100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Uitgebreide hoorcollege aantekeningen e-commerce, consumentenbescherming en platformen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Geüpload op
08-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Uitgebreide hoorcollege aantekeningen van het vak 'e-commerce, consumentenbescherming en platformen' collegejaar 2025/2026












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
8 januari 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
J. verstappen
Bevat
Alle colleges

Voorbeeld van de inhoud

Week 1A – onlineplatformen I

Platformverhoudingen
Het unieke aan platformverhoudingen is dat er een platform tussen zit. Er
is een driehoeksverhouding tussen aanbieder, platform en afnemer.

Platformen als dienstverleners van de informatiemaatschappij
De kwalificatie ‘’dienstverlener van de informatiemaatschappij’’ is relevant
voor het platform. De kwalificatie komt uit de Richtlijn elektronische
handel. Wat is een dienst van de informatiemaatschappij? Elke dienst die
tegen vergoeding, op afstand, via elektronische apparatuur, op individueel
verzoek van de afnemer van diensten verricht wordt, terwijl partijen niet
tegelijkertijd op dezelfde plaats zijn (3:15d BW).

De betekenis van die kwalificatie volgt uit de beginselen die ten grondslag
liggen aan de Richtlijn elektronische handel:
 Land van oorsprong principe: aanbieder valt slechts onder
wetgeving van land van oorsprong.
o Een partij die ’dienstverlener van de informatiemaatschappij
is, hoeft alleen maar te voldoen aan de regels van het land
waar die gevestigd is.
 Vrije verkeer-beginsel: lidstaten mogen het vrije verkeer niet
beperken om redenen die vallen binnen het gecoördineerde gebied.
o Lidstaten mogen het vrije verkeer van diensten van de
informatiemaatschappij niet beperken om redenen die vallen
binnen het gecoördineerde gebied. Dit is bedoeld om het vrije
verkeer van diensten van de informatiemaatschappij te
stimuleren.
 Beginsel van vrijheid van vestiging: diensten mogen niet afhankelijk
gesteld worden van voorafgaande vergunning of ander vereiste met
gelijke werking.
o Dit houdt in dat het uitoefenen/starten van een dienst van de
informatiemaatschappij niet door lidstaten onderhevig mag
worden gemaakt aan het hebben van een vergunning.

Wat is dat gecoördineerde gebied? Dat ziet op regels die betrekking
hebben op het starten van een activiteit van een dienst van de
informatiemaatschappij of het uitoefenen daarvan. Bijv. online verkoop.
Waar het NIET op ziet is de goederen als zodanig, levering van goederen
en diensten die niet langs elektronische weg verleend worden.

,Dienstverleners van de informatiemaatschappij
Ker-Optika: handelaar verkoopt lenzen via website. Toezichthouder
verbiedt dit omdat het recht van Hongarije zegt ‘’je mag alleen maar
contactlenzen verkopen in een winkel met bepaalde eisen’’. Volgens de
handelaar is dit strijdig met de ‘vrije uitoefening van diensten van de
informatiemaatschappij’. Valt dit binnen het gecoördineerde gebied? Is dit
een beperking die in het licht van het vrije verkeer-beginsel beperkt mag
worden? Hof: ergens is er sprake van een dienst van de
informatiemaatschappij die ziet op de online verkoop. De online verkoop is
een activiteit van de maatschappij. Die online verkoop mag niet beperkt
worden. Het vervolgens leveren van de lenzen valt buiten het
gecoördineerde gebied, want dat is immers de levering van goederen.

Dit in platform context:

Uber Systems Spain: Uber koppelt mensen die een rit zoeken aan mensen
die een rit aanbieden. Het gaat om particuliere chauffeurs. In Barcelona
was een beroepsorganisatie voor taxichauffeurs. Taxichauffeurs: ‘’wij
hebben een vergunning en hebben lang moeten leren om die vergunning
te krijgen en nu mogen Uber chauffeurs zomaar ritjes verlenen zonder
vergunning’’. Vraag: is Uber een dienst van de informatiemaatschappij?
Uber: ‘’wij zijn een online bemiddelingsbedrijf’’. Taxichauffeurs: ‘’nee, je
bent veel meer, namelijk een dienst op het gebied van vervoer’’. Hof: de
bemiddelingsdienst is inderdaad wat Uber doet, dus in beginsel is het een
dienst van de informatiemaatschappij. Maar Uber doet veel meer. Die
bemiddelingsdienst moet beschouwd worden als integrerend deel van een
dienstenpakket waarvan het hoofdelement bestaat uit een vervoersdienst.
M.a.w.: als je kijkt naar de dienst in zijn geheel, is er een vervoersdienst
waar een dienst van de informatiemaatschappij als nevenelement een
integraal onderdeel van uitmaakt.

In de volgende zaak speelde dezelfde vraag.

Airbnb Ireland: Airbnb koppelt aanbieders van vastgoed aan afnemers. In
het land in kwestie worden dit soort diensten door makelaars gedaan, die
een makelaarskaart hebben (is in feite een vergunning). Is dit een dienst
van de informatiemaatschappij? Hof gaat dezelfde test doorlopen. Hier
zegt het Hof echter dat de dienst die hier wordt verleend losstaat van de
makelaarsdienst en van de vastgoedtransactie. Wat Airbnb eigenlijk doet
is niets meer dan een overzichtelijke lijst van accommodaties creëren.
Airbnb verleent inderdaad wat aanvullende diensten (verzekering,

,template om advertenties maken, scoresysteem, fotodienst). Als je dat op
deze manier doet, is dat dan voldoende om te zeggen dat de dienst van de
informatiemaatschappij die je aanbiedt inderdaad een integrerend
onderdeel van een dienstenpakket of niet? Hof: nee, omdat al die
nevendiensten dienstbaar zijn aan de hoofddienst. Zij vloeien voort uit de
samenwerking en moeten ervoor zorgen dat de hoofddienst (de dienst van
de informatiemaatschappij) zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd. Dit
laat zien dat het Hof het hele dienstenpakket analyseert en bekijkt hoe het
is ingericht door het platform.

De bovenstaande zaken laten zien dat er best nog wat af te dingen valt op
de vraag of zo’n dienst van de informatiemaatschappij wel of niet
onderdeel is van een overkoepelend deel dat geen dienst van de
informatiemaatschappij is. Het Hof kijkt met name naar hoe de dienst is
ingericht.

Star Taxi App: gaat om een vervoersdienst, maar de app is technisch
anders ingericht dan Uber en de dienstverlening is anders opgezet. Zodra
een persoon een zoekopdracht in de app geeft, presenteert Star Taxi een
lijst met chauffeurs. Als die persoon de lijst doorscrolt, ziet die persoon
beoordelingen en het tarief dat die chauffeur rekent. Op basis van die
informatie kun je een chauffeur kiezen. Star Taxi laat cliënten zelf een
chauffeur kiezen in tegenstelling tot Uber. De chauffeurs mogen hun eigen
tarieven bepalen, wat ook anders is. Deze verschillen laten zien hoe de
dienstverlening anders is opgezet voor zover het de macht betreft. Star
Taxi zit er in mindere mate tussenin vergeleken met Uber. Het Hof weegt
de wijze van betaling, de vrijheid die de aanbieder heeft en de vrijheid die
de afnemer heeft. Het Hof komt hier dan ook op een andere conclusie uit
dan bij Uber. Hier is het wel in zijn volledigheid een dienst van de
informatiemaatschappij. Dus niet een dienst van de
informatiemaatschappij die een integrerend element is van een
dienstenpakket dat een ander hoofdelement heeft.

Waar zit het verschil tussen Star Taxi App en Uber Systems Spain? Star
Taxi brengt professionele chauffeurs (die extra klusjes zochten) en klanten
bij elkaar. Hier zie je een parallel bij de Airbnb zaak: ook bij Airbnb waren
bij de afnemers zat andere mogelijkheden om de diensten aan te bieden.
In Uber ging het op niet professionele chauffeurs die maar via 1 weg hun
diensten konden aanbieden. Zij waren bovendien niet vrij om hun tarieven
te bepalen.

, De vraag is elke keer: in hoeverre is de dienst opgezet op het platform in
die positie controle uit te laten oefenen? Zo ja, dan ben je waarschijnlijk
zelf de dienstenaanbieder.

Contractuele wederpartij
Het bepalen van de contractuele wederpartij wordt gedaan aan de hand
van het nationale verbintenissenrecht. In de driehoeksverhouding lopen
Europese en nationale concepten door elkaar. Beginnend met de eerste
vraag: wie is de contractspartij bij een overeenkomst? Die vraag wordt
beantwoord aan de hand van het nationale recht. Bepalend is wat partijen
over en weer jegens elkaar hebben verklaard en wat zij over en weer uit
elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden (Scholte/Schiphoff).
Dat is met andere woorden de gewekte schijn.

In het Europese recht is dat ook weer relevant. Wie is de partij tegenover
wie ik mijn Europese rechten kan inroepen? Wathelet: mevrouw Wathelet
koopt een auto van een autoverkoper. Die auto gaat kapot voordat ze een
kwitantie, betalingsbewijs of factuur had ontvangen. Ze laat de auto
repareren voor €2000. De verkoper gaat ervan uit dat zij betaalt. Wathelet
is van mening dat de verkoper deze kosten dient te betalen. Op dat
moment zegt de verkoper dat de mevrouw de auto niet van hem heeft
gekocht (is slechts een tussenpersoon). Wie is de wederpartij? Hof:
handelaar is een objectief begrip. Dat betekent dat voor de vraag of
iemand een handelaar is, niet relevant is welke kennis de wederpartij had
of had moeten hebben. Dat begrip tussenpersoon kan ook betrekking
hebben op een handelaar. Het kan dus zijn dat je je consumentenrechten
op een handelaar kunt effectueren. Als die tussenpersoon de indruk wekt
handelaar te zijn, dan heeft hij als handelaar te gelden. Dat wordt
vastgesteld op basis van: de mate van betrokkenheid en de intensiteit van
de inspanning bij de verkoop, de omstandigheden waaronder het goed
werd aangeboden aan de consument en het gedrag van de consument. De
tussenpersoon moet helder zijn over zijn positie.

Tot Tiketa gingen we ervan uit dat de conclusie uit Wathelet ook gold in
een e-commerce context. Maar in Tiketa hebben we geleerd dat het in de
e-commerce context anders werkt.

Tiketa: Tiketa is een website om kaartjes te kopen. Het is een online
tussenpersoon waar afnemers (consumenten) tickets voor evenementen,
georganiseerd door derden, kunnen kopen. M.S. koopt tickets voor
evenement Baltic Music en op dat ticket staat informatie waar werd
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
masterstudentrugitrecht
5,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
masterstudentrugitrecht Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
9
Laatst verkocht
2 maanden geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen