1) DE KLASSIEKEN
1.2) GRIEKS DENKEN IN BEWEGING/ IONIËRS EN ITALIANEN (pg. 13-21)
de Ioniërs (de geboorte vd natuur)
Hesidonius
- natuurlijke orde ontstaat door transcendente principes (dus buiten de natuur)
→ door relaties tussen de goden
- ‘theogonie’
<-> Thales
- natuurlijke orde komt tot stand door immanente principes
- ‘kosmogonie’
- beschrijven wat in de natuur – de phúsis – van de dingen ligt
- geen onttovering
→ “alles is vol van goden” : abstractere invulling
- oerprincipe: archè = water
- Anaximander: het onbepaalde / Anaximenes: lucht
Heraclitus
- alles is vuur
- “alles wordt geboren door strijd”
- “Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen”
- veelheid (water) VS eenheid (rivier)
- werkelijkheid is voortdurend veranderlijk
- enige manier om adequaat uitspraken te doen over de werkelijkheid is in paradoxen
de Eleaten: Logische vereisten en goddelijke inspiratie
Parmenides
- weg vd waarheid VS weg vd mening (“doxa”)
- Het noodzakelijke zijn (onveranderlijk) VS het contingente zijn (veranderlijk)
- Ontologie/Theologie VS Natuurfilosofie/Fysica
- “de Ioniërs: meningen, pure hypothesen”
- zintuiglijke wereld achterlaten en focussen op het abstracte/noodzakelijke
Zeno
- paradoxen (vb Achilles en schildpad) (→ “para-doxa”)
Empedocles
- 4 basiselementen: vuur, lucht, aarde en water
- liefde en strijd als basiskrachten
- “zuiveringen” vd ziel (menselijk leven= cyclus van reincarnaties)
- pad naar het goddelijke = juiste voorschriften volgen (vb vegetarisme)
- filosoof als goddelijke figuur
,Een filosofische sekte: de pythagoreeërs
- Onsterfelijke ziel + reïncarnaties
- Vraagt om voortdurende zorg voor de ziel
- Nood aan collectieve vormgeving van het leven
- Voorschriften en rites
- Kosmologische speculatie
- verering van wiskunde
- Pythagoras: noodzakelijke analogieën vd wiskundige regelmaat zijn sleutel naar het denken
over kosmische structuren/proporties en inzicht in de wereld
(diepere betekenis geven aan relaties tussen getallen, gemeenschappelijke kenmerken
van abstracte vormen, muziek → wiskundigheid van snaarinstrumenten …)
1.3) FILOSOFIE EN THEORIE/ ATHENE (pg. 22-41)
Sofisten en de strijd om wijsheid
- sofisten: rondreizende, professionele onderwijzers
- soms voor bijzonder veel geld
- “sophia” = wijsheid
- Nieuwe praktijk van wiskundige bewijsvoering
- Integratie van wiskundige kennis in argumentatieve praktijken
- Aantonen dat gekende stellingen een ongekende mate van noodzakelijkheid bezitten
- Laat toe om de systematische samenhang tussen stellingen expliciet te maken
Protagoras
- “De mens is de maat van alle dingen”
- ‘sofisterij’ → “gelijk krijgen impliceert gelijk hebben“
<-> Parmenides: “gelijk hebben is wat telt”
- Plato: ‘filosofie’ (liefde voor de wijsheid) ipv schijnwijsheid
- authentieke zoektocht naar wijsheid VS winstbejag
Verhouding nómos (wet) - phúsis (natuur) : 4 visies
,Socrates en de kracht van het morele
Socrates
- publieke debatten
- dialogen en morele vraagstukken: ”Wat is … ?”
- van schijnzekerheden naar aporie → weten dat je het niet weet
- Socrates (erkent het niet te weten) <-> Sofisten (pretenderen het te weten en bieden het als
koopwaar aan)
De ervaring vh morele
- belangrijk om verantwoordingen te zoeken: individu op een noodzakelijke manier
gebonden aan morele normen
- het is mogelijk: er zijn logische relaties tussen verschillende morele normen en oordelen
- aanvaarding doodstraf: “een leven zonder zelfonderzoek is niet levenswaard voor een mens”
Een morele topografie
- We willen altijd het goede, maar we vergissen ons vaak over wat het is
→ Morele fouten zijn eigenlijk rationele vergissingen
- Hoe ons moreel kompas en onze rationele aard op elkaar af te stemmen?
→ Weg naar een gelukkig leven
Plato en het theoretische ideaal vd filosofie
- Academie: vaste plek om te filosoferen (niet langer átopos zoals bij Socrates)
→ hierna wel terugkeren in de maatschappij om deze in handen te nemen
- “Theôria” – rationele aanschouwing
- aporie niet als eindpunt, maar beginpunt voor het juiste denken
→ epistemologie en ontologie als nieuwe niet-aporetische basis
Wiskundig ideaal
- De vorm (of ‘het Idee’) van X = Uit te drukken in een definitie
- Vormen zijn niet zichtbaar met onze zintuigen, maar bestaan enkel in een ideeënwereld (vb
imperfecte driehoek in het zand VS wiskundige driehoek)
→ dubbele structuur zoals bij Parmenides
- goddelijke ideeënwereld is theoretisch te onderzoeken net als wiskunde
De ziel
- dubbelheid in de wereld vertaalt zich in dubbelheid in onze identiteit:
rationele, onsterfelijke ziel gevangen in materieel, sterfelijk lichaam
- “Filosofie = oefening in het sterven”
- Geluk in dit leven
→ Lichamelijke begeerten onder controle brengen van rationele deel van de ziel
→ Geestelijke harmonie te bereiken op basis van inzicht in het Idee van het
Goede
De filosoof-koning
- boek ‘De staat’ - hoe ziet de ideale staat eruit?
→ klasse van filosofen staat in voor het bestuur
, - Allegorie vd grot: we zijn gevangenen geketend in een grot, maar beseffen niet dat we
geketend zijn
→ Ons beeld vd wereld is slechts een schaduwspel op de muur vd grot
→ We moeten uit de grot, voorbij de oppervlakkigheid van onze zintuigen kijken om
de wereld te zien zoals die werkelijk is: in ideële vormen
→ Filosoof heeft de plicht om toch terug te keren naar de duisterheid vd grot om
het
verworven inzicht te delen met de gemeenschap
Aristoteles en de dubbele aard vd mens
- Van de Academie naar het Lyceum
- meester in ‘explicatie’
De fysica
- Alle dingen zijn steeds vormgegeven materie
→ Immanent in de empirische wereld (<-> Plato: transcendent)
- Continue actualisering van potentie
- Alles wat gebeurt ∼ processen van zelfverwezenlijking
- Afzonderlijke partituren vd dingen vormen samen één kosmische symfonie
De ethiek
- Ook de mens streeft naar zelfverwezenlijking
→ Afweging van de relatie tussen verschillende doelen: Deliberatie
- Ben je spontaan gemotiveerd om te doen wat je denkt te moeten doen?
→ Cultivering van gepaste lichamelijke disposities: deugden
→ karaktervorming: Constructie van een tweede natuur
- Mens = “politieke dier”
- Geen algoritme van vaste regels: steeds context-sensitief
→ “Het juiste midden” : voor elke deugd is er een ‘TE veel’ of ‘TE weinig’
De eerste filosofie
- “De mens verlangt, van nature uit, naar kennis”
- belangeloze poging om de structuur van de werkelijkheid tot uitdrukking te brengen in het
menselijke denken
- Nog een stap van abstractie voorbij de Fysica
- “Werkelijkheid” = het aan het werk zijn van alle zijnden