Urinair stelsel
Voorkennis
Diffusie: passief proces, komt geen energie bij te pas
= De opgeloste stof verplaatst zich van een hoge concentratie naar een lage
concentratie (niet het oplosmiddel verplaatst zicht)
Osmose: passief proces, komt geen energie bij te pas
= geen verplaatsing van opgeloste stof zoals grote moleculen (bv. Eiwitten) dit kan
niet door het membraan maar wel het oplosmiddel kan door het membraan en het
gaat van lage concentratie naar hoge concentratie (water aanzuig effect)
Filtratie: passief proces, komt geen energie bij te pas
= Er wordt een druk op de vloeistof gezet, die druk gaat op de vloeistof en de
opgeloste stof (filtratiedruk) door die druk word het door het membraan geperst
1. Functies urinair stelsel
3 belangrijke functie:
1. Excretie: verwijdering van organische afvalstoffen uit lichaamsvloeistoffen
Afvalstoffen uit het bloed halen
2. Eliminatie: de lozing van die organische afvalstoffen naar buiten
Afvalstoffen uit het bloed zitten in de urine, en je plast ze uit
3. Homeostatische functie: regeling van volume en concentratie opgeloste stoffen
in bloedplasma
Nieren spelen hier een rol in. Deze moeten kijken of ze vocht afgeven of bijhouden
dit is afhankelijk van hoe het gesteld is in het bloed
2. organisatie urinair stelsel
Functies worden vervuld door:
- 2 Nieren: produceren urine
- Urinewegen
- Ureters of urineleiders: urine komt via hier naar
urineblaas
- Urineblaas: zijn rekreceptoren registreren of de blaas
onder spanning staat en stuurt een signaal door naar de
hersenen. De urine gaat door urethra.
- Urethra of urinebuis: urine loopt hierdoor naar buiten
- Mictie: het lozen van urine
, Homeostatische functies
= nodig om samenstelling bloed binnen grenzen te houden:
Reguleren bloedvolume en bloeddruk (nieren houden je Bd op pijl -> reguleren of je
vocht bijhoud of afgeeft)
- Volume H2O dat met urine verloren aan te passen
- Afgeven van erytropoëtine
- Afgifte van renine (RAA – systeem)
Reguleren van Na, K, Chloride en andere ioneconcentraties
- Regulering hoeveel ionen verloren gaan met urine ( ionen worden door filter
geduwd door filtratie)
- Regulering concentratie calciumionen via vorming van calcitriol (bevordert
opname van calcium en fosfaationen)
Bijdragen stabiliseren van pH
- Verlies van waterstofionen (H+) en bicarbonaationen (HCO3-) in urine te
regelen
Behoud van waardevolle voedingsstoffen
- Voorkomen dat glucose en aminozuren via urine uitgescheiden worden
3. De Nieren
- Liggen bilateraal van de wervelkolom
>Linker nier hoger dan rechternier
Beschermd door:
- Zwevende ribben (= niet verbonden met het sternum)
- Spieren dorsale lichaamswand
- Bekleding buikholte
Op hun plaatst gehouden door:
- Buikvlies
- Aangrenzende organen
- Bindweefsel
Nierkapsel:
Dicht vezelig kapsel, vetweefsel
Uitwendige anatomie
Voorkennis
Diffusie: passief proces, komt geen energie bij te pas
= De opgeloste stof verplaatst zich van een hoge concentratie naar een lage
concentratie (niet het oplosmiddel verplaatst zicht)
Osmose: passief proces, komt geen energie bij te pas
= geen verplaatsing van opgeloste stof zoals grote moleculen (bv. Eiwitten) dit kan
niet door het membraan maar wel het oplosmiddel kan door het membraan en het
gaat van lage concentratie naar hoge concentratie (water aanzuig effect)
Filtratie: passief proces, komt geen energie bij te pas
= Er wordt een druk op de vloeistof gezet, die druk gaat op de vloeistof en de
opgeloste stof (filtratiedruk) door die druk word het door het membraan geperst
1. Functies urinair stelsel
3 belangrijke functie:
1. Excretie: verwijdering van organische afvalstoffen uit lichaamsvloeistoffen
Afvalstoffen uit het bloed halen
2. Eliminatie: de lozing van die organische afvalstoffen naar buiten
Afvalstoffen uit het bloed zitten in de urine, en je plast ze uit
3. Homeostatische functie: regeling van volume en concentratie opgeloste stoffen
in bloedplasma
Nieren spelen hier een rol in. Deze moeten kijken of ze vocht afgeven of bijhouden
dit is afhankelijk van hoe het gesteld is in het bloed
2. organisatie urinair stelsel
Functies worden vervuld door:
- 2 Nieren: produceren urine
- Urinewegen
- Ureters of urineleiders: urine komt via hier naar
urineblaas
- Urineblaas: zijn rekreceptoren registreren of de blaas
onder spanning staat en stuurt een signaal door naar de
hersenen. De urine gaat door urethra.
- Urethra of urinebuis: urine loopt hierdoor naar buiten
- Mictie: het lozen van urine
, Homeostatische functies
= nodig om samenstelling bloed binnen grenzen te houden:
Reguleren bloedvolume en bloeddruk (nieren houden je Bd op pijl -> reguleren of je
vocht bijhoud of afgeeft)
- Volume H2O dat met urine verloren aan te passen
- Afgeven van erytropoëtine
- Afgifte van renine (RAA – systeem)
Reguleren van Na, K, Chloride en andere ioneconcentraties
- Regulering hoeveel ionen verloren gaan met urine ( ionen worden door filter
geduwd door filtratie)
- Regulering concentratie calciumionen via vorming van calcitriol (bevordert
opname van calcium en fosfaationen)
Bijdragen stabiliseren van pH
- Verlies van waterstofionen (H+) en bicarbonaationen (HCO3-) in urine te
regelen
Behoud van waardevolle voedingsstoffen
- Voorkomen dat glucose en aminozuren via urine uitgescheiden worden
3. De Nieren
- Liggen bilateraal van de wervelkolom
>Linker nier hoger dan rechternier
Beschermd door:
- Zwevende ribben (= niet verbonden met het sternum)
- Spieren dorsale lichaamswand
- Bekleding buikholte
Op hun plaatst gehouden door:
- Buikvlies
- Aangrenzende organen
- Bindweefsel
Nierkapsel:
Dicht vezelig kapsel, vetweefsel
Uitwendige anatomie