• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 59 pagina's
Samenvatting

Klinische Psychologie 1B: Psychopathologie – Complete samenvatting voor het tentamen (2026)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 59 pagina's

Deze beknopte maar overzichtelijke samenvatting van het vak Klinische Psychologie 1B: Psychopathologie bevat alles wat je écht nodig hebt voor het tentamen. De stof is helder en gestructureerd uitgewerkt per thema. De samenvatting is opgebouwd aan de hand van de studietaken en leerdoelen en sluit nauw aan bij het gebruikte studieboek, de oefentoetsen en het tentamen. Alle relevante DSM classificaties, kernbegrippen, verklaringsmodellen, prevalentiegegevens, cultuur- en genderverschillen, diagnostiek en behandelingen zijn duidelijk en overzichtelijk samengevat. Verwacht geen eindeloze uitwerkingen of overbodige details: deze samenvatting is bewust beknopt gehouden en focust alleen op de belangrijkste stof die je moet kennen. Ideaal om efficiënt te leren of te herhalen vlak voor het tentamen. Na het tentamen nog aangepast en aangescherpt. Met deze samenvatting heb ik een 9,1 gehaald. Perfect als je weinig tijd hebt, maar wel goed voorbereid het tentamen in wilt gaan.

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING STUDIETAAK 1
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil
1.1 Autismespectrumstoornis (ASS)
Definitie:
Neurobiologische ontwikkelingsstoornis met twee kerndomeinen.

Kerndomein 1: Deficiënties in sociale communicatie en interactie
• Deficiënties in sociale wederkerigheid (beperkt vermogen om contact te leggen, gedachten/gevoelens te delen)
• Deficiënties in non-verbale communicatie (oogcontact, gebaren, gezichtsuitdrukkingen)
• Deficiënties in ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties

Kerndomein 2: Beperkte, repetitieve gedragingen, interesses en activiteiten
• Stereotype bewegingen, gedragingen of spraak (wiegen, tollen, echolalie)
• Moeite met veranderingen, routines en rituelen
• Zeer beperkte, gefixeerde interesses met abnormale intensiteit
• Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels

Ernst ASS (3 niveaus):
• Niveau 1: Persoon vereist steun
• Niveau 2: Persoon vereist substantiële steun
• Niveau 3: Persoon vereist zeer substantiële steun

1.2 ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)
Definitie:
Externaliserende psychische stoornis (richt zich naar buiten) met drie kernkenmerken.

Kernkenmerken ADHD:
• Onoplettendheid: ernstig en aanhoudend gebrek aan concentratie
• Hyperactiviteit: overmatige en ongepaste motorische activiteit
• Impulsiviteit: overhaast gedrag zonder nadenken over gevolgen

Subtypes ADHD:
• Overwegend onoplettende type (meest voorkomend bij volwassenen)
• Overwegend hyperactief-impulsieve type
• Gecombineerde type

Klassiek beeld ADHD:
• Verhoogde afleidbaarheid, moeite met organiseren
• Beperkte efficiëntie in werk en academische prestaties
• Gevoelens van rusteloosheid
• Moeite met aangaan en onderhouden van sociale contacten
• Negatief effect op sociaaleconomische status
• Geen problemen bij interessante/fascinerende taken

1.3 Verschil tussen ASS en ADHD
• ASS: primair sociaal-communicatieve problemen + rigide gedrag; ADHD: primair
aandachts-/hyperactiviteitsproblemen
• ASS: moeite met sociale interactie door beperkt begrip; ADHD: moeite door impulsiviteit/onoplettendheid
• ASS: behoefte aan voorspelbaarheid en routine; ADHD: moeite met structuur volgen
• ASS: prikkelgevoeligheid; ADHD: prikkelzoekend gedrag mogelijk
• Wel veel overlap mogelijk: ADHD is veelvoorkomende comorbiditeit bij ASS

2. Verklaringen
2.1 Verklaringen ASS
Genetische factoren:
• 83% erfelijk bepaald, 17% omgevingsbepaald
• Bij 10-15% genetische stoornis (bijv. Fragiele X-syndroom)

Omgevingsfactoren:
• Voor of tijdens de geboorte (zwangerschapscomplicaties, geboortetrauma's)
• Foliumzuur innemen vermindert kans (3 maanden voor conceptie tot 1 maand tijdens zwangerschap)
• Geen aanwijzingen voor factoren na de geboorte

Neurocognitieve verklaringen:
• Vroeger: beperkingen in theory of mind, centrale coherentie, executieve functies
• Nu: neurodiversiteit - andere manier van informatieverwerking en communicatie
• Dubbele empathie-theorie: moeite hebben met cognitieve empathie, maar niet met emotionele empathie

,2.2 Verklaringen ADHD
Neuropsychologische verklaringsmodellen:
• Verstoord executief functioneren (gebrekkige inhibitiecontrole staat centraal)
• Tekort in waarderen van toekomstige beloningen (motivatiestijl, moeite met uitstel)
• Dynamische ontwikkelingstheorie: afwijkende bekrachtigingsprocessen (nieuw gedrag aanleren en uitdoven
inadequaat gedrag)
• ADHD als stoornis in regulatie van denken en doen

3. Prevalentie
3.1 Prevalentie ASS
Historisch:
• Tot jaren '60: 0,4-0,5%
• Jaren '80 (DSM-III): autisme werd zelfstandige categorie
• Jaren '90 (DSM-IV): toevoeging Asperger en PDD-NOS
• Nu: 1-2% (toename door betere onderkenning, bewustwording, mildere symptomen)

Beloop ASS:
• Met ouder worden meer lichamelijke en psychische klachten
• Grotere zorgbehoefte
• Beloop wisselt per persoon; intelligentie is belangrijke factor
• Hogere intelligentie: aanleren compensatie-/camouflagetechnieken, maar ook hogere lijdensdruk
• Lijdensdruk hoger op transitiemomenten

3.2 Prevalentie ADHD
• Bij volwassenen: 2,8%
• Prevalentie neemt af met toenemende leeftijd
• Volwassenen vanaf 50 jaar: 0,02-1,5%
• Helft van kinderen/adolescenten houdt diagnose in volwassenheid

Beloop ADHD:
• Belangrijkste voorspeller: ernst symptomen in kindertijd
• Blijven voortduren sterkst voor overwegend onoplettende en gecombineerde subtype

4. Comorbiditeit
4.1 Comorbiditeit ASS
• OCD (obsessieve-compulsieve stoornis)
• Sociale-angststoornis
• ADHD
• Depressieve stoornis
• Psychosespectrumstoornissen
• Persoonlijkheidsstoornissen
• Prevalentie comorbiditeit: 54,8-94% (afhankelijk van leeftijd, intelligentieniveau, geslacht)
• Leidt tot hoge lijdensdruk en zorgbehoefte

4.2 Comorbiditeit ADHD
• ASS
• Depressie
• Bipolaire stoornis
• Angststoornissen
• Oppositioneel opstandige gedragsstoornis
• Eetstoornissen
• Middelenmisbruik
• 4x zo vaak zelfmoordpoging als jongeren zonder ADHD
• Sterk verhoogde kans op emotieregulatieprob lemen bij volwassenen
• Mannen: externaliserende problematiek, vijandig gedrag
• Vrouwen: internaliserende problematiek, zelfdestructief gedrag
• Helft volwassenen met ADHD heeft obesitas
• Jongvolwassenen: 3x zoveel kans op diabetes type 2

5. Cultuur en gender
5.1 Cultuur en gender ASS
Cultuurverschillen:
• Vaker diagnose in welgestelde landen (prevalentie stijgt wel)
• Bij migranten moeilijker om gedragsobservaties te doen (culturele/religieuze gebruiken zoals oogcontact)
• Heteroanamnese kan helpen bij diagnostisch onderzoek bij iemand van dezelfde cultuur

Genderverschillen:
• 3:1 verhouding jongens vs meisjes
• Latere diagnose bij vrouwen (beter in maskeren/camoufleren, kost veel energie)
• Verschillende interesses: vrouwen (dieren, psychologie) vs mannen (computers, treinen)
• Bij vrouwen vaker identiteitsproblemen, overbelastingsklachten, emotieregulatieprob lemen
• Komt vaker voor bij transgenderpersonen (hoger bij geboortegeslacht vrouw)

,5.2 Cultuur en gender ADHD
Cultuurverschillen:
• Verschillende meningen: universele stoornis vs afhankelijk van cultuur/land
• Culturen kunnen verschillen in acceptatie van hyperactiviteit
• Vaker vastgesteld in Europa en Noord-Amerika (ook meer studies)

Genderverschillen:
• Tijdens kindertijd: 2:1 jongens vs meisjes
• Verhouding zwakt af richting volwassenheid tot 1,6:1
• Typisch beeld vooral bekend bij mannen
• Bij vrouwen vaker over het hoofd gezien

6. Diagnostiek
6.1 Diagnostiek ASS
Algemeen:
• Niet mogelijk op biologisch of neurocognitief niveau
• Kenmerkende beperkingen komen ook voor bij andere stoornissen (schizofrenie, ADHD,
persoonlijkheidsstoornissen)

Methoden:
• Semigestructureerd interview (bevragen, observeren)
• Heteroanamnese (gesprek met belangrijke ander)
• AQ (Autisme-Spectrum Quotiënt): weinig betrouwbaar door beperkt zelfinzicht, ook hoge score bij andere
problematiek
• Neuropsychologisch onderzoek: inzicht in sterke en zwakkere punten (handelingsgerichte diagnostiek)
• Ook als problemen al in kindertijd aanwezig waren maar nu pas zorgen voor problemen, kan ASS gediagnosticeerd
worden

Let op:
• ASS met hoge intelligentie scoort goed op cognitieve taken
• Prikkelarme ruimte, één-op-één instructie: niet representatief voor dagelijks leven

6.2 Diagnostiek ADHD
• Inzicht van clinicus belangrijk, geen meetinstrument beschikbaar
• Alert zijn voor mogelijke andere diagnose (vooral bij volwassenen zonder eerdere ADHD-symptomen)
• Niet alleen uitgaan van zelfrapportage
• (Semi-)gestructureerde interviews gebruiken
• Heteroanamnese afnemen
• Voor 12e levensjaar: objectieve rapportages zoals schoolrapporten
• ADHD-symptomen kunnen voorkomen bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen, stressvolle levensstijl of
slaapgebrek

7. Behandeling
7.1 Behandeling ASS
Algemeen:
• Geen behandeling waarmee gedragskenmerken van ASS verdwijnen
• Praktische begeleiding (levensloopbegeleiding) belangrijk, vooral tijdens transitiemomenten
• Generalisatie lastig: moeilijk om thuis toe te passen wat tijdens behandeling wordt geleerd

Bij normale tot hoge intelligentie:
• Psycho-educatie: accepteren diagnose, inzicht in beperkingen en kwaliteiten

Therapieën met enige evidentie voor effectiviteit:
• ACT (Acceptance and Commitment Therapy)
• Dierondersteunde therapie (vooral kinderen)
• Muziektherapie (vooral kinderen)
• Mindfulness-based stress reduction (bij volwassenen met normale tot hoogbegaafde intelligentie)
• Cognitieve gedragstherapie (bij volwassenen met normale tot hoogbegaafde intelligentie)
• Vooral gericht op verminderen comorbide angst en depressie

Medicatie:
• Antipsychoticum: verminderen prikkelgevoeligheid

7.2 Behandeling ADHD
Algemeen:
• 11% van volwassenen wordt behandeld
• Preventie is niet mogelijk
• In Nederland: psycho-educatie en praktische adviezen, eventueel medicamenteus/niet-medicamenteus als dit niet
effectief is

Medicamenteuze behandeling:
• Stimulantia: bewezen werkzaam voor alle leeftijdsgroepen
• Verhogen aanwezigheid catecholaminen (dopamine) in synaptische spleet
• Door presynaptische catecholaminen te verhogen en presynaptische heropname tegen te gaan
• Voorbeelden: methylfenidaat, amfetaminen, pemoline

, Niet-medicamenteuze behandeling:
• Vaardigheidstraining
• Cognitieve gedragstherapie: middelgroot effect
• Meditatietherapie: onvoldoende wetenschappelijke ondersteuning

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 1
    1. 1.1 Autismespectrumstoornis (ASS) 1
    2. 1.2 ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) 1
    3. 1.3 Verschil tussen ASS en ADHD 1
  2. 02 2. Verklaringen 1
    1. 2.1 Verklaringen ASS 1
    2. 2.2 Verklaringen ADHD 2
  3. 03 3. Prevalentie 2
    1. 3.1 Prevalentie ASS 2
    2. 3.2 Prevalentie ADHD 2
  4. 04 4. Comorbiditeit 2
    1. 4.1 Comorbiditeit ASS 2
    2. 4.2 Comorbiditeit ADHD 2
  5. 05 5. Cultuur en gender 2
    1. 5.1 Cultuur en gender ASS 2
    2. 5.2 Cultuur en gender ADHD 3
  6. 06 6. Diagnostiek 3
    1. 6.1 Diagnostiek ASS 3
    2. 6.2 Diagnostiek ADHD 3
  7. 07 7. Behandeling 3
    1. 7.1 Behandeling ASS 3
    2. 7.2 Behandeling ADHD 3
  8. 08 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 5
    1. 1.1 Algemene kenmerken psychose 5
    2. 1.2 Classificaties psychotische stoornissen (DSM-5-TR) 5
  9. 09 2. Verklaringen 5
    1. 2.1 Het neuropsychisch model van psychose 5
    2. 2.2 Risicofactoren voor schizofrenie en psychose 6
    3. 2.3 Alternatieve modellen 6
  10. 10 3. Prevalentie 6
    1. 3.1 Prevalentie algemeen 6
    2. 3.2 Stadiëringsmodel (McGorry) 7
  11. 11 4. Comorbiditeit 7
  12. 12 5. Cultuur en gender 7
    1. 5.1 Cultuurverschillen 7
    2. 5.2 Genderverschillen 7
  13. 13 6. Diagnostiek 7
  14. 14 7. Behandeling 8
  15. 15 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 9
    1. 1.1 Depressieve stemmingsstoornissen 9
    2. 1.2 Bipolaire stemmingsstoornissen 9
    3. 1.3 Specificaties stemmingsstoornissen 10
  16. 16 2. Verklaringen 10
    1. 2.1 Leertheoretische benadering 10
    2. 2.2 Cognitieve benadering 10
    3. 2.3 Neurobiologische benadering 10
    4. 2.4 Life events en stress 11
  17. 17 3. Prevalentie 11
    1. 3.1 Cultuur 11
    2. 3.2 Gender 11
  18. 18 4. Comorbiditeit 11
  19. 19 5. Diagnostiek 11
  20. 20 6. Behandeling 12
    1. 6.1 Psychologische behandelingen 12
    2. 6.2 Biologische behandelingen 12
  21. 21 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 13
    1. 1.1 Zeven angststoornissen (DSM-5-TR) 13
  22. 22 2. Verklaringen 13
    1. 2.1 Biologische theorieën 13
    2. 2.2 Omgevingsfactoren 14
    3. 2.3 Psychologische theorieën 14
  23. 23 3. Prevalentie 14
  24. 24 4. Comorbiditeit 14
  25. 25 5. Cultuur en gender 14
    1. 5.1 Cultuur 14
    2. 5.2 Gender 14
  26. 26 6. Diagnostiek 14
  27. 27 7. Behandeling 15
    1. 7.1 Psychologische behandeling: Cognitieve Gedragstherapie (CGT) 15
    2. 7.2 Farmacologische behandeling 15
  28. 28 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 16
    1. 1.1 Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) 16
    2. 1.2 Verzamelstoornis (Hoarding disorder) 16
    3. 1.3 Morfodysfore stoornis (Body Dysmorphic Disorder - BDD) 16
    4. 1.4 Trichotillomanie (Haaruittrekstoornis) 16
    5. 1.5 Excoriatiestoornis (Huidpulkstoornis) 16
  29. 29 2. Verklaringen 16
    1. 2.1 OCD - Leertheoretische visie 16
    2. 2.2 OCD - Cognitieve visie 16
    3. 2.3 OCD - Risico- en prognostische factoren 16
    4. 2.4 Verzamelstoornis - Cognitief gedragstherapeutisch model (Frost & Steketee) 17
    5. 2.5 Morfodysfore stoornis - Theoretische visies 17
    6. 2.6 Trichotillomanie en Excoriatiestoornis 17
  30. 30 3. Prevalentie 17
    1. 3.1 OCD 17
    2. 3.2 Verzamelstoornis 17
    3. 3.3 Morfodysfore stoornis 17
    4. 3.4 Trichotillomanie 17
    5. 3.5 Excoriatiestoornis 17
  31. 31 4. Comorbiditeit 17
    1. 4.1 OCD 17
    2. 4.2 Verzamelstoornis 18
    3. 4.3 Morfodysfore stoornis 18
    4. 4.4 Trichotillomanie 18
    5. 4.5 Excoriatiestoornis 18
  32. 32 5. Cultuur en gender 18
    1. 5.1 OCD 18
    2. 5.2 Verzamelstoornis 18
    3. 5.3 Morfodysfore stoornis 18
    4. 5.4 Trichotillomanie en Excoriatiestoornis 18
  33. 33 6. Diagnostiek 18
    1. 6.1 OCD 18
    2. 6.2 Verzamelstoornis 19
    3. 6.3 Morfodysfore stoornis 19
    4. 6.4 Trichotillomanie 19
    5. 6.5 Excoriatiestoornis 19
  34. 34 7. Behandeling 19
    1. 7.1 OCD - Twee effectieve behandelmethoden 19
    2. 7.2 Verzamelstoornis 19
    3. 7.3 Morfodysfore stoornis 19
    4. 7.4 Trichotillomanie en Excoriatiestoornis 19
  35. 35 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 21
    1. 1.1 Posttraumatische-stressstoornis (PTSS) 21
    2. 1.2 Acute-stressstoornis 21
    3. 1.3 Aanpassingsstoornis 21
  36. 36 2. Verklaringen 21
    1. 2.1 Leertheoretische verklaringen 21
    2. 2.2 Cognitieve verklaringen 22
    3. 2.3 Neurobiologische verklaringen 22
    4. 2.4 Risicofactoren 22
  37. 37 3. Prevalentie 22
  38. 38 4. Comorbiditeit 22
  39. 39 5. Cultuur en gender 22
    1. 5.1 Cultuur 22
    2. 5.2 Gender 22
  40. 40 6. Diagnostiek 22
  41. 41 7. Behandeling 23
    1. 7.1 Eerste opvang slachtoffers 23
    2. 7.2 Behandeling van PTSS - Algemeen 23
    3. 7.3 Exposuretherapie 23
    4. 7.4 Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) 23
    5. 7.6 Overig 23
    6. 7.7 Aanvullende opmerkingen 23
  42. 42 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 24
    1. 1.1 Depersonalisatie-/derealisatiestoornis 24
    2. 1.2 Dissociatieve amnesie 24
    3. 1.3 Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) 24
    4. 1.4 Andere gespecificeerde dissociatieve stoornis (AGDS) 24
    5. 1.5 Ongespecificeerde dissociatieve stoornis (OGDS) 24
    6. 1.6 Somatoforme uitingsvormen dissociatie 24
  43. 43 2. Verklaringen 25
    1. 2.1 Risico- en prognostische factoren 25
    2. 2.2 Trauma model 25
    3. 2.3 Sociocognitief model 25
    4. 2.3 Schema-modusmodel 25
  44. 44 3. Prevalentie 26
  45. 45 4. Comorbiditeit 26
    1. 4.1 Depersonalisatie/derealisatie 26
    2. 4.2 DIS 26
    3. 4.3 Transdiagnostische symptomen 26
    4. 4.4 Auditieve hallucinaties 26
    5. 4.5 Differentiële diagnostiek 26
  46. 46 5. Cultuur en gender 26
    1. 5.1 Cultuur 26
    2. 5.2 Gender 26
  47. 47 6. Diagnostiek 26
  48. 48 7. Behandeling 27
    1. 7.1 Cognitief-gedragstherapeutische behandeling 27
    2. 7.2 Psychodynamische psychotherapie (DIS - oud protocol) 27
    3. 7.3 Nieuwe behandelmethodes 27
    4. 7.4 Korte traumagerichte behandeling (DIS) 27
    5. 7.5 Schematherapie 27
    6. 7.6 Unified Protocol voor DIS 27
    7. 7.7 Tot besluit 28
  49. 49 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 29
    1. 1.1 Somatisch-symptoomstoornis 29
    2. 1.2 Ziekteangststoornis 29
    3. 1.3 Functioneel-neurologische symptoomstoornis (conversiestoornis) 29
    4. 1.4 Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden 29
    5. 1.5 Nagebootste stoornis (pathomimie) 29
    6. 1.6 Andere gespecificeerde somatisch-symptoomstoornis 29
    7. 1.7 Ongespecificeerde somatisch-symptoomstoornis 29
    8. 1.8 Onderling verschil 29
  50. 50 2. Verklaringen 29
    1. 2.1 Complexe interactie biologische, psychologische, sociale factoren 29
    2. 2.2 Model van Looper en Kirmayer 30
    3. 2.3 Stressfactoren bij conversiestoornis 30
    4. 2.4 Nagebootste stoornis 30
  51. 51 3. Prevalentie 30
    1. 3.1 Somatisch-symptoomstoornis 30
    2. 3.2 Ziekteangststoornis (hypochondrie) 30
    3. 3.3 Functioneel-neurologische symptoomstoornis 30
    4. 3.4 Nagebootste stoornis 30
    5. 3.5 Beloop 30
  52. 52 4. Comorbiditeit 30
    1. 4.1 Angst- en depressieve stoornissen 30
    2. 4.2 Somatische aandoeningen 30
  53. 53 5. Cultuur en gender 30
    1. 5.1 Rol cultuur in classificatie 30
    2. 5.2 Rol cultuur bij behandeling 31
    3. 5.3 Gender 31
  54. 54 6. Diagnostiek 31
  55. 55 7. Behandeling 31
    1. 7.1 Somatisch-symptoomstoornis, ziekteangststoornis, psychische factoren 31
    2. 7.2 Functioneel-neurologische symptoomstoornis 31
    3. 7.3 Nagebootste stoornis 32
    4. 7.4 Farmacologische behandeling 32
    5. 7.5 Tot besluit 32
  56. 56 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 32
    1. 1.1 Anorexia nervosa 32
    2. 1.2 Bulimia nervosa 32
    3. 1.3 Eetbuistoornis 33
    4. 1.4 Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis (ARFID) 33
    5. 1.5 Andere gespecificeerde/ongespecificeerde eetstoornissen 33
    6. 1.6 Onderling verschil 33
  57. 57 2. Verklaringen 33
    1. 2.1 Multicausaliteitsmodel 33
    2. 2.2 Disfunctionele gedachten 33
    3. 2.3 Leerprocessen 34
    4. 2.4 Angst 34
    5. 2.5 Geslacht en adolescentie 34
    6. 2.6 Slankheidsideaal 34
  58. 58 3. Prevalentie 34
  59. 59 4. Comorbiditeit 34
  60. 60 5. Cultuur en gender 34
    1. 5.1 Cultuur 34
    2. 5.2 Gender 35
  61. 61 6. Diagnostiek 35
  62. 62 7. Behandeling 35
    1. 7.1 Anorexia nervosa 35
    2. 7.2 Bulimia nervosa en eetbuistoornis 35
    3. 7.3 ARFID 35
    4. 7.4 Tot besluit 35
  63. 63 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 36
    1. 1.1 Insomniastoornis 36
    2. 1.2 Ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen (slaapapneu) 36
    3. 1.3 Hypersomnolenestoornis 36
    4. 1.4 Narcolepsie 36
    5. 1.5 Circadianeritme-slaap-waakstoornis 36
    6. 1.6 Non-remslaap-arousalstoornis 36
    7. 1.7 Nachtmerriestoornis 37
    8. 1.8 Remslaapgedragsstoornis 37
    9. 1.9 Rustelozebenensyndroom (RLS) 37
    10. 1.10 Slaapstoornis door middel 37
  64. 64 2. Verklaringen 37
    1. 2.1 3P-model van Spielman 37
    2. 2.2 Hyperarousal-model 37
    3. 2.3 Neurocognitieve benadering (toevoegen aan 3P-model) 37
    4. 2.4 Stimuluscontrolemodel 37
    5. 2.5 Model van Harvey 37
    6. 2.6 Narcolepsie 37
  65. 65 3. Prevalentie 37
  66. 66 4. Comorbiditeit 38
  67. 67 5. Cultuur en gender 38
    1. 5.1 Cultuur 38
    2. 5.2 Gender 38
  68. 68 6. Diagnostiek 38
  69. 69 7. Behandeling 39
    1. 7.1 Insomniastoornis 39
    2. 7.2 Slaapapneustoornissen 39
    3. 7.3 Hypersomnie 39
    4. 7.4 Circadianeritme-slaap-waakstoornissen 39
    5. 7.5 Nachtmerries 39
    6. 7.6 Overige slaapstoornissen 39
  70. 70 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 40
    1. 1.1 Seksuele interesse-/opwindingsstoornis (vrouw) 40
    2. 1.2 Hypoactief-seksueelverlangenstoornis (man) 40
    3. 1.3 Erectiestoornis 40
    4. 1.4 Orgasmestoornis (vrouw) 40
    5. 1.5 Vertraagde ejaculatie 40
    6. 1.6 Voortijdige ejaculatie 40
    7. 1.7 Genitopelviene pijn-/penetratiestoornis 40
    8. 1. Voyeurismestoornis 40
    9. 2. Exhibitionismestoornis 40
    10. 3. Frotteurismestoornis 40
    11. 4. Seksueel-masochismestoornis 40
    12. 5. Seksueel-sadismestoornis 40
    13. 6. Pedofiele stoornis 40
    14. 7. Fetisjismestoornis 41
    15. 8. Transvestitestoornis 41
    16. 9/10. Andere/ongespecificeerde 41
  71. 71 2. Verklaringen 41
    1. 2.1 Seksuele disfuncties 41
    2. 2.2 Genderdysforie 41
    3. 2.3 Parafiele stoornissen 41
  72. 72 3. Prevalentie 42
  73. 73 4. Comorbiditeit 42
  74. 74 5. Cultuur en gender 42
  75. 75 6. Diagnostiek 42
  76. 76 7. Behandeling 42
    1. 7.1 Seksuele disfuncties 42
    2. 7.2 Genderdysforie 43
    3. 7.3 Parafiele stoornissen 43
    4. 7.4 Kritiek DSM 43
  77. 77 1. Stoornissen + kenmerken / onderling verschil 44
    1. 1.1 Oppositionele-opstandige stoornis (OOS) 44
    2. 1.2 Normoverschrijdend-gedragsstoornis (NOS) 44
    3. 1.3 Periodiek explosieve stoornis (PES) 44
    4. 1.4 Pyromanie 44
    5. 1.5 Kleptomanie 44
  78. 78 2. Verklaringen / Risicofactoren 44
  79. 79 3. Prevalentie 45
  80. 80 4. Comorbiditeit en differentiële diagnostiek 45
    1. 4.1 OOS 45
    2. 4.2 NOS 45
    3. 4.3 PES 45
    4. 4.4 Pyromanie 45
    5. 4.5 Kleptomanie 46
  81. 81 5. Cultuur en gender 46
    1. 5.1 OOS 46
    2. 5.2 NOS 46
    3. 5.3 PES 46
    4. 5.4 Pyromanie 46
    5. 5.5 Kleptomanie 46
  82. 82 6. Diagnostiek 46
    1. 6.1 OOS en NOS 46
    2. 6.2 PES 46
    3. 6.3 Pyromanie 46
    4. 6.4 Kleptomanie 46
  83. 83 7. Behandeling 46
    1. 7.1 OOS en NOS 46
    2. 7.2 PES 47
    3. 7.3 Pyromanie 47
    4. 7.4 Kleptomanie 47
  84. 84 8. Tot besluit 47
  85. 85 1. Stoornissen + kenmerken / waaraan verslaafd 48
    1. 1.1 Twee categorieën middelgerelateerde stoornissen 48
    2. 1.2 Tien groepen middelen 48
    3. 1.3 Niet-middelgerelateerde stoornissen 49
  86. 86 2. Prevalentie 49
  87. 87 3. Verklaringen 50
    1. 3.1 Genetische invloeden 50
    2. 3.2 Klassieke leerprincipes 50
    3. 3.3 Operante leerprincipes 50
    4. 3.4 Cognitieve determinanten 50
    5. 3.5 Sociale context 51
  88. 88 4. Cultuur en gender 51
  89. 89 5. Comorbiditeit en differentiële diagnostiek 51
  90. 90 6. Diagnostiek 51
  91. 91 7. Behandeling 51
    1. 7.1 Motiverende gespreksvoering (MGV) 51
    2. 7.2 Cognitieve gedragstherapie (CGT) 51
    3. 7.3 Overige 51
  92. 92 1. Stoornissen + kenmerken / veroorzakende ziektes 52
    1. 1.1 Uitgebreide neurocognitieve stoornis (NCS) 52
    2. 1.2 Beperkte neurocognitieve stoornis 52
    3. 1.3 NCS door ziekte van Alzheimer 52
    4. 1.4 Frontotemporale neurocognitieve stoornis 52
    5. 1.5 NCS met Lewylichaampjes 52
    6. 1.6 Vasculaire neurocognitieve stoornis 52
    7. 1.7 NCS door traumatisch hersenletsel 53
    8. 1.8 NCS door middel/medicatie 53
    9. 1.9 NCS door ziekte van Parkinson 53
    10. 1.10 Overige neurocognitieve stoornissen 53
  93. 93 2. Prevalentie 53
  94. 94 3. Verklaringen / Risico- en prognostische factoren 54
    1. 3.1 NCS door ziekte van Alzheimer 54
    2. 3.2 Frontotemporale NCS 54
    3. 3.3 NCS met Lewylichaampjes en Parkinson 54
    4. 3.4 Vasculaire NCS 54
    5. 3.5 NCS door traumatisch hersenletsel 54
  95. 95 4. Cultuur en gender 54
  96. 96 5. Comorbiditeit en differentiële diagnostiek 55
  97. 97 6. Diagnostiek 55
  98. 98 7. Behandeling 55
  99. 99 8. Tot besluit 55
  100. 100 1. Klinisch beeld clusters en stoornissen 56
    1. 1.1 Cluster A (vreemd/excentriek) 56
    2. 1.2 Cluster B (impulsief/dramatisch/emotioneel) 56
    3. 1.3 Cluster C (angstig) 56
    4. 1.4 Overige persoonlijkheidsstoornissen 56
  101. 101 2. Prevalentie en beloop 56
    1. 2.1 Prevalentie 56
    2. 2.2 Beloop 57
  102. 102 3. Theoretische visies 57
    1. 3.1 Biologisch perspectief 57
    2. 3.2 Cognitieve visie 57
    3. 3.3 Psychodynamische visie 57
    4. 3.4 Omgevingsmechanismen 57
  103. 103 4. Cultuur en gender 58
    1. 4.1 Cultuur 58
    2. 4.2 Gender 58
  104. 104 5. Comorbiditeit en differentiële diagnostiek 58
  105. 105 6. Diagnostiek 58
  106. 106 7. Behandeling 58
    1. 7.1 Psychologische behandeling 58
    2. 7.2 Medicamenteuze behandeling 58
  107. 107 8. Tot besluit 58

Gekoppeld boek
 image
Henk van der Molen, Francine Dehue Klinische psychologie 1
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789001738815 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
10 januari 2026
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€5,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
7
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
1 week geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers

1 maand geleden

Fijne en compacte samenvatting, ik heb alleen deze gebruikt voor het tentamen en gehaald!




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen