Sociale vraagstukken 5: Cohesie & conflict
Table of Contents
College 1: Lokale gemeenschappen...........................................................................................................1
Werkgroep week 1................................................................................................................................................5
College week 2: Etnische diversiteit en cohesie.........................................................................................6
Werkgroep 2........................................................................................................................................................13
College week 3; Etniciteit en conflict.......................................................................................................14
Werkgroep 3........................................................................................................................................................25
College week 4: Religie............................................................................................................................26
Werkgroep 4........................................................................................................................................................35
College week 5: Schaduwzijden van cohesie; collectieve actie.................................................................38
Werkgroep week 5..............................................................................................................................................43
College week 6: Internet en sociale media..............................................................................................43
Werkgroep..........................................................................................................................................................50
College week 7: Politiek en democratie...................................................................................................52
Werkgroep 7........................................................................................................................................................62
College 1: Lokale gemeenschappen
Sociaal kapitaal
Lang opgevat als individuele hulpbron (Bourdieu)
o Maar ook te converteren in andere vormen van kapitaal (baan bv via sociale netwerk)
Putnam; boek Bowling Alone
o “social capital refers to the connections among individuals - social networks and the norms of
reciprocity and trustworthiness that arise from them.”
Sociaal kapitaal niet alleen ‘privaat goed’ maar ook ‘publiek goed’
o Sociaal kapitaal in lokale gemeenschap ook voordelig voor mensen zonder
contacten/netwerken
“Life is easier in a community blessed with a substantial stock of social capital.” (Putnam 1995)
De kracht van netwerken
Netwerken gaan gepaard met wederzijdse verplichtingen
o Specifieke reciprociteit (als jij iets doet voor ander doen ze ook iets terug)
o Gegeneraliseerde reciprociteit (als je iets voor gemeenschap doet doen ze ook iets terug voor
jou)
Dit voedt sociaal vertrouwen
Netwerken versterken reputaties en daarmee vertrouwen
Netwerken versterken “wij-gevoel", ergens bij te horen
Bevordelijk voor;
o Coordinatie, communicatie en samenwerken
, o Oplossen collectieve actieproblemen
Twee vormen sociaal kapitaal
Bonding;
o cohesie binnen een groep, sociale lijm, binnen eigen groep
o zorgt ervoor dat individuen samen geplakt worden in een groep.
o Helpt voor ‘getting by’, steun krijgen vanuit de groep
o Versterkt groepsidentiteit
Bridging;
o Relaties tussen verschillende groepen
o zorgt dat verschillende groepen soepeler met elkaar omgaan (metafoor smeerolie)
o Goed voor toegang tot externe hulpbronnen en informatiecirculatie
“getting ahead”
o voedt bredere reciprociteit
Mensen in moderne samenleving hechten steeds minder waarden aan sociaal kapitaal
“Thin, single-stranded, surf-by interactions are gradually replacing dense, multistranded, well-exercised bonds.
More of our social connectedness is one shot, special purpose, and self oriented.” (Putnam, 2000)
o De vorm van sociale connecties wordt echt anders. Vroeger heel hechte banden (collega en
buurman en bowlingmaat), nu veel dunnere banden
Mensen zijn steeds minder lid van clubs/organisaties, grote drop sinds jaren 60
Ook informele relaties steeds minder
Verklaringen minder sociaal kapitaal
‘busyness, economic distress, and the pressures associated with two-career families are a modest part of the
explanation for declining social connectedness’
o Druk zijn wordt vaak gezien als verklaring. Tegenwoordig werken vaak beide ouders.
Ruimtelijke verspreiding/suburbanisering, werkt op andere plek dan je woont, kinderen naar school
in andere wijk. Mensen kunnen nu makkelijker heen en weer reizen. Verhuizen tegenwoordig ook
sneller naar andere plek, bleven vroeger in hun eigen dorp wonen
Nieuwe media, de tv zorgt ervoor dat mensen minder sociaal worden, het is heel individueel
Kritiek op Bowling Alone
Bivariate analyses; waarmee geen causaliteit kan worden aangetoond
Tautologische analyse; cirkelredenering;
o “In other words, if your town is ‘civic,’ it does civic things; if it is ‘uncivic,’ it does not”
(Portes 1998: 20)
laat zien dat de definitie al het resultaat bevat. Een “civieke” gemeenschap wordt
civiek omdat ze al civiek is.
o “confuses means and ends, which means he uses social capital as both an explanatory
variable for social cohesion and to describe the same phenomenon”
Putnam gebruikt sociaal kapitaal als de oorzaak van sociale cohesie, terwijl hij
tegelijkertijd sociaal kapitaal definieert als sociale cohesie.
Mogelijk andere oorzaken voor afname sociaal kapitaal dan vrijetijdsactiviteiten bevolking
Nieuwe technologie kan sociaal kapitaal ook bevorderen
, Wat is sociale cohesie?
“the positive quality of social relations”
o Vertrouwen, lidmaatschap, hoeverre je je sociaal gedraagt,
De literatuur
Lokale organisaties en geweld (Sharkey et al. 2017)
Sociale cohesie/informele sociale controle in de buurt als rem op geweld
o Vaak over het hoofd gezien (vaker gekeken naar meer blauw op straat, strengere wetgeving
etc.)
“Community organization” met als doel de buurt beter te maken, door:
o Alternatieven bieden aan jeugd
o Werkgelegenheid bevorderen
o Toezicht houden
Deze stichtingen (nonprofits) helpen banden te smeden
o meer vertrouwen/sociale cohesie
o Meer collective efficacy
, collectief handelingsvermogen en verwijst naar: De mate waarin een groep of
gemeenschap gelooft dat zij samen in staat is om problemen op te lossen, sociale orde
te handhaven en gezamenlijke doelen te bereiken.
Dus: direct en indirect effect
Probleem met causaliteit
Moeilijk om effect goed vast te stellen
o Ontstaan lokale organisaties en afname criminaliteit hebben mogelijk gedeelde oorzaak,
derde variabele beïnvloed beide (kan bv ook door economische voorspoed, meer geld voor
organisaties en hoger inkomen zorgt ook voor minder criminaliteit)
o Lokale organisaties ontstaan deels als reactie op criminaliteit (reverse causality)
Oplossingen causaliteit
Fixed-effects benadering
o Alleen kijken naar effect verandering in aantal organisaties (op verandering in criminaliteit
een jaar later) binnen een stad. Controleren voor alles wat stabiel is
o dit controleert voor gedeelde oorzaak in stad
Instrumental variable benadering
o Kijk hoe veranderingen in organisaties zonder link met criminaliteit samenhangen met
veranderingen in buurtorganisaties (met link met criminaliteit)
Nemen data mee van organisaties die geen invloed hebben op criminaliteit (milieu,
kunst). Je wilt checken of criminaliteit invloed heeft op het aantal organisaties, om
reverse causality te controleren
o Zo vind je het deel van verandering in buurtorganisaties dat geen gevolg is van criminaliteit
(maar door iets externs, zoals financieringsmogelijkheden)
Seksuele activiteit jongen adolescenten (Browning et al. 2005)
(Vroege) seks opgevat als risicogedrag
Algemeen idee; interactie tussen opvoeding en buurt
o Opvoeding ouders maar ook sociale cohesie kan effect hebben op leeftijd seks
Collective efficacy (collectieve slagkracht)
o betekenis; capaciteit van de gemeenschap om gezamenlijk bij te dragen aan gedeelde doelen
o = sociale cohesie (vertrouwen, solidariteit, gedeelde waarden) + informele sociale controle +
intergenerational closure
Hoe zit dat met privegedrag zoals seks (“behind closed doors”)
o zit er nogsteeds een effect van sociale cohesie op privegedrag
o sociale banden in de wijk (tussen ouders)
Table of Contents
College 1: Lokale gemeenschappen...........................................................................................................1
Werkgroep week 1................................................................................................................................................5
College week 2: Etnische diversiteit en cohesie.........................................................................................6
Werkgroep 2........................................................................................................................................................13
College week 3; Etniciteit en conflict.......................................................................................................14
Werkgroep 3........................................................................................................................................................25
College week 4: Religie............................................................................................................................26
Werkgroep 4........................................................................................................................................................35
College week 5: Schaduwzijden van cohesie; collectieve actie.................................................................38
Werkgroep week 5..............................................................................................................................................43
College week 6: Internet en sociale media..............................................................................................43
Werkgroep..........................................................................................................................................................50
College week 7: Politiek en democratie...................................................................................................52
Werkgroep 7........................................................................................................................................................62
College 1: Lokale gemeenschappen
Sociaal kapitaal
Lang opgevat als individuele hulpbron (Bourdieu)
o Maar ook te converteren in andere vormen van kapitaal (baan bv via sociale netwerk)
Putnam; boek Bowling Alone
o “social capital refers to the connections among individuals - social networks and the norms of
reciprocity and trustworthiness that arise from them.”
Sociaal kapitaal niet alleen ‘privaat goed’ maar ook ‘publiek goed’
o Sociaal kapitaal in lokale gemeenschap ook voordelig voor mensen zonder
contacten/netwerken
“Life is easier in a community blessed with a substantial stock of social capital.” (Putnam 1995)
De kracht van netwerken
Netwerken gaan gepaard met wederzijdse verplichtingen
o Specifieke reciprociteit (als jij iets doet voor ander doen ze ook iets terug)
o Gegeneraliseerde reciprociteit (als je iets voor gemeenschap doet doen ze ook iets terug voor
jou)
Dit voedt sociaal vertrouwen
Netwerken versterken reputaties en daarmee vertrouwen
Netwerken versterken “wij-gevoel", ergens bij te horen
Bevordelijk voor;
o Coordinatie, communicatie en samenwerken
, o Oplossen collectieve actieproblemen
Twee vormen sociaal kapitaal
Bonding;
o cohesie binnen een groep, sociale lijm, binnen eigen groep
o zorgt ervoor dat individuen samen geplakt worden in een groep.
o Helpt voor ‘getting by’, steun krijgen vanuit de groep
o Versterkt groepsidentiteit
Bridging;
o Relaties tussen verschillende groepen
o zorgt dat verschillende groepen soepeler met elkaar omgaan (metafoor smeerolie)
o Goed voor toegang tot externe hulpbronnen en informatiecirculatie
“getting ahead”
o voedt bredere reciprociteit
Mensen in moderne samenleving hechten steeds minder waarden aan sociaal kapitaal
“Thin, single-stranded, surf-by interactions are gradually replacing dense, multistranded, well-exercised bonds.
More of our social connectedness is one shot, special purpose, and self oriented.” (Putnam, 2000)
o De vorm van sociale connecties wordt echt anders. Vroeger heel hechte banden (collega en
buurman en bowlingmaat), nu veel dunnere banden
Mensen zijn steeds minder lid van clubs/organisaties, grote drop sinds jaren 60
Ook informele relaties steeds minder
Verklaringen minder sociaal kapitaal
‘busyness, economic distress, and the pressures associated with two-career families are a modest part of the
explanation for declining social connectedness’
o Druk zijn wordt vaak gezien als verklaring. Tegenwoordig werken vaak beide ouders.
Ruimtelijke verspreiding/suburbanisering, werkt op andere plek dan je woont, kinderen naar school
in andere wijk. Mensen kunnen nu makkelijker heen en weer reizen. Verhuizen tegenwoordig ook
sneller naar andere plek, bleven vroeger in hun eigen dorp wonen
Nieuwe media, de tv zorgt ervoor dat mensen minder sociaal worden, het is heel individueel
Kritiek op Bowling Alone
Bivariate analyses; waarmee geen causaliteit kan worden aangetoond
Tautologische analyse; cirkelredenering;
o “In other words, if your town is ‘civic,’ it does civic things; if it is ‘uncivic,’ it does not”
(Portes 1998: 20)
laat zien dat de definitie al het resultaat bevat. Een “civieke” gemeenschap wordt
civiek omdat ze al civiek is.
o “confuses means and ends, which means he uses social capital as both an explanatory
variable for social cohesion and to describe the same phenomenon”
Putnam gebruikt sociaal kapitaal als de oorzaak van sociale cohesie, terwijl hij
tegelijkertijd sociaal kapitaal definieert als sociale cohesie.
Mogelijk andere oorzaken voor afname sociaal kapitaal dan vrijetijdsactiviteiten bevolking
Nieuwe technologie kan sociaal kapitaal ook bevorderen
, Wat is sociale cohesie?
“the positive quality of social relations”
o Vertrouwen, lidmaatschap, hoeverre je je sociaal gedraagt,
De literatuur
Lokale organisaties en geweld (Sharkey et al. 2017)
Sociale cohesie/informele sociale controle in de buurt als rem op geweld
o Vaak over het hoofd gezien (vaker gekeken naar meer blauw op straat, strengere wetgeving
etc.)
“Community organization” met als doel de buurt beter te maken, door:
o Alternatieven bieden aan jeugd
o Werkgelegenheid bevorderen
o Toezicht houden
Deze stichtingen (nonprofits) helpen banden te smeden
o meer vertrouwen/sociale cohesie
o Meer collective efficacy
, collectief handelingsvermogen en verwijst naar: De mate waarin een groep of
gemeenschap gelooft dat zij samen in staat is om problemen op te lossen, sociale orde
te handhaven en gezamenlijke doelen te bereiken.
Dus: direct en indirect effect
Probleem met causaliteit
Moeilijk om effect goed vast te stellen
o Ontstaan lokale organisaties en afname criminaliteit hebben mogelijk gedeelde oorzaak,
derde variabele beïnvloed beide (kan bv ook door economische voorspoed, meer geld voor
organisaties en hoger inkomen zorgt ook voor minder criminaliteit)
o Lokale organisaties ontstaan deels als reactie op criminaliteit (reverse causality)
Oplossingen causaliteit
Fixed-effects benadering
o Alleen kijken naar effect verandering in aantal organisaties (op verandering in criminaliteit
een jaar later) binnen een stad. Controleren voor alles wat stabiel is
o dit controleert voor gedeelde oorzaak in stad
Instrumental variable benadering
o Kijk hoe veranderingen in organisaties zonder link met criminaliteit samenhangen met
veranderingen in buurtorganisaties (met link met criminaliteit)
Nemen data mee van organisaties die geen invloed hebben op criminaliteit (milieu,
kunst). Je wilt checken of criminaliteit invloed heeft op het aantal organisaties, om
reverse causality te controleren
o Zo vind je het deel van verandering in buurtorganisaties dat geen gevolg is van criminaliteit
(maar door iets externs, zoals financieringsmogelijkheden)
Seksuele activiteit jongen adolescenten (Browning et al. 2005)
(Vroege) seks opgevat als risicogedrag
Algemeen idee; interactie tussen opvoeding en buurt
o Opvoeding ouders maar ook sociale cohesie kan effect hebben op leeftijd seks
Collective efficacy (collectieve slagkracht)
o betekenis; capaciteit van de gemeenschap om gezamenlijk bij te dragen aan gedeelde doelen
o = sociale cohesie (vertrouwen, solidariteit, gedeelde waarden) + informele sociale controle +
intergenerational closure
Hoe zit dat met privegedrag zoals seks (“behind closed doors”)
o zit er nogsteeds een effect van sociale cohesie op privegedrag
o sociale banden in de wijk (tussen ouders)