Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 71 pagina's
College aantekeningen

RA1 colleges

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 71 pagina's

College aantekeningen RA-1

Voorbeeld van de inhoud

Week 1 RA-1: diabetes mellitus
ZSO: energiemetabolisme
Enzymen
- Enzymen katalyseren stofwisselingsreacties zonder daarbij
zelf te worden verbruikt.
- Enzymactiviteit is bepalend voor het verloop van de
stofwisseling.
o = Snelheid waarmee een enzym een reactie
versneld
- Bouw en werking
o Ruimtelijke vorm met veel knikken en lussen
o Actief centrum met specifieke ruimtelijke structuur
o Enzym werkt op een substraat
▪ Substraat past precies in het actieve centrum
▪ Enzym-substraat complex
▪ Na reactie laat het ontstane molecuul los van het actieve centrum >
volgende reactie kan plaatsvinden
o Enzymen zijn substraat-specifiek
▪ Inwerken op één specifieke stof
- Activeringsenergie
o Chemische reactie: beweging van moleculen en de botsing van moleculen
o Energie die een systeem nodig heeft om een chemische reactie te laten
verlopen
o Enzymen > minder activeringsenergie nodig
- Enzymactiviteit
o Snelheid waarmee een enzym een reactie versneld
o Uitgedrukt in hoeveelheid substraat die per tijdseenheid wordt omgezet of in
de hoeveelheid reactieproduct die per tijdseenheid ontstaat.
o Beinvloed door temperatuur, zuurgraad, concentratie van deelnemende
stoffen en door bindingen van enzymen met stoffen die de activiteit kunnen
verhogen of remmen.
o E + S → ES → E + P
▪ Rate 1 = k1[E][S]
▪ Rate 2 = k2[ES]
▪ Rate = snelheid = V = d[P]/dt
▪ Snelheid omhoog door hogere
substraat of hogere
enzymconcentratie
▪ Vmax = maximale snelheid
▪ Hoge [S] > enzymen
gesatureerd, dus uiteindelijk
kan de reactie niet sneller
verlopen omdat alle bindingsplekken dan bezet zijn.
o Enzymen hebben hun eigen optimumtemperatuur en pH.
▪ Boven de 50 graden denaturatie



1

, - Co-factoren
o Soms een speciaal ion of molecuul nodig om goed te kunnen werken. Dat
wordt dan een co-factor genoemd. Het eigenlijke enzymmolecuul heet dan
een apo-enzym.
o Co-factor kan anorganisch of
organisch zijn.
▪ Anorganisch: metaalionen
▪ Organisch > co-enzym
(vitamines)


Vertering en opname
- Monosachariden (water, mineralen, vitaminen) kunnen zonder verteringi in het
bloed worden opgenomen.
- Eiwitten, disachariden en polysachariden moeten eerst worden verteerd.
o Eiwitten > aminozuren
o Sachariden > monosachariden
o Vetzuren > twee vetzuurmoleculen afsplitsen
▪ Vrije vetzuren + monoacylglycerol
- Vetten
o Glycerol + drie vetzuurmoleculen
o Brandstof voor het lichaam
o Bouwstof voor fosfolipiden
o Onverzadigd (plantaardige oliën)
o Verzadigd (dierlijke vetten)
o Cholesterol > aanmaak door de lever
- Koolhydraten
o Mono (glucose/fructose), di (sacharose en lactose), poly (zetmeel, glycogen)
o Overtollig deel > glycogen > lever en spieren
o Opgeslagen in vet
o Bouwstof voor de cel
- Eiwitten
o Polymeren van aminozuren
o 20 verschillende aminozuren, lichaam kan er 12 zelf maken (in de lever)
o Bouwstof voor het lichaam
o Transport van stoffen
o Uitgescheiden met urine als ureum
o Energie leveren door stoffen als pyruvaat
- Hydrolysereactie > splitsen van een chemisch molecuul onder opname van water
- Vetering: combinatie van mechanische vertering en chemische vertering
o Mechanisch: lengtespieren, kringspieren, snijtanden
▪ Totale oppervlak van het voedsel vergroten
▪ Darmperistaltiek
o Chemisch: amylase, pancreas, galblaas, zoutzuur
▪ Mondholte: speeksel door speekselklieren. Bevat amylase > zetmeel
afbreken tot maltose
▪ Maag: gastrine > maagsap. Bevat zoutzuur, slijm en pepsinogeen.


2

, • Pepsinogeen > inactief pro-enzym > pepsine (door zoutzuur)
• Splitsing van eiwitmoleculen tot polypeptiden.
• Zoutzuur doodt bacteriën, slijm beschermt tegen zuur.
▪ Dunne darm: zure brij stimuleert bepaalde cellen in het duodenum tot
uitscheiding van secretine en cholecystokinine.
▪ Lever en pancreas:
• Secretine > stimulatie van gal en NaHCO3 (neutraliseert
maagzuur)
• Cholecystokinine > afgeven van gal en secretie enzymen uit
alvleesklier.
• Alvleessap bevat trypsinogeen en peptidase, amylase en lipase.
o Peptidase: afbraak tot di- en tripeptiden en aminozuren
o Amylase: zetmeel naar maltose
o Lipase: splitsing triglyceriden tot vetzuurmoleculen en
monoacylglycero,
o Gal: kleurstoffen en zouten. Maken kleine vetdruppels
(emulgeren). Vergroot oppervlak vetdruppels.
- Opname of resorptie voornamelijk in de dunne darm
o Ongeveer 6 meter lang, sterk geplooid
o Darmvlokken (darmvilli) > haarvaten en lymfevaten
o Microvilli > enorme oppervlakte, dus opname zeer
groot.
o Opname van water, voedingsstoffen en
veteringsproducten
▪ Passief transport (A): concentratie in
darmepitheelcellen lager dan in de
darmholte. Diffunderen(C) van
voedingsstoffen via het membraan of via membraaneiwitten (vettige
stoffen en gassen)
• Transporteiwit (D) (glucose, ionen, water)
• Osmose
▪ Actief transport (B): opname selectief of tegen het concentratieverval
in door transporteiwitten uit de darmholte. Kost energie
Glycolyse
- Glucose energie wordt in mitochondriën omgezet in ATP
- Omzetting van glucose naar energie:
- Glycolyse
o Glucose splitsen in twee delen > 2 pyruvaat
(C2H4O5)
o Cytoplasma
o Pyruvaat opgenomen in mitochondriën
o Netto 2 ATP vorming (bruto 4 vorming,
maar voor activering 2 verbruikt)




3

, o Netto 2 NADH vorming (leveren ATP in oxidatieve fosforylering)




o ATP is een geschikt molecuul voor transport van energie
o NAD+ neemt twee energierijke elektronen en een H+ op
▪ NAD+ + 2e- + H+ → NADH + H+
o Eindproduct is pyruvaat
▪ Tussen producten zijn glucose-6-fosfaat, fructose -1,6-bifosfaat en
fosfo-enolpyruvaat
o Katalysatie door pyruvaatkinase



Citroenzuurcyclus
- Eindproduct glycolyse is twee pyruvaat
- Acetyl-co-A vorming door decarboxylering van pyruvaat
door het enzyme pyruvaat dehydrogenase
- Citroenzuur vorming als de acetyl-groep vna acetyl-co-A
o Co-enzym A wordt hergebruikt
- Vindt plaats in de mitochondriën
- Energie uit glucose gebruikt voor de vorming van
energierijke elektronen, gebonden aan NADH en FADH2




4

Documentinformatie

Geüpload op
7 maart 2021
Aantal pagina's
71
Geschreven in
2018/2019
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Blom
Bevat
Alle colleges
€7,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
9
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen