Stromingen in de psychologie
Psychodynamisch Gedrag wordt het hele leven door Freud, Erikson
gemotiveerd door onbewuste krachten uit
de kindertijd, waar we weinig controle over
hebben
Behavioristisch De ontwikkeling is waarneembaar SR John B, Watson, Skinner,
Bandura
Cognitief Piaget
Systemisch Gedrag wordt bepaald door relatie tussen Vygotsky
individuen. Ook door fysieke, cognitieve,
persoonlijk, sociale- werelden
evolutionair Gedrag is een genetische erfenis van onze Konrad Lorenz (beïnvloed door
voorouders. Gedrag is aangepast om te Darwin)
overleven (natuurlijke selectie).
Erikson stadia (freud)
Stadium Leeftijd Positieve resultaten Negatieve resultaten
1 Vertrouwen versus 0-1,5 jaar Gevoelens vertrouwen Angst en bezorgdheid
wantrouwen door steun omgeving m.b.t. anderen
(Freud: Oraal-eten, zuigen,
bijten)
2. Autonomie versus schaamte 1,5jaar- 3 jaar Zelfstandigheid Twijfels over zichzelf,
en twijfel (verkenning) wordt gebrek
(Freud: Anaal- poep ophouden, gestimuleerd onafhankelijkheid
wennen aan controle
maatschappij)
3. Initiatief versus 3- 6 jaar Ontdekking van Schuldgevoel door
schuldgevoel manieren om dingen in gedrag en gedachten
(Freud: Fallisch- interesse gang te zetten
genitaliën, oedipuscomplex,
identificatie ouder zelfde sekse)
4.Vlijt versus 6- 12 jaar Ontwikkelen van een Gevoelens van
minderwaardigheid besef van eigen minderwaardigheid,
(Freud: Latentie- seksualiteit kunnen geen gevoelens van
grotendeels op achtergrond) competentie
5.Identiteit versus Adolescentie Bewustzijn van eigen Onvermogen om juiste
identiteitsverwarring uniekheid en rol in rollen in eigen leven te
(Freud: Genitaal- opnieuw verdere leven identificeren
interesse seks, aangaan van
relaties)
6.Intimiteit versus isolement Vroege Ontwikkeling van Angst voor relaties met
volwassenheid liefdevolle, seksuele anderen
relaties en hechte
vriendschappen
7.Generativiteit versus Middelbare Besef van bijdrage Bagatelliseren van
stagnatie volwassenheid continuïteit van leven eigen activiteiten
8.Integriteit versus wanhoop Late Besef van wat men in Spijt van gemiste
volwassenheid leven heeft bereikt kansen
,Piaget Leeftijd Ontwikkeling
Sensomotorisch stadia 0-2 Tasten, voelen, proeven
Ontwikkeling van motoriek en geheugen
(objectpermanentie nog niet ontwikkeld)
Preoperationeel stadia 2-6 Spreken, strottenhoofd daalt
Verfijning motoriek
Ontwikkeling egocentrisme (leert dat ‘t een persoon is)
(animisme-objecten ziel toekennen)
Concreet operationeel stadia 6-11 Kunnen vergelijken van lengte en hoeveelheid
Ordenen, tellen, rekenen
Figuratief denken
Formeel operationeel stadia 11+ Ruimtelijk denken
Abstract denken
Leren logisch denken en conclusies te trekken
Stadia van Piaget
Transitionele stadium: meer geven-en-nemen interacties met andere kinderen, regels kunnen
opgesteld en veranderd worden door een groep, perspectief leren nemen, coöperatief opstellen en
kinderen beginnen autonomer te worden.
Stadium van autonome moraliteit: rond de leeftijd van 11, 12 jaar. Niet meer blindelings volgen van
autoriteiten als basis van morele beslissingen. Men ziet dat regels product sociale
overeenstemmigheid zijn en veranderd kunnen worden. Eerlijkheid en gelijkheid belangrijke criteria
voor regels. Straf moet bij daad passen.
(De kwaliteit van sociale interactie lijkt belangrijker dan de kwantiteit.)
Kohlberg
1. Preconventioneel: Straf en gehoorzamen: moreel gedragen om straf te vermijden
Instrumenteel en uitwisselen: dit voor dat moraliteit
2. Conventioneel: Wederzijdse inter-persoonlijke verwachtingen en conformisme: gedragen zoals
men van je verwacht
Sociale systeem en geweten: gedragen volgens de regels en de maatschappij werkend houden
3. Postconventioneel: Sociaal contract: grootste goed voor grootste aantal
Universele ethische principes: zelfgekozen ethische principes
Gilligan
Individuele overleving meisje 3 j. wil alleen haar spelletjes spelen
Goedheid door zelfopoffering meisje is 10 j. wil goede vriendin zijn, doet alleen vriendins spelletjes
Moraal van geweldloosheid meisje vindt compromis tussen bovenstaande
James Marcia theorie van identiteitsontwikkeling
Identity achievement- Adolescenten die veel identiteiten hebben onderzocht (crisisperiode), maar er
nu 1 hebben gevonden ( psychisch het gezondst.)
Identity foreclosure- Adolescenten die verbonden zijn aan identiteit, maar hebben niet onderzocht
en geen crisis hebben doorgemaakt (geleid door selffulfilling prophecy)
, Moratorium- Adolescenten die wel identiteiten hebben onderzocht, maar niet aan 1 hebben
verbonden. (hebben psychische conflicten)
Identity diffusion- Adolescenten die verschillende identiteiten overwegen, maar zich nooit aan 1
verbinden. Of ze overdenken nooit de opties die ze hebben. (vaak sociaal teruggetrokken)
Bronfenbrenners visie op ontwikkeling
Er zijn 5 omgevingniveaus die individuen gelijktijdig beinvloeden. Het macrosysteem, exosysteem,
mesosysteem, microsysteem, chronosysteem
Juiste opvang kind: genoeg medewerkers, het voldoet aan de regels en heeft de juiste papieren,
hebben de medewerkers plezier in hun baan, hebben ze een pedagogische opleiding, wat doen ze
met de kinderen (meer dan babysitten), is het veilig en schoon, is het gezellig, wordt kind als individu
behandeld?
Infantiele amnesie= geen herinneringen aan ervaringen voor het 3e levensjaar
Social referencing= Het doelbewust zoeken naar info over de gevoelens van anderen om onduidelijke
gebeurtenissen te plaatsen
Vreemde situatieprocedure van Ainsworth= Een in scene gezette gebeurtenis om de hechting tussen
kind en (meestal) moeder te illustreren.
Goodness of fit= Het idee dat ontwikkeling afhankelijk is van de mate waarin het specifieke
temperament van kinderen aansluit op de aard en eisen van de omgeving waarin zij opgroeien.
Nachtmerrie= Levendige enge droom, meestal tegen de ochtend.
Pavor nocturnus= een slaapstoornis die leidt tot een versnelde ademhaling en hartslag en maakt dat
en kind in een intense paniektoestand wakker wordt.
Psychodynamisch Gedrag wordt het hele leven door Freud, Erikson
gemotiveerd door onbewuste krachten uit
de kindertijd, waar we weinig controle over
hebben
Behavioristisch De ontwikkeling is waarneembaar SR John B, Watson, Skinner,
Bandura
Cognitief Piaget
Systemisch Gedrag wordt bepaald door relatie tussen Vygotsky
individuen. Ook door fysieke, cognitieve,
persoonlijk, sociale- werelden
evolutionair Gedrag is een genetische erfenis van onze Konrad Lorenz (beïnvloed door
voorouders. Gedrag is aangepast om te Darwin)
overleven (natuurlijke selectie).
Erikson stadia (freud)
Stadium Leeftijd Positieve resultaten Negatieve resultaten
1 Vertrouwen versus 0-1,5 jaar Gevoelens vertrouwen Angst en bezorgdheid
wantrouwen door steun omgeving m.b.t. anderen
(Freud: Oraal-eten, zuigen,
bijten)
2. Autonomie versus schaamte 1,5jaar- 3 jaar Zelfstandigheid Twijfels over zichzelf,
en twijfel (verkenning) wordt gebrek
(Freud: Anaal- poep ophouden, gestimuleerd onafhankelijkheid
wennen aan controle
maatschappij)
3. Initiatief versus 3- 6 jaar Ontdekking van Schuldgevoel door
schuldgevoel manieren om dingen in gedrag en gedachten
(Freud: Fallisch- interesse gang te zetten
genitaliën, oedipuscomplex,
identificatie ouder zelfde sekse)
4.Vlijt versus 6- 12 jaar Ontwikkelen van een Gevoelens van
minderwaardigheid besef van eigen minderwaardigheid,
(Freud: Latentie- seksualiteit kunnen geen gevoelens van
grotendeels op achtergrond) competentie
5.Identiteit versus Adolescentie Bewustzijn van eigen Onvermogen om juiste
identiteitsverwarring uniekheid en rol in rollen in eigen leven te
(Freud: Genitaal- opnieuw verdere leven identificeren
interesse seks, aangaan van
relaties)
6.Intimiteit versus isolement Vroege Ontwikkeling van Angst voor relaties met
volwassenheid liefdevolle, seksuele anderen
relaties en hechte
vriendschappen
7.Generativiteit versus Middelbare Besef van bijdrage Bagatelliseren van
stagnatie volwassenheid continuïteit van leven eigen activiteiten
8.Integriteit versus wanhoop Late Besef van wat men in Spijt van gemiste
volwassenheid leven heeft bereikt kansen
,Piaget Leeftijd Ontwikkeling
Sensomotorisch stadia 0-2 Tasten, voelen, proeven
Ontwikkeling van motoriek en geheugen
(objectpermanentie nog niet ontwikkeld)
Preoperationeel stadia 2-6 Spreken, strottenhoofd daalt
Verfijning motoriek
Ontwikkeling egocentrisme (leert dat ‘t een persoon is)
(animisme-objecten ziel toekennen)
Concreet operationeel stadia 6-11 Kunnen vergelijken van lengte en hoeveelheid
Ordenen, tellen, rekenen
Figuratief denken
Formeel operationeel stadia 11+ Ruimtelijk denken
Abstract denken
Leren logisch denken en conclusies te trekken
Stadia van Piaget
Transitionele stadium: meer geven-en-nemen interacties met andere kinderen, regels kunnen
opgesteld en veranderd worden door een groep, perspectief leren nemen, coöperatief opstellen en
kinderen beginnen autonomer te worden.
Stadium van autonome moraliteit: rond de leeftijd van 11, 12 jaar. Niet meer blindelings volgen van
autoriteiten als basis van morele beslissingen. Men ziet dat regels product sociale
overeenstemmigheid zijn en veranderd kunnen worden. Eerlijkheid en gelijkheid belangrijke criteria
voor regels. Straf moet bij daad passen.
(De kwaliteit van sociale interactie lijkt belangrijker dan de kwantiteit.)
Kohlberg
1. Preconventioneel: Straf en gehoorzamen: moreel gedragen om straf te vermijden
Instrumenteel en uitwisselen: dit voor dat moraliteit
2. Conventioneel: Wederzijdse inter-persoonlijke verwachtingen en conformisme: gedragen zoals
men van je verwacht
Sociale systeem en geweten: gedragen volgens de regels en de maatschappij werkend houden
3. Postconventioneel: Sociaal contract: grootste goed voor grootste aantal
Universele ethische principes: zelfgekozen ethische principes
Gilligan
Individuele overleving meisje 3 j. wil alleen haar spelletjes spelen
Goedheid door zelfopoffering meisje is 10 j. wil goede vriendin zijn, doet alleen vriendins spelletjes
Moraal van geweldloosheid meisje vindt compromis tussen bovenstaande
James Marcia theorie van identiteitsontwikkeling
Identity achievement- Adolescenten die veel identiteiten hebben onderzocht (crisisperiode), maar er
nu 1 hebben gevonden ( psychisch het gezondst.)
Identity foreclosure- Adolescenten die verbonden zijn aan identiteit, maar hebben niet onderzocht
en geen crisis hebben doorgemaakt (geleid door selffulfilling prophecy)
, Moratorium- Adolescenten die wel identiteiten hebben onderzocht, maar niet aan 1 hebben
verbonden. (hebben psychische conflicten)
Identity diffusion- Adolescenten die verschillende identiteiten overwegen, maar zich nooit aan 1
verbinden. Of ze overdenken nooit de opties die ze hebben. (vaak sociaal teruggetrokken)
Bronfenbrenners visie op ontwikkeling
Er zijn 5 omgevingniveaus die individuen gelijktijdig beinvloeden. Het macrosysteem, exosysteem,
mesosysteem, microsysteem, chronosysteem
Juiste opvang kind: genoeg medewerkers, het voldoet aan de regels en heeft de juiste papieren,
hebben de medewerkers plezier in hun baan, hebben ze een pedagogische opleiding, wat doen ze
met de kinderen (meer dan babysitten), is het veilig en schoon, is het gezellig, wordt kind als individu
behandeld?
Infantiele amnesie= geen herinneringen aan ervaringen voor het 3e levensjaar
Social referencing= Het doelbewust zoeken naar info over de gevoelens van anderen om onduidelijke
gebeurtenissen te plaatsen
Vreemde situatieprocedure van Ainsworth= Een in scene gezette gebeurtenis om de hechting tussen
kind en (meestal) moeder te illustreren.
Goodness of fit= Het idee dat ontwikkeling afhankelijk is van de mate waarin het specifieke
temperament van kinderen aansluit op de aard en eisen van de omgeving waarin zij opgroeien.
Nachtmerrie= Levendige enge droom, meestal tegen de ochtend.
Pavor nocturnus= een slaapstoornis die leidt tot een versnelde ademhaling en hartslag en maakt dat
en kind in een intense paniektoestand wakker wordt.