1
, Wat is aardrijkskunde?
Aardrijkskunde gaat over wat er waar is en waarom juist daar.
Fysische geografie kijkt naar natuur: landschappen, bodem, klimaat,
water, reliëf, dieren en planten.
Sociale geografie kijkt naar mensen: bevolking, migratie, landbouw,
industrie, diensten.
Een dimensie is een invalshoek: natuurlijk, economisch, sociaal-cultureel
of politiek.
De aarde & bewegingen
Evenaar verdeelt de aarde in noordelijk en zuidelijk halfrond.
Lage breedte is dicht bij de evenaar; hoge breedte is richting polen.
Nulmeridiaan verdeelt oostelijk en westelijk halfrond.
Aardrotatie is het draaien van de aarde in 24 uur → dag & nacht.
Aardbaan is de baan om de zon in 365 dagen + 6 uur → seizoenen.
Aardas staat scheef → zomer wanneer jouw halfrond naar de zon helt,
winter wanneer het van de zon af helt.
Zomer = langere dagen en zon hoog aan de hemel.
Winter = kortere dagen en zon laag/schuiner.
De maan & getijden
Maan draait in 27 dagen om de aarde en toont altijd dezelfde kant.
Getijden ontstaan door aantrekkingskracht van maan (en zon).
Overal op aarde is er 2× eb en 2× vloed per dag.
Getijde is de overgang van laag naar hoog water (6 uur).
Aardse krachten – Endogeen (van binnenuit)
Aardkorst is de buitenste laag. Landkorst = dikker en lichter (graniet),
oceaankorst = dunner en zwaarder (basalt).
Aardmantel bevat heet, stroperig magma.
Convectiestroming verplaatst magma → drijvende platen.
Tektonische platen bewegen: langs elkaar, naar elkaar toe of van elkaar
af.
Convergentie = platen bewegen naar elkaar → gebergten, aardbevingen,
vulkanen.
Divergentie = platen bewegen weg van elkaar → nieuwe oceaanbodem.
Subductie = zwaardere plaat duikt onder lichtere → diepe troggen en
explosieve vulkanen.
2