insolventierecht
Week 1 - dagvaarding en infrastructuur, bevoegdheid van de rechter &
procesbeginselen
Werkgroepopdrachten
Opdracht 1 – Bevoegde rechter
In de avond van 10 december 2025 is vuurwerk afgestoken op de auto van Valentijn, wonende in
Utrecht. De auto stond op dat moment geparkeerd op de Overtoom in Amsterdam, omdat Valentijn
bij Robin was, zijn vriendin die daar woont. Ook is in de vroege ochtend van 11 december 2025
vuurwerk afgestoken bij de voordeur van de woning van Robin. Van beide voorvallen zijn
camerabeelden gemaakt, waarop Sem en Latifa te zien zijn. Sem woont in Rotterdam en Latifa
woont in Leeuwarden.
Valentijn meent dat Sem en Latifa door zijn auto te vernielen en door te pogen vuurwerk naar
binnen te gooien om hem (zwaar) te mishandelen, strafbare gedragingen en daarmee
onrechtmatige gedragingen hebben begaan als bedoeld in art. 6:162 BW, als gevolg waarvan
Valentijn een schade van €20.000,- heeft geleden.
Beantwoord de volgende vragen.
Welk gerecht is absoluut bevoegd van de vordering van Valentijn kennis te nemen? Wat zal er
gebeuren als de zaak wordt aangebracht voor een rechter die niet absoluut bevoegd is?
Stap 1 => er zijn drie opties, namelijk (1) de rechtbank (art. 42 RO) -> uitzonderingen hierop zijn art.
62 RO (prorogatie) en art. 66 RO (ondernemingskamer), (2) het Hof (art. 60 RO) en (3) de Hoge Raad
(art. 78-80 RO).
Stap 2 => we weten dus nu, de rechtbank is bevoegd. De andere twee instanties zijn namelijk het
Hof en de Hoge Raad (daar kun je sowieso niet in eerste aanleg naartoe, daarvoor dien je eerst naar
de rechtbank te zijn gegaan). De Hoge Raad mag niet meer naar de feiten kijken, die kijkt alleen of
er goed is gehandeld. De HR mag dus ook alleen terugverwijzen, maar daarom noemen we het dus
niet een ‘feitelijke instantie’.
Stap 3 => concluderend, de rechtbank is hier dus ‘absoluut’ bevoegd.
Art. 72 jo 73 Rv -> ambtshalve = uit eigen beweging (ook voor onszelf).
Stap 4 => als het verkeerd gaat met die absolute bevoegdheid, dan moeten we altijd verwijzen naar
art. 72 jo 73 Rv. De rechter mag zich ‘ambtshalve’ onbevoegd verklaren en de rechter mag dan ook
doorverwijzen naar de juiste rechter/rechtbank.
,Art. 74 lid 3 Rv -> verwijst het Hof naar de rechtbank, dan is de rechtbank aan de verwijzing
gebonden, andersom niet.
Artikel(en) nog belangrijk: art. 93 Rv.
Welke kamer van dat gerecht is bevoegd? Wat zal er gebeuren als de zaak wordt aangebracht
voor de verkeerde kamer?
Stap 1 => art. 93 Rv (e.v. alleen voor dagvaardingsprocedures). Dit artikel bepaalt welke zaken de
kantonrechter behandelt en over beslist.
Stap 2 => art. 47 RO. De enkelvoudige kamer is hier bevoegd, de kantonrechter is dus bevoegd.
Stap 3 => art. 71 Rv; specifiek lid 2 -> dit gaat namelijk over andere zaken dan kantonzaken. De
rechter verklaart zich hier niet ‘onbevoegd’, maar verwijst wel door naar de juiste kamer. Het gaat
hier namelijk om een verdelingsvraag.
Absolute bevoegdheid -> dan nog de onderlinge verdeling en dan kun je nog naar de vraag over de
relatieve bevoegdheid.
Welk gerecht is relatief bevoegd? Wat zal er gebeuren als de zaak wordt aangebracht voor een
rechter die niet relatief bevoegd is?
Stap 1 => we zien dus nu dat de vraag gaat over de relatieve bevoegdheid, dus art. 99 Rv. We zien
dat de hoofdregel is dan de rechtbank die bevoegd is waar de woonplaats van de gedaagde zich
bevindt. Lid 2, zegt dat als er geen woonplaats bekend is; dan de plek waar diegene is.
Stap 2 => je kunt dan kiezen uit twee rechtbanken, dit vinden we weer terug in art. 107 Rv -> beide
gedaagde in 1 rechtbank kunnen behandelen.
Stap 3 => art. 102 Rv; de plaats waar de schade zich heeft voorgedaan.
Concluderend, art. 99 Rv zegt Rotterdam, want woonplaats gedaagde. Art. 107 Rv, dus Leeuwarden.
Art. 102 Rv zegt waar de schade zich heeft plaatsgevonden, dus Amsterdam. Valentijn mag dus in dit
geval gewoon kiezen en hij zal kiezen wat voor hem het makkelijkste te bereiken is.
Stap 4 => wat nou als de verkeerde rechter benaderd wordt, art. 110 Rv. De hoofdregel is hier ‘niet
ambtshalve’, maar doen voor andere verweren en anders vervalt het verweer.
,Stap 5 => op bovenstaande regeling kunnen uitzonderingen op zijn. De rechter zegt: je bent niet
relatief bevoegd en verwijst het dan door als de gedaagde daar ook echt aanspraak op maakt (dus
dan zegt gedaagde: “u bent eigenlijk helemaal niet bevoegd”) -> als gedaagde geen aanspraak
hierop maakt, dan gaat de zaak gewoon door.
Opdracht 2 – Ontwerpstudio Nova/Cubon
Ontwerpstudio Nova B.V. heeft op 2 oktober 2023 een 3D-printer van Cubon BV gekocht voor een
prijs van €25.000,-. De printer is een typisch maandagochtend modelletje en vertoont al binnen
twee weken kuren. De printer hapert vaak en print soms niet nauwkeurig. Na een paar weken stuurt
Nova een brief aan Cubon, waarin zij Cubon op de hoogte stelt van de gebreken, aangeeft dat zij
een goed werkende printer wenst en dat een procedure zal worden begonnen als Cubon aan die
wens geen gehoor geeft.
Cubon laat niets van zich horen. Nova vordert in rechte ontbinding van de koopovereenkomst. Voor
de toewijzing van de vordering is nodig dat Cubon in gebreke is gesteld. Nova doet echter geen
beroep op een ingebrekestelling.
Mag de rechter de vordering van Nova toewijzen?
Stap 1 => binnen de grenzen kan de rechter ambtshalve de grondslag beperken, dus verdere vragen
erover stellen. We zien dat Nova Cubon niet in gebreke stelt en als hier dan geen beroep op wordt
gedaan, dan kan de rechter hier dus niks mee. Het aanvullen of een verweer geven mag een rechter
niet doen (want dan speelt hij partij of advocaat).
Stap 2 => de rechter mag wel vragen om wat meer informatie, zie art. 24 lid 2 Rv. De rechtsgronden
vult hij aan op grond van art. 25 Rv.
Uit de conclusie van antwoord blijkt dat Cubon beschikt over een rapport met informatie over het
functioneren van de 3D-printer. Mag de rechter Cubon bevelen dit rapport in het geding te
brengen of overtreedt de rechter dan het in vraag 1 bedoelde artikel?
De rechter mag Cubon bevelen het rapport in het geding te brengen, dit is namelijk een processuele
bevoegdheid en geen ontoelaatbare aanvulling van de feiten (zie art. 21, 22 lid 1 (mag bevelen
stellen en rapporten toevoegen; geen nieuwe zaak, alleen toelichten) en 24 Rv).
, Opdracht 3 – Fout in dagvaarding
Soshanna heeft via Marktplaats voor een bedrag van € 32.000,- een camper verkocht en geleverd
aan Li. Li betaalt niet. Soshanna begint een procedure tegen Li en vordert betaling van de koopprijs
van € 32.000,-. Li wordt opgeroepen te verschijnen op woensdag 17 december 2025. De
dagvaarding vermeldt niet het tijdstip waarop Li dient te verschijnen. Op woensdagochtend 10
december 2025 ontdekt Soshanna dat het tijdstip in de dagvaarding ontbreekt.
Is het niet opnemen van het tijdstip van de terechtzitting met nietigheid bedreigd?
Stap 1 => je moet jezelf altijd eerst afvragen welke zaken altijd schriftelijk worden gedaan -> dit zijn
altijd de zogeheten ‘advocaat-zaken’. Kantonzaken zijn namelijk zowel of schriftelijk als mondeling.
Stap 2 => kan er een inhoudelijke behandeling plaatsvinden? De roldatum wordt benoemd, deze
roldatum is eigenlijk meer een soort van ‘deadline’ (want het is immers schriftelijk en niet fysiek). Er
kan wel een mondelinge behandeling worden gepland, maar dat wordt dan vaak schriftelijk
afgedaan -> dan is het ook niet zo dat er een uur op vermeld moet worden.
Stap 3 => art. 82 lid 2 en 3 Rv; er kan een inhoudelijke behandeling plaatsvinden, maar die is in
beginsel schriftelijk. Is er dan in deze casus een fout gemaakt? Onszelf dus weer de vraag stellen of
het een zogenoemde advocaat-zaak is. We kijken hiervoor naar het bedrag in de casus, in dit geval is
het bedrag boven de €25.000 euro (zie art. 93 Rv, grond a zaak). Het betreft dus geen kantonzaak,
dus is er procesverdediging nodig, dus een advocaat-zaak.
Stap 4 => we weten dus nu dat in bovengenoemde casus geen fout is gemaakt, dus het is niet met
nietigheid bedreigd. Een fout met nietigheid bedreigt wordt genoemd in art. 120 lid 1 Rv -> hiervoor
ook altijd kijken naar de vereisten van art. 111 lid 2 Rv en dan ook nog (eventueel) naar art. 120 Rv
(voor het geval er wel een fout is gemaakt).
Wat raad u Soshanna aan te doen?
In bovenstaande casus en conclusie weten we dat er dus geen fout is gemaakt, Soshanna hoeft dus
in principe niets te doen. Een herstelexploot gaat alleen op als er een fout is gemaakt.
Hoe luidt uw antwoord op vraag 2 als de koopprijs van de camper € 12.000,- bedraagt?
Stap 1 => we zien dat het bedrag nu verandert naar minder dan €25.000 euro. Het betreft dus nu
wel een kantonzaak, zie art. 93 Rv.
Stap 2 => er is dus nu wel een fout aanwezig en dienen we te kijken naar art. 111 lid 2 sub f Rv jo
120 lid 1 Rv jo 122 Rv -> Soshanna komt er namelijk achter voordat de roldatum is, zij is dus nog niet
verschenen, dus art. 121 Rv moeten wij in dit geval gebruiken. Echter, art. 121 Rv geldt in dit geval
ook niet, want het betreft nu geen advocaat-zaak meer.
Stap 3 => dus, we kijken weer naar art. 120 lid 2 Rv namelijk naar het herstelexploot. Dezelfde
roldatum kan in geval van lid 3, tenzij de roldatum niet gehandhaafd kan worden.
Stap 4 => art. 114 Rv jo 119 lid 1 Rv -> gaat om de termijn van de dagvaarding; als zij op 10
december dat herstelexploot zal instellen, dan gaat die 11 december pas in. Dan zijn er nog maar 5
dagen over, want die roldatum dag zelf telt ook niet mee. Die 7 dagen zijn er niet meer, dus de
termijn van art. 114 Rv en 119 Rv moeten in acht genomen worden. De roldatum moet dus
opgeschoven worden naar de week erop.