Innoverend nieuw onderwijs 19/20
Scheikunde samenvatting H13 & H14
H13 Kunststoffen
H13 §2 Additiepolymerisatie
Kunststoffen bestaan uit ketens grote moleculen: polymeren. Deze moleculen worden gemaakt van
kleinere moleculen: monomeren. De naam van het polymeer is de naam van de monomeer met poly
ervoor. Polymeren kun je maken door additiepolymerisatie of door condensatiepolymerisatie.
Het additiepolymerisatie proces verloopt in drie stappen:
- Initiatie stap, er worden radicale moleculen gevormd.
- Propagatie stap, de gevormde radicale moleculen reageren met andere moleculen.
- Terminatie stap, twee radicale moleculen reageren met elkaar.
Een monomeereenheid is de repeterende eenheid in het polymeer. Additiepolymeren hebben altijd
een dubbele C=C binding en in een additiepolymerisatie is er altijd ene reactieproduct.
H13 §3 Condensatiepolymerisatie
Een condensatiepolymerisatie is een reactie waarbij uit twee moleculen één groter molecuul wordt
gevormd en een klein molecuul wordt afgesplitst. Estervorming, een C – O – C – O binding, is een
voorbeeld van een condensatiereactie.
Een hydrolysereactie is een reactie waarbij een molecuul door een reactie met water in twee
kleinere moleculen splitst.
Polyesters zijn condensatiepolymeren waarvan de monomeren zijn gekoppeld via
condensatiereacties. De monomeren kunnen een di-zuur en een di-ol zijn, of een hydroxyzuur. Naast
de polymeren ontstaan water.
Copolymeren zijn polymeren die ontstaan uit twee verschillende monomeren.
Polyamiden zijn condensatiepolymeren waarin een amidebinding aanwezig is. De monomeren
kunnen een di-zuur en een di-amine zijn of een aminozuur. Naast de polymeren ontstaat hier ook
water.
Een polymeer kan wel een condensatie polymeer zijn, maar deze hoeft niet per se te ontstaan uit
een condensatie polymerisatie, want bij een condensatie polymerisatie bevinden zich altijd twee
reactie producten. Bij een condensatie polymeer bestaat de stam uit meerdere soorten atomen. Bij
een additiepolymeer bevat de stam alleen maar c-atomen.
H13 §4 Eigenschappen van kunststoffen
Thermoplasten bestaan uit twee losse polymeerketens. Thermoplasten worden zacht bij verwarmen.
Thermoharders zijn netwerkpolymeren, de polymeerketens zijn verboden door crosslinks.
Thermoharders blijven hard bij verwarmen.
Thermoharder is niet flexibel. De flexibiliteit van een thermoplast is afhankelijk van:
- De grootte van de zijketens van het polymeermolecuul;
- De polymerisatiegraad;
- De aanwezigheid van weekmakers, dit zijn stoffen met een lage molecuulmassa die tussen de
polymeermoleculen gaan zitten, waardoor de vanderwaalskracht minder wordt. De
bewegingsmogelijkheid en de flexibiliteit toe neemt.
Polymeren hebben een gemiddelde ketenlengte en een gemiddelde molecuulmassa.
Bij het uitleggen of het een thermoharder of thermoplast benoem je dat: Er zijn crosslinks aanwezig in
het poly …. -keten.
1 Auteurs rechten dienen ter alle tijd nageleefd te worden INO