Hoorcollege 1: Introductie Forensisch bewijs .........................................................................................3
Hoorcollege 2: Forensische geneeskunde ..............................................................................................10
Hoorcollege 3: Denkfouten....................................................................................................................21
Hoorcollege 4: Opsporingsmethoden en de gebruikelijke manier van onderzoek van een plaats
delict……………………………………………………………………………………………………28
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: Inleiding ...............37
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H3.........................37
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H4.........................38
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H5.........................41
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H6.........................44
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H9.........................46
de Keijser & van Koppen (2024). De waarde van het bewijs ..............................................................51
van der Kemp & Deten (2020). Forensic crime scene investigator perspectives ................................55
van den Eeden, de Poot & van Koppen (2019). The Forensic Confirmation Bias: A Comparison
Between Experts and Novices ................................................................................................................59
Liden, Thiblin & Dror (2023). The role of alternative hypotheses in reducing bias in forensic medical
experts’ decision making ........................................................................................................................64
Dror, Melinek, Arden, Kukucka, Hawkins, Carter & Atherton (2021). Cognitive bias in forensic
pathology decisions. ...............................................................................................................................68
Hoorcollege 5: Vingersporen als bewijs ................................................................................................72
Hoorcollege 6: DNA ..............................................................................................................................84
Hoorcollege 7: Contextinformatie in forensisch onderzoek ................................................................105
van den Heuvel & de Koeijer (2017). Interdisciplinair Forensisch Onderzoek: Meer dan de som der
delen .....................................................................................................................................................113
van Koppen, Van der Kemp & Wijkman (2019). Rapporteren over activiteiten op de plaats delict:
Over de keuze tussen daders ................................................................................................................117
de Keijser, Malsch, Luining, Weulen Kranenbarg &Lenssen (2016). Differential reporting of
mixed DNA profiles and its impact on jurists’ evaluation of evidence................................................121
Mattijssen, Kerkhoff, Berger, Dror, & Stoel (2016). Implementing context information
management in forensic casework: Minimizing contextual bias in firearms examination...................126
Gardner, Kelley, Murrie & Dror (2019). What do forensic analysts consider relevant to their
decision making? ..................................................................................................................................130
Cooper & Meterko (2019). Cognitive bias research in forensic science: A systematic review.. ........133
de Jongh, Lubach, Lie Kwie & Alberink (2019). Measuring the Rarity of Fingerprint Patterns in the
Dutch Population Using an Extended Classification Set......................................................................137
1
,Hicklin, Winer, Kish, Parks, Chapman, Dunagan, Richetelli, Epstein, Ausdemore & Busey
(2021). Accuracy and reproducibility of conclusions by forensic bloodstain pattern analysts. ...........141
Cahill, Volgin, van Oorschot, Taylor & Goray (2024). Where did it go? A study of DNA transfer in
a social setting. Forensic science international.....................................................................................145
Hoorcollege 8: Forensisch ondersteuning bij rechtbanken en hoven ..................................................148
Hoorcollege 9: Bewijswaardering .......................................................................................................153
Hoorcollege 10: Camera’s ...................................................................................................................159
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H1.......................163
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H2.......................164
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H7.......................167
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H8.......................170
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H10.....................172
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H11.....................173
van Koppen (2011). Overtuigend bewijs: Indammen van rechterlijke dwalingen: H12.....................177
Kassin, Dror & Kukucka (2013). The forensic confirmation bias: Problems, perspectives, and
proposed solutions. ...............................................................................................................................178
Jellema & Mackor (2024). Misverstanden rond falsificatie en alternatieve scenario’s .....................181
van Koppen (2024). Zeven scenariovalkuilen. ...................................................................................184
Ribeiro, Likwornik, & Chin (2023). Visual decision aids: Improving laypeople’s understanding of
forensic science evidence. ....................................................................................................................187
Roux, Bucht, Crispino, De Forest, Lennard, Margot, Miranda, NicDaeid, Ribaux, Ross & Willis
(2022). The Sydney declaration – Revisiting the essence of forensic science through its fundamental
principles ..............................................................................................................................................190
2
,Hoorcollege 1: 28-10-2025
Introductie
Forensisch bewijs is eerst een forensisch spoor dat gevonden wordt:
- Edward Lockhart oprichter van principles.
- Veel verschillende soorten sporen en verschillende technieken die inzicht verkrijgen.
Sporen pas Forensisch Bewijs als:
- Er een duidelijk verhaal is.
- Ze betekenis hebben in een scenario.
Forensisch bewijs interpreteren
- Altijd in context van de kwaliteit van het onderzoek of de analyse.
Forensisch bewijs: fundamentele vragen
- Een beetspoor werd vaak gebruikt als bewijs.
- Gebit matchen met de beetspoor.
- Je tandvorm/gebit is niet uniek, dus je kan meerdere mensen matchen.
- Weet niet hoe dat zich overbrengt als je bijt. Is niet consistent hetzelfde bijtpatroon.
➔ Is enkel als je een uniek tandpatroon hebt, nuttig voor onderzoek.
➔ Wordt tegenwoordig niet meer gebruikt.
The 7 Principles of Forensic Science
➔ Voor het eerst overzicht met erkenning van de vraagstukken die leven.
➔ Komt uit 2022, dus erg recent!!
1. Activity and presence produce traces that are fundamental vectors of information.
2. Scene investigation is a scientific and diagnostic endeavor requiring scientific expertise.
3. Forensic science is case-based and reliant on scientific knowledge, investigative methodology,
and logical reasoning → ook beslismomenten (deels subjectief).
4. Forensic science is an assessment of findings in context due to time asymmetry (is na afloop,
dus je moet rederneren wat wel of niet bij het delict of bij de misdaad hoorde. Denk aan
vingerafdrukken, DNA, kunnen er al geweest zijn).
5. Forensic science deals with continuum of uncertainties (gaat over waarschijnlijkheden en
kansberekeningen).
6. Traces feed investigative and intelligence efforts (breder verhaal nodig en binnen context).
7. Ethics, critical thinking, and logical reasoning are essential to forensic science.
3
, - Forensische beslissingen zitten gevangen binnen verschillende niveaus.
- Crime scene: wat geeft de plaats delict? Waar ga je zoeken naar sporen?
- Keuzes worden beïnvloed door de forensische rechercheur zelf. Gedachtes, wat neemt de
persoon waar, welke keuzes worden gemaakt?
- Police organisation: praktisch, wat wordt verzameld? Welke sporen ga je wel of niet
verzamelen?
Forensisch bewijs: van plaats delict tot cel
- Niet alle sporen gaan naar het lab. De ene belangrijker dan de ander.
- Wat is bewijs?
- Bewijswaardering komt terecht bij de rechter. Alle stappen moeten uitgebreid beschreven
worden.
- Verschillende mechanismen spelen een rol in de besluitvorming.
- Rechters moeten aannames doen over het plaats delict-onderzoek.
- Forensische bias: invloed van contextinformatie, beslissingsproces etc.
➔ Veel vragen rondom forensisch bewijs dus.
Zaak: De Dansende Dader
- 14 oktober 2010.
- 112.
➔ 20:08; verdacht persoon.
➔ 20:12; gewonde vrouw gevonden.
- Op de plaats delict: slachtoffer bewusteloos, ernstige hoofdwond.
- Amsterdam Medisch Centrum.
➔ Slachtoffer niet bij kennis.
➔ Operatie van de hoofdwond.
➔ Slachtoffer twee dagen later overleden.
Hoofdrolspelers
- Verdachte: ‘autistisch gedrag’.
- Slachtoffer: syndroom van Crouzon, oud, slechthorend, invalide.
4