Toegepaste ethiek van de kinesitherapie
Leerdoelen:
De belangrijkste gedragsregels en deontologische aspecten van de kinesitherapeutische praktijk
herkennen en kunnen duiden
Les 1: Rood= grote kans examen
1. Toegepaste ethiek: What’s in a name!?
2. Integriteit en kinesitherapie P= Patiënt
1. Begrip ‘integriteit’
T= (Kinesi)Therapeut
2. Actoren
3. Integriteitsmatrix
4. Integriteitsmatrix voor de kinesitherapie
3. Professioneel gedrag
Les 2:
1. Zorgethisch stappenplan
2. Lichamelijkheid en ethiek
Les 3:
1. Grensoverschrijdend gedrag
1. Voorbeelden uit de sport
2. Voorbeelden van op de werkvloer (KU Leuven)
3. 6 criteria voor grensoverschrijdend gedrag
2. Professioneel gedrag
1. Competentieprofiel Kinesitherapeut
2. Omgaan met diversiteit
3. Impliciete bias
3. ‘Your future self’
1. Toegepaste ethiek: What’s in a name?
Ethiek= Moraalfilosofie, morele filosofie of moraalwetenschap
= Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling
= Een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste
handelen
➔In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen beoordelen of:
➔een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en
➔om de motieven voor en consequenties van deze handeling te kunnen evalueren.
->De filosoof vraagt zich af wat de uiteindelijke norm is voor het menselijk handelen
->wat is goed, wat is fout?
Moraal= het zedelijk handelen zelf
Ethiek= de studie hiervan
3 kennisgebieden waarin ethiek een rol speelt:
– de wijsbegeerte
– de theologie
,– de medische wetenschap (kine)
Ethiek in de zorg
->Meningen over wat goede zorg is lopen wel eens uiteen, je moet in de zorg vaak balanceren
tss de waarden vd P, omgeving en het beleid van je organisatie
->Dit lever soms ethische dilemma’s op
->Door ontwikkelingen en nieuwe inzichten heb je in de langdurige zorg vaker te maken met
moeilijk te beantwoorden vragen
->Nieuwe ontwikkelingen kunnen zijn:
->Mensen leven langer en hebben vaak meerdere gezondheidsproblemen
->De opvattingen over beslissingen in de laatste levensfase veranderen
->Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van technologie in de zorg
->In iedere situatie is het opnieuw afwegen wat passende zorg is voor de P
->Om hierbij niet in conflict te komen met de patiënt, de zorgorganisatie én jezelf is ethische
scholing en expertise van professionals nodig
Voorbeelden van ethische dilemma’s:
• Wat is een goede balans tussen het geven van autonomie (vrijheid, eigen regie) aan patiënten
en het beschermen van deze kwetsbare mensen door vrijheidsbeperking op te leggen om
risico's te voorkomen?
• Hoe moet je omgaan met wensen van naasten die vanuit goede zorg en professioneel inzicht
niet in het belang zijn van een patiënt die lijdt aan dementie?
• Mag je als zorgprofessional afwijken van protocollen en standaarden als het in het belang van
de patiënt is?
• Hoe ga je om met je beroepsgeheim en de privacy van een patiënt bij de samenwerking met
hulpverleners met verschillende beroepsachtergronden?
• Er zijn meerdere patiënten die tegelijk jouw hulp nodig hebben en je staat er alleen voor. Aan
wie geef je de voorrang en waarom?
• Je komt als thuiszorgmedewerker bij een terminale patiënt thuis om hem te helpen met eten. De
patiënt weigert te eten, maar zijn mantelzorger vindt dat hij moet eten en dat jij ervoor moet
zorgen. Laat je je leiden door de wens van de patiënt of die van zijn mantelzorger? En
waarom?
Zorgethiek: (ex)
=>kijkt naar de zorgpraktijk zelf en wat zich daar concreet afspeelt (dus: niet zoeken naar
algemene richtinggevende principes)
,Heeft 3 grote kenmerken:
• Contextuele gevoeligheid toont dat zorgethiek erg ‘down to earth’ is: zorgethiek benadert
elke situatie specifiek, en gaat uit van een uniek individu met zijn eigen specifieke noden.
• Benadering van de mens als een fundamenteel kwetsbaar bestaan: wijst op de
overtuiging dat mensen op elkaar aangewezen zijn; wij zijn geen individuele, autonome
wezens.
• Aandacht voor relaties waarbinnen de zorg gestalte krijgt. Het bekijkt het belang van
de persoon en zijn relationeel netwerk.
Fundamentele ethiek:
=> graaft naar de wortels. Het houdt zich bezig met de grote abstracte vragen en het bouwen van
morele systemen.
• Focus: Het zoeken naar universele principes en waarden.
• Vragen: Wat is "het goede"? Waarom zouden we ons eigenlijk moreel moeten
gedragen? Is moraal iets objectiefs of een afspraak?
• Voorbeelden: Stromingen zoals het utilitarisme (streven naar het meeste geluk) of de
plichtsethiek van Kant (handelen volgens universele wetten)
Toegepaste ethiek:
=>Houdt zich bezig met de praktische toepassingen van ethische principes op concrete situaties
en kwesties in de echte wereld
• Focus: Het oplossen van specifieke morele dilemma's in de maatschappij.
• Vragen: Is euthanasie moreel verantwoord? Hoe moeten we omgaan met privacy in AI?
Mogen we dieren gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek?
• Voorbeelden: Medische ethiek, bedrijfsethiek, milieu-ethiek en media-ethiek.
,Toegepaste ethiek biedt een kader voor het ontwikkelen van passende ethische benaderingen en
interventies op verschillende niveaus:
1. Micro-niveau:
• Relaties tussen individuen
-2 studenten onderling
-Atleet en trainer
-P en T
• Op niveau van individuele handelingen en
interpersoonlijke relaties
• Concrete situaties waarin mens als individu morele
overwegingen en beslissingen moet maken
2. Meso-niveau:
• Ethische keuzen van individuen zijn dikwijls ingebed in groepen en instituties
-Gezinnen, scholen, clubs...
-Klinieken, bedrijven, netwerken..
• morele dimensies van beleid, procedures, en praktijken binnen deze structuren
3. Macro-niveau
• Beleid en overheidsregulering nodig, want dikwijls:
->spontaan, organische gegroeide ethos van een persoon of groep= onvoldoende
->interne, informele normering= onvoldoende
• Externe normering dringt zich dan op
• Geen enkele samenleving is mogelijk zonder dit soort van normering en regulering
• Toegepaste ethiek houdt zich precies ook hier mee bezig ( d.i. maatschappelijke ethiek)
Van fundamentele ethiek naar toegepaste ethiek:(verplicht kennen, maar denk dat de les dit smvt)
(wat interessant is is vetgedrukt+samengevat onder, maar nog maals denk dat alles in de les
komt)
-Wat is toegepaste ethiek?
De term ‘toegepaste ethiek’ mag niet verengd worden tot praktische toepassing in vele concrete
domeinen van theoretisch verworven morele inzichten. Het is niet de bedoeling
om per domein en per situatie een soort van staalkaart van verantwoorde handelingen aan te
reiken. Toegepaste ethiek dient ruimer bekeken te worden: primair gaat het over het definiëren
van een ethische keuzeproblematiek in concrete situaties en het zoeken naar moreel
aanvaardbare oriëntaties voor deze keuzen”.
,-Wat is de verhouding met fundamentele ethiek?
Het uitgangspunt en het eindpunt van de toegepaste, ethische reflectie zijn “concrete
maatschappelijke problemen, problemen op het domein van professionele praktijken of op het
domein van de economische, sociale of politieke ordening van de samenleving. Toegepaste ethiek
is daardoor beperkt in zijn opzet en onderscheiden van de fundamentele ethiek die als
uitgangspunt van zijn reflectie meer algemene vragen stelt over het wezen en de oorsprong van
morele normen en waarden. Dat er altijd een soort noodzakelijke symbiose is tussen beide
vormen van morele reflectie, tussen fundamentele en contextuele probleemstelling, lijkt nogal
evident te zijn.”.
-Drie niveaus
Hierboven worden, met betrekking tot toegepaste ethiek, reeds verschillende lagen opgeroepen:
van het niveau van het individuele leven en het beroep naar dat van de bredere samenleving en
het beleid daarrond. Ze worden vaak met micro- resp. macro-niveau aangeduid. Er is evenwel een
tussenliggend, meso-niveau: dat van groepen, instituties en andere dragers van een specifiek
ethos.
-Micro-niveau:
Op het micro-niveau gaat het dus over de relaties tussen individuen, bv. tussen
twee studenten onderling of tussen een atleet en trainer of een dokter en patiënt. De ene heeft
een directe, morele verantwoordelijkheid voor de andere, die vaak te maken heeft met
bepaalde rol die gespeeld wordt en die beïnvloed wordt door bepaalde maatschappelijke
ontwikkelingen (zoals de toenemende technologisering). Op het microvlak verschijnen concrete
situaties waarin de mens als individu met verschillende conflicterende waarden wordt
geconfronteerd, waarin hij of zij dus met heel concrete dilemma’s dient te kunnen omgaan.
-Meso-niveau:
Het zou onvolledig zijn om toegepaste ethiek te beperken tot deze één-op-één-relaties, hoe
belangrijk ze ook zijn. Ethische keuzen worden wel genomen door individuen, maar deze
persoonlijke morele keuzen zijn dikwijls ingebed in groepen en instituties als
gezinnen,scholen, clubs, klinieken, bedrijven en netwerken. Volgens de onderzoeker Dennis
Thompson moet toegepaste ethiek vooral aandacht hebben voor intermediaire sociale
netwerken: “we moeten bijvoorbeeld niet alleen aandacht hebben voor dokter-patiënt relaties of
voor de rechtvaardigheid van het gezondheidsbeleid maar ook voor wat we kunnen noemen een
ziekenhuis-ethiek”. Dit is wat bedoeld wordt met het meso-vlak.
-Macro-niveau:
En tenslotte is er het macrovlak van het beleid en van overheidsregulering. Dikwijls
zijn het spontaan, organische gegroeide ethos van een persoon of van een groep en de
interne, informele normering onvoldoende en dringt zich externe normering op. Geen
enkele samenleving is mogelijk zonder dit soort van normering en regulering (dit geldt zelfs voor
wat men de ‘vrije markt’ noemt). Toegepaste ethiek houdt zich precies ook bezig met dit soort
van reguleringsproblemen op het macro-vlak, op het niveau dus van maatschappelijke ethiek.
Vandevelde maakt er ons op attent dat de verschillende niveaus verstrengeld zijn:
“Wanneer de mensen niet ‘meewillen’ is regulering als dweilen met de kraan open: dit feit wijst
erop dat maatschappelijke problemen niet helemaal los te koppelen zijn van individuele
moraliteit en gevoeligheden. De scheiding tussen individuele moraliteit en maatschappelijke
, regulering waarvan wij tot hiertoe zijn uitgegaan dient bijgevolg te worden gerelativeerd.”
-Discussie en overleg zijn elementair
Bij toegepaste ethiek gaat het niet zozeer over het op logisch-rationele wijze vertalen van
theoretische principes of formele procedures naar concrete keuzes. Het gaat eerder over het
proces waarbij discussie en overleg leiden tot morele keuze-oriënteringen: “uitwisseling van
praktijkervaringen en argumenten maakt het mogelijk de morele perceptie van de problemen te
verfijnen, de morele intuïties te corrigeren en de consequenties van de mogelijke keuzen juister in
te schatten”. In die zin is het belangrijk om de voorwaarden te creëren voor een goede morele
conversatie in de praktijk en om gespreksfora en ethische commissies in het leven te roepen. Het
ganse overleg over ethische oriënteringen, en het bemiddelen van theorie en praktijk, spitsen zich
graag toe op concrete morele ervaringen en concrete waardeconflicten op het veld.
Bewustwording van morele dilemma’s en de mogelijkheden om er uit te raken staan in die
zin centraal in het proces van de toegepaste ethiek. De auteur geeft een
voorbeeld uit de professionele sfeer: hoe kan een geneesheer het recht op informatie van een
patiënt verzoenen met zijn engagement om de patiënt nodeloos lijden te besparen?
-Afwegen van waarden
Dilemma’s worden in de praktijk naar een oplossing geleid door het opmaken en toepassen
van een hiërarchie van belangen en rechten, of beter uitgedrukt hier, van waarden. Een
persoon die in zijn beroep of daarbuiten met een moreel dilemma geconfronteerd wordt zal de
situatie in ogenschouw nemen, conflicterende waarden tegen elkaar afwegen op basis van een
bepaalde rangorde en zijn handelen baseren op het resultaat van die afweging. Deze oefening
wordt volgens Vandevelde een stuk complexer wanneer men van het micro- naar het
macroniveau gaat en wanneer men dus naar maatschappelijke ethiek evolueert.
Beleidsafwegingen zijn in principe moeilijker omdat er een groot aantal actoren in het spel
zijn en omdat er vele factoren meespelen, waardoor de feitelijke uitkomsten van
beslissingen vaak moeilijk vooraf te kennen zijn. Op het microvlak is dit gemakkelijker te
overzien en te voorzien. Wanneer er zich daar een ethische problematiek voordoet dan wordt die,
volgens de auteur, veelal gekenmerkt door de neiging van de persoon om, vanuit een passioneel
handelen, iets anders te doen dan zijn plicht (eerder dan dat hij die morele plicht niet zou kennen).
-Professionele ethiek
De kans om met persoonlijke beroepsdilemma’s geconfronteerd te worden is door
maatschappelijke ontwikkelingen sterk toegenomen. Dit heeft onder meer temaken met
groeiende technologisering die, bijvoorbeeld bij biomedici of ingenieurs, “ipso facto leidt tot een
verhoogde individuele verantwoordelijkheid.” Het heeft ook te maken met toenemende
functionalisering en diversificatie van rollenpatronen. Elk individu behoort tot verschillende
gemeenschappen met een eigen moraliteit. “Op persoonlijk vlak veroorzaakt deze situatie
ethische dilemma’s wanneer de ethische eisen verbonden met verschillende rollenpatronen met
elkaar in conflict komen”. Vandevelde verbindt in deze context het micro- en meso- niveau: “Voor
dergelijke problemen van professionele ethiek gaat de toegepaste ethicus ervan uit dat economie
en handel, geneeskunde of opvoeding zelf reeds praktijken zijn met een eigen intrinsieke
moraliteit. De ethicus vertrekt dan van de morele ervaring van de betrokkenen zelf of van de
interne moraliteit van hun discipline om hen te helpen bij de reflectie over hun praktijk, waarin het
technische en het ethische aspect vaak niet scherp te onderscheiden zijn. Toegepaste ethiek sluit
hier bijzonder nauw aan bij de praktijk van de direct betrokkenen, met alle gevaren en
Leerdoelen:
De belangrijkste gedragsregels en deontologische aspecten van de kinesitherapeutische praktijk
herkennen en kunnen duiden
Les 1: Rood= grote kans examen
1. Toegepaste ethiek: What’s in a name!?
2. Integriteit en kinesitherapie P= Patiënt
1. Begrip ‘integriteit’
T= (Kinesi)Therapeut
2. Actoren
3. Integriteitsmatrix
4. Integriteitsmatrix voor de kinesitherapie
3. Professioneel gedrag
Les 2:
1. Zorgethisch stappenplan
2. Lichamelijkheid en ethiek
Les 3:
1. Grensoverschrijdend gedrag
1. Voorbeelden uit de sport
2. Voorbeelden van op de werkvloer (KU Leuven)
3. 6 criteria voor grensoverschrijdend gedrag
2. Professioneel gedrag
1. Competentieprofiel Kinesitherapeut
2. Omgaan met diversiteit
3. Impliciete bias
3. ‘Your future self’
1. Toegepaste ethiek: What’s in a name?
Ethiek= Moraalfilosofie, morele filosofie of moraalwetenschap
= Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling
= Een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste
handelen
➔In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen beoordelen of:
➔een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en
➔om de motieven voor en consequenties van deze handeling te kunnen evalueren.
->De filosoof vraagt zich af wat de uiteindelijke norm is voor het menselijk handelen
->wat is goed, wat is fout?
Moraal= het zedelijk handelen zelf
Ethiek= de studie hiervan
3 kennisgebieden waarin ethiek een rol speelt:
– de wijsbegeerte
– de theologie
,– de medische wetenschap (kine)
Ethiek in de zorg
->Meningen over wat goede zorg is lopen wel eens uiteen, je moet in de zorg vaak balanceren
tss de waarden vd P, omgeving en het beleid van je organisatie
->Dit lever soms ethische dilemma’s op
->Door ontwikkelingen en nieuwe inzichten heb je in de langdurige zorg vaker te maken met
moeilijk te beantwoorden vragen
->Nieuwe ontwikkelingen kunnen zijn:
->Mensen leven langer en hebben vaak meerdere gezondheidsproblemen
->De opvattingen over beslissingen in de laatste levensfase veranderen
->Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van technologie in de zorg
->In iedere situatie is het opnieuw afwegen wat passende zorg is voor de P
->Om hierbij niet in conflict te komen met de patiënt, de zorgorganisatie én jezelf is ethische
scholing en expertise van professionals nodig
Voorbeelden van ethische dilemma’s:
• Wat is een goede balans tussen het geven van autonomie (vrijheid, eigen regie) aan patiënten
en het beschermen van deze kwetsbare mensen door vrijheidsbeperking op te leggen om
risico's te voorkomen?
• Hoe moet je omgaan met wensen van naasten die vanuit goede zorg en professioneel inzicht
niet in het belang zijn van een patiënt die lijdt aan dementie?
• Mag je als zorgprofessional afwijken van protocollen en standaarden als het in het belang van
de patiënt is?
• Hoe ga je om met je beroepsgeheim en de privacy van een patiënt bij de samenwerking met
hulpverleners met verschillende beroepsachtergronden?
• Er zijn meerdere patiënten die tegelijk jouw hulp nodig hebben en je staat er alleen voor. Aan
wie geef je de voorrang en waarom?
• Je komt als thuiszorgmedewerker bij een terminale patiënt thuis om hem te helpen met eten. De
patiënt weigert te eten, maar zijn mantelzorger vindt dat hij moet eten en dat jij ervoor moet
zorgen. Laat je je leiden door de wens van de patiënt of die van zijn mantelzorger? En
waarom?
Zorgethiek: (ex)
=>kijkt naar de zorgpraktijk zelf en wat zich daar concreet afspeelt (dus: niet zoeken naar
algemene richtinggevende principes)
,Heeft 3 grote kenmerken:
• Contextuele gevoeligheid toont dat zorgethiek erg ‘down to earth’ is: zorgethiek benadert
elke situatie specifiek, en gaat uit van een uniek individu met zijn eigen specifieke noden.
• Benadering van de mens als een fundamenteel kwetsbaar bestaan: wijst op de
overtuiging dat mensen op elkaar aangewezen zijn; wij zijn geen individuele, autonome
wezens.
• Aandacht voor relaties waarbinnen de zorg gestalte krijgt. Het bekijkt het belang van
de persoon en zijn relationeel netwerk.
Fundamentele ethiek:
=> graaft naar de wortels. Het houdt zich bezig met de grote abstracte vragen en het bouwen van
morele systemen.
• Focus: Het zoeken naar universele principes en waarden.
• Vragen: Wat is "het goede"? Waarom zouden we ons eigenlijk moreel moeten
gedragen? Is moraal iets objectiefs of een afspraak?
• Voorbeelden: Stromingen zoals het utilitarisme (streven naar het meeste geluk) of de
plichtsethiek van Kant (handelen volgens universele wetten)
Toegepaste ethiek:
=>Houdt zich bezig met de praktische toepassingen van ethische principes op concrete situaties
en kwesties in de echte wereld
• Focus: Het oplossen van specifieke morele dilemma's in de maatschappij.
• Vragen: Is euthanasie moreel verantwoord? Hoe moeten we omgaan met privacy in AI?
Mogen we dieren gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek?
• Voorbeelden: Medische ethiek, bedrijfsethiek, milieu-ethiek en media-ethiek.
,Toegepaste ethiek biedt een kader voor het ontwikkelen van passende ethische benaderingen en
interventies op verschillende niveaus:
1. Micro-niveau:
• Relaties tussen individuen
-2 studenten onderling
-Atleet en trainer
-P en T
• Op niveau van individuele handelingen en
interpersoonlijke relaties
• Concrete situaties waarin mens als individu morele
overwegingen en beslissingen moet maken
2. Meso-niveau:
• Ethische keuzen van individuen zijn dikwijls ingebed in groepen en instituties
-Gezinnen, scholen, clubs...
-Klinieken, bedrijven, netwerken..
• morele dimensies van beleid, procedures, en praktijken binnen deze structuren
3. Macro-niveau
• Beleid en overheidsregulering nodig, want dikwijls:
->spontaan, organische gegroeide ethos van een persoon of groep= onvoldoende
->interne, informele normering= onvoldoende
• Externe normering dringt zich dan op
• Geen enkele samenleving is mogelijk zonder dit soort van normering en regulering
• Toegepaste ethiek houdt zich precies ook hier mee bezig ( d.i. maatschappelijke ethiek)
Van fundamentele ethiek naar toegepaste ethiek:(verplicht kennen, maar denk dat de les dit smvt)
(wat interessant is is vetgedrukt+samengevat onder, maar nog maals denk dat alles in de les
komt)
-Wat is toegepaste ethiek?
De term ‘toegepaste ethiek’ mag niet verengd worden tot praktische toepassing in vele concrete
domeinen van theoretisch verworven morele inzichten. Het is niet de bedoeling
om per domein en per situatie een soort van staalkaart van verantwoorde handelingen aan te
reiken. Toegepaste ethiek dient ruimer bekeken te worden: primair gaat het over het definiëren
van een ethische keuzeproblematiek in concrete situaties en het zoeken naar moreel
aanvaardbare oriëntaties voor deze keuzen”.
,-Wat is de verhouding met fundamentele ethiek?
Het uitgangspunt en het eindpunt van de toegepaste, ethische reflectie zijn “concrete
maatschappelijke problemen, problemen op het domein van professionele praktijken of op het
domein van de economische, sociale of politieke ordening van de samenleving. Toegepaste ethiek
is daardoor beperkt in zijn opzet en onderscheiden van de fundamentele ethiek die als
uitgangspunt van zijn reflectie meer algemene vragen stelt over het wezen en de oorsprong van
morele normen en waarden. Dat er altijd een soort noodzakelijke symbiose is tussen beide
vormen van morele reflectie, tussen fundamentele en contextuele probleemstelling, lijkt nogal
evident te zijn.”.
-Drie niveaus
Hierboven worden, met betrekking tot toegepaste ethiek, reeds verschillende lagen opgeroepen:
van het niveau van het individuele leven en het beroep naar dat van de bredere samenleving en
het beleid daarrond. Ze worden vaak met micro- resp. macro-niveau aangeduid. Er is evenwel een
tussenliggend, meso-niveau: dat van groepen, instituties en andere dragers van een specifiek
ethos.
-Micro-niveau:
Op het micro-niveau gaat het dus over de relaties tussen individuen, bv. tussen
twee studenten onderling of tussen een atleet en trainer of een dokter en patiënt. De ene heeft
een directe, morele verantwoordelijkheid voor de andere, die vaak te maken heeft met
bepaalde rol die gespeeld wordt en die beïnvloed wordt door bepaalde maatschappelijke
ontwikkelingen (zoals de toenemende technologisering). Op het microvlak verschijnen concrete
situaties waarin de mens als individu met verschillende conflicterende waarden wordt
geconfronteerd, waarin hij of zij dus met heel concrete dilemma’s dient te kunnen omgaan.
-Meso-niveau:
Het zou onvolledig zijn om toegepaste ethiek te beperken tot deze één-op-één-relaties, hoe
belangrijk ze ook zijn. Ethische keuzen worden wel genomen door individuen, maar deze
persoonlijke morele keuzen zijn dikwijls ingebed in groepen en instituties als
gezinnen,scholen, clubs, klinieken, bedrijven en netwerken. Volgens de onderzoeker Dennis
Thompson moet toegepaste ethiek vooral aandacht hebben voor intermediaire sociale
netwerken: “we moeten bijvoorbeeld niet alleen aandacht hebben voor dokter-patiënt relaties of
voor de rechtvaardigheid van het gezondheidsbeleid maar ook voor wat we kunnen noemen een
ziekenhuis-ethiek”. Dit is wat bedoeld wordt met het meso-vlak.
-Macro-niveau:
En tenslotte is er het macrovlak van het beleid en van overheidsregulering. Dikwijls
zijn het spontaan, organische gegroeide ethos van een persoon of van een groep en de
interne, informele normering onvoldoende en dringt zich externe normering op. Geen
enkele samenleving is mogelijk zonder dit soort van normering en regulering (dit geldt zelfs voor
wat men de ‘vrije markt’ noemt). Toegepaste ethiek houdt zich precies ook bezig met dit soort
van reguleringsproblemen op het macro-vlak, op het niveau dus van maatschappelijke ethiek.
Vandevelde maakt er ons op attent dat de verschillende niveaus verstrengeld zijn:
“Wanneer de mensen niet ‘meewillen’ is regulering als dweilen met de kraan open: dit feit wijst
erop dat maatschappelijke problemen niet helemaal los te koppelen zijn van individuele
moraliteit en gevoeligheden. De scheiding tussen individuele moraliteit en maatschappelijke
, regulering waarvan wij tot hiertoe zijn uitgegaan dient bijgevolg te worden gerelativeerd.”
-Discussie en overleg zijn elementair
Bij toegepaste ethiek gaat het niet zozeer over het op logisch-rationele wijze vertalen van
theoretische principes of formele procedures naar concrete keuzes. Het gaat eerder over het
proces waarbij discussie en overleg leiden tot morele keuze-oriënteringen: “uitwisseling van
praktijkervaringen en argumenten maakt het mogelijk de morele perceptie van de problemen te
verfijnen, de morele intuïties te corrigeren en de consequenties van de mogelijke keuzen juister in
te schatten”. In die zin is het belangrijk om de voorwaarden te creëren voor een goede morele
conversatie in de praktijk en om gespreksfora en ethische commissies in het leven te roepen. Het
ganse overleg over ethische oriënteringen, en het bemiddelen van theorie en praktijk, spitsen zich
graag toe op concrete morele ervaringen en concrete waardeconflicten op het veld.
Bewustwording van morele dilemma’s en de mogelijkheden om er uit te raken staan in die
zin centraal in het proces van de toegepaste ethiek. De auteur geeft een
voorbeeld uit de professionele sfeer: hoe kan een geneesheer het recht op informatie van een
patiënt verzoenen met zijn engagement om de patiënt nodeloos lijden te besparen?
-Afwegen van waarden
Dilemma’s worden in de praktijk naar een oplossing geleid door het opmaken en toepassen
van een hiërarchie van belangen en rechten, of beter uitgedrukt hier, van waarden. Een
persoon die in zijn beroep of daarbuiten met een moreel dilemma geconfronteerd wordt zal de
situatie in ogenschouw nemen, conflicterende waarden tegen elkaar afwegen op basis van een
bepaalde rangorde en zijn handelen baseren op het resultaat van die afweging. Deze oefening
wordt volgens Vandevelde een stuk complexer wanneer men van het micro- naar het
macroniveau gaat en wanneer men dus naar maatschappelijke ethiek evolueert.
Beleidsafwegingen zijn in principe moeilijker omdat er een groot aantal actoren in het spel
zijn en omdat er vele factoren meespelen, waardoor de feitelijke uitkomsten van
beslissingen vaak moeilijk vooraf te kennen zijn. Op het microvlak is dit gemakkelijker te
overzien en te voorzien. Wanneer er zich daar een ethische problematiek voordoet dan wordt die,
volgens de auteur, veelal gekenmerkt door de neiging van de persoon om, vanuit een passioneel
handelen, iets anders te doen dan zijn plicht (eerder dan dat hij die morele plicht niet zou kennen).
-Professionele ethiek
De kans om met persoonlijke beroepsdilemma’s geconfronteerd te worden is door
maatschappelijke ontwikkelingen sterk toegenomen. Dit heeft onder meer temaken met
groeiende technologisering die, bijvoorbeeld bij biomedici of ingenieurs, “ipso facto leidt tot een
verhoogde individuele verantwoordelijkheid.” Het heeft ook te maken met toenemende
functionalisering en diversificatie van rollenpatronen. Elk individu behoort tot verschillende
gemeenschappen met een eigen moraliteit. “Op persoonlijk vlak veroorzaakt deze situatie
ethische dilemma’s wanneer de ethische eisen verbonden met verschillende rollenpatronen met
elkaar in conflict komen”. Vandevelde verbindt in deze context het micro- en meso- niveau: “Voor
dergelijke problemen van professionele ethiek gaat de toegepaste ethicus ervan uit dat economie
en handel, geneeskunde of opvoeding zelf reeds praktijken zijn met een eigen intrinsieke
moraliteit. De ethicus vertrekt dan van de morele ervaring van de betrokkenen zelf of van de
interne moraliteit van hun discipline om hen te helpen bij de reflectie over hun praktijk, waarin het
technische en het ethische aspect vaak niet scherp te onderscheiden zijn. Toegepaste ethiek sluit
hier bijzonder nauw aan bij de praktijk van de direct betrokkenen, met alle gevaren en