NEDERLANDS B
H2: DIFFERENTIATIE BIJ SCHRIJFONDERWIJS
VOORKENNIS
*schrijffasen: oriënteren, plannen, formuleren, enz.
1. oriënteren
o functioneel
- doel: schrijven moet echt een nut hebben, binnen een duidelijke
context
Bv: schrijfwedstrijd, brief aan het rusthuis, affiche om in de school
op te hangen,…
- ≠ soorten teksten worden met ≠ doelen geschreven (informeren,
amuseren, instrueren, overtuigen,…
o publiek
- wie zal de tekst lezen?
meester: niet motiverend
- Wat weet je over de ‘lezer’?
Hoe hou je daar bij het schrijven rekening mee?
o Tekstsoort verkennen
- Welke tekstsoort is het en welk teksttype?
Bv. Tekstsoort: informatieve tekst – teksttype: folder
≠ teksttypes meebrengen naar de klas, voorbeelden meebrengen
(= contextrijk)
Rond hetzelfde onderwerp ≠ tekstsoorten schrijven
- Wat zijn de kenmerken daarvan?
2. plannen
o Verzamelen
- Brainstormen over de inhoud
- 1,2,3: schrijfopdrachten vertrekken vanuit ervaring van de lln
- 4,5,6: tekstinhoud mag abstracter (info opzoeken op boeken,
internet)
- Inspiratie met concrete materialen, prenten, foto’s,…
- ≠ werkvormen: duo-gesprekken, kringgesprek,..
o Selecteren
- Welke ideeën gaan we gebruiken?
1|Pagina
, - Wat willen we gebruiken in onze tekst
o Ordenen
- Welke info als eerste
- Welke info in welke alinea
*extra woordenschat aanbieden
*in deze fase kan je de lln gerust per 2 laten werken
*differentiëren:
- Een beeldwoordenboek (voor lln die niet over voldoende
woordenschat beschikken)
- In dialoog gaan met de lln verzamelen van info (vragen zoals wie,
wat, waar, wanneer, waarom, hoe, enz.)
- Verlengde instructie: met deel van lln samen info verzamelen,
selecteren en ordenen zo tot bouwplan van tekst komen
3. formuleren
- De lln beginnen echt met schrijven
- Ondersteuning bieden:
o Schrijfkaders
o Vooraf geformuleerde zinnen
o Eerste woorden van een zin
o Deels geschreven tekst die aangevuld kan worden
o Vooraf een structuur aanbieden
- Voorbeeldteksten
- Samen schrijven met lln
- Tijdens formuleren: rondlopen voor feedback (!! Geen feedback
geven op spelling)
- Nadruk op een focus die in de les aan bod komt (bv
verbindingswoorden,…)
!! kan leiden tot pestgedrag voor iedereen voorzien, daarna kan
hij/zij het pakken wanneer die het nodig heeft
!! zorgen dat niet steeds dezelfde kinderen in de verlengde zitten
*differentiëren:
- De tekst die er al is eens voor te lezen en reageer luidopdekend
als lezer.
- De lln nog eens laten uitleggen in eigen woorden wat er wordt
bedoelt en genoeg door vragen
- Samen herdopdenkend schrijven en daarbij zoeken naar juiste
woorden, een correcte zinsbouw en heldere logica.
2|Pagina
, - De precieze opdracht (indien nodig) nog eens ter herinnering
brengen
- Suggesties doen voor aanvullingen, zonder het helemaal van de
lln over te nemen.
4. reviseren
- Fase met veel leerkansen; vaak vergeten
- Wat tijd laten tssn formuleerfase en revisiefase
- Verbeter enkele taken zodat lln met jouw feedback aan de slag
kunnen
- Klassikale tekstbespreking. Niet de beste, niet de slechtste tekst
- Laat lln elkaars tekst nalezen
- Geef expliciete instructie bij terugkerende spellingsmoeilijkheden
- Aan de hand van SWISO:
o Z : zinnen en zinsopbouw
Zinnen goed geformuleerd?
Beginnen de zinnen met een onderwerp?
o W : woordenschat
Gebruik ik steeds dezelfde woorden?
Kan ik een ander woord gebruiken?
o I : inhoud
Is het duidelijk wat ik bedoel?
Ideeën goed uitgedrukt?
Blijf ik bij de opdracht of weid ik te veel uit?
o S : spelling
Spellingsregels?
Hoofdletters en leestekens?
o O : opbouw
Tekst goed opgebouwd?
Opbouw van tekst komt overeen met teksttype?
Alinea’s?
*differentiëren:
- In kleine groep of individueel: modellen om ervoor te zorgen dat de
lln goed weet wat hij zich moet afvragen tijdens de revisie én dat hij
ook tot de juiste conclusies komt om een goede tekst nog beter te
maken.
- De lln nog eens mondeling laten verwoorden wat hij in gedachten
had en samen naar de formulering zoeken.
- Hardop voorlezen vat een lln geschreven heeft en daar samen bij
nadenken
3|Pagina
, - Wat een lln mondeling vertelt in een formulering vatten die da lln
kan opschrijven
5. vormgeven en publiceren of verzenden
- Op papier of digitaal
- Hulpmiddelen
- Opsturen, uithangen, uitdelen, bundelen
- Bv: een poster maken op Canva, een tekening maken bij je recept,…
6. reflecteren
- Wat vonden de lln moeilijk?
- Vonden ze de juiste woorden, zinsbouw,..
- Heeft de feedback geholpen?
- Dit kan je doen a.d.h.v. een criterialijst of cheklijst
DE SCHRIJVER
*schrijfmotivatie
o Autonomie
Heeft lln nog vrijheid om zelf keuzes te maken in schrijfopdracht
Bv. ‘we gaan een museum maken over huisdieren. Je mag zelf
kiezen over welk huisdier je schrijft. We maken een infofiche per
huisdier om in het museum te hangen.’
o Betrokkenheid
Context?; wat is de band met de lezers?; hoe geïnteresseerd is de
schrijver in de schrijfopdracht?
Bv. we nodig iemand uit van het dierenasiel om te komen spreken
en info te geven. een uitnodiging sturen naar haar/hem
o Competentie
Schrijfervaring? Kennis over kenmerken van teksttype? Hoeveel
weet ik over het onderwerp?
*taalvaardigheid
- Hoe goed kan men zich uitdrukken in het NED
- Hoe goed is mondelinge vaardigheid en begrijpend lezen
- Welke schrijfstrategieën heeft hij onder de knie?
*voorkennis
4|Pagina
H2: DIFFERENTIATIE BIJ SCHRIJFONDERWIJS
VOORKENNIS
*schrijffasen: oriënteren, plannen, formuleren, enz.
1. oriënteren
o functioneel
- doel: schrijven moet echt een nut hebben, binnen een duidelijke
context
Bv: schrijfwedstrijd, brief aan het rusthuis, affiche om in de school
op te hangen,…
- ≠ soorten teksten worden met ≠ doelen geschreven (informeren,
amuseren, instrueren, overtuigen,…
o publiek
- wie zal de tekst lezen?
meester: niet motiverend
- Wat weet je over de ‘lezer’?
Hoe hou je daar bij het schrijven rekening mee?
o Tekstsoort verkennen
- Welke tekstsoort is het en welk teksttype?
Bv. Tekstsoort: informatieve tekst – teksttype: folder
≠ teksttypes meebrengen naar de klas, voorbeelden meebrengen
(= contextrijk)
Rond hetzelfde onderwerp ≠ tekstsoorten schrijven
- Wat zijn de kenmerken daarvan?
2. plannen
o Verzamelen
- Brainstormen over de inhoud
- 1,2,3: schrijfopdrachten vertrekken vanuit ervaring van de lln
- 4,5,6: tekstinhoud mag abstracter (info opzoeken op boeken,
internet)
- Inspiratie met concrete materialen, prenten, foto’s,…
- ≠ werkvormen: duo-gesprekken, kringgesprek,..
o Selecteren
- Welke ideeën gaan we gebruiken?
1|Pagina
, - Wat willen we gebruiken in onze tekst
o Ordenen
- Welke info als eerste
- Welke info in welke alinea
*extra woordenschat aanbieden
*in deze fase kan je de lln gerust per 2 laten werken
*differentiëren:
- Een beeldwoordenboek (voor lln die niet over voldoende
woordenschat beschikken)
- In dialoog gaan met de lln verzamelen van info (vragen zoals wie,
wat, waar, wanneer, waarom, hoe, enz.)
- Verlengde instructie: met deel van lln samen info verzamelen,
selecteren en ordenen zo tot bouwplan van tekst komen
3. formuleren
- De lln beginnen echt met schrijven
- Ondersteuning bieden:
o Schrijfkaders
o Vooraf geformuleerde zinnen
o Eerste woorden van een zin
o Deels geschreven tekst die aangevuld kan worden
o Vooraf een structuur aanbieden
- Voorbeeldteksten
- Samen schrijven met lln
- Tijdens formuleren: rondlopen voor feedback (!! Geen feedback
geven op spelling)
- Nadruk op een focus die in de les aan bod komt (bv
verbindingswoorden,…)
!! kan leiden tot pestgedrag voor iedereen voorzien, daarna kan
hij/zij het pakken wanneer die het nodig heeft
!! zorgen dat niet steeds dezelfde kinderen in de verlengde zitten
*differentiëren:
- De tekst die er al is eens voor te lezen en reageer luidopdekend
als lezer.
- De lln nog eens laten uitleggen in eigen woorden wat er wordt
bedoelt en genoeg door vragen
- Samen herdopdenkend schrijven en daarbij zoeken naar juiste
woorden, een correcte zinsbouw en heldere logica.
2|Pagina
, - De precieze opdracht (indien nodig) nog eens ter herinnering
brengen
- Suggesties doen voor aanvullingen, zonder het helemaal van de
lln over te nemen.
4. reviseren
- Fase met veel leerkansen; vaak vergeten
- Wat tijd laten tssn formuleerfase en revisiefase
- Verbeter enkele taken zodat lln met jouw feedback aan de slag
kunnen
- Klassikale tekstbespreking. Niet de beste, niet de slechtste tekst
- Laat lln elkaars tekst nalezen
- Geef expliciete instructie bij terugkerende spellingsmoeilijkheden
- Aan de hand van SWISO:
o Z : zinnen en zinsopbouw
Zinnen goed geformuleerd?
Beginnen de zinnen met een onderwerp?
o W : woordenschat
Gebruik ik steeds dezelfde woorden?
Kan ik een ander woord gebruiken?
o I : inhoud
Is het duidelijk wat ik bedoel?
Ideeën goed uitgedrukt?
Blijf ik bij de opdracht of weid ik te veel uit?
o S : spelling
Spellingsregels?
Hoofdletters en leestekens?
o O : opbouw
Tekst goed opgebouwd?
Opbouw van tekst komt overeen met teksttype?
Alinea’s?
*differentiëren:
- In kleine groep of individueel: modellen om ervoor te zorgen dat de
lln goed weet wat hij zich moet afvragen tijdens de revisie én dat hij
ook tot de juiste conclusies komt om een goede tekst nog beter te
maken.
- De lln nog eens mondeling laten verwoorden wat hij in gedachten
had en samen naar de formulering zoeken.
- Hardop voorlezen vat een lln geschreven heeft en daar samen bij
nadenken
3|Pagina
, - Wat een lln mondeling vertelt in een formulering vatten die da lln
kan opschrijven
5. vormgeven en publiceren of verzenden
- Op papier of digitaal
- Hulpmiddelen
- Opsturen, uithangen, uitdelen, bundelen
- Bv: een poster maken op Canva, een tekening maken bij je recept,…
6. reflecteren
- Wat vonden de lln moeilijk?
- Vonden ze de juiste woorden, zinsbouw,..
- Heeft de feedback geholpen?
- Dit kan je doen a.d.h.v. een criterialijst of cheklijst
DE SCHRIJVER
*schrijfmotivatie
o Autonomie
Heeft lln nog vrijheid om zelf keuzes te maken in schrijfopdracht
Bv. ‘we gaan een museum maken over huisdieren. Je mag zelf
kiezen over welk huisdier je schrijft. We maken een infofiche per
huisdier om in het museum te hangen.’
o Betrokkenheid
Context?; wat is de band met de lezers?; hoe geïnteresseerd is de
schrijver in de schrijfopdracht?
Bv. we nodig iemand uit van het dierenasiel om te komen spreken
en info te geven. een uitnodiging sturen naar haar/hem
o Competentie
Schrijfervaring? Kennis over kenmerken van teksttype? Hoeveel
weet ik over het onderwerp?
*taalvaardigheid
- Hoe goed kan men zich uitdrukken in het NED
- Hoe goed is mondelinge vaardigheid en begrijpend lezen
- Welke schrijfstrategieën heeft hij onder de knie?
*voorkennis
4|Pagina