Biologie Hoofdstuk 4 Voortplanting
4.1 Je verandert…
Geslachtskenmerken zijn kenmerken waaraan je het geslacht kunt herkennen (man
of vrouw).
Primaire geslachtskenmerken zijn de kenmerken van het geslacht (jongen of meisje)
die al bij de geboorte aanwezig zijn:
- Bij jongens > penis en balzak.
- Bij meisjes > schaamlippen en de vagina.
Secundaire geslachtskenmerken zijn de kenmerken van het geslacht die vanaf je
tiende jaar ontstaan:
- Bij jongens > borsthaar, baardgroei, zwaardere stem (‘de baard in de keel’) en
gespierde lichaamsbouw.
- Bij meisjes > borsten, brede heupen, en ronde lichaamsvormen.
Vanaf je twaalfde kom je in de puberteit > je verandert lichamelijk, geestelijk en
sociaal.
Lichamelijke veranderingen:
- Je begint snel te groeien > Groeispurt.
- Secundaire geslachtskenmerken ontstaan.
- Voortplantingsorganen beginnen te werken.
Geestelijke veranderingen:
- Meer belangstelling voor andere mensen.
- Verliefd worden op iemand.
- Seksualiteit begint belangrijk te worden. Je voelt je sterk aangetrokken tot één
speciale persoon > je wordt verliefd > samen verliefd? Jullie beginnen een vaste
relatie (=verkering) > geslachtsgemeenschap.
Sociale veranderingen:
- Zelfstandiger opstellen > je wilt niet meer als kind door je ouders behandeld
worden.
- Graag deel uitmaken van een groepje jongeren.
- Soms last hebben van nare gevoelens zoals: woede-uitbarstingen, eenzaamheid
en onzekerheid.
1
, 4.2 Het voortplantingsstelsel van een man
Balzak:
Een huidplooi waarin de teelballen en de bijballen liggen. Temperatuur is lager dan
buikholte, dit is goed voor de ontwikkeling van de zaadcellen (zijn de mannelijke
geslachtscellen).
- Teelballen > vormen van zaadcellen.
- Bijballen > tijdelijk opslaan van zaadcellen.
- Zaadleiders: Vervoeren van zaadcellen.
- Zaadblaasjes: Toevoegen van vocht waardoor de zaadcellen beter gaan
bewegen.
- Prostaat: Toevoegen van vocht met voedingsstoffen voor de zaadcellen.
- Urinebuis: Vervoeren van urine en sperma. Deze loopt door de penis. Sperma
bestaat uit zaadcellen en vocht uit de prostaat en zaadblaasjes.
- Penis: Sperma inbrengen in een vagina. De penis bestaat uit:
- Zwellichamen > zorgen voor erectie (een ‘stijve’), doordat ze zich met bloed
vullen. Ze worden hierdoor groter en steviger.
- Eikel > vangen prikkels op die kunnen leiden tot orgasme.
- Voorhuid > huidplooi om de eikel. Bij sommige volkeren wordt de voorhuid
weggesneden (‘besnijden’), reden: hygiëne of geloof (joden en moslims).
2
4.1 Je verandert…
Geslachtskenmerken zijn kenmerken waaraan je het geslacht kunt herkennen (man
of vrouw).
Primaire geslachtskenmerken zijn de kenmerken van het geslacht (jongen of meisje)
die al bij de geboorte aanwezig zijn:
- Bij jongens > penis en balzak.
- Bij meisjes > schaamlippen en de vagina.
Secundaire geslachtskenmerken zijn de kenmerken van het geslacht die vanaf je
tiende jaar ontstaan:
- Bij jongens > borsthaar, baardgroei, zwaardere stem (‘de baard in de keel’) en
gespierde lichaamsbouw.
- Bij meisjes > borsten, brede heupen, en ronde lichaamsvormen.
Vanaf je twaalfde kom je in de puberteit > je verandert lichamelijk, geestelijk en
sociaal.
Lichamelijke veranderingen:
- Je begint snel te groeien > Groeispurt.
- Secundaire geslachtskenmerken ontstaan.
- Voortplantingsorganen beginnen te werken.
Geestelijke veranderingen:
- Meer belangstelling voor andere mensen.
- Verliefd worden op iemand.
- Seksualiteit begint belangrijk te worden. Je voelt je sterk aangetrokken tot één
speciale persoon > je wordt verliefd > samen verliefd? Jullie beginnen een vaste
relatie (=verkering) > geslachtsgemeenschap.
Sociale veranderingen:
- Zelfstandiger opstellen > je wilt niet meer als kind door je ouders behandeld
worden.
- Graag deel uitmaken van een groepje jongeren.
- Soms last hebben van nare gevoelens zoals: woede-uitbarstingen, eenzaamheid
en onzekerheid.
1
, 4.2 Het voortplantingsstelsel van een man
Balzak:
Een huidplooi waarin de teelballen en de bijballen liggen. Temperatuur is lager dan
buikholte, dit is goed voor de ontwikkeling van de zaadcellen (zijn de mannelijke
geslachtscellen).
- Teelballen > vormen van zaadcellen.
- Bijballen > tijdelijk opslaan van zaadcellen.
- Zaadleiders: Vervoeren van zaadcellen.
- Zaadblaasjes: Toevoegen van vocht waardoor de zaadcellen beter gaan
bewegen.
- Prostaat: Toevoegen van vocht met voedingsstoffen voor de zaadcellen.
- Urinebuis: Vervoeren van urine en sperma. Deze loopt door de penis. Sperma
bestaat uit zaadcellen en vocht uit de prostaat en zaadblaasjes.
- Penis: Sperma inbrengen in een vagina. De penis bestaat uit:
- Zwellichamen > zorgen voor erectie (een ‘stijve’), doordat ze zich met bloed
vullen. Ze worden hierdoor groter en steviger.
- Eikel > vangen prikkels op die kunnen leiden tot orgasme.
- Voorhuid > huidplooi om de eikel. Bij sommige volkeren wordt de voorhuid
weggesneden (‘besnijden’), reden: hygiëne of geloof (joden en moslims).
2