijd in context zien
- Delay in gratification: vertraging in beloning
Door marshmallow experiment: diegene die wachten op
marshmallow; betere schoolprestaties en beter sociaal-emotioneel,
minder impulsief gedrag
- Ecologisch validatie invloed van de omgeving
Domeinen
cognitieve ontwikkeling: alles over het geheugen
sociaal-emotionele domein: reguleren van eigen gevoelens en
ervaringen, hoe ga je met andere mensen om
lichamelijk/motorisch domein: voorbeeld hoe een kind schrijft;
grove en fijne
Microsysteem: kind en omgeving: geel
- Gele ring: directe interacties
- Kwaliteit in relaties; hoe is kwaliteit van de
interacties
- Meervoudig: kinderen zitten in meerdere
systemen tegelijkertijd
- Proximale processen: directe interacties
die bij een kind plaats vinden:
proximaal = wat dichtbij plaats vind bij een kind
- Pedagogische ruimte; wat er speelt in een gezin
kan invloed hebben op een kind
Mesosystemen: donkerblauwe ring
- Relaties en verbindingen: relaties tussen
systemen waar een kind zich in bevind
- Bruggetjes tussen de systemen
- System of microsystems
- Afstemming tussen contexten
- Pedagogische driehoek: school, ouders, kind; deze drie hebben
invloed op elkaar
, kind moeite lezen, ouders helpen, school doet het anders
school en ouders moeten zelfde leeromgeving gebruiken
Exosysteem
- Sociale settingen zonder actieve rol hebben veel impact
Werk van ouders, omgeving (dorp/stad) en sociale media
- Distale invloeden: indirect beïnvloeden
- Aandacht voor indirecte invloeden
Macrosystemen: buitenste ring
- Breedste laag
- Culturele en maatschappelijke context
- Bewust van culturele bril
- Indirecte beïnvloeding voor de andere lagen
- Vergelijking met achtergrond, geeft een bepaalde vibe af
- Macrosysteem is bepalend voor het ritme van andere systemen hoe
ze op elkaar reageren
Chronosysteem: duur en timing van ervaringen
1. Microtime; klein moment (het lezen van een boek savonds)
2. mesotime: regelmaat en patronen op langere tijd (wekelijkse bezigheid)
3. macrotime: historische en maatschappelijke tijd tijden van corona of
middeleeuwen
,Bio-ecologisch model van ontwikkeling
- Model van verandering, er kunnen dingen veranderen
- PPCT-frame; process, person, context, time
process proximale processen
process het individu doet ertoe
context in de vijf lagen
Time door de tijd heen kunnen dingen veranderen
Kritische bril
Belangrijk en sterk model om ontwikkeling te begrijpen
holistische benadering
MAAR
1. Onderzoek naar theorie is moeilijk; hoe kan je onderzoek naar
verschillende lagen is moeilijk en uitdagend
2. Uitdaging in verschillende systemen. Geen sterk en positief
ecologisch systeem, geen sterke ontwikkeling
College 2
1. Inleiding en positionering
, Gezinsopvoeding: kind begeleiden in het aanleren van gewenste
houdingen, waarden en gedragingen
Dus: wat de ouder / familie / gemeenschap ziet als ‘normaal’
Ouders worden gezien als verantwoordelijkheid voor het kind
geworteld in verantwoordelijkheid voor het kind
- voeding en bescherming ; kinderen eten geven
- sociale omgangsvormen
- (goede) gewoontes; zoals buschauffeur groeten
Maar wat vinden ouders etc. eigen normaal?
Bewust – onbewust
Algemeen – specifiek
Dit krijgt het kind mee
kortom: ouders willen bepaalde dingen en ouders doen bepaalde dingen
deels strikt individueel, persoonlijk;
(groten)deels in aansluiting op sociale, culturele en historische omgeving
Gezinsrapport = verslag van onderzoek naar - wat ouders willen en doen
(H.7) - hoe ouders omgaan met opvoedingsvragen (H.8)
Welke opvoedingsdoelen hebben ouders in NL?
eerste grote onderzoek in NL (pas) in 1996: upgrade hiervan door Sociaal
Cultureel Planbureau 2011
“wat vindt u belangrijk in de opvoeding?”
“welke waarden wilt u overdragen?”
< 2700 ouders (respons was 38%) 62% moeders 76 % twee-ouder gezin /
13 % een-ouder gezin / 11% samengesteld gezin
Rangorde: 1. autonomie 2. assertiviteit 3. conformiteit 4. sociaal gevoel 5.
prestatie Maar ook verschil tussen groepen (wel/niet religieus,
opleidingsniveau, etniciteit etc.), dus: deze rangorde geeft een gemiddelde
weer.