• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 182 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Juridische en Gedragswetenschappelijke aspecten van de politie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 182 pagina's

Volledige samenvatting, met ook enkele aantekeningen van de reader. Alles is gestructureerd en artikels uit de codex zijn aangeduid in een andere kleur. Ik ben voor de eerste keer geslaagd en behaalde een 14/20.

Voorbeeld van de inhoud

JURIDISCHE EN GEDRAGSWETENSCHAPPELIJKE ASPECTEN VAN DE POLITIE

INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT (COLLEGE 1)

3 begrippen

1) Politiefunctie
2) Politiebestel
3) Politierecht

POLITIEFUNCTIE

Waarvoor dient de politie?
2 perspectieven

1) Juridisch
2) Operationeel (RORON)


JURIDISCHE BRIL

Definitie:
Politiefunctie = “institutionele functie ter bescherming van de maatschappelijke orde en tot regeling van de
maatschappelijke orde met het oog op het mogelijk maken van de uitoefening van fundamentele rechten,
waarbij je een verstoring van de maatschappelijke orde probeert te voorkomen.”
Als het voorkomen niet lukt: al het mogelijke voldoet om die verstoring te doen ophouden  streven naar
herstel

Institutionele functie: verwijst naar instituties, instellingen
MAAR waarbij een onderscheid is tussen 2 soorten instellingen:

1. Politie instellingen
de korpsen, lokaal (gemeentelijk) en federaal (nationaal)

2. Politie overheden
Politie werkt onder het gezag van de bevoegde overheid. Dit zijn de bestuurlijke- en gerechtelijke
overheden.
(minister van binnenlandse zaken, burgemeester, bestuurlijke, gerechtelijke overheden, gouverneur…)

o Bijzonder doel: politie bestaat om de maatschappelijke orde te vrijwaren
 Politie bepaald de maatschappelijke orde NIET, want anders zou dit een politiestaat zijn
 Parlement en regering bepalen de MS orde
 Politie moet MS orde vrijwaren, beschermen
o Ze voorkomen dat de orde wordt verstoord, als dat niet lukt, gaan ze zo snel als mogelijk optreden om
de verstoring te stoppen.
o Sterke arm van de overheid om orde te beschermen, te vrijwaren en elke inbreuk te vrijstellen
o We hebben de politie en het systeem om de uitoefening van fundamentele rechten mogelijk te
maken:
 Denkoefening om de rechten en fundamentele rechten van de burger mogelijk te maken

1

,  Bv: betogen
 Recht op vrijemeningsuiting, grondwet waarborgt je dit recht
 Maar kan leiden tot maatschappelijke orde (vb: auto’s in brand steken, kasseien
inslaan in winkels…)
 Politie moet zo snel mogelijk orde herstellen
 Bv: Rock Werchter
 Hierdoor rijden in het gewone leven zeer klein
 Kost aan de MS voor dit festival is zeer groot
 Politie inzet: orde vrijwaren + om in alle vrijheid je fundamentele rechten te kunnen
uitoefenen
 Bij voetbal is het net hetzelfde (vb: hooliganisme)
 Je kan hiernaar toegaan omdat we in een democratische rechtsstaat leven: in alle
vrijheid onze fundamentele rechten kunnen uitoefenen

Art 1 wet op politieambt: WPA 1992
Politiediensten waken over de naleving van individuele rechten en vrijheden en bijdragen aan de bescherming
van individuele rechten en vrijheden en zelfs bijdragen aan de democratische ontwikkeling van de MS.
 Politie is verheven functie

Art 123 WGP (Wet geïntegreerde Politiedienst) 1998
Organisatiewet: 7/12/98: ongeveer hetzelfde als in artikel 1 van WPA.


OPERATIONEEL PERSPECTIEF (CRIMINOLOGISCH PERSPECTIEF)

RORON
Verwijst naar 5 aspecten van de politiefunctie (wat verwachten we van de politie in de SL?):

1. R: Raadgeving (raadgevende functie)
o Vermijden dat er slachtofferschap ontstaat: raad geven
o Vb: berichtgeving phising praktijken (voordoen als bol.com en zorgen dat slachtoffer op link klinkt
en dan gehacked worden)
o Technieken van politie: preventiecampagne
 Vb: op vakantie gaan ervoor zorgen dat brievenbus regelmatig wordt leeggehaald (anders
weten criminelen dat je niet thuis bent)

2. O: Ontraden (ontradende functie)
o Ordeverstoringen en misdrijven kunnen voorkomen, ontraden, preventief werken
o Rechtsverstoring proberen te voorkomen
o Vb: Blauw op straat
 Patrouilleren, politie in burgerkledij op straat, camera’s die op bepaalde plaatsen worden
gehangen, verlichting geïnstalleerd…

3. R: Reguleren (regulerende functie)
o Ontraden niet gelukt en dus reguleren
o Onder controle proberen krijgen
o Aangeraden om actualiteit te volgen (politiek, rond veiligheid, regio Brussel)
 Bv: Schietpartijen Petersbos Brussel: drugsbendes die drugs verkopen en schietpartijen
verrichten. Men loopt er de laatste dagen rond met Kalasjnikovs en mensen verkopen open
en bloot drugs etc.  hier is het reguleren volledig mislukt


2

, o Hier moet zo snel mogelijk waar gereguleerd worden om de situatie terug onder
controle te krijgen
o Drugsproblemen onoplosbaar: zolang er een vraag is naar een product, zal dit
blijven ingevoerd worden. We kunnen enkel beperken
 Bv: Sportkot Leuven verkrachtingen: speurwerk (camera’s, patrouilleren, hot spots…)

4. O: Onderzoekende functie
o Als er een (mogelijk) misdrijf gebeurd is, moet de politie dit onderzoeken
 Mogelijk: soms niet zeker zijn of een verhaal klopt bij een aangifte (verkrachting…)

5. N: Nazorg
o Slachtoffers en nabestaanden hebben psychische hulp (gepast aanbod) nodig
o Doorverwijzing naar betreffende diensten is nodig (sociale kaart voor doorverwijzingen)
 Bv: slachtoffer woninginbraak: mensen die in de privésfeer hebben ingebroken vallen
zwaarder dan de gestolen producten. Labo zoekt naar sporen (vingerafdrukken,
voetafdrukken…  onderzoekende functie)
o Nazorg focus op slachtofferhulp, gratis preventieadvies geven  Raadgevende functie

Wat maakt deze politiefunctie zo bijzonder?
 Geweldsmonopolie


GEWELDSMONOPOLIE

= Geweldsmonopolie: enkel JIJ mag het gebruiken, heeft het zeggenschap.
De enige overheidsorganisatie die in vredestijd (oorlogstijd mag het leger optreden) geweld mag gebruiken. Als
oorlogstoestand uitgeroepen is, mag het leger ook optreden, hier gaat het tot dodelijk geweld. Wie het
monopolie heeft is machtig, want dit betekent dat enkel jij dit hebt. Hierdoor is er ook soms misbruik, vandaar
is het belangrijk dat er overheden zijn die toezicht houden op het geweldsmonopolie.

o Alleen de politie mag geweld gebruiken
o Als monopolie enige overheidsorganisatie die geweld mag gebruiken in vredestijd
o MAAR ene burger kan onder bepaalde voorwaarden van de wettelijke verdediging ook geweld
gebruiken:
o Gevaar: monopolie  machtig  alleen heerschappij  hiervan zou misbruik kunnen
komen. Daarom is het belangrijk dat er politieoverheden zijn die toezicht houden op de
positie
o Hier gaat het over de burger en niet over de overheid


OPDRACHTEN POLITIE

Wordt concreter door de OPDRACHTEN die de bestuurlijke politie, gerechtelijke politie en de sterke arm
vervullen/verlenen.

1. Bestuurlijke politie
o Trefwoord: Openbare orde!
o Opdrachten van bestuurlijke aard, hebben te maken met het in stand houden van de OO
o Gaat niet over misdrijven! Wel over de OO
 Bv: zien dat Rock Werchter, beiaardencantus… ordentelijk verloopt
  probeert verstoring te voorkomen en als dit niet lukt zo snel mogelijk optreden!



3

,  Bv: Betogen: afspraken maken bij Stad Leuven, traject afspreken, politie zorgt ervoor dat
traject in alle vrede gebeurt  afspraken maken met de organisator van de betoging
o Hier heb je bevoegdheden voor nodig: wat de politie mag doen, ligt vast in bevoegdheden.
Opdrachten gaan altijd samen met bevoegdheden

2. Gerechtelijke politie
o Trefwoord: Strafrecht! Misdrijven!
 Bv: verkrachting, moord, drugshandel, afpersing, corruptie, diefstal…
o Openbaar ministerie, onderzoeksrechter: politie die werk doet tegen opdracht van OM of
onderzoeksrechter
 Categorieën zijn NIET eenduidig  overlap categorieën: betoging die vreedzaam verloopt dan
is dit bij de bestuurlijke politie, als radicaal persoon stenen neemt en vernieling aansticht dan
is dit een strafbaar feit. Er is dus een zekere overlap in de categorieën.
 Bv: alcoholcontrole: als iedereen negatief blaast, dan blijft het bestuurlijk, wanneer iemand
positief blaast, wordt het gerechtelijk.
o Hier heb je ook bevoegdheden voor nodig! In de bestuurlijke sfeer zijn er andere bevoegdheden
dan in de gerechtelijke sfeer

3. Sterke arm
o Sterke arm omdat je geweldsmonopolie hebt, andere diensten mogen geen geweld gebruiken
o Andere diensten kunnen wel nood hebben aan uw ondersteuning (wel nood hebben aan
bescherming). Enkel JIJ hebt dit
 Bv: milieu-inspectie valt binnen in bedrijf, als milieu ongewapend is kan je je onbeschermd
voelen
o Restcategorie

Deze opdrachten van bestuurlijke politie vereisen bevoegdheden, want je moet de orde vrijwaren
 opdrachten gaan altijd samen met bevoegdheden

o Bestuurlijke sfeer andere rechten dan gerechtelijke sfeer

POLITIEBESTEL

Politiefunctie kun je voor elk land maken: politiebestel is hoe je je politiebestel inricht (organisatie), qua
instellingen en politieoverheden?
Hierin verschillen landen enorm van elkaar. (Duitsland, Nederland, Frankrijk, Italië…)

Reguliere politiediensten = regulier komt uit op iets klassieks, gewoon, normaal, maar in de criminologie ook
wel als reguliere politiediensten.
Sinds 1998 heb je er 2:
1) federale
2) lokale politie

Voor 1998 had je 3 korpsen: de rijkswacht, de gerechtelijke politie (als dienst) en de gemeentepolitiekorpsen.
Hierbij waren er heel wat problemen, daarna is er een hervorming geweest naar lokaal en federaal.
Dit leidde tot verwarring tussen de reguliere politiediensten en de bijzondere politiediensten.

Zie WGP 2 niveaus (federaal + lokaal)




4

Inhoudsopgave

  1. 01 INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT (college 1) 1
    1. Politiefunctie 1
    2. politiebestel 4
    3. politierecht 6
  2. 02 hoofdstuk 1: de periode voor de belgische onafhankelijkheid 7
    1. I.1. De Franse oorsprong van de “Belgische” politie 7
    2. I.2. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 9
  3. 03 HOOFDSTUK II. DE ONTWIKKELINGEN VANAF DE BELGISCHE ONAFHANKELIJKHEID TOT AAN DE TWEEDE WERELDOORLOG 10
    1. II.1. De uitbouw van de rijkswacht 10
    2. II.2. Het (dis)functioneren van de gemeentepolitie en de landelijke politie 11
    3. II.3. 1919: de oprichting van de gerechtelijke politie bij de parketten 12
    4. II.4. De ontwikkelingen in de periode 1919-1940 14
  4. 04 HOOFDSTUK III. HET POLITIEBESTEL TIJDENS DE DUITSE BEZETTING (college 3) 15
    1. III.1. De Militärverwaltung 15
    2. III.2. De demilitarisering en reorganisatie van de rijkswacht 16
    3. III.3. De centraal beheerde gemeentepolitie 17
    4. III.4. De niet doorgevoerde hervorming van de gerechtelijke politie 17
  5. 05 HOOFDSTUK IV. HET POLITIEBESTEL IN DE PERIODE 1944-1980 18
    1. IV.1. Het herstel van het vooroorlogse politiebestel 18
    2. IV.2. De stelselmatige uitbouw en versterking van de rijkswacht 20
    3. IV.3. Het status quo inzake de gemeentepolitie 23
    4. IV.4. Punctuele ingrepen in de organisatie van de gerechtelijke politie 24
    5. IV.5. De zaak-François 25
  6. 06 HOOFDSTUK V. HET POLITIEBESTEL IN DE PERIODE 1980-1995 26
    1. herhaling 26
    2. V.1. Groeiende onrust over het Belgische politiebestel: het Heizeldrama, de C.C.C. en de Bende van Nijvel 27
    3. V.2. Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie Bende van Nijvel (1990) 29
    4. V.3. Het Pinksterplan van de regering Martens VIII (1990) 33
    5. V.4. De verhouding tussen de rijkswacht en de gemeentepolitie 37
    6. V.5. De verhouding tussen de rijkswacht en de gerechtelijke politie 38
  7. 07 HOOFDSTUK VI. NAAR EEN REORGANISATIE VAN HET POLITIEBESTEL 39
    1. VI.1. Het regeerakkoord van de regering Dehaene II 39
    2. VI.2. Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie Dutroux (1997) 41
    3. VI.3. De reactie van de regering Dehaene II 44
    4. VI.4. Het Octopus-akkoord (1998) 45
  8. 08 HOOFDSTUK VII. DE KRACHTLIJNEN VAN DE WET VAN 7 DECEMBER 1998 48
  9. 09 HOOFDSTUK VIII. DE LOKALE POLITIE 49
    1. VIII.1. Het lokale niveau in de politie-organisatie 49
    2. VIII.2. De opdrachten van de lokale politie 50
    3. VIII.3. De interne organisatie van de lokale politie 58
    4. VIII.4. De externe organisatie van de lokale politie 60
  10. 10 HOOFDSTUK IX. DE FEDERALE POLITIE 70
    1. IX.1. Het federale niveau in de politie-organisatie 70
    2. IX.2. De opdrachten van de federale politie 73
    3. IX.3. De interne organisatie van de federale politie 76
    4. ix.4 de externe organisatie van de federale politie 85
  11. 11 HOOFDSTUK X. EEN TERUGBLIK EN EEN TOEKOMSTVISIE 89
    1. X.1. De parlementaire onderzoekscommissie naar de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 89
    2. X.2. De Staten-Generaal van de politie (2021-2023) 92
    3. X.3. Het regeerakkoord van de regering-De Wever (2025) 92
  12. 12 HOOFDSTUK XI. OPDRACHTEN VAN BESTUURLIJKE POLITIE 93
    1. XI.1. Begrip en ratio legis (logica van regelgeving) 93
    2. XI.2. Openbare orde: een abstract, evolutief, ruim en dynamisch concept 94
    3. XI.3. Concretisering van het toezicht op de handhaving van de openbare orde 95
  13. 13 HOOFDSTUK XII. OPDRACHTEN VAN GERECHTELIJKE POLITIE 98
    1. XII.1. Begrip en ratio legis 98
    2. XII.2. De proactieve recherche 98
  14. 14 HOOFDSTUK XIII. DE RELATIVITEIT VAN HET ONDERSCHEID TUSSEN BESTUURLIJKE EN GERECHTELIJKE POLITIE 99
    1. XIII.1. Uitgangspunt (algemeen) 99
    2. XIII.2. De bestuurlijke aanpak van (georganiseerde) criminaliteit 100
  15. 15 HOOFDSTUK XIV. HET BETREDEN EN DOORZOEKEN VAN PLAATSEN 104
    1. XIV.1. Het betreden van plaatsen 104
    2. XIV.2. Het doorzoeken van plaatsen 106
  16. 16 HOOFDSTUK XV. HET DOORZOEKEN VAN VOERTUIGEN 109
    1. XV.1. Het begrip en de ratio legis 109
    2. XV.2. De toepassingsvoorwaarden 109
    3. XV.3. De procedure 111
  17. 17 HOOFDSTUK XVI. DE BESTUURLIJKE INBESLAGNEMING 112
    1. XVI.1. Het begrip en de ratio legis 112
    2. XVI.2. De toepassingsvoorwaarden 113
    3. XVI.3. De procedure 113
  18. 18 HOOFDSTUK XVII. DE IDENTITEITSCONTROLE 113
    1. XVII.1. Het begrip en de ratio legis 113
    2. XVII.2. De toepassingsvoorwaarden 114
    3. XVII.3. De procedure 116
  19. 19 HOOFDSTUK XVIII. DE FOUILLERING 117
    1. XVIII.1. Het begrip en de ratio legis 117
    2. XVIII.2. De drie klassieke vormen van fouillering 119
    3. XVIII.3. De specifieke regeling van de fouillering met volledige ontkleding 123
  20. 20 HOOFDSTUK XIX. DE BESTUURLIJKE EN GERECHTELIJKE ARRESTATIE 125
    1. XIX.1. De bestuurlijke arrestatie 126
    2. XIX.2. De gerechtelijke arrestatie 129
  21. 21 HOOFDSTUK XX. HET VERHOOR 134
    1. XX.1. Het begrip en de ratio legis 134
    2. XX.2. De toepassingsvoorwaarden 134
    3. XX.3. De procedure 136
  22. 22 HOOFDSTUK XXI. HET GEBRUIK VAN GEWELD, BOEIEN EN VUURWAPENS 146
    1. XXI.1. Het begrip en de ratio legis 147
    2. XXI.2. De toepassingsvoorwaarden 147
    3. XXI.3. De procedure 150
  23. 23 HOOFDSTUK XXII. HET TOEZICHT OP DE LOKALE EN DE FEDERALE POLITIE 151
    1. XXII.1. De Algemene Inspectie (AIG) 151
    2. XXII.2. Het Vast Comité P 152
    3. XXII.3. verschillen tussen beide 155
  24. 24 HOOFDSTUK XXIII. DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE POLITIEAMBTENAAR 155
    1. XXIII.1. De strafrechtelijke aansprakelijkheid 155
    2. XXIII.2. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid 156
    3. XXIII.3. De tuchtrechtelijke aansprakelijkheid 158
  25. 25 HOOFDSTUK XXIV. DE ORGANISATIE EN WERKING VAN HET OPENBAAR MINISTERIE 159
    1. XXIV.1. Het openbaar ministerie op arrondissementeel niveau 159
    2. XXIV.2. De parketten-generaal 162
    3. XXIV.3. Het college van procureurs-generaal 164
    4. XXIV.4. Het federaal parket 164
  26. 26 HOOFDSTUK XXV. DE VERHOUDING TUSSEN HET OPENBAAR MINISTERIE EN DE POLITIE 174
    1. XXV.1. De informatieplicht van de politie 175
    2. XXV.2. Het aanwijzings- en vorderingsrecht van het openbaar ministerie 175
    3. XXV.3. Het capaciteitsvraagstuk 177
    4. XXV.4. De richtlijnen inzake gerechtelijke politie 178
    5. XXV.5. De coördinatie tussen het openbaar ministerie en de politie 178

Documentinformatie

Geüpload op
22 december 2025
Aantal pagina's
182
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€27,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
8 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen