College 1; kritische pedagogiek
Kritische pedagogiek: een onderwijsbenadering die studenten leert
kritisch na te denken over de maatschappij, machtsstructuren en hun
eigen rol daarin.
- Het doel is emancipatie: mensen in staat stellen de wereld te
begrijpen én te veranderen.
- Het vak Interculturele Pedagogiek sluit hierop aan omdat het
gaat over verschillende culturen, waarden, perspectieven en
maatschappelijke controverses.
- Belangrijk uitgangspunt: onderwijs is nooit neutraal. Docenten
maken altijd keuzes (inhoud, termen, perspectieven), en die vloeien
voort uit hun positionaliteit: eigen achtergrond, waarden en
wereldbeeld.
- Objectief: als iets dat los staat van de waarneming of voorkeuren
van individuen; neutrale blik, feiten (maar in de praktijk valt dat
soms tegen)
- Subjectief: iemands persoonlijke oordeel of zienswijze; niet
neutraal, meningen ipv feiten (maar deze kennis is wel waardevol
Niet-neutraliteit en transparantie in onderwijs
Geen enkel vak is neutraal: selectie van onderwerpen en manier van
doceren bevatten altijd waarden.
“Mainstream” onderwijs lijkt neutraal, maar draagt impliciet
dominante normen uit.
Kritische pedagogiek kiest juist voor transparantie over waarden,
zodat:
o studenten begrijpen vanuit welke visie wordt gedoceerd;
o dialoog mogelijk is;
o verborgen indoctrinatie wordt voorkomen.
Standpunttheorie
Ieder standpunt (of beter: gezichtspunt) biedt een specifiek inzicht in
de sociale werkelijkheid.
Ieder gezichtspunt bezitten unieke kenniswaarde. Ieder perspectief
biedt een andere kijk op de werkelijkheid.
Een gezichtspunt is nooit neutraal maar sociaal gesitueerd.
Bewustzijn daarvan belangrijk voor interpretatie en conclusie
Indoctrinatie: het systematisch en eenzijdig onderwijzen van
aanvechtbare overtuigingen met de bedoeling dat deze kritiekloos worden
aanvaard.
Kritische pedagogiek verlangt juist kritische vragen, discussie en
meerstemmigheid.
Paolo Freire: kernfiguur van de kritische pedagogiek
, Geboren in armoede (Recife, Brazilië) → zelf geconfronteerd met
ongelijkheid en honger .
Realiseerde dat klassenverschillen bepalen wie kansen krijgt.
Werd docent en ontwikkelde methoden voor alfabetisering van
volwassenen.
Zijn vernieuwende werk werd bedreigend geacht door de militaire
dictatuur → gevangenschap en ballingschap.
Belangrijkste ideeën
Freire stelt dat onderwijs altijd politiek is:
Het is óf een instrument van onderdrukking, óf een middel tot
emancipatie.
Traditionele lesmethoden werken volgens het bankiersmodel:
leraar “stort” kennis in de leerling → leerling is passief.
In plaats daarvan pleitte hij voor dialoog: leraar en leerling zoeken
samen betekenis.
Bewustwording (conscientização); Leerlingen leren kritisch
kijken naar:
o ongelijkheid,
o machtsverhoudingen,
o hun positie,
o mogelijkheden tot verandering.
Kritiek op Freire
Zijn taalgebruik kan te ideologisch zijn.
Risico dat “bewustwording” paternalistisch kan worden toegepast.
Moeilijk toepasbaar in sterk gestructureerde onderwijssystemen.
Toch blijft de invloed wereldwijd groot.
Dekolonisatie van de universiteit
1. Kritiek op Eurocentrisme
Westers perspectief wordt vaak als norm gepresenteerd; andere
kennis blijft onderbelicht.
2. Ruimte voor dekoloniale/alternatieve kennis
Kennis uit niet-westerse tradities en ervaringskennis moet erkenning
krijgen.
3. Bewustwording van machtsstructuren
Wie heeft een stem in de universiteit? Wie bepaalt beleid?
Macht ligt vaak bij een niet-diverse groep (“6/7-vinkjes”).
Kritische blik op jeugdonderzoek
Gebaseerd is op WEIRD-populaties (Westers, Educated,
Industrialized, Rich, Democratic) .
Cultuur als uitzondering ziet in plaats van structurerende factor.
Weinig onderzoek doet naar gemarginaliseerde groepen.
, Risico: witte westerse normen worden gepresenteerd als
universeel.
Kritische kijk op jeugdzorg en EBP (Evidence-Based Practice)
Opvoeding en jeugdhulp zijn nooit neutraal
o Opvoeding is per definitie waarden-geladen.
o Wat “goed” of “verkeerd” gedrag is verschilt per cultuur en
context.
Problemen met EBP
o EBP presenteert zich als neutraal, maar negeert cultuur en
waarden.
o Te veel focus op effectiviteit → normativiteit blijft onbesproken.
o Sterke protocollering beperkt professionele ruimte en
improvisatie.
o Risico op uniformering en risico-vermijding.
o Gedragsmethoden kunnen leiden tot te veel nadruk op
aanpassing i.p.v. exploratie van kinderen.
Jeugdzorg als normatieve praktijk: Zelfs wanneer instellingen
neutraal willen zijn (zoals vanuit liberale rechtstaat), worden
impliciet toch waarden overgedragen.
Alternatieven & hoopvolle ontwikkelingen
Eigen Kracht Conferenties: gezinnen maken zélf plannen,
cultuur en normen van het gezin centraal.
Meer aandacht voor dialoog, participatie en culturele diversiteit in
aanpakken.
Centrale citaten
“Het is de plicht van een docent om niet neutraal te zijn.” — Freire
“Wie neutraal is over onrechtvaardigheid kiest de kant van de
onderdrukker.” — Desmond Tutu
Onderwijs is een “praktijk van vrijheid” (Freire).
Onderwijs en onderzoek zijn niet neutraal
Iedereen heeft een eigen perspectief met unieke inzichten
Bepaalde groepen en thema’s ondervertegenwoordigd
Belang van bewustzijn van machtsverhoudingen
Kritische blik eerste stap naar inclusievere pedagogiek
, College 2; multiculturele samenleving
Demografische gegevens en context
Aantal Inwoners in Nederland: De presentatie noemt het totale
aantal inwoners op 1 januari 2024: 17,9 miljoen.
Grootste Bevolkingsgroepen naar Herkomst (Absoluut): de grootste
groepen naar herkomst (geboren in Nederland, één of twee ouders
in het buitenland; geboren in het buitenland).
o Geboren in Nederland, twee ouders in Nederland: 12.941.700.
o Eén of twee ouders geboren in het buitenland (Geboren in
Nederland): 2.914.900.
o Geboren in het buitenland: 2.086.300.
Top 5 Herkomstlanden Europa (excl. Nederland, inclusief mensen
die daar geboren zijn en mensen met één of twee ouders daar
geboren): Duitsland, Polen, België, Oekraïne, Verenigd Koninkrijk.
Top 5 Herkomstlanden Buiten-Europa (excl. Nederland, inclusief
mensen die daar geboren zijn en mensen met één of twee ouders
daar geboren): Turkije, Marokko, Suriname, Indonesië, Nederlandse
Cariben.
Top Vluchtelingenlanden: De presentatie noemt de vijf
belangrijkste herkomstlanden voor vluchtelingen die in de grafiek
zijn opgenomen: Syrië, Irak, Afghanistan, Iran, Somalië.
Eenoudergezinnen: kinderen en jongeren (0-25 jaar) in een
eenoudergezin naar herkomst, waarbij de groepen uit de
Nederlandse Cariben (40%) en Suriname (37%) de hoogste
percentages hebben.
Immigratiegeschiedenis van de Grootste Groepen
Jaren '40 en '50: Immigranten uit Indonesië
o Tussen 1945 en 1965 kwamen ongeveer 400.000 totoks,
Indo's en Molukkers uit het voormalig Nederlands-Indië naar
Nederland in vijf migratiegolven, voornamelijk na de Japanse
capitulatie en de onafhankelijkheidsoorlog.
o Een speciaal geval waren de Molukkers (ongeveer 12.000
personen), voormalige KNIL-militairen en hun gezinnen, die
stateloos bleven en voorlopig in kampen (woonoorden) werden
gehuisvest, wat integratie belemmerde.
Jaren '60 en '70: Arbeidsmigratie (Turkije en Marokko)
Kritische pedagogiek: een onderwijsbenadering die studenten leert
kritisch na te denken over de maatschappij, machtsstructuren en hun
eigen rol daarin.
- Het doel is emancipatie: mensen in staat stellen de wereld te
begrijpen én te veranderen.
- Het vak Interculturele Pedagogiek sluit hierop aan omdat het
gaat over verschillende culturen, waarden, perspectieven en
maatschappelijke controverses.
- Belangrijk uitgangspunt: onderwijs is nooit neutraal. Docenten
maken altijd keuzes (inhoud, termen, perspectieven), en die vloeien
voort uit hun positionaliteit: eigen achtergrond, waarden en
wereldbeeld.
- Objectief: als iets dat los staat van de waarneming of voorkeuren
van individuen; neutrale blik, feiten (maar in de praktijk valt dat
soms tegen)
- Subjectief: iemands persoonlijke oordeel of zienswijze; niet
neutraal, meningen ipv feiten (maar deze kennis is wel waardevol
Niet-neutraliteit en transparantie in onderwijs
Geen enkel vak is neutraal: selectie van onderwerpen en manier van
doceren bevatten altijd waarden.
“Mainstream” onderwijs lijkt neutraal, maar draagt impliciet
dominante normen uit.
Kritische pedagogiek kiest juist voor transparantie over waarden,
zodat:
o studenten begrijpen vanuit welke visie wordt gedoceerd;
o dialoog mogelijk is;
o verborgen indoctrinatie wordt voorkomen.
Standpunttheorie
Ieder standpunt (of beter: gezichtspunt) biedt een specifiek inzicht in
de sociale werkelijkheid.
Ieder gezichtspunt bezitten unieke kenniswaarde. Ieder perspectief
biedt een andere kijk op de werkelijkheid.
Een gezichtspunt is nooit neutraal maar sociaal gesitueerd.
Bewustzijn daarvan belangrijk voor interpretatie en conclusie
Indoctrinatie: het systematisch en eenzijdig onderwijzen van
aanvechtbare overtuigingen met de bedoeling dat deze kritiekloos worden
aanvaard.
Kritische pedagogiek verlangt juist kritische vragen, discussie en
meerstemmigheid.
Paolo Freire: kernfiguur van de kritische pedagogiek
, Geboren in armoede (Recife, Brazilië) → zelf geconfronteerd met
ongelijkheid en honger .
Realiseerde dat klassenverschillen bepalen wie kansen krijgt.
Werd docent en ontwikkelde methoden voor alfabetisering van
volwassenen.
Zijn vernieuwende werk werd bedreigend geacht door de militaire
dictatuur → gevangenschap en ballingschap.
Belangrijkste ideeën
Freire stelt dat onderwijs altijd politiek is:
Het is óf een instrument van onderdrukking, óf een middel tot
emancipatie.
Traditionele lesmethoden werken volgens het bankiersmodel:
leraar “stort” kennis in de leerling → leerling is passief.
In plaats daarvan pleitte hij voor dialoog: leraar en leerling zoeken
samen betekenis.
Bewustwording (conscientização); Leerlingen leren kritisch
kijken naar:
o ongelijkheid,
o machtsverhoudingen,
o hun positie,
o mogelijkheden tot verandering.
Kritiek op Freire
Zijn taalgebruik kan te ideologisch zijn.
Risico dat “bewustwording” paternalistisch kan worden toegepast.
Moeilijk toepasbaar in sterk gestructureerde onderwijssystemen.
Toch blijft de invloed wereldwijd groot.
Dekolonisatie van de universiteit
1. Kritiek op Eurocentrisme
Westers perspectief wordt vaak als norm gepresenteerd; andere
kennis blijft onderbelicht.
2. Ruimte voor dekoloniale/alternatieve kennis
Kennis uit niet-westerse tradities en ervaringskennis moet erkenning
krijgen.
3. Bewustwording van machtsstructuren
Wie heeft een stem in de universiteit? Wie bepaalt beleid?
Macht ligt vaak bij een niet-diverse groep (“6/7-vinkjes”).
Kritische blik op jeugdonderzoek
Gebaseerd is op WEIRD-populaties (Westers, Educated,
Industrialized, Rich, Democratic) .
Cultuur als uitzondering ziet in plaats van structurerende factor.
Weinig onderzoek doet naar gemarginaliseerde groepen.
, Risico: witte westerse normen worden gepresenteerd als
universeel.
Kritische kijk op jeugdzorg en EBP (Evidence-Based Practice)
Opvoeding en jeugdhulp zijn nooit neutraal
o Opvoeding is per definitie waarden-geladen.
o Wat “goed” of “verkeerd” gedrag is verschilt per cultuur en
context.
Problemen met EBP
o EBP presenteert zich als neutraal, maar negeert cultuur en
waarden.
o Te veel focus op effectiviteit → normativiteit blijft onbesproken.
o Sterke protocollering beperkt professionele ruimte en
improvisatie.
o Risico op uniformering en risico-vermijding.
o Gedragsmethoden kunnen leiden tot te veel nadruk op
aanpassing i.p.v. exploratie van kinderen.
Jeugdzorg als normatieve praktijk: Zelfs wanneer instellingen
neutraal willen zijn (zoals vanuit liberale rechtstaat), worden
impliciet toch waarden overgedragen.
Alternatieven & hoopvolle ontwikkelingen
Eigen Kracht Conferenties: gezinnen maken zélf plannen,
cultuur en normen van het gezin centraal.
Meer aandacht voor dialoog, participatie en culturele diversiteit in
aanpakken.
Centrale citaten
“Het is de plicht van een docent om niet neutraal te zijn.” — Freire
“Wie neutraal is over onrechtvaardigheid kiest de kant van de
onderdrukker.” — Desmond Tutu
Onderwijs is een “praktijk van vrijheid” (Freire).
Onderwijs en onderzoek zijn niet neutraal
Iedereen heeft een eigen perspectief met unieke inzichten
Bepaalde groepen en thema’s ondervertegenwoordigd
Belang van bewustzijn van machtsverhoudingen
Kritische blik eerste stap naar inclusievere pedagogiek
, College 2; multiculturele samenleving
Demografische gegevens en context
Aantal Inwoners in Nederland: De presentatie noemt het totale
aantal inwoners op 1 januari 2024: 17,9 miljoen.
Grootste Bevolkingsgroepen naar Herkomst (Absoluut): de grootste
groepen naar herkomst (geboren in Nederland, één of twee ouders
in het buitenland; geboren in het buitenland).
o Geboren in Nederland, twee ouders in Nederland: 12.941.700.
o Eén of twee ouders geboren in het buitenland (Geboren in
Nederland): 2.914.900.
o Geboren in het buitenland: 2.086.300.
Top 5 Herkomstlanden Europa (excl. Nederland, inclusief mensen
die daar geboren zijn en mensen met één of twee ouders daar
geboren): Duitsland, Polen, België, Oekraïne, Verenigd Koninkrijk.
Top 5 Herkomstlanden Buiten-Europa (excl. Nederland, inclusief
mensen die daar geboren zijn en mensen met één of twee ouders
daar geboren): Turkije, Marokko, Suriname, Indonesië, Nederlandse
Cariben.
Top Vluchtelingenlanden: De presentatie noemt de vijf
belangrijkste herkomstlanden voor vluchtelingen die in de grafiek
zijn opgenomen: Syrië, Irak, Afghanistan, Iran, Somalië.
Eenoudergezinnen: kinderen en jongeren (0-25 jaar) in een
eenoudergezin naar herkomst, waarbij de groepen uit de
Nederlandse Cariben (40%) en Suriname (37%) de hoogste
percentages hebben.
Immigratiegeschiedenis van de Grootste Groepen
Jaren '40 en '50: Immigranten uit Indonesië
o Tussen 1945 en 1965 kwamen ongeveer 400.000 totoks,
Indo's en Molukkers uit het voormalig Nederlands-Indië naar
Nederland in vijf migratiegolven, voornamelijk na de Japanse
capitulatie en de onafhankelijkheidsoorlog.
o Een speciaal geval waren de Molukkers (ongeveer 12.000
personen), voormalige KNIL-militairen en hun gezinnen, die
stateloos bleven en voorlopig in kampen (woonoorden) werden
gehuisvest, wat integratie belemmerde.
Jaren '60 en '70: Arbeidsmigratie (Turkije en Marokko)