Vocabulary list English 1
Module 1 (page 73 - 76)
Engelse term Nederlandse betekenis / voorbeeldzin
Freelance Zelfstandig werken zonder vast
dienstverband.
Teleworking Thuis of op afstand werken met digitale
middelen.
Job-sharing / job-share / job-sharer Twee mensen delen samen één voltijdse
baan.
Shift work Werk in ploegen, bijvoorbeeld ochtend- en
nachtdiensten.
Part-time work / full-time work Deeltijds of voltijds werken.
Temping / to temp / a temp / a temping Tijdelijk werk doen via een uitzendbureau.
agency
Consultancy Adviesdiensten leveren aan bedrijven.
Flexitime Zelf je werktijden kunnen bepalen binnen
bepaalde grenzen.
Hot-desking Geen vaste werkplek hebben; werken waar
plaats is.
To work from home Thuiswerken in plaats van op kantoor.
Specialist Iemand met veel kennis van één onderwerp.
Current Huidig, op dit moment geldend.
Fairly Tamelijk of redelijk.
To commute / a commuter Woon-werkverkeer doen; een pendelaar.
To commit Zich ergens toe verbinden of inzetten.
To require Vereisen of nodig hebben.
Advantages / disadvantages Voordelen en nadelen.
Regular hours / flexible hours Vaste werktijden of flexibele werktijden.
To sell / sales Verkopen / verkoop.
, Permanent / temporary Vast / tijdelijk.
To employ / employer / employee / In dienst nemen / werkgever / werknemer /
(un)employment (werkloosheid).
To be your own boss Eigen baas zijn.
At times Soms, af en toe.
To spend time with someone Tijd doorbrengen met iemand.
A colleague Een collega.
Office gossip Kantoorroddels.
To have the week/day/afternoon off Vrij hebben.
To put pen to paper Beginnen te schrijven.
To set (your) limits Je grenzen stellen.
A disaster Een ramp.
The working week De werkweek.
To share (the) credit / (the) blame De eer of de schuld delen.
Managing Director / MD / CEO Algemeen directeur.
A request Een verzoek.
A benefit Een voordeel.
To embrace the benefits De voordelen omarmen.
Twice as much Tweemaal zoveel.
A skill Een vaardigheid.
Brainpower Denkvermogen.
A worst-case scenario Het slechtst mogelijke scenario.
Inevitable Onvermijdelijk.
To manage to do something Erin slagen iets te doen.
To fit in Erbij passen, zich aanpassen.
To hand over work Werk overdragen.
To delegate Taken aan anderen toewijzen.
Module 1 (page 73 - 76)
Engelse term Nederlandse betekenis / voorbeeldzin
Freelance Zelfstandig werken zonder vast
dienstverband.
Teleworking Thuis of op afstand werken met digitale
middelen.
Job-sharing / job-share / job-sharer Twee mensen delen samen één voltijdse
baan.
Shift work Werk in ploegen, bijvoorbeeld ochtend- en
nachtdiensten.
Part-time work / full-time work Deeltijds of voltijds werken.
Temping / to temp / a temp / a temping Tijdelijk werk doen via een uitzendbureau.
agency
Consultancy Adviesdiensten leveren aan bedrijven.
Flexitime Zelf je werktijden kunnen bepalen binnen
bepaalde grenzen.
Hot-desking Geen vaste werkplek hebben; werken waar
plaats is.
To work from home Thuiswerken in plaats van op kantoor.
Specialist Iemand met veel kennis van één onderwerp.
Current Huidig, op dit moment geldend.
Fairly Tamelijk of redelijk.
To commute / a commuter Woon-werkverkeer doen; een pendelaar.
To commit Zich ergens toe verbinden of inzetten.
To require Vereisen of nodig hebben.
Advantages / disadvantages Voordelen en nadelen.
Regular hours / flexible hours Vaste werktijden of flexibele werktijden.
To sell / sales Verkopen / verkoop.
, Permanent / temporary Vast / tijdelijk.
To employ / employer / employee / In dienst nemen / werkgever / werknemer /
(un)employment (werkloosheid).
To be your own boss Eigen baas zijn.
At times Soms, af en toe.
To spend time with someone Tijd doorbrengen met iemand.
A colleague Een collega.
Office gossip Kantoorroddels.
To have the week/day/afternoon off Vrij hebben.
To put pen to paper Beginnen te schrijven.
To set (your) limits Je grenzen stellen.
A disaster Een ramp.
The working week De werkweek.
To share (the) credit / (the) blame De eer of de schuld delen.
Managing Director / MD / CEO Algemeen directeur.
A request Een verzoek.
A benefit Een voordeel.
To embrace the benefits De voordelen omarmen.
Twice as much Tweemaal zoveel.
A skill Een vaardigheid.
Brainpower Denkvermogen.
A worst-case scenario Het slechtst mogelijke scenario.
Inevitable Onvermijdelijk.
To manage to do something Erin slagen iets te doen.
To fit in Erbij passen, zich aanpassen.
To hand over work Werk overdragen.
To delegate Taken aan anderen toewijzen.