LITERATUUR VOOR 1800
INLEIDING
1. Europa?
De mythe:
Zeus werd verliefd op Europa, een prinses. Om haar te verleiden veranderde hij zichzelf in een mooie
witte stier. Europa ging op zijn rug zitten en Zeus nam haar mee over de zee naar Kreta. Daar onthulde
hij wie hij was. Uit hun relatie kwamen later belangrijke koningen voort.
Waarom dit met Europa te maken heeft:
De naam Europa van de prinses is dezelfde als die van ons continent. De oude Grieken gebruikten
deze mythe dus om een soort oorsprongsverhaal te geven voor “Europa”.
Waarom dit belangrijk is voor literatuur:
De mythe van Zeus en Europa is vaak opnieuw verteld in poëzie, verhalen en kunst. Het laat zien hoe
mythen een basis vormen voor Europese cultuur en literatuur: ze geven symbolen, namen en thema’s
die steeds terugkomen. Bv. Pompeii, Rubens, …
2. Literatuur?
Definities:
Enge definitie:
o Roman, poëzie, theater
Brede definitie:
o Elke uiting van cultuur in
o Orale vorm
o Geschreven vorm:
Religieuze teksten
Geschiedschrijving
Wijsgerige pamfletten/traktaten
Redevoeringen & politieke teksten
…
Verhalen & helden
Beschrijving van een actie, poging van een held die een poging doet om zijn doel te bereiken
Pagina 1 van 71
,Transmissie
Orale transmissie
Verhalen bestonden voordat ze zijn geschreven. Iedereen past het verhaal aan, wij weten niet
meer wat het originele is
Geschreven transmissie
o Transscripties
o Enorm veel verloren gegaan! Cf. materialiteit van het schrift
Ontstaan boek
1. Egypte: papyrusrollen heel erg kwetsbaar
2. Alexandrië (ca. 3de E v.o.g.j.): inventarisering; cf. ‘Homerische kwestie’
o Bibliotheek Alexandrië in brand
o Maar ook de eerste keer dat er erg veel bronnen samenkomen, kritische vragen
beginnen op te komen: wat is echt en wat niet?
o Vragen over Homerus: heeft hij alles geschreven, heeft hij wel echt bestaan?
3. Romeinse Rijk (ca. 1ste E): perkament
o Dierenhuid = erg duur
o Opnieuw gebruiken = palimpsest
4. China (ca. 8ste E): papier; door Arabieren overgenomen en verspreid
5. 1455: Johannes Gutenberg, boekdrukkunst
o Gutenberg Bijbel (1450-1455)
6. Digitale tijdperk
o Vraagstelling over AI
o Wat is literatuur
3. Europese literatuur?
= literatuur die komt uit Europa, geschreven door Europeanen. Maar Europa is nooit echt afgesloten
geweest van de wereld. Europa heeft vage grenzen.
Vb. Link met oud Egypte en Europa
Vb. Haiku
Herman van Rompuy: voormalig Premier België die wordt gekozen als ambassadeur van de
haiku vanwege Japan
Pagina 2 van 71
,Fundamentele begrippen
1. De canon
Maatstaf voor teksten die exemplarisch en belangrijk zijn
Religieuze context:
o Authentiek vs. apocrief
Literaire invulling:
o Voorbeeldfunctie, navolgingswaardig
o ‘Erkend’ en gelezen’
Constructie:
o Selectie
o Wisselende esthetische (én politieke, religieuze, etc.) normen
Gérard Genette
Palimpsestes. La Littérature au second degré, 1982
Hypoteksten (oudere, onderliggende teksten)
Hyperteksten (nieuwer teksten die verwijzen naar hypoteksten)
“J'entends par là toute relation unissant un texte B (que j'appellerai hypertexte) à un texte antérieur A
(que j'appellerai, bien sûr, hypotexte) sur lequel il se greffe d'une manière qui n'est pas celle du
commentaire.”
Elke tekst die geschreven is, moet rekening houden met alle teksten die hiervoor geschreven zijn. Alle
teksten komen om de een of andere reden in rekening met elkaar.
2. Imitatio en aemulatio
= Navolging van eerdere werken die men bewondert, overnemen van een voorgaand idee
Context:
Retoricascholen in de Oudheid: mensen leren voor een publiek te schrijven. Allemaal vormen
om een publiek te overtuigen van hun mening.
Je liet zien dat je de leerstof beheerste, positieve lading
o Literaire context, aemulatio:
vb. imitatio van Homerus (Grieks) door Vergilius (Latijn) leidt tot aemulatio van
Odysseia door Aeneis
Renaissance:
o Dante: imitatio en aemulatio van Vergilius
o Petrarca: imitatio en aemulatio van Cicero en Ovidius
o Internationale navolging Petrarkische thema’s
Pagina 3 van 71
, Vb. Imitatio: topos van koud en warm in Petrarca’s Sonnet 132
Alles is een contrast
Bekende vorm van sonnet
Contradictie warm en koud populair thema
Vb. topos van koud en warm bij Franse Pléiadedichters:
Louise Labé:
o "J'ai chaud extrême en endurant froidure"
Clément Marot:
o Anne par jeu me jeta de la neige,
Que je cuidais froide certainement
Mais c'était feu (...)
Imitatio
Continuïteit literaire genres en vormen
o Gedeelde traditie
o Positieve lading: herkenning, meerwaarde
Sinds Romantiek:
Negatieve lading
Evolutie concept van ’auteur en ‘originaliteit’
Periode van opkomend nationalisme: mensen willen originele verhalen
3. Mimesis
Aard van literatuur en kunst? = kunst als nabootsing van de werkelijkheid
Wat doet literatuur met de wereld/ de werkelijkheid? Het maakt een soort representatie van de
wereld.
2 grote meningen:
Plato, De Staat (4de E BCE): kritische houding over mimesis
o Gekunsteld, laag bovenop wat realiteit is
o Achterdocht
Aristoteles, Poetica (4de E v.o.g.j.): positieve houding
”[Het blijkt voorts] dat het niet de specifieke taak van de dichter is te spreken van
gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, maar van dingen die zodanig zijn dat ze zouden
kunnen gebeuren, ik bedoel: van wat mogelijk is volgens de waarschijnlijkheid of de
noodzakelijkheid.”
o Over het nut van kunst
Pagina 4 van 71
INLEIDING
1. Europa?
De mythe:
Zeus werd verliefd op Europa, een prinses. Om haar te verleiden veranderde hij zichzelf in een mooie
witte stier. Europa ging op zijn rug zitten en Zeus nam haar mee over de zee naar Kreta. Daar onthulde
hij wie hij was. Uit hun relatie kwamen later belangrijke koningen voort.
Waarom dit met Europa te maken heeft:
De naam Europa van de prinses is dezelfde als die van ons continent. De oude Grieken gebruikten
deze mythe dus om een soort oorsprongsverhaal te geven voor “Europa”.
Waarom dit belangrijk is voor literatuur:
De mythe van Zeus en Europa is vaak opnieuw verteld in poëzie, verhalen en kunst. Het laat zien hoe
mythen een basis vormen voor Europese cultuur en literatuur: ze geven symbolen, namen en thema’s
die steeds terugkomen. Bv. Pompeii, Rubens, …
2. Literatuur?
Definities:
Enge definitie:
o Roman, poëzie, theater
Brede definitie:
o Elke uiting van cultuur in
o Orale vorm
o Geschreven vorm:
Religieuze teksten
Geschiedschrijving
Wijsgerige pamfletten/traktaten
Redevoeringen & politieke teksten
…
Verhalen & helden
Beschrijving van een actie, poging van een held die een poging doet om zijn doel te bereiken
Pagina 1 van 71
,Transmissie
Orale transmissie
Verhalen bestonden voordat ze zijn geschreven. Iedereen past het verhaal aan, wij weten niet
meer wat het originele is
Geschreven transmissie
o Transscripties
o Enorm veel verloren gegaan! Cf. materialiteit van het schrift
Ontstaan boek
1. Egypte: papyrusrollen heel erg kwetsbaar
2. Alexandrië (ca. 3de E v.o.g.j.): inventarisering; cf. ‘Homerische kwestie’
o Bibliotheek Alexandrië in brand
o Maar ook de eerste keer dat er erg veel bronnen samenkomen, kritische vragen
beginnen op te komen: wat is echt en wat niet?
o Vragen over Homerus: heeft hij alles geschreven, heeft hij wel echt bestaan?
3. Romeinse Rijk (ca. 1ste E): perkament
o Dierenhuid = erg duur
o Opnieuw gebruiken = palimpsest
4. China (ca. 8ste E): papier; door Arabieren overgenomen en verspreid
5. 1455: Johannes Gutenberg, boekdrukkunst
o Gutenberg Bijbel (1450-1455)
6. Digitale tijdperk
o Vraagstelling over AI
o Wat is literatuur
3. Europese literatuur?
= literatuur die komt uit Europa, geschreven door Europeanen. Maar Europa is nooit echt afgesloten
geweest van de wereld. Europa heeft vage grenzen.
Vb. Link met oud Egypte en Europa
Vb. Haiku
Herman van Rompuy: voormalig Premier België die wordt gekozen als ambassadeur van de
haiku vanwege Japan
Pagina 2 van 71
,Fundamentele begrippen
1. De canon
Maatstaf voor teksten die exemplarisch en belangrijk zijn
Religieuze context:
o Authentiek vs. apocrief
Literaire invulling:
o Voorbeeldfunctie, navolgingswaardig
o ‘Erkend’ en gelezen’
Constructie:
o Selectie
o Wisselende esthetische (én politieke, religieuze, etc.) normen
Gérard Genette
Palimpsestes. La Littérature au second degré, 1982
Hypoteksten (oudere, onderliggende teksten)
Hyperteksten (nieuwer teksten die verwijzen naar hypoteksten)
“J'entends par là toute relation unissant un texte B (que j'appellerai hypertexte) à un texte antérieur A
(que j'appellerai, bien sûr, hypotexte) sur lequel il se greffe d'une manière qui n'est pas celle du
commentaire.”
Elke tekst die geschreven is, moet rekening houden met alle teksten die hiervoor geschreven zijn. Alle
teksten komen om de een of andere reden in rekening met elkaar.
2. Imitatio en aemulatio
= Navolging van eerdere werken die men bewondert, overnemen van een voorgaand idee
Context:
Retoricascholen in de Oudheid: mensen leren voor een publiek te schrijven. Allemaal vormen
om een publiek te overtuigen van hun mening.
Je liet zien dat je de leerstof beheerste, positieve lading
o Literaire context, aemulatio:
vb. imitatio van Homerus (Grieks) door Vergilius (Latijn) leidt tot aemulatio van
Odysseia door Aeneis
Renaissance:
o Dante: imitatio en aemulatio van Vergilius
o Petrarca: imitatio en aemulatio van Cicero en Ovidius
o Internationale navolging Petrarkische thema’s
Pagina 3 van 71
, Vb. Imitatio: topos van koud en warm in Petrarca’s Sonnet 132
Alles is een contrast
Bekende vorm van sonnet
Contradictie warm en koud populair thema
Vb. topos van koud en warm bij Franse Pléiadedichters:
Louise Labé:
o "J'ai chaud extrême en endurant froidure"
Clément Marot:
o Anne par jeu me jeta de la neige,
Que je cuidais froide certainement
Mais c'était feu (...)
Imitatio
Continuïteit literaire genres en vormen
o Gedeelde traditie
o Positieve lading: herkenning, meerwaarde
Sinds Romantiek:
Negatieve lading
Evolutie concept van ’auteur en ‘originaliteit’
Periode van opkomend nationalisme: mensen willen originele verhalen
3. Mimesis
Aard van literatuur en kunst? = kunst als nabootsing van de werkelijkheid
Wat doet literatuur met de wereld/ de werkelijkheid? Het maakt een soort representatie van de
wereld.
2 grote meningen:
Plato, De Staat (4de E BCE): kritische houding over mimesis
o Gekunsteld, laag bovenop wat realiteit is
o Achterdocht
Aristoteles, Poetica (4de E v.o.g.j.): positieve houding
”[Het blijkt voorts] dat het niet de specifieke taak van de dichter is te spreken van
gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, maar van dingen die zodanig zijn dat ze zouden
kunnen gebeuren, ik bedoel: van wat mogelijk is volgens de waarschijnlijkheid of de
noodzakelijkheid.”
o Over het nut van kunst
Pagina 4 van 71