Vertalen en vertaalwetenschap
(TL3V14003)
Essay
Vergelijk in een essay minstens drie theoretische benaderingen die tijdens de
hoorcolleges aan bod zijn gekomen.
Neem in je essay zeker het volgende onderdelen op:
a) een kort overzicht van de uitgangspunten en doelen van elke theoretische
benadering;
b) een kritische beschouwing op de de sterktes en zwaktes van elke
benadering;
c) een reflectie op de wijze waarop de drie benaderingen zich tot elkaar
verhouden en waarop zij bepaalde aspecten van het vertalen belichten.
Gebruik daarbij de literatuur over dit onderwerp uit de cursus en minstens vier
zelf vertaalwetenschappelijke bronnen die je zelf hebt gevonden (raadpleeg
hiertoe, bijvoorbeeld, de Translation Studies Bibliography).
Het essay dient ca. 1500 woorden te tellen. De woorden in de bibliografie tellen
niet mee.
, The translator in theory
‘Can translation theory help translators?’ (Chesterman & Wagner 1), dat is de
vraag die Emma Wagner stelt aan vertaalwetenschapper Andrew Chesterman in
de inleiding van Can theory help translators? Samen gaan zij op zoek naar het
antwoord op die kwestie en proberen ze het doel van de vertaalwetenschap te
formuleren: ‘What ought to be the aims of translation theory’? Ik wil aansluiten
op hun discussie en ingaan op een onderwerp dat hier aan raakt: wat voor rol
krijgt de vertaler in verschillende prominente vertaalwetenschappelijke
theorieën? De vertaler is immers: ‘the key player in a process of intercultural
communication’ (Munday 111).
Vertaalwetenschap is ‘the academic (inter)discipline related to the study of the
theory, practice and phenomena of translation’ (Munday 1). In zijn ‘The name and
nature of translation studies’ deelt James S. Holmes de vertaalwetenschap op in
‘toegepaste vertaalwetenschap’ en ‘pure vertaalwetenschap’. Binnen de pure
vertaalwetenschap bestaat de descriptieve vertaalwetenschap die als doel heeft
het onderzoeken van het vertaalproduct, de functie van de vertaling en het
vertaalproces. Veel onderzoek heeft zich toegelegd op het beschrijven van de
pure vertaalwetenschap zoals voorgesteld door Holmes. In dit essay wil ik drie
prominente vertaalwetenschaptheorieën evalueren en beargumenteren wat voor
plaats zij toekennen aan de vertaler.
De polysystem theory
De polysystem theory werd ontwikkeld door Itmar Even-Zohar (Munday 146) en
stelt dat vertaalde literatuur een eigen systeem vormt dat functioneert binnen
grotere culturele en historische systemen van een maatschappij. Even-Zohar
definieert ‘polysysteem’ als volgt: ‘a system of various systems which intersect
with each other and partly overlap, using concurrently different opinions, yet
functioning as one structured whole, whose members are interdependent’ (Even-
Zohar 2005: 3). In deze wisselwerking wordt literatuur gekozen om te vertalen en
worden de normen voor het vertalen van deze literatuur beïnvloed door co-
systemen: andere onderdelen van de maatschappij. De polysystem theory is een
grote stap voorwaarts in de vertaalwetenschap omdat er niet meer uitgegaan
wordt van een geïsoleerde tekst en de relatie met het origineel, er is juist
aandacht voor de culturele context. Het is juist de sociale, historische en culturele
context die bepaalt of een vertaling als adequaat wordt gezien, Even-Zohar heeft
daarmee een bijzondere visie op het veelbesproken concept van ‘equivalence’.
In de theorie is duidelijk de invloed van Franse socioloog Pierre Bourdieu
waarneembaar; Bourdieu ontwikkelde het idee van een literair veld waarin
spelers elk een centrale positie in willen nemen (Bourdieu 78). Dit paradigma
komt overeen met Even-Zohars idee van verschillende posities: een primary of
een secondary position. Neemt literatuur een primaire positie in, dan gebeurt het
volgende: ‘it participates actively in shaping the centre of the polysystem’ (Even-
Zohar 1978/2012: 163). Dat geldt ook voor vertaalde literatuur. Hij stelt dat
vertalingen in drie gevallen zeer invloedrijk zijn op het literaire veld: wanneer een
(TL3V14003)
Essay
Vergelijk in een essay minstens drie theoretische benaderingen die tijdens de
hoorcolleges aan bod zijn gekomen.
Neem in je essay zeker het volgende onderdelen op:
a) een kort overzicht van de uitgangspunten en doelen van elke theoretische
benadering;
b) een kritische beschouwing op de de sterktes en zwaktes van elke
benadering;
c) een reflectie op de wijze waarop de drie benaderingen zich tot elkaar
verhouden en waarop zij bepaalde aspecten van het vertalen belichten.
Gebruik daarbij de literatuur over dit onderwerp uit de cursus en minstens vier
zelf vertaalwetenschappelijke bronnen die je zelf hebt gevonden (raadpleeg
hiertoe, bijvoorbeeld, de Translation Studies Bibliography).
Het essay dient ca. 1500 woorden te tellen. De woorden in de bibliografie tellen
niet mee.
, The translator in theory
‘Can translation theory help translators?’ (Chesterman & Wagner 1), dat is de
vraag die Emma Wagner stelt aan vertaalwetenschapper Andrew Chesterman in
de inleiding van Can theory help translators? Samen gaan zij op zoek naar het
antwoord op die kwestie en proberen ze het doel van de vertaalwetenschap te
formuleren: ‘What ought to be the aims of translation theory’? Ik wil aansluiten
op hun discussie en ingaan op een onderwerp dat hier aan raakt: wat voor rol
krijgt de vertaler in verschillende prominente vertaalwetenschappelijke
theorieën? De vertaler is immers: ‘the key player in a process of intercultural
communication’ (Munday 111).
Vertaalwetenschap is ‘the academic (inter)discipline related to the study of the
theory, practice and phenomena of translation’ (Munday 1). In zijn ‘The name and
nature of translation studies’ deelt James S. Holmes de vertaalwetenschap op in
‘toegepaste vertaalwetenschap’ en ‘pure vertaalwetenschap’. Binnen de pure
vertaalwetenschap bestaat de descriptieve vertaalwetenschap die als doel heeft
het onderzoeken van het vertaalproduct, de functie van de vertaling en het
vertaalproces. Veel onderzoek heeft zich toegelegd op het beschrijven van de
pure vertaalwetenschap zoals voorgesteld door Holmes. In dit essay wil ik drie
prominente vertaalwetenschaptheorieën evalueren en beargumenteren wat voor
plaats zij toekennen aan de vertaler.
De polysystem theory
De polysystem theory werd ontwikkeld door Itmar Even-Zohar (Munday 146) en
stelt dat vertaalde literatuur een eigen systeem vormt dat functioneert binnen
grotere culturele en historische systemen van een maatschappij. Even-Zohar
definieert ‘polysysteem’ als volgt: ‘a system of various systems which intersect
with each other and partly overlap, using concurrently different opinions, yet
functioning as one structured whole, whose members are interdependent’ (Even-
Zohar 2005: 3). In deze wisselwerking wordt literatuur gekozen om te vertalen en
worden de normen voor het vertalen van deze literatuur beïnvloed door co-
systemen: andere onderdelen van de maatschappij. De polysystem theory is een
grote stap voorwaarts in de vertaalwetenschap omdat er niet meer uitgegaan
wordt van een geïsoleerde tekst en de relatie met het origineel, er is juist
aandacht voor de culturele context. Het is juist de sociale, historische en culturele
context die bepaalt of een vertaling als adequaat wordt gezien, Even-Zohar heeft
daarmee een bijzondere visie op het veelbesproken concept van ‘equivalence’.
In de theorie is duidelijk de invloed van Franse socioloog Pierre Bourdieu
waarneembaar; Bourdieu ontwikkelde het idee van een literair veld waarin
spelers elk een centrale positie in willen nemen (Bourdieu 78). Dit paradigma
komt overeen met Even-Zohars idee van verschillende posities: een primary of
een secondary position. Neemt literatuur een primaire positie in, dan gebeurt het
volgende: ‘it participates actively in shaping the centre of the polysystem’ (Even-
Zohar 1978/2012: 163). Dat geldt ook voor vertaalde literatuur. Hij stelt dat
vertalingen in drie gevallen zeer invloedrijk zijn op het literaire veld: wanneer een