COLLEGE 1 WEEK 1
INTRO EN RENAISSANCE
Breuk middeleeuwen en vroegmodern: carpe diem (pluk de dag) en memento mori (gedenk de
stervene). Je had de Zwarte dood in de middeleeuwen, vele mensen stierven. In de middeleeuwen
was je op aarde om God te dienen. Later kun je genieten in de hemel. Rond 1800 begint de
industriële revolutie en is de vroegmoderne periode voorbij. In de vroegmoderne periode is de
aandacht meer voor het hier en nu.
Opdracht stadswandeling: 1500-1700 informatie over de stad. 14 APRIL INLEVEREN VOOR 23 UUR.
Opdracht schilderij: 15 minuten. Informatie over de schilderijen staat op CumLaude.
Vrijdag 24 maart naar Maastricht.
Week 4: 7-3 West Verdrag Pen Indianen: Femke, Julia en Cerise.
PERIODISEREN
Het baststellen van periodegrenzen op grond van een bepaald perspectief, maatschappijhistorisch,
kunsthistorisch of economisch. Er moet spraken zijn van een duidelijke verandering.
Het benoemen van kenmerken die een bepaalde periode karakteriseren. Er moet samenhang en
continuïteit zijn binnen zo’n periode.
Renaissance wordt in Italië gebuikt als andere term voor vroegmoderne tijd.
De Engelse zijn van invloed geweest op de Periodisering die wij in Nederland gebruiken. De Italianen
niet. Komt door de geografische ligging.
1500-1800 Nieuwe Tijd
Waarom start in 1500:
Breuk in de geschiedenis: Periode ervoor anders:
- Politiek: staatsvorming en centralisatie
- Kerk: Reformatie
Rond 1517 begint de Reformatie met de Protestantse kerk.
- Cultuur: Renaissance/humanisme. Renaissance vertegenwoordigt de verandering in de kunst
en humanisme de verandering in de literatuur. Zijn gaan dus samen op.
- Economie: ontdekkingsreizen
Wereldhandel krijgt meer plek in de wereld. Europa krijgt een machtspositie in de wereld.
Nieuwe tijd is anders dan barbaarse middeleeuwen. Mensen in die tijd in 1500 en 1600 hadden ook
het sterke gevoel dat hun tijd anders was.
Waarom einde in 1800:
Breuk in de geschiedenis: Franse Revolutie, begin van de moderniteit.
- Nieuwe orde in Europa na Napoleon (congres van Wenen)
- Nationale staten
- Opkomst liberale democratieën.
- Industriële revolutie.
CONTINUÏTEIT
Continuïteit middeleeuwen en de Nieuwe Tijd
- Politiek: Adel en koningen maakten in grote delen van Europa nog steeds de dienst uit.
, - Kerk: christendom bleef de godsdienst van de meeste Europeanen. Kerk en staat zijn nog niet
gescheiden.
- Economie: grote delen van Europa bleven agrarisch. Handelskapitalisme is in de
middeleeuwen ontstaan.
- Maatschappij: Europa bleef een standenmaatschappij: Kerk – adel – burgerij.
Standenmaatschappij bleef zeker tot aan de Franse Revolutie in Europa het standaard.
VROEGMODERNE GESCHIEDENIS
Recht doen aan de continuïteit tussen middeleeuwen en de Nieuwe tijd.
Periode ca. 1350-1750
- Proces van dynastieke staatsvorming
- Opkomst handelskapitalisme en wereldhandel
- Toenemende wetenschappelijke belangstelling. Dit was dus niet alleen in de renaissance.
Breuk 1350: Renaissance/humanisme
Breuk 1750: Verlichting
RENAISSANCE
Letterlijk = wedergeboorte (van de oudheid)
Overkoepelde term:
- Schilderkunst
- Architectuur
- Beeldhouwkunst
- Wetenschap en literatuur (humanisme, dan spreken we dus niet over renaissance het is wel
een gelijktijdige ontwikkeling.)
Periode ca. 1350-1600. Mensen ontwikkelen echt een nieuwe stijl (in tegenstelling tot de
middeleeuwen voorheen) waarbij ze teruggrijpen naar de klassieke Oudheid. Vanaf 1600 begint de
Barok
Renaissance= wedergeboorte van de cultuur van de klassiek oudheid
Humanisme= wedergeboorte van de klassieke oudheid in literatuur en (taal) wetenschap.
OORZAKEN RENAISSANCE
- Rijkdom en handelskapitalisme
Rond 1250 in Italië is te zien dat er een nieuwe periode aankomt vanwege de economie.
Grotere behoefte aan luxeproducten en kunst. Italië profiteert er al van, vanwege hun
geografische ligging voordat EU hiervan gaat profiteren. Italië was geen nationale staat met
een bepalende macht. Er was dus geen staatsvorming. Natuurlijk had je wel de stadsstaten
en de paus. Die hadden hun aandeel in de rijkdom door handelskapitalisme. De toenemende
rijkdom zorgt in de stadsstaten voor een mentaliteitsverandering. Er ontstaat een rijke elite
die producent verhandeld vanuit de zijderoute. Europeanen willen daar veel geld voor
neerleggen.
- Italiaanse stadsstaten (patronage)
Steden, kerken en individuen geven rond 1350 opdrachten aan kunstenaars en ondersteunen
kunstenaars financieel. (Mecenaat, mecenas, ondersteunt een schilder) schilder hoeft zich
geen zorgen meer te maken totdat hij een nieuwe opdracht krijgt.
De neiging naar meer luxe zorgt dat er een wedergeboorte komt van de klassieke oudheid.
Profaan. Uitzoeken wat dat is. In de middeleeuwen moest kunst kerkelijk zijn, nu niet meer.
Er komen als voorbeeld stillevens die niet religieus zijn.
, Schilder gaat bijvoorbeeld zijn werk ondertekenen. Dit zien we alleen in de renaissance.
Voorheen ging het om de boodschap van het werk en niet om de kunstenaar. Maar nu gaat
het voornamelijk in de Renaissance om wie het werk heeft gemaakt.
GEVOLGEN RENAISSANCE
- Bestuderen van kunstvormen uit de oudheid
Bijvoorbeeld beeldhouwkunst.
- Wetenschappelijke methoden in kunstwerken
Perspectief en correcte autonomie. Dit zien we ook al terug bij de Romeinen.
In de middeleeuwen was de boodschap van een kunstwerk niet dat Jezus of Maria er perfect
en autonomie goed was afgebeeld. Je moest gelijk doorhebben dat het Maria of Jezus was.
De Esthetische schoonheidsidealen van de Romeinen zien we weer terug bij de Romeinen.
- Kunstenaar als individu
Gaat bijvoorbeeld werk signeren.
- Verspreiding van de renaissance kunst vanuit Italië naar Europa. In een periode van 100-150
jaar gaat het zich verspreiden naar Europa. Het is een blijvertje doordat het zich over een
groot deel van EU verspreidt. In Noordwest EU krijgt renaissance wel zijn eigen kenmerken.
RENAISSANCE VORMKENMERKEN
- Realisme
- Perspectief en diepte
- Anatomische correctheid
- Houding en compositie
- Vallende stoffen
- Veel natuur op de achtergrond
- Geometrische figuren (als het aankomt op gebouwen)
RENAISSANCE THEMA”S:
- Klassieke oudheid, maar ook de Bijbel en het christendom bleven als thema aanwezig. Maar
wel met de vormkenmerken. Maria is niet meer uitverhouding bijvoorbeeld. Voorbeeld is de
Pieta van Michelangelo.
- Individualisme
BEELDENDE KUNST PERIODISEREN
Schilderkunst, architectuur en beeldhouwkunst.
- Vroeg Renaissance: 1425-1500
- Hoog Renaissance: 1500-1530
- Laat Renaissance (maniërisme): 1530-1600
- Noordelijke Renaissance = verspreiding vanuit Italië naar noordwest EU.
Giotto di Bondone is de vader van de Renaissance: bij hem is het eerste voorbeeld van expressie
gevonden in zijn schilderijen. Ook zien we al vallende plooien in zijn kleding. Maar hij wordt niet tot
de Renaissance gerekend.
Schilderkunst voorbeelden:
Toepassing van geometrie: verschillende perspectieven. Belangrijkste persoon staat in het midden.
Daarnaast hebben we ook de School van Athene van Rafaél is tot de Hoog Renaissance gerekend.
Klassieke oudheid komt terug. De architectuur verwijst daarnaar. Maar ook de figuren op het
schilderij verwijzen terug, de filosoof Plato bijvoorbeeld.
, Dan hebben we het visioen van Johannes van El Greco. Dit is late renaissance. Dit schilderij word tot
het Maniërisme gerekend.
In de Noordwest Renaissance is het kleurgebruik wat donkerder. Wel zijn de kleuren met elkaar in
contrast.
Architectuur:
De Kruisvorm als basis komt weer terug in de architectuur. De nadruk ligt op horizontale
symmetrische lijnen. Dat steekt af tegen de Gotische gebouwen die vooral verticaal werken. Gotiek
was het hoogtepunt in de middeleeuwen. Dat ging verticaal de hoogte in.
COLLEGE 2 WEEK 1
HUMANISME
Wetenschap valt onder humanisme.
Er zit verschil tussen het Italiaanse Humanisme en het Noord-Europese! Te zien aan de hand van
Erasmus en Machiavelli.
Periode 1350-1600 = RENAISSANCE
Waarom kijken humanisten rond 1500 leveren veel kritiek op de Katholiek Kerk, de humanisten
stappen niet uit de kerk ze zijn alleen kritisch.
Humanisme is ….
Onderwijshervormingsbeweging
In plaats van Scholastiek (Middeleeuwen) aandacht voor Studie Humanitatis. Ze waren
logisch aan het nadenken abstract over religieuze onderwerpen. Hebben de apostelen wel of
niet met zeven tongen gesproken. Zulke discussies met logica oplossen. Moet je alles
letterlijk nemen uit de verhalen van de Bijbel. Voor en tegenargumenten bedenken. Manier
van wetenschappelijk denken wat alleen werd toegepast op de Bijbel. Rond 1350 als
renaissance ook in de kunst komt en humanisten terug kijken naar wat Grieken schreven en
op welke manier, kom terug in het humanisme.
Studia Humanitatis/Artes Liberales.
Studie naar wat Romeinen deden in hun dagelijkse leven wat je er als mens nu nog aan had.
Wat kon je leren van de Romeinen en later ook de Grieken. Wat kunnen wij in onze tijd
toepassen onderzochten zij. Zodat zij er een beter mens of burger/koning van kunde worden.
Dat deden zij met deze studie.
De nadruk lag op de Grammatica, poëtica, retorica welsprekendheid en de historica. Op
welke manier paste de Romeinen dit toe op zon manier dat zij er van konden leren.
Doel van Humanisme= verbeteren van de mens/burger.
Door het bestuderen van de geschriften van de klassieke oudheid word je een beter mens.
De Romeinen hadden een maatschappij gecreëerd dat als je een vrij burger was het handig
was dat je een goed woordje kon spreken in de politiek bijvoorbeeld of advocaat te nemen.
Of een zaak voor de rechter te brengen.
Wat een burger is, is iemand die voor zichzelf moet kunnen opkomen. Daarvoor moet je je
woordje kunnen doen en goed kunnen schrijven. Dat vonden de Romeinen en daarmee de
Humanisten ook belangrijk. Humanisten dreven niet af van het geloof, maar teruggrijpen op
het Romeinse verleden kwam naast de belangstelling die er was voor de Bijbel. Uiteindelijk
gaat dat botsen.
Door jezelf te trainen in schrijf/spreekvaardigheid woed je een betere burger of
stadsbestuurder. Ook in Italië had je stadsstaten, dat zijn kleine staatje rijk geworden door de