Screening is de eerste analyse uitgevoerd op een staal en is een snelle en eenvoudige
techniek die een ja/nee- antwoord biedt op de vraag of een drug of geneesmiddel
waarschijnlijk aan-of afwezig is. De term ‘waarschijnlijk’ is hier belangrijk want er is risico
op een vals positief of vals negatief resultaat. Het is dus belangrijk dat een positief
screeningsresultaat bevestigd wordt met behulp van een confirmatie techniek zoals LC of
GC analyse.
1. Situering
Welke stalen worden nu geanalyseerd? Er zijn verschillende mogelijkheden:
Post-mortem stalen zoals orgaanweefsels van lever en nier maar ook bloed- en
urinestalen
Poeders die men heeft bekomen bij drugsvangsten
Bloedstalen van routinecontroles in het verkeer of door een verkeersongeval
Analyse in medische context: wanneer iemand op de spoed in comateuze toestand
wordt binnengebracht, wilt men graag zo snel mogelijk weten met welke component
de patiënt geïntoxiceerd is.
Hieronder staat een flowschema van wat er gebeurt vooraleer een staal in het labo
terechtkomt. Wanneer men een lichaam aantreft komen de politie en MUG ter plaatse en
zal de onderzoeksrechter een gerechtsdokter aanstellen die in eerste instantie ‘niet-
mutilerende handelingen’ uitvoert op het lichaam, het lichaam blijft dus intact. Hier gaat
het om stalen zoals bloed en urine die dan naar het labo worden gebracht. Bij positieve
resultaten doet men bevestiging met een confirmatietechniek (LC-MS of GC-MS) en worden
de resultaten doorgestuurd naar het parket. Afhankelijk van of er op dat moment uitsluitsel
kan gemaakt worden over de doodsoorzaak kan men eventueel toch nog een autopsie laten
uitvoeren waarbij andere stalen worden bekomen zoals oogvocht en leverweefsel. Die
stalen worden opnieuw in het labo binnengebracht en verder geanalyseerd.
De screening komt vroeg in het bio-analytisch proces. Het is de eerste stap die wordt
uitgevoerd op een staal. Er is wel steeds voorafgaand een (beperkte) staalvoorbereiding,
zoals verdunning of methanolische extractie. De staalvoorbereiding is beperkt omdat men
graag snel een antwoord wil krijgen op de vraag of er al dan niet een bepaald
geneesmiddel aanwezig is in het staal.
1
,2. Aantonen van de aanwezigheid van een drug of
geneesmiddel
Een type van snelle identificatietesten op poeders gebeurt via kleurreacties. Men gebruikt
ampullen met kristallen die veranderen van kleur wanneer ze in contact komen met de
component waarvoor de test gebruikt wordt. De testen zijn eenvoudig, snel en goedkoop en
zijn dus ideaal om snel een idee te hebben over welke stof het gaat. Er zijn wel een aantal
nadelen aan deze testen:
Risico op vals positieve resultaten: soms zijn er legale structuuranalogen van illegale
drugs die zorgen voor een verkleuring. Een voorbeeld hiervan is het antimigraine
middel ergotamine dat structurele gelijkenissen vertoont met LSD.
Risico op vals negatieve resultaten: de kleurreactie kan onstabiel zijn of er kan
maskering van de kleur zijn bij poeders die op zich al een kleur hebben, zoals bij
heroïne.
Niet heel gevoelig: dit is minder belangrijk aangezien we de testen steeds uitvoeren
op poeders waar de te testen component(en) steeds in hoge concentratie aanwezig
is.
Geen kans op aantonen van onzuiverheden: de testen werken enkel op bepaalde
verbindingen of klassen van verbindingen en kunnen dus geen onzuiverheden
aantonen in het poeder. De testen zijn dus niet nuttig als men bv. wilt weten met
welke stof bepaalde drugs versneden zijn.
Er is geen bewijs van identiteit: de testen tonen vaak de aanwezigheid aan van een
klasse van verbindingen en niet van een specifieke drug of geneesmiddel. De
aanwezigheid van soortgelijke verbindingen wordt aangetoond, maar we weten niet
welke stof verantwoordelijk is voor de kleurreactie. Om deze reden is de opvolging
van het positieve resultaat met een confirmatietechniek zeer belangrijk.
3. Criminalistiek
Aantonen van bloedvlekken
Een tweede type testen zien we in het domein van de criminalistiek, waarbij men op
wetenschappelijke manier een misdaad aantoont en oplost. Vaak wordt er gebruik gemaakt
van testen om matrices aan te tonen op plaatsen van delict. Een voorbeeld van zo’n test is
de benzidinetest, een zeer gevoelige test voor het opsporen van bloedvlekken die niet meer
gebruikt wordt door het carcinogene karakter van benzidine. Voor de test wordt een
bloedvlek (dit kan een kleine of oude bloedvlek zijn aangezien de test zere gevoelig is) op
een filterpapiertje gebracht, waarna benzidine wordt toegevoegd. H 2O2 wordt hierna
toegevoegd, waardoor benzidine geoxideerd wordt en bijgevolg blauw kleurt. De reactie
kan doorgaan door de aanwezigheid van het enzym peroxidase in het bloed, dat H 2O2
omzet tot zuurstofperoxide, O 22-. Dit zuurstofperoxide oxideert het benzidine, dat blauw
kleurt. Belangrijk bij de test is dat eerst benzidine wordt toegevoegd en achteraf pas
waterstofperoxide. Benzidine zal pas oxideren als de zuurstofperoxide gevormd wordt.
Wanneer men een vlek test die bleekwater zou bevatten, ziet men zonder
waterstofperoxide reeds blauwverkleuring door de oxidatieve werking van bleekwater.
2
, Andere testen gebruikt om bloedvlekken aan te tonen omvatten:
De fenolftaleïnetest: deze test werkt volgens hetzelfde principe als de benzidinetest
en werkt dus ook met oxidatie door de zuurstofperoxideradicalen gevormd door het
peroxidase. De oxidatie van fenolftaleïne zorgt voor een paars product.
Leucomalacietgroen is een stof die bloedcellen groen kleurt. De test levert dus
groene vlekken op in aanwezigheid van bloed.
Luminol werkt via het principe van chemoluminescentie en stuurt na reactie met
bloed blauw licht uit.
De fluoresceïnetest omvat de vorming van een fluorescente molecule die, bij
activatie door een UV-lamp, geel licht uitschijnt.
Eenmaal het bloed is aangetoond, moet men natuurlijk controleren of het bloed dierlijk of
menselijk is. Wanneer men iemand tegenhoudt met een bloedvlek op de auto kan de
persoon beweren dat hij of zij een kat heeft aangereden. Om de herkomst van het bloed te
bepalen gebruikt men de precipitinetest: de test gebruikt antilichamen die ofwel specifiek
gericht zijn op componenten in humaan bloed ofwel specifiek gericht zijn op componenten
in kattenbloed. Wanneer het antilichaam deze componenten herkent, zal er complexatie
optreden met neerslag tot gevolg. Wanneer men heeft kunnen uitmaken dat het bloed
menselijk is, kan men een DNA-test doen om te kijken van wie het bloed afkomstig is. Dit
behoort niet meer tot het deel screening.
Aantonen van sperma
Een andere matrix die we kunnen terugvinden op een plaats delict is sperma. Deze matrix
licht op bij beschijnen met een UV-lamp. Andere matrices kunnen ook oplichten wanneer
men deze beschijnt met UV waardoor deze test eigenlijk niet bruikbaar is om sperma op te
sporen. Een goede en gevoelige test is de zure fosfatase test die (net zoals de benzidine
test) de eigenschappen van de matrix gebruikt. Sperma heeft een zure fosfatase activiteit.
In de teststrip zit zuur gebufferd naftylfosfaat dat door het zure fosfatase omgezet wordt tot
een paars product. Die zure buffer is belangrijk aangezien het zure fosfatase enkel actief is
in zuur milieu. Microscopie is een andere mogelijke test die eigenlijk niet echt bruikbaar is:
hierbij kijkt men of men de vorm van de spermacellen terugvindt, wat niet meer mogelijk is
na lyse van de cellen. Wanneer de cellen wel nog intact zijn, kan men een DNA-test doen
om uit te maken over wie het gaat.
Aantonen van andere matrices
Andere matrices staan hieronder opgesomd. Men bepaalt steeds specifieke componenten
voor de matrix.
Speeksel α-amylase activiteit. Er is ook een DNA-test mogelijk.
Haar microscopie voor de bepaling van de dikte, kleur en andere zaken. DNA-tests
zijn mogelijk als de haarwortel aanwezig is.
Urine bepaling van bijvoorbeeld urinezuur of creatinine.
3