Seksuele- en Genderdiversiteit: historiek, variatie en/of
pathologie
Evaluatie
o Schriftelijk examen:
• Meerkeuzevragen (12-tal) met giscorrectie
• En open vragen à 2 hoofdvragen bestaande uit elk 2-3 deelvragen
o Je moet slagen op beide delen!! (à gemiddelde score als eindresultaat indien geslaagd op beide delen)
o Verplichte artikels zijn leerstof!
o Vraagstelling: klinisch kunnen redeneren (geen “lijstjes kunnen opsommen”), prof kunnen meenemen in
denken
Deel professor Roels
Deel 1: Introductie in variatie, diversiteit en deviantie
1.1 Variatie – diversiteit - deviantie
Variatie Diversiteit
Beschrijvend: positief of negatief Verscheidenheid: positieve connotatie
Verschillen Waarderend (kwalitatieve lading)
Statistisch (eerder kwantitatief) Bv. het verschijnsel dat er ergens mensen zijn met
verschillende etnische of culturele achtergronden
Niets van doen inhoudelijk met normaal/abnormaal in
waarderende zin
o De term “diversiteit” ligt dicht bij de term “variatie” à ““The terms ‘‘gender-diverse’’ and ‘‘transgender’’
refer to individuals whose gender expressions or identities do not conform to culturally defined norms
associated with their birth-assigned sex.”
o Geen wederzijds uitsluitende begrippen
o Hoe je het benoemd à invloed op hoe het benaderd wordt
In de term “deviantie” zit een negatief waarde-oordeel
o Sociologisch perspectief: “In relatie tot normen is deviantie een sociologisch vakgebied dat zich
bezighoudt met het onderzoeken van niet-normatieve overtuigingen, gedragingen en identiteiten, in een
poging te begrijpen hoe normen worden gecreëerd, versterkt en geschonden in een bepaalde
samenleving. Deviantie is dan ook een relatief fenomeen, gebaseerd op een interpretatieve analyse: wat
in een bepaalde tijd en plaats als “afwijkend” wordt beschouwd, hoeft dat in een andere tijd en plaats
niet te zijn”. Net als normen is er ook geen universaliteit in afwijkend gedrag... er is niets inherent
afwijkend aan enige menselijke handeling.”
o à Seksuele deviantie: afhankelijk van door welke culturele lens je kijkt zal bepaald gedrag als afwijkend
of sekueel deviant bekeken worden
o (Psycho)pathologisch perspectief: meer dan een sociaal construct,“intrinsiek” wat mis met het seksueel
functioneren van de persoon (zie verder: DSM)
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 1
, Deel 2: Parafilieën
2.1 Inleiding
Video: in gesprek met een pedofiel
o Video gaf een ander beeld van wat een pedofiel juist is: hier spraken we een jongeman, niet stereotype
beeld van een oude vieze man
o De persoon geeft aan dat hij zijn geaardheid niet zou willen veranderen (anders dan je zou verwachten
misschien?, want gegeven sterk geproblematiseerd in maatschappij)
o Is pedofilie een seksuele oriëntatie? à waarom dan in DSM als stoornis?
o Pedofiel zijn =/= kindermisbruik plegen!!
o Het is geen exclusieve seksuele voorkeur, persoon had gewoon seks met vrouwen van eigen leeftijd
o à Getuigenis vaak representatief in de kliniek, maar vaak pas na feiten
• Voor zichzelf goed praten “romantische relatie”
Casus 1: 35-jarige man “aangetrokken tot kinderen”
o “Ben ik pedofiel?” à kans is reël dat persoon dit niet is
o Dwanggedachten? “ik ben bang dat ik pedofiel ben” à handeling om dwanggedachte te neutraliseren =
geruststelling zoeken (niet doen als therapeut, C wordt dan afhankelijk)
o Eerder een angstproblematiek over een parafiele stoornis
o à Conflict binnen persoon (referentiekader 1 om te beslissen of iets normaal/abnormaal is)
Casus 2: 25-jarige man “aangetrokken door mannen”
o Homoseksueel als Jehova’s getuigen
o “Help me een leven zonder homoseksualiteit te leven”
o “Psychotherapie werkt enkel naar het breken met een gemeenschap waar ik net deel van wil uitmaken”
o Exploreren hoe hij een betekenisvol leven binnen de gemeenschap zou kunnen leiden
o à Conflict binnen leefwereld (referentiekader 2)
Casus 3: 70-jarige man “seks met kleindochter”
o Kleindochter opleiden in plaats van porno kijken op minderjarige leeftijd
o Normerend kader inbrengen: minderjarig en familie à volgens justitie incest en verkrachting
o à Conflict binnen maatschappij (referentiekader 3, voordeel: niet subjectief, strafrecht geeft zwart-op-
wit een houvast)
Kinsey, 1949: “The problem of the so-called sexual perversions is not so much one of psychopathology as it is a
matter of adjustment between an individual and the society in which he lives” à maatschappelijk kader bepaalt
of iets afwijkend is of niet
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 2
, 1. Parafilie in DSM-5
Eerste groep: abnormale activiteitenvoorkeur = bepaalde handelingen die een persoon seksueel opwindend
vindt die atypisch zijn ten opzichte van meer normatypische seksualiteitsbeleving
1. Verkeringsstoornissen
1) Voyeuristische stoornis = zonder toestemming kijken naar andere(n) bij seksuele activiteiten,
uitkleden of naakt zijn
2) Exhibitionistische stoornis = tonen van geslachtsorganen aan niets vermoedende vreemdeling
3) Frotteuristische stoornis = zonder instemming aanraken en aanwrijven tegen een andere
persoon
2. Algolagnistische stoornissen: ‘algos’ en ‘lagneia’ = pijn en het liefhebben van pijn
1) Seksueel masochistische stoornis = vernederd, geslagen, vastgebonden of anderzins gepijnigd
worden
2) Seksueel sadistische stoornis = toebrengen van lichamelijk of psychisch lijden bij een ander
Tweede groep: abnormale doelvoorkeuren
1. Pedofiele stoornis = prepubertair kind of kind jonger dan dertien jaar
2. Fetisjistische stoornis = niet levende objecten (als schoenen en lingerie)
3. Transvestische stoornis = jezelf kleden volgens het andere geslacht en hier seksueel van opgewonden
raken
Andere gespecifieerde parafiele stoornissen bv. zoöfilie en necrofilie
Ongespecifieerde parafiele stoornis
Parafilie versus parafiele stoornis
Belangrijk onderscheid: Parafilie versus Parafiele stoornis
o Criterium A: Elke intense en persisterende seksuele belangstelling anders dan seksuele belangstelling
voor genitale stimulatie of voorbereidend liefkozingsgedrag met een fenotypisch normale fysiek
volwassen en toestemmende partner
o Criterium B: De parafilie veroorzaakt lijden of beperkingen aan de betrokkene of de bevrediging van de
parafilie heeft een persoonlijk nadeel of schaderisico voor derden als gevolg
o Als A maar niet B à parafilie à dan komen ze niet in aanmerking tot behandeling
o A en B à parafiele stoornis à behandeling noodzakelijk
o Tijdscriterium: ten minste 6 maanden
à Een parafilie op zichzelf is dus geen stoornis, maar is het normaal/abnormaal?
Courtship disorder = gaat over de manier van toenadering zoeken tot personen, relatiebouw/-vorming, personen
met een parafilie of parafiele stoornis lopen vast in bepaalde patronen van contact maken of relatievorming met
een ander
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 3
, 2. Terminologie
Crimineel seksueel gedrag = elk gedrag dat als zodanig gedefinieerd wordt door een wet (kan ook
homoseksualiteit zijn in bepaalde landen)
Seksueel geweld = interpersoonlijk seksueel gedrag zonder instemming
Parafilie / parafiele stoornis = attractie tot een “atypisch seksueel object”, al dan niet met distress en/of
schade
Hyperseksualiteit / seksuele verslaving / seksuele compulsie of obsessie = dysfunctionele regulatie van
seksueel gedrag ondanks distress en aversieve gevolgen
3. De link tussen parafilie en seksueel geweld
Seto’s geactualiseerde motivatie-facilitatie model van seksueel gewelddadig/ grensoverschrijdend gedrag:
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 4
pathologie
Evaluatie
o Schriftelijk examen:
• Meerkeuzevragen (12-tal) met giscorrectie
• En open vragen à 2 hoofdvragen bestaande uit elk 2-3 deelvragen
o Je moet slagen op beide delen!! (à gemiddelde score als eindresultaat indien geslaagd op beide delen)
o Verplichte artikels zijn leerstof!
o Vraagstelling: klinisch kunnen redeneren (geen “lijstjes kunnen opsommen”), prof kunnen meenemen in
denken
Deel professor Roels
Deel 1: Introductie in variatie, diversiteit en deviantie
1.1 Variatie – diversiteit - deviantie
Variatie Diversiteit
Beschrijvend: positief of negatief Verscheidenheid: positieve connotatie
Verschillen Waarderend (kwalitatieve lading)
Statistisch (eerder kwantitatief) Bv. het verschijnsel dat er ergens mensen zijn met
verschillende etnische of culturele achtergronden
Niets van doen inhoudelijk met normaal/abnormaal in
waarderende zin
o De term “diversiteit” ligt dicht bij de term “variatie” à ““The terms ‘‘gender-diverse’’ and ‘‘transgender’’
refer to individuals whose gender expressions or identities do not conform to culturally defined norms
associated with their birth-assigned sex.”
o Geen wederzijds uitsluitende begrippen
o Hoe je het benoemd à invloed op hoe het benaderd wordt
In de term “deviantie” zit een negatief waarde-oordeel
o Sociologisch perspectief: “In relatie tot normen is deviantie een sociologisch vakgebied dat zich
bezighoudt met het onderzoeken van niet-normatieve overtuigingen, gedragingen en identiteiten, in een
poging te begrijpen hoe normen worden gecreëerd, versterkt en geschonden in een bepaalde
samenleving. Deviantie is dan ook een relatief fenomeen, gebaseerd op een interpretatieve analyse: wat
in een bepaalde tijd en plaats als “afwijkend” wordt beschouwd, hoeft dat in een andere tijd en plaats
niet te zijn”. Net als normen is er ook geen universaliteit in afwijkend gedrag... er is niets inherent
afwijkend aan enige menselijke handeling.”
o à Seksuele deviantie: afhankelijk van door welke culturele lens je kijkt zal bepaald gedrag als afwijkend
of sekueel deviant bekeken worden
o (Psycho)pathologisch perspectief: meer dan een sociaal construct,“intrinsiek” wat mis met het seksueel
functioneren van de persoon (zie verder: DSM)
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 1
, Deel 2: Parafilieën
2.1 Inleiding
Video: in gesprek met een pedofiel
o Video gaf een ander beeld van wat een pedofiel juist is: hier spraken we een jongeman, niet stereotype
beeld van een oude vieze man
o De persoon geeft aan dat hij zijn geaardheid niet zou willen veranderen (anders dan je zou verwachten
misschien?, want gegeven sterk geproblematiseerd in maatschappij)
o Is pedofilie een seksuele oriëntatie? à waarom dan in DSM als stoornis?
o Pedofiel zijn =/= kindermisbruik plegen!!
o Het is geen exclusieve seksuele voorkeur, persoon had gewoon seks met vrouwen van eigen leeftijd
o à Getuigenis vaak representatief in de kliniek, maar vaak pas na feiten
• Voor zichzelf goed praten “romantische relatie”
Casus 1: 35-jarige man “aangetrokken tot kinderen”
o “Ben ik pedofiel?” à kans is reël dat persoon dit niet is
o Dwanggedachten? “ik ben bang dat ik pedofiel ben” à handeling om dwanggedachte te neutraliseren =
geruststelling zoeken (niet doen als therapeut, C wordt dan afhankelijk)
o Eerder een angstproblematiek over een parafiele stoornis
o à Conflict binnen persoon (referentiekader 1 om te beslissen of iets normaal/abnormaal is)
Casus 2: 25-jarige man “aangetrokken door mannen”
o Homoseksueel als Jehova’s getuigen
o “Help me een leven zonder homoseksualiteit te leven”
o “Psychotherapie werkt enkel naar het breken met een gemeenschap waar ik net deel van wil uitmaken”
o Exploreren hoe hij een betekenisvol leven binnen de gemeenschap zou kunnen leiden
o à Conflict binnen leefwereld (referentiekader 2)
Casus 3: 70-jarige man “seks met kleindochter”
o Kleindochter opleiden in plaats van porno kijken op minderjarige leeftijd
o Normerend kader inbrengen: minderjarig en familie à volgens justitie incest en verkrachting
o à Conflict binnen maatschappij (referentiekader 3, voordeel: niet subjectief, strafrecht geeft zwart-op-
wit een houvast)
Kinsey, 1949: “The problem of the so-called sexual perversions is not so much one of psychopathology as it is a
matter of adjustment between an individual and the society in which he lives” à maatschappelijk kader bepaalt
of iets afwijkend is of niet
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 2
, 1. Parafilie in DSM-5
Eerste groep: abnormale activiteitenvoorkeur = bepaalde handelingen die een persoon seksueel opwindend
vindt die atypisch zijn ten opzichte van meer normatypische seksualiteitsbeleving
1. Verkeringsstoornissen
1) Voyeuristische stoornis = zonder toestemming kijken naar andere(n) bij seksuele activiteiten,
uitkleden of naakt zijn
2) Exhibitionistische stoornis = tonen van geslachtsorganen aan niets vermoedende vreemdeling
3) Frotteuristische stoornis = zonder instemming aanraken en aanwrijven tegen een andere
persoon
2. Algolagnistische stoornissen: ‘algos’ en ‘lagneia’ = pijn en het liefhebben van pijn
1) Seksueel masochistische stoornis = vernederd, geslagen, vastgebonden of anderzins gepijnigd
worden
2) Seksueel sadistische stoornis = toebrengen van lichamelijk of psychisch lijden bij een ander
Tweede groep: abnormale doelvoorkeuren
1. Pedofiele stoornis = prepubertair kind of kind jonger dan dertien jaar
2. Fetisjistische stoornis = niet levende objecten (als schoenen en lingerie)
3. Transvestische stoornis = jezelf kleden volgens het andere geslacht en hier seksueel van opgewonden
raken
Andere gespecifieerde parafiele stoornissen bv. zoöfilie en necrofilie
Ongespecifieerde parafiele stoornis
Parafilie versus parafiele stoornis
Belangrijk onderscheid: Parafilie versus Parafiele stoornis
o Criterium A: Elke intense en persisterende seksuele belangstelling anders dan seksuele belangstelling
voor genitale stimulatie of voorbereidend liefkozingsgedrag met een fenotypisch normale fysiek
volwassen en toestemmende partner
o Criterium B: De parafilie veroorzaakt lijden of beperkingen aan de betrokkene of de bevrediging van de
parafilie heeft een persoonlijk nadeel of schaderisico voor derden als gevolg
o Als A maar niet B à parafilie à dan komen ze niet in aanmerking tot behandeling
o A en B à parafiele stoornis à behandeling noodzakelijk
o Tijdscriterium: ten minste 6 maanden
à Een parafilie op zichzelf is dus geen stoornis, maar is het normaal/abnormaal?
Courtship disorder = gaat over de manier van toenadering zoeken tot personen, relatiebouw/-vorming, personen
met een parafilie of parafiele stoornis lopen vast in bepaalde patronen van contact maken of relatievorming met
een ander
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 3
, 2. Terminologie
Crimineel seksueel gedrag = elk gedrag dat als zodanig gedefinieerd wordt door een wet (kan ook
homoseksualiteit zijn in bepaalde landen)
Seksueel geweld = interpersoonlijk seksueel gedrag zonder instemming
Parafilie / parafiele stoornis = attractie tot een “atypisch seksueel object”, al dan niet met distress en/of
schade
Hyperseksualiteit / seksuele verslaving / seksuele compulsie of obsessie = dysfunctionele regulatie van
seksueel gedrag ondanks distress en aversieve gevolgen
3. De link tussen parafilie en seksueel geweld
Seto’s geactualiseerde motivatie-facilitatie model van seksueel gewelddadig/ grensoverschrijdend gedrag:
Aj ’25-‘26 Smv van Nina Hoevenaars 4