Samenvatting Gedrag
Hoofdstuk 1
Piaget: ontwikkeling in fases
- Sensomotorische fase
- Pre-operationele fase
- Concreet operationele fase
- Formeel operationele fase
Sensomotorische fase (0-24 maanden)
- Ontwikkeling motoriek
- Ontwikkeling zintuigen
- Ontwikkeling geheugen
- Nog geen objectpermanentie = weten dat een object niet zomaar
kan verdwijnen. (Er is een speeltje, maar als je een doek eroverheen
legt is er geen speeltje meer volgens de baby)
Pre-operationele fase (2-7 jaar)
- Ontwikkeling taal = eerste woorden, daarna uitspraak, daarna
zinsopbouw daarna grammatica
- Verdere ontwikkeling (fijne) motoriek
- Ontwikkeling ‘’ik’’ ego = ontdekken dat ze een eigen persoon zijn
Egocentrisme = ze redeneren alles uit zichzelf (wat zij vinden,
denken voelen hebben andere ook)
centratie = Maar focussen op 1 aspect (bijv, herkenning mensen)
- Animisme = levenloze objecten, levende eigenschappen geven
- Ontwikkeling begrip ‘’conservatie’’ = behoud van massa (kinderen
weten niet dat volume kan veranderen)
Concreet-operationele fase (7-12 jaar)
- Ontwikkeling van reversibiliteit = Het begrip dat je een proces in
gedachten kunt omdraaien.
Conservatie gaan ze begrijpen
- Ontwikkeling van decentratie = Het feit dat je, je op meerdere
aspecten tegelijk kunt richten
- Ontwikkeling van de logica = De relatie begrijpen tussen tijd,
afstand en snelheid.
, Formeel-operationele fase (12+ jaar)
- Het denken komt los van het concrete
- Leren logisch te denken, het leren verbanden te maken en hieruit
conclusies te trekken
- Abstract te denken en te redeneren
Hoe mediaconsumptie gerelateerd kan worden aan de
ontwikkelingsstadia:
Sensomotorische fase: 0-2 jaar
- Felle kleuren, muziek en bewegende objecten
- Voorkeuren: gezichten, muziek, felle kleuren.
Dingen die eruit springen, want verhaallijnen begrijpen ze nog niet
Verhaal is minder relevant
- Aandachtstekort, daarom voorkeur voor reclames (rijmpjes, liedjes,
slogans, muziek, korte verhaaltjes)
Pre-operationele fase: 2-7 jaar
- Begrijpen de verschillende mediacontent, kunnen simpele
personages en eenvoudige verhaallijnen herkennen
- Verhaal moet lineair zijn en aansluiten bij de belevingswereld (zoals
boodschappen halen)
- Moeite met onderscheiden van fictie en realiteit (kunnen geloven dat
karakters echt zijn)
- Animisme = denken dat levenloze dingen menselijke
eigenschappen hebben
- Imiteren media-inhoud (bijv. commercials nazingen)
- Herhaling geeft macht (denk aan Tiktokdansjes)
-
Angsten ten gevolge van Media
Perceptuele gebondenheid = direct waarneembare kenmerken bepalen
oordeel ipv gedrag (Uiterlijk bepaalt hun innerlijk, horn, halo)
Concreet operationele fase: 7-12 jaar
- Fictie van realiteit kunnen onderscheiden, logisch kunnen nadenken.
- Voorkeur voor meer ‘echte’ mediacontent (geen animatie)
Hoofdstuk 1
Piaget: ontwikkeling in fases
- Sensomotorische fase
- Pre-operationele fase
- Concreet operationele fase
- Formeel operationele fase
Sensomotorische fase (0-24 maanden)
- Ontwikkeling motoriek
- Ontwikkeling zintuigen
- Ontwikkeling geheugen
- Nog geen objectpermanentie = weten dat een object niet zomaar
kan verdwijnen. (Er is een speeltje, maar als je een doek eroverheen
legt is er geen speeltje meer volgens de baby)
Pre-operationele fase (2-7 jaar)
- Ontwikkeling taal = eerste woorden, daarna uitspraak, daarna
zinsopbouw daarna grammatica
- Verdere ontwikkeling (fijne) motoriek
- Ontwikkeling ‘’ik’’ ego = ontdekken dat ze een eigen persoon zijn
Egocentrisme = ze redeneren alles uit zichzelf (wat zij vinden,
denken voelen hebben andere ook)
centratie = Maar focussen op 1 aspect (bijv, herkenning mensen)
- Animisme = levenloze objecten, levende eigenschappen geven
- Ontwikkeling begrip ‘’conservatie’’ = behoud van massa (kinderen
weten niet dat volume kan veranderen)
Concreet-operationele fase (7-12 jaar)
- Ontwikkeling van reversibiliteit = Het begrip dat je een proces in
gedachten kunt omdraaien.
Conservatie gaan ze begrijpen
- Ontwikkeling van decentratie = Het feit dat je, je op meerdere
aspecten tegelijk kunt richten
- Ontwikkeling van de logica = De relatie begrijpen tussen tijd,
afstand en snelheid.
, Formeel-operationele fase (12+ jaar)
- Het denken komt los van het concrete
- Leren logisch te denken, het leren verbanden te maken en hieruit
conclusies te trekken
- Abstract te denken en te redeneren
Hoe mediaconsumptie gerelateerd kan worden aan de
ontwikkelingsstadia:
Sensomotorische fase: 0-2 jaar
- Felle kleuren, muziek en bewegende objecten
- Voorkeuren: gezichten, muziek, felle kleuren.
Dingen die eruit springen, want verhaallijnen begrijpen ze nog niet
Verhaal is minder relevant
- Aandachtstekort, daarom voorkeur voor reclames (rijmpjes, liedjes,
slogans, muziek, korte verhaaltjes)
Pre-operationele fase: 2-7 jaar
- Begrijpen de verschillende mediacontent, kunnen simpele
personages en eenvoudige verhaallijnen herkennen
- Verhaal moet lineair zijn en aansluiten bij de belevingswereld (zoals
boodschappen halen)
- Moeite met onderscheiden van fictie en realiteit (kunnen geloven dat
karakters echt zijn)
- Animisme = denken dat levenloze dingen menselijke
eigenschappen hebben
- Imiteren media-inhoud (bijv. commercials nazingen)
- Herhaling geeft macht (denk aan Tiktokdansjes)
-
Angsten ten gevolge van Media
Perceptuele gebondenheid = direct waarneembare kenmerken bepalen
oordeel ipv gedrag (Uiterlijk bepaalt hun innerlijk, horn, halo)
Concreet operationele fase: 7-12 jaar
- Fictie van realiteit kunnen onderscheiden, logisch kunnen nadenken.
- Voorkeur voor meer ‘echte’ mediacontent (geen animatie)