Vaardigheden risico partus en
postpartum
1. Amniotomie
= het kunstmatig breken van de vliezen
1.1 Indicaties
- inleiden en/of bevorderen van de arbeid
- plaatsen van een inwendige monitor
- zicht hebben op de kleur van het vruchtwater
- placenta lateralis: door druk van het voorliggend deel kan de bloeding gestelpt worden
1.2 Voorwaarden
- gekend voorliggend deel, deze mag niet opdrukbaar zijn
- de partus moet binnen de 24u plaatsvinden (opgestart worden)
- toestemming van de patiënte
1.3 Contra-indicaties
- niet gekend voorliggend deel - voorliggende navelstreng
- opdrukbaar voorliggend deel - infecties
- stuitligging of andere liggingsafwijking - vasa praevia
- preterme arbeid - onrijpe cervix
1.4 Risico’s
- navelstrengprolaps
bradycardie bij de baby
- bloedverlies bij vasa
previa
- uitzakken van het voorliggend lichaamsdeel (vooral bij stuit en polyhydramnion)
1.5 Uitvoering
Materiaal:
- CTG/doptone - glijmiddel
- bedpan en/of onderlegger - steriele handschoenen
- maandverband - eventueel steriel veld
- vliezenbreker (halve pozzitang of wergwerp vliezenbreker)
Voorbereiding:
- kennis van contra-indicaties voor amniotomie
- raadpleeg het patiëntendossier en partogram
- informeer de parturiënte (informed conscent) over het verloop van de amniotomie
- zorg voor een goede registratie van de FHT voor, tijdens en na de amniotomie
- zorg voor een reine vulva
Werkwijze:
1. zwangere in gynaecologische houding met ontspannen benen, bedpan of onderlegger plaatsen
2. doe steriele handschoenen aan een voer een vaginaal onderzoek uit
=> POVASI, vasa previa?, voorliggende navelstreng?, voorliggend deel vast in bekkeningang?
3. trek je vingers een beetje terug en breng de vliezenbreker in tussen wijs- en middenvinger zodat
de scherpe punt het slijmvlies van de vagina niet raakt, schuif deze tot tegen de vochtblaas
4. draai met de uitwendige hand de vliezenbreker en prik aan (kras over de vliezen) tijdens een contractie
5. trek de vliezenbreker terug (punt steeds tussen de vingers) en hou de toucherende vingers ter plaatse
=> inspecteer het aflopend vruchtwater (kleur, geur en hoeveelheid), sluit een navelstrengprolaps uit,
POVASI, scheur de gemaakte opening verder met je vingers
Nazorg:
- geef de patiënte een maandverband - neem de bedpan weg
- zorg voor een comfortabele houding - zorg voor een proper bed
- informeer de patiënte over het verdere verloop - rapporteer
- controleer harttonen en contractiliteit gedurende min. 30’ - handhygiëne
1
, Vaardigheden risico partus en
postpartum
2. Interne CTG
Bij een inwendige CTG wordt een drukkatheder in de baarmoeder gebracht naast het hoofd van de baby om de
frequentie en sterkte van de contracties te meten. Op het foetaal hoofd wordt een scalpelektrode geplaatst
zodat de harttonen geregistreerd kunnen worden. Een inwendige CTF kan alleen bij gebroken vliezen geplaatst
worden. In principe wordt elke interne CTG met de STAN-monitor verricht behalve indien < 36 weken.
2.1 Indicatie
Continue foetale monitoring is noodzakelijk bij hoog risico zwangerschappen (al dan niet in combinatie met STAN)
Een intern CTG is zeker vereist bij: moeilijk te registreren of abnormale harttonen op extern CTG, meconiaal
vruchtwater en bij verhoogd risico op foetale nood (bv IUGR).
Een nauwkeurige opvolging van de foetale harttonen is zeker vereist bij: epidurale verdoving, stimulatie van de
arbeid met oxytocine, extern CTG vertoont abnormale harttonen, meconiaal vruchtwater en bij serotiniteit.
2.2 Contra-indicaties
- verticale transmissie (HIV, actieve herpes en hepatitis)
- gekende stollingsstoornissen bij de foetus.
2.3 Uitvoering
Materiaal:
- steriele handschoenen - steriel glijmiddel (evt.)
- scalpelektrode - steriel veld (evt.)
- bedpan en onderleggen - vliezenbreker (evt.)
- toco-transducer
- FECG-kabel met beenplaat en knipsluiting voor aansluiting huidelektrode
Extra bij aansluiten van STAN: huidelektrode, elastiek band, schuurpapier, alcohol 70° en deppertjes
Voorbereiding:
- raadpleeg het patiëntendossier en de partogram: verloskundige status moet gekend zijn
=> POVASI en vliezen moeten gebroken zijn
- informeer de patiënte dat ze nadien minder mobiel zal zijn en vraag toestemming
- zorg voor een reine vulva
- zet de monitor klaar naast het verlosbed
Werkwijze:
- zorg voor een goede positionering in rugligging (op onderlegger), laat de benen goed optrekken
- zet CTG toestel in de buurt, leg het steriel veld open en gooi er op steriele wijze de electrode op
- geen steriel veld: andere vroedvrouw geeft de electrode aan indien je al steriele handschoenen aan hebt
- bij STAN: leg huidelectrode, en bij amniotomie: leg amniotoom op steriele wijze op het steriele veld
- doe steriele handschoenen aan en breek de vliezen indien ze nog intact zijn
- breng de vingers in en breng de sonde tussen de vingers in de vagina
- duw het uiteinde loodrecht tegen de caput aan en koppel de sonde los van de inbrenghuls
- plaats de scalpelektrode op het hoofdje via draaiende beweging: +/- 360°+90° met de wijzers mee
- haal de draadjes van de elektrode uit het spleetje in het witte stopje
- zet wat tractie op de elektrode om te voelen of de elektrode vastzit, indien ja: schuif de binnenste
en buitenste inbrenghuls over de elektrode af en steek de elektrode in de foetale EKG- beenplaat
- bij gebruik van STAN: klik de aansluiting van de beenplaat op de huidelektrode vast, kleef de
huidelektrode vast op het geschuurd en ontsmet plaatsje in de lies, controleer het foetale EKG-signaal en
maak de beenplaat vast rond de dij met de elastische band
- schakel het CTG-toestel aan en controleer de werking ervan, classificeer daarna het CTG
- bij STAN: check of er een basislijn is bepaald en of de signaalkwaliteit goed is
Nazorg: idem amniotomie uitgesloten het controleren van de harttonen en contractiliteit gedurende 30’
2
, Vaardigheden risico partus en
postpartum
3. Strippen van de vliezen
= loswoelen van de onderste eipool met als doel het verhogen van de prostaglandineproductie en een
toename in contractiliteit van het myometrium.
Heeft enkel effect bij een rijpe cervix, postmaturiteit en vooral bij multipara. De partus moet hier
noodzakelijk binnen de 24u plaatsvinden. Het breken van de vliezen en voortijdige inefficiënte contracties
kunnen gevolgen zijn van het strippen. De contra-indicaties zijn dezelfde als bij het uitvoeren van een
amniotomie.
4. Episiotomie
= incisie van vagina, perineum en onderliggende spieren om een ruimere baringskanaaluitgang te verkrijgen
4.1 Indeling
- primaire episiotomie: voor de baring wordt besloten een episiotomie te plaatsen om druk op
het foetaal hoofd of grote druk op de bekkenbodem te vermijden
- secundaire episiotomie: de indicatie wordt tijdens de uitdrijving gesteld
4.2 Indicaties
De enige echte indicatie is uitdrijvingsduur verkorten voor kind (foetale nood) of moeder (uitputting of ziekten).
4.3 Gevolgen
- toename van sfincterrupturen -> fecale- en flatulentie incontinentie
- toename van bloedverlies tijdens partus
- toename van perineale pijn (dyspareunie op langere termijn) en infecties postpartum
- verviervoudiging van het risico op beschadiging van de anale sfincter bij mediane episiotomie
4.4 Uitvoering mediolaterale episiotomie
Materiaal: mayoschaar en episiotomieschaar
Voorbereiding:
- vroedvrouw: geen juwelen, korte nagels, warme handen en handhygiëne volgens standaardprocedure
- patiënte: aandacht voor privacy en informeren op verstaanbare manier
Werkwijze:
De episiotomie wordt geplaatst wanneer de schedel op het perineum staat. Te vroeg inknippen geeft
aanleiding tot: meer bloedverlies, groter infectierisico en devitalisatie van de weefsels met moeilijke genezing
tot gevolg.
- wanneer het hoofd bijna staat worden in de weeënpauze linker wijs- en middenvinger tussen
schedel en bekkenbodem geplaatst. De schaar wordt op geleide van de vingers zo diep mogelijk
ingebracht
- begin vanuit het midden van de commissura posterior en knip richting tuber ischiadica. Om een
hoek van 45° postpartum te krijgen moet de episiotomie onder een hoek van +/- 60° geplaatst
worden
- op het hoogtepunt van de contractie, wanneer het perineum uitgerokken en opgespannen is, worden
huid, subcutis en bekkenbodemspieren ingeknipt. Dit gebeurt met de schaar loodrecht op de
weefsels!
- er bestaat geen standaard grootte voor een episiotomie. Gemiddeld +/- 4cm en maximaal 6cm
- hou de vrouw en de foetale schedel onder controle want na de episiotomie kan de schedel snel
geboren worden. Laat de vrouw onmiddellijk stoppen met persen en hou de schedel met 1 hand onder
controle
5. Rupturen
5.1 Vaginarupturen
= microscopisch kleine scheurtjes in de vagina door de rekking tijdens de partus. Hechten is enkel nodig als de
scheur hevig blijft bloeden
5.2 Labiarupturen
postpartum
1. Amniotomie
= het kunstmatig breken van de vliezen
1.1 Indicaties
- inleiden en/of bevorderen van de arbeid
- plaatsen van een inwendige monitor
- zicht hebben op de kleur van het vruchtwater
- placenta lateralis: door druk van het voorliggend deel kan de bloeding gestelpt worden
1.2 Voorwaarden
- gekend voorliggend deel, deze mag niet opdrukbaar zijn
- de partus moet binnen de 24u plaatsvinden (opgestart worden)
- toestemming van de patiënte
1.3 Contra-indicaties
- niet gekend voorliggend deel - voorliggende navelstreng
- opdrukbaar voorliggend deel - infecties
- stuitligging of andere liggingsafwijking - vasa praevia
- preterme arbeid - onrijpe cervix
1.4 Risico’s
- navelstrengprolaps
bradycardie bij de baby
- bloedverlies bij vasa
previa
- uitzakken van het voorliggend lichaamsdeel (vooral bij stuit en polyhydramnion)
1.5 Uitvoering
Materiaal:
- CTG/doptone - glijmiddel
- bedpan en/of onderlegger - steriele handschoenen
- maandverband - eventueel steriel veld
- vliezenbreker (halve pozzitang of wergwerp vliezenbreker)
Voorbereiding:
- kennis van contra-indicaties voor amniotomie
- raadpleeg het patiëntendossier en partogram
- informeer de parturiënte (informed conscent) over het verloop van de amniotomie
- zorg voor een goede registratie van de FHT voor, tijdens en na de amniotomie
- zorg voor een reine vulva
Werkwijze:
1. zwangere in gynaecologische houding met ontspannen benen, bedpan of onderlegger plaatsen
2. doe steriele handschoenen aan een voer een vaginaal onderzoek uit
=> POVASI, vasa previa?, voorliggende navelstreng?, voorliggend deel vast in bekkeningang?
3. trek je vingers een beetje terug en breng de vliezenbreker in tussen wijs- en middenvinger zodat
de scherpe punt het slijmvlies van de vagina niet raakt, schuif deze tot tegen de vochtblaas
4. draai met de uitwendige hand de vliezenbreker en prik aan (kras over de vliezen) tijdens een contractie
5. trek de vliezenbreker terug (punt steeds tussen de vingers) en hou de toucherende vingers ter plaatse
=> inspecteer het aflopend vruchtwater (kleur, geur en hoeveelheid), sluit een navelstrengprolaps uit,
POVASI, scheur de gemaakte opening verder met je vingers
Nazorg:
- geef de patiënte een maandverband - neem de bedpan weg
- zorg voor een comfortabele houding - zorg voor een proper bed
- informeer de patiënte over het verdere verloop - rapporteer
- controleer harttonen en contractiliteit gedurende min. 30’ - handhygiëne
1
, Vaardigheden risico partus en
postpartum
2. Interne CTG
Bij een inwendige CTG wordt een drukkatheder in de baarmoeder gebracht naast het hoofd van de baby om de
frequentie en sterkte van de contracties te meten. Op het foetaal hoofd wordt een scalpelektrode geplaatst
zodat de harttonen geregistreerd kunnen worden. Een inwendige CTF kan alleen bij gebroken vliezen geplaatst
worden. In principe wordt elke interne CTG met de STAN-monitor verricht behalve indien < 36 weken.
2.1 Indicatie
Continue foetale monitoring is noodzakelijk bij hoog risico zwangerschappen (al dan niet in combinatie met STAN)
Een intern CTG is zeker vereist bij: moeilijk te registreren of abnormale harttonen op extern CTG, meconiaal
vruchtwater en bij verhoogd risico op foetale nood (bv IUGR).
Een nauwkeurige opvolging van de foetale harttonen is zeker vereist bij: epidurale verdoving, stimulatie van de
arbeid met oxytocine, extern CTG vertoont abnormale harttonen, meconiaal vruchtwater en bij serotiniteit.
2.2 Contra-indicaties
- verticale transmissie (HIV, actieve herpes en hepatitis)
- gekende stollingsstoornissen bij de foetus.
2.3 Uitvoering
Materiaal:
- steriele handschoenen - steriel glijmiddel (evt.)
- scalpelektrode - steriel veld (evt.)
- bedpan en onderleggen - vliezenbreker (evt.)
- toco-transducer
- FECG-kabel met beenplaat en knipsluiting voor aansluiting huidelektrode
Extra bij aansluiten van STAN: huidelektrode, elastiek band, schuurpapier, alcohol 70° en deppertjes
Voorbereiding:
- raadpleeg het patiëntendossier en de partogram: verloskundige status moet gekend zijn
=> POVASI en vliezen moeten gebroken zijn
- informeer de patiënte dat ze nadien minder mobiel zal zijn en vraag toestemming
- zorg voor een reine vulva
- zet de monitor klaar naast het verlosbed
Werkwijze:
- zorg voor een goede positionering in rugligging (op onderlegger), laat de benen goed optrekken
- zet CTG toestel in de buurt, leg het steriel veld open en gooi er op steriele wijze de electrode op
- geen steriel veld: andere vroedvrouw geeft de electrode aan indien je al steriele handschoenen aan hebt
- bij STAN: leg huidelectrode, en bij amniotomie: leg amniotoom op steriele wijze op het steriele veld
- doe steriele handschoenen aan en breek de vliezen indien ze nog intact zijn
- breng de vingers in en breng de sonde tussen de vingers in de vagina
- duw het uiteinde loodrecht tegen de caput aan en koppel de sonde los van de inbrenghuls
- plaats de scalpelektrode op het hoofdje via draaiende beweging: +/- 360°+90° met de wijzers mee
- haal de draadjes van de elektrode uit het spleetje in het witte stopje
- zet wat tractie op de elektrode om te voelen of de elektrode vastzit, indien ja: schuif de binnenste
en buitenste inbrenghuls over de elektrode af en steek de elektrode in de foetale EKG- beenplaat
- bij gebruik van STAN: klik de aansluiting van de beenplaat op de huidelektrode vast, kleef de
huidelektrode vast op het geschuurd en ontsmet plaatsje in de lies, controleer het foetale EKG-signaal en
maak de beenplaat vast rond de dij met de elastische band
- schakel het CTG-toestel aan en controleer de werking ervan, classificeer daarna het CTG
- bij STAN: check of er een basislijn is bepaald en of de signaalkwaliteit goed is
Nazorg: idem amniotomie uitgesloten het controleren van de harttonen en contractiliteit gedurende 30’
2
, Vaardigheden risico partus en
postpartum
3. Strippen van de vliezen
= loswoelen van de onderste eipool met als doel het verhogen van de prostaglandineproductie en een
toename in contractiliteit van het myometrium.
Heeft enkel effect bij een rijpe cervix, postmaturiteit en vooral bij multipara. De partus moet hier
noodzakelijk binnen de 24u plaatsvinden. Het breken van de vliezen en voortijdige inefficiënte contracties
kunnen gevolgen zijn van het strippen. De contra-indicaties zijn dezelfde als bij het uitvoeren van een
amniotomie.
4. Episiotomie
= incisie van vagina, perineum en onderliggende spieren om een ruimere baringskanaaluitgang te verkrijgen
4.1 Indeling
- primaire episiotomie: voor de baring wordt besloten een episiotomie te plaatsen om druk op
het foetaal hoofd of grote druk op de bekkenbodem te vermijden
- secundaire episiotomie: de indicatie wordt tijdens de uitdrijving gesteld
4.2 Indicaties
De enige echte indicatie is uitdrijvingsduur verkorten voor kind (foetale nood) of moeder (uitputting of ziekten).
4.3 Gevolgen
- toename van sfincterrupturen -> fecale- en flatulentie incontinentie
- toename van bloedverlies tijdens partus
- toename van perineale pijn (dyspareunie op langere termijn) en infecties postpartum
- verviervoudiging van het risico op beschadiging van de anale sfincter bij mediane episiotomie
4.4 Uitvoering mediolaterale episiotomie
Materiaal: mayoschaar en episiotomieschaar
Voorbereiding:
- vroedvrouw: geen juwelen, korte nagels, warme handen en handhygiëne volgens standaardprocedure
- patiënte: aandacht voor privacy en informeren op verstaanbare manier
Werkwijze:
De episiotomie wordt geplaatst wanneer de schedel op het perineum staat. Te vroeg inknippen geeft
aanleiding tot: meer bloedverlies, groter infectierisico en devitalisatie van de weefsels met moeilijke genezing
tot gevolg.
- wanneer het hoofd bijna staat worden in de weeënpauze linker wijs- en middenvinger tussen
schedel en bekkenbodem geplaatst. De schaar wordt op geleide van de vingers zo diep mogelijk
ingebracht
- begin vanuit het midden van de commissura posterior en knip richting tuber ischiadica. Om een
hoek van 45° postpartum te krijgen moet de episiotomie onder een hoek van +/- 60° geplaatst
worden
- op het hoogtepunt van de contractie, wanneer het perineum uitgerokken en opgespannen is, worden
huid, subcutis en bekkenbodemspieren ingeknipt. Dit gebeurt met de schaar loodrecht op de
weefsels!
- er bestaat geen standaard grootte voor een episiotomie. Gemiddeld +/- 4cm en maximaal 6cm
- hou de vrouw en de foetale schedel onder controle want na de episiotomie kan de schedel snel
geboren worden. Laat de vrouw onmiddellijk stoppen met persen en hou de schedel met 1 hand onder
controle
5. Rupturen
5.1 Vaginarupturen
= microscopisch kleine scheurtjes in de vagina door de rekking tijdens de partus. Hechten is enkel nodig als de
scheur hevig blijft bloeden
5.2 Labiarupturen