JEUGDCRIMINOLOGIE
Prof Jenneke Christiaans en Els Dumortier
VERKORTE BACHELOR CRIMINOLOGIE
,Inhoud
H1: Waarom een apart jeugdrecht ?.......................................................................4
1.1 De geboorte van de kinderbescherming.......................................................4
1.2 Fundamentele maatschappelijke veranderingen = context (19 e eeuw)........4
1.3 4 Specifieke ontwikkelingen (19de eeuwse) apartstelling minderjarige
daders................................................................................................................. 5
1.4 Sociaal verweer denken................................................................................ 6
1.5 Kinderen van de kinderbescherming = de interventiegronden.....................7
1.6 De maatschappelijke reactie? Tweeledige maatschappelijke reactie visie op
probleem............................................................................................................. 9
1.7 Wet op de jeugdbescherming 1965.............................................................11
H2: Tijdslijn en bevoegdheidsverdelingen............................................................12
2.1 Inleiding....................................................................................................... 12
2.2 Historisch-juridische tijdslijn........................................................................14
2.3 Bevoegdheidsverdeling tussen federale overheid en gemeenschappen.....15
2.4 Bevoegdheden MOF en VOS & rechtsbronnen.............................................19
H3: Internationaal en grondwettelijk kader..........................................................20
3.1 VN kinderrechtenverdrag............................................................................ 20
3.2 EVRM = Europees verdrag van de rechten van de mens............................27
3.3 Europese Unie (Richtlijn 800/2016) en Belgische Grondwet (art. 22bis).....29
H4: Wat is jeugd?.................................................................................................. 30
4.1 Jeugd… what’s in a word............................................................................. 30
4.2 Transitie volwassenheid niet louter juridisch...............................................31
4.3 Jeugdbeleid? De reguliering van het leven..................................................34
4.4 Dubbele beleidsstrategie............................................................................. 34
4.6 Discussie jeugddelinquentie kan criminologisch niet los worden gezien van
hoe diverse beleids- en levensdomeinen jeugd “maken”..................................38
4.7 Jeugd van tegenwoordig gemeten...............................................................38
4.8 Kritieken op de officiële statistieken............................................................39
4.9 Officiële statistieken inzake jeugdzaken......................................................39
4.9 Daling/stijging JC? Belang van vragen stellen............................................40
4.10 Onderzoeken = Belang van vragen stellen...............................................40
H5: The usual suspects bijwerken: lay-out & extra opname.................................41
5.1 Het afkomst(etniciteit)criminaliteitsdebat...................................................41
5.2 Racialisering, Oververtegenwoording en het probleem van selectiviteit.....41
5.3 Impact en (Keten) Rechtspleging (praktijk) inzake jeugdzaken...................43
H6: Over impact en interventies...........................................................................47
1
, 6.1 Impact van het in contact komen het jeugdbeschermingssysteem.............47
6.2 Wat is de impact van interventies & pedagogische praktijken ?.................50
6.3 Anders onderzoek doen naar impact...........................................................52
H7: misdrijf omschreven feiten............................................................................. 57
7.1 Het hervormingsdebat en de modellenstrijd...............................................57
7.2 Krachtlijnen van het jeugddelinquentierecht...............................................61
7.3 Antwoorden van het OM (afhandeling)........................................................66
7.4 Antwoorden tijdens voorbereidende rechtspleging (maatregelen)..............70
7.4.5 Jeugdrechtbank ten gronde......................................................................76
7.5 Antwoorden tijdens fase ten gronde (sancties)..........................................76
7.6 Kritisch afsluitende bedenkingen................................................................80
7.6 Naar een zuinig, Belgisch, kinderrechtenproof, constructief
jeugdsanctierecht?............................................................................................ 81
H8: Beslissingspraktijk én verschijnen voor de rechter........................................82
8.1 Het (criminologische) belang van de kwalificatie als basis voor de
“interventie”...................................................................................................... 82
8.2 Daarom (!) (ouder) onderzoek naar rechtspleging en beslissingen.............83
8.3 Selectie rol en functie van het parket: beoordelingselementen MOF in
jeugdbeschermingsfilisofie vandaag.................................................................83
8.4 Beslissing tot vervolging = verschijnen voor de rechter.............................85
8.5 Belang onderzoek naar praktijk...................................................................85
8.6 Conclusie..................................................................................................... 91
8.7 De JR en jeugdrechtbank beslissen.............................................................92
8.8 Context van de beslissingspraktijk in MOF dossiers....................................93
H10: Praktijk maatschappelijke reactie MOF uitvoering van maatregelen............95
10.1 plaatsing.................................................................................................... 95
10.2 HCA afhandeling........................................................................................ 98
10.3 Uithandengeving..................................................................................... 103
H11: VOS............................................................................................................ 105
11.1 Van POS (problematische opvoedingssituatie) naar VOS (verontrustende
situatie): het jeugdhulprecht” in grote lijnen...................................................105
11.1.1 Verontrustende situaties: een “kwantitatief” belangrijke groep...........105
11.2 Historische evolutie................................................................................. 106
11.3 Integrale jeugdhulp vandaag VOS...........................................................107
11.4 Organisatie integrale jeugdhulp..............................................................110
11.5 Afsluitende bedenkingen.........................................................................116
H12: Praktijken van maatschappelijke reactie inzake verontrustende
opvoedingssituaties............................................................................................ 118
2
, 12.1 Algemene bedenkingen bij de praktijk....................................................118
12.2 Debat over stijging aantal VOS................................................................121
12.3 De schakel tussen Vrijwillige en Gedwongen HV: Onderzoek naar het doen
van HV (en in het bijzonder de VOS kwalificatie).............................................124
H13: Jeugdprocesrecht (gerechtelijk recht): Maatregelen tav ouders.................129
13.1 Belangrijkste principes Jeugdprocesrecht/ gerechtelijk recht..................129
13.2 “Protectionele procedures” zijn “strafrechtelijk geaard”.........................129
13.3 Maar toch is het een “sui generis” procedure, zowel bij MOF … (JBW
1965/1994/2006)............................................................................................. 130
13.4 Gespecialiseerde actoren........................................................................132
13.5 Gezinsplaats bepaald de territoriale bevoegdheid..................................132
13.6 OM heeft vorderingsmonopolie...............................................................133
13.7 Elke minderjarige wordt afzonderlijk en in persoon berecht....................133
13.8 Proceswaarborgen................................................................................... 133
H14 Maatregelen tav ouders.............................................................................. 137
14.3 Epiloog: en ook nog in de federale jeugdwet van 1965 (1994/2006)......139
Toepassing casus ZIE dia 16, 18, 19 25,27, 30, 36, 40,42 59..........................139
EXAMEN.............................................................................................................. 139
3
,H1: WAAROM EEN APART JEUGDRECHT ?
In principe worden minderjarigen apart afgehandeld tav een eigen (jeugd)rechter
en (jeugd)rechtbank
Minderjarigen worden als een aparte categorie beschouwd
Worden niet beschouwd als burgers, hebben niet dezelfde rechten,
kunnen niet gaan stemmen, geen contracten sluiten, …
Op criminaliteitsvlak worden zij als viotter gezien, als aparte specifieke
groep
Dit ligt aan de basis van de andere afhandeling
Er heersen heel wat pleidooien om van deze apartstelling af te stappen
Deze pleidooien ontstaan door fait divers met jongeren als daders of
slachtoffers
De apartzetting kent enkele uitzonderingen:
1.1 DE GEBOORTE VAN DE KINDERBESCHERMING
= Maatschappelijke, juridische, gerechtelijke en pedagogische die aan de
basis liggen van de apartzetting, de geboorte van de kinderbescherming
Geen “natuurlijke” evidentie historische constructie van een “specifiek
probleem”
Lange 19de eeuwse aanloop naar wet op de kinderbescherming van 1912
De wet van kinderbescherming is de aanzet voor de bejegening van de
minderjarigen
Draait rond 2 criminologische vragen:
Wie is de minderjarige dader, jeugddelinquent
Wat voor aanpak of oplossing heeft men nodig voor deze dader
Wat is jeugddelinquentie Wat is jeugd(beschermings)recht?
1.2 FUNDAMENTELE MAATSCHAPPELIJKE VERANDERINGEN = CONTEXT (19E EEUW)
Kapitalisme
Industrialisering (loonarbeid) Proletarisering
Opkomst burgerij (cf. geen aristocratie!!)
Leidt tot een economische en demografische groei (enorme groei in
populatie)
Kolonialisme (!) = verovering, ontginning van de wereld
“Keerzijde”, achterkant van het kapitalisme
Armoede en kinderarbeid want mensen worden afhankelijk van inkomen
“paupers” (onder de armoedegrens leven)
Classes laborieuses = classes dangereuse
De diversiteit van de inkomensstructeur was vroeger groter, je was niet
enkel afhankelijk van het loon, dit verandert in de 19 e eeuw
Moderniteit
Welk “kindbeeld” voor welke tijd?
Het kindbeeld verschuift heel sterk, meer en meer aandacht voor het
kind als belangrijk onderdeel van het gezin
Werkende kind, burgerij hun kinderen krijgen onderswijs, hangt samen
met de ontwikkeling van het kindbeeld
4
, Filantropische bewegingen = Child-save movement hebben hun wortels
in de context van de 19e eeuw
Inzetten voor het goede doel: redden van het kind
Politieke en sociale bewegingen: vakbonden, politieke partijen
Ze gaan bijdragen tot de kwestie van jeugdcriminaliteit en de aanpak
ervan
De discussie over aanpak van jeugdcriminaliteit hangt samen met
discussie over aanpak van kinderarbeid en uitbouw van onderwijs
VB: jongeren die spijbelen en rondhangen passen in het idee of visie
van wat jeugdcriminaliteit is en wat de oorzaken ervan zijn
Om jeugdcriminaliteit te vermijden moeten we de kinderen naar school
sturen
De “ontdekking” van jeugdcriminaliteit als een specifiek probleem
Van “ontdekking van het probleem jeugdcriminaliteit”
meer aandacht voor jeugdcriminaliteit
ligt aan de basis van de juridische apartstelling
1.3 4 SPECIFIEKE ONTWIKKELINGEN (19DE EEUWSE) APARTSTELLING MINDERJARIGE
DADERS
deze liggen aan de basis van de uiteindelijke stemming in 1912 over de
apartstelling van de minderjarige daders
1. “Ontdekking probleem” jeugdcriminaliteit
Eerste gerechtelijke statistieken die de populatie die in aanraking komt
beschrijven
De gevatte, geregistreerde criminaliteit
Eigenlijke minderjarigheid is 21 jaar maar in het strafrecht vaak 18 jaar
“Verzachting” strafklimaat
Er heerst een groot begrip tav kinderen, werden vaak niet vervolgd of
gestraft
Op zoek naar efficiëntie van de vervolging en bestraffing van
minderjarigen
Deze vervolging leidt tot een toename van minderjarige bevolking in de
gevangenissen
Penitentiaire apartzetting gaat de juridische apartzetting historisch
vooraf
Hervorming penitentiair systeem
Categorisering van de gestraften: scheiden van vrouwen en mannen en
volwassenen en minderjarigen
De reputatie van de gevangenis: een school voor criminaliteit
2. Sociale enqûetes (pre-sociologisch) – ontdekking oorzaken
Geschriften van rijken over de maatschappelijke problemen in de
maatschappij
Voorloper van de sociologische analyses
Criminele klasse = werkende klasse = gevaarlijke klasse
Sociaal gevaarlijke milieu = sociale enquêtes
5
, Grote focus op het sociaal milieu, het milieu waarin je opgroeid
Kinderen moeten uit slechte levensomstandigheden, moreel gevaarlijke
opvoedingssituaties
3. Van straffen naar heropvoeden
Belangrijke ingrediënten van ons huidig strafrechtssysteem
Een straf op maat van de jeugddelinquent ?
Oordeel des onderscheids strafduur (!)
de rechter moest nagaan of degene voor hem verscheen of die het
oordeel des onderscheids had of niet
Oordeel des onderscheids het idee dat je het onderscheid kan maken
tussen goed en kwaad, gevolgen van je daden kan inschatten
Geen oordeel des onderscheids => geen strafrechtelijke
verantwoordelijkheid, je bent onschuldige jeuddelinquent en kan niet
gestraft worden
Je zou naar een maison de correction (= heropvoedingsschool) gestuurd
worden
Indien je wel het oordeel des onderscheids hebt en dus wel
strafrechtelijk verantwoordelijk bent en gestraft worden voorzag het
strafwetboek wel een strafvermindering afhankelijk van je leeftijd
De recidivist homo criminalis (! Invloed op SR) sociaal verweer
Het criminologische personage van de recidivist begint zichtbaar te
worden in de politieke en maatschappelijke debatten
Iemand die meermaals criminele feiten pleegt
Pedagogisering van bestraffing Criminologie (2de helft 19de eeuw)
Penitentiaire “individualisering”
De straf moet een pedagogisch, opvoedend karakter hebben
Jeugdgevangenissen Heropvoedingsscholen (Weldadigheid)
Gestoeld op het idee: Indien we preventief ingrijpen kunnen we
kinderen op het rechte pad houden
4. Child-saving beweging (filantropie, moreel perspectief op structureel probleem
dat individueel wordt vertaald)
1.4 SOCIAAL VERWEER DENKEN
Is enorm belangrijk aan het einde van de 19 e eeuw, de jeugdbescherming
Spanningsveld tussen klassiek strafrecht en de opkomende sociale
wetenschap van het criminaliteitsvraagstuk
Klassiek SR denken sociale wetenschappen
Een straf helpt niet, we moeten op een andere manier omgaan met
delinquentie
Leidt tot kentering in klassiek strafrechtelijk denken
Kern van SW denken?
Resultaat = Wet op de kinderbescherming van 1912 ontstaat
Criminoloog sociaal verweer = Prins
1.4.1 Kinderbeschermingswet van 1912 is sociaal verweer denken in praktijk
uitgewerkt!
Belangrijke ingrediënten van deze wet:
6
, 1. Klassiek strafrecht
Wilsautonomie
Legaliteit
Oordeel des onderscheids = strafrechtelijke verantwoordelijkheid
Proportionaliteit
Gelijkheid
2. Sociaal verweer
Gevaarsnotie
Gevaar/risico als interventiegrond
Risico dat je stelt als individu is de interventiegrond, de
vervolgingsgrond
Maatschappelijke reactie is de straffunctie van dit gevaar, risico in
functie van de bescherming maatschappij
Individualisering van de straf
1.4.2 Wet van 15 mei 1912 minister Carton de Wiart
Resultaat 19de eeuw politiek, maatschappelijk en parlementair proces
Eerste stemming belgishce wet op kinderbescherming
Ius sui generis = eigensoortig recht
Preventie logica als kern van het systeem
Het sociaal verweer kenmerk
“la criminalité des adultes se trouve en germe dans la criminalité des
enfants”
Het belang van het kind = centrale notie
Determinisme (!) (Lombroso)
Juridische (!) hoeksteen, alles gebeurt in functie van het belang van het
kind
VB: weghalen uit gezin, plaatsen in ander gezin, …
Gerechtelijke kinderbescherming
Loutere uitwerking van gerechtelijke kinderbescherming, geen sociale
bescherming, bescherming op gerechtelijk mandaat
Strafrechtelijke meerderjarigheid op 16 jaar = veralgemening oordeel
des onderscheids
Een kinderrechter
Specifieke interventiegronden
Maatregelen geen straffen
Pedagogisering/Individualisering van structurele problemen (cf. armoede)
(1912 = geen sociale bescherming!)
1.5 KINDEREN VAN DE KINDERBESCHERMING = DE INTERVENTIEGRONDEN
Wie zijn de kinderen die voor de kinderrechter kunnen komen? Kinderen
tot 16 jaar die een misdrijf omschreven feiten hebben gepleegd
Misdrijf omschreven feit, geen misdrijf want niet strafrechtelijk
verantwoordelijk dus kan niet gestraft worden
Strafrechtelijke meerderjarigheid = 16 jaar
Geen oordeel des onderscheids (veralgemening doli incapax)
Geen schuld in strafrechtelijke zin = onschuldig
Geen straffen maar maatregelen
7
, Wangedrag (tot 18 jaar)?
“Stoute” kinderen
Ouder kon een soort klacht indienen bij de kinderrechter tegen kind
dat zich misdroeg en die niet gecorrigeerd kon worden door de
ouders
Prostitutie, ontucht, handelingen of bezigheden die kunnen leiden tot
bedelarij, landloperij of delinquentie (tot 16 jaar)
Predelinquentie: gedragingen die op zich geen aanleiding geven tot
strafbaarstelling maar een specifieke formulering in zit
19de eeuwse voorloper van (alle) predelinquentie interventiegronden
Gedrag dat gezien wordt als een risico om uit te groeien tot
delinquentie
Landlopers en bedelaars (tot 18 jaar)
Overtredingen leerplicht (6-14 jaar)
Niet (expliciet!!) het “ongelukkige” kind (kind slachtoffer)
Juridisch gezien is er geen interventiegrond om kinderen die
slachtoffer zijn van incest, mishandeling om die bij de kinderrechter
te plaatsen
Op dat moment zag de jeugdbeschermingswet nog geen kind
slachtoffer
De figuur van de jeugddelinquent in 1912
een meer-lagige figuur
Russisch popje met lagen van criminologisch personage
van de jeugddelinquent
In de harde kern, kleinste groep zitten minderjarigen
die dader zijn van een misdrijf
De andere lagen van gedrag dat men als risicovol zit
tot het slachtofferperspectief (ongelukkige kind)
De interventiegronden worden als maar breder en breder beschreven
slachtofferperspectief en!! Daderperspectief, pedagogisch, criminologisch,
juridisch, maatschappelijk,
A-typische kinder-straf-rechter
belangrijke dimensie van de kinderbescherming
er ontstond een nieuw rechtsdomein (bevoegdheden en
interventiegronden)
De rechter = alleenzetelend én gespecialiseerd (!?)
Kinderrechter zetelt alleen in alle fases van de procedure
WAT?
GEEN straffen maatregelen
Beschermen straffen
“Mystification du language”
HOE?
“Verlicht despoot”: “in het belang van het kind”
Er ligt veel macht bij kinderrechter want hij zetelt alleen, de
kinderrechter is niet onafhankelijk
8
, Alles fasen van de procedure dus geen onafhankelijke rechter
Heel moeilijk om in tegenspraak te gaan tegen de kinderrechter
Vrije keuze uit maatregelen
Herzien te allen tijde / “administrateur”
Alleenzetelend maar met nieuwe medewerkers
Actoren die de kinderrechter gaan helpen om de individualiteit van
de minderjarige te onderzoeken
Afgevaardigden van de kinderrechter werden op pad gestuurd om
sociaal onderzoek te doen
VB: instellingen, wetenschappelijke experts, geestelijken,
schoolhoofden, …
“Confessionele rechtspraak” openbaar
Jeugdrechtbank gebeurt achter gesloten deuren
Intimiteit en vertrouwen? geheime rechtspraak (gesloten deuren)
Paternalistische missie = onder vier ogen beter laten “biechten”
1.6 DE MAATSCHAPPELIJKE REACTIE? TWEELEDIGE MAATSCHAPPELIJKE REACTIE VISIE
OP PROBLEEM
A. Maatregelen ten aanzien van de minderjarige als individu
Berisping
Morele/pedagogische les?
Plaatsing
Particulieren, privé instellingen, openbare instellingen
“weghalen uit milieu”
Vrijheidsberoving?
Ter beschikkingstelling van de regering
Justitiële controle
B. Maatregelen ten aanzien van de ouders
Kunnen vervolgd worden voor de rechtbank voor eerste aanleg
Ontzetting uit de ouderlijke macht
Rol van ouders/opvoeders/voogd = geproblematiseerd, er wordt met
de vinger gewezen naar de ouders
Principes van de maatschappelijke reactie - straftoemeting
Sociaal verweer!
Individualisering (!!) in functie van “risico” of gevaarsnotie
2 jongeren kunnen samen hetzelfde feit hebben gepleegd maar heel
andere maatregel opgelegd krijgen, want ze worden individueel
gestraft
Rechter heeft vrije keuze
Rechter kan maatregel altijd aanpassen, maatregel zal pas beëindigd
worden als het gevaar of risico er niet meer is
Noodzaak van (invoering van) “deskundigen”
In functie van de persoonlijkheid en het milieu
Motivering van de bepaling van de maatregel
Adequate maatregel (zie debat over aanbodgerichtheid)
En het misdrijf dan? -*-
9