• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 60 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Vennootschappen, Verenigingen & Stichtingen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 60 pagina's

Geslaagd eerste zit met 16/20! Volledige samenvatting van het vak 'Vennootschappen, Verenigingen en Stichtingen'. De besproken theorie + alle artikels staan erin vermeld.

Voorbeeld van de inhoud

DEEL 1: VENNOOTSCHAP, VERENIGING EN ANDERE
RECHTSFIGUREN
HET BEGRIP VENNOOTSCHAP – ONDERSCHEID MET ANDERE RECHTSFIGUREN

BEGRIP VENNOOTSCHAP

Vennootschap = de rechtsfiguur die ontstaat door de RH van één of meer personen (vennoten) die een inbreng doen
(art. 1:1 WVV).

Constitutieve kenmerken definitie:

1. De vennootschap ontstaan uit een RH van één of meer personen
o 1 persoon: NV en BV
o 2 of meer personen: alle andere vennootschappen (3 CV en min. 3 vzw)
2. De vennoten brengen iets in gemeenschap en onderwerpen het aan het vennootschapsrisico (= inbreng)
o Alle wat economisch waardeerbaar is kan (in natura)
o Bijz. regels van inbreng bij BV, NV en CV: want privévermogen van aandeelhouders is afgeschermd
van de vennootschapsschulden
3. Het voorwerp = één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten
o Voorwerp ≠ ‘winstverdelingsdoel’
o Voorwerp = voorgenomen activiteit
o Winstverdelingsdoel = het einddoel (finaliteit van de venn.)  vereniging
4. Als één van haar doelen heeft de vennootschap het uitkeren of bezorgen van een rechtstreeks of
onrechtstreeks vermogensvoordeel aan de vennoten
o Minstens nastreven
5. De vennootschap heeft een gemeenschappelijk belang
o Sinds WVV betwisting, maar de opinie van het vereiste is te verkiezen
o Wilt zeggen dat de vennoten elkaar gelijk moeten behandelen
o Veronderstelt ook inmengings- en controlerecht tov elkaar

Verbod op leeuwenbeding! (art. 4:2, 5:14, 6:15 en 7:16 WVV)

Grondslag van de vennootschap: rechtshandeling  voor veel vragen kan er worden gesteund op gemene recht!

ONDERSCHEID MET VERWANTE RECHTSFIGUREN


VERENIGING
Art. 1:2 WVV

Onderscheidend criterium: winstverdelingsdoel
o Uitkeringsverbod (mag geen winstverdelingsdoel hebben)
o Rechtstreekse uitkeringen, maar ook onrechtstreekse uitkeringen
o Uitzondering!: uitkeringen in het teken van het belangeloos doel van de vzw

Types van verenigingen: art. 1:6 WVV




1

,ONDERNEMING
Art. I.1, 1° WER
Alle vennootschappen zijn noodzakelijk ondernemingen!


STICHTING
Art. 1:3 WVV


RECHTSPERSOON
De vennootschap kan een RP zijn, maar hoeft dat niet te zijn (bv. maatschap), er zijn ook RPen die geen vennootschap
zijn (bv. vzw)


MEDE-EIGENDOM
ME en vennootschap kennen verwantschap: meerdere partijen oefenen tav dezelfde goederen of het geheel van
goederen rechten uit.

Onderscheidend criterium: het doel
o Indien de partijen niet enkel de bedoeling hebben om op passieve wijze de goederen te bewaren of te
behouden, maar zij die voor vermogensdoeleinden wensen in te zetten, dan spreekt met over een
vennootschap
o Zie vb. 3 kinderen erven frituur
o Feitenkwestie, kijken naar gezamenlijk doel


WINSTDEELNEMENDE EN ANDERE OVEREENKOMSTEN
Lijdt op zichzelf niet tot de kwalificatie van vennootschap, maar indien die SE controlerecht gaat hebben op de
bedrijvigheid van de SA en evt. ook deelt in het verlies, dan zijn er bijkomende kenmerken die wijzen op de kwalificatie
van vennootschap
o Feitenkwestie, kijken naar gezamenlijk doel

RECHTSPERSOONLIJKHEID

= juridische entiteit waarvan het vermogen, dat is gekoppeld aan een duurzaam en nagestreefd afgescheiden belang
dat bescherming behoeft, geheel of gedeeltelijk is afgezonderd van andere vermogens ten behoeve van de SE’s en/of
de inbrengers van dat vermogen. (definitie W. Van Gerven)
Bestaat maar naarmate die is toegekend door de wetgever (niet contractueel)

Rechtsgevolgen van de rechtspersoonlijkheid:
 Bestaan van een afgescheiden vermogen te onderscheiden van de vermogens van vennoten of
aandeelhouders en ook van het vermogen van andere rechtspersonen die in dezelfde groep zouden zitten
 Faillissement is sinds de hervorming van het ondernemingsrecht niet meer voorbehouden aan de
rechtspersoon, het is de onderneming die failliet gaat, ≠ kenmerk meer van de RP
 Rechtspersonen hebben eigen rechten en plichten, te onderscheiden van de rechten en plichten van de
vennoten
 Rechtspersoon is per definitie rechtsbekwaam (loopt gelijk met die van NP)
 Rechtspersoon is in beginsel volledig handelingsbekwaam (organen en lasthebbers doen geen afbreuk aan)
 Rechtspersonen kunnen strafrechtelijk worden veroordeeld voor eigen misdrijven


2

,BRONNEN VAN HET VENNOOTSCHAPSRECHT

INTERNATIONALE BRONNEN

 Europees vennootschapsrecht: primaire + secundaire bronnen
o Primaire:
i. Vrijheid van vestiging
ii. Vrij verkeer van kapitaal (cf. gouden aandelen)
o Secundaire:
i. Vnl. de richtlijnen (harmonisatie)

NATIONALE BRONNEN

 WVV
 Gemeen verbintenissen- en overeenkomstenrecht (aanvullend)  cf. venn. is een RH
 Paralegale normen
o Voor bepaalde beroepsgroepen
o Gaat over soft law
o Voorbeeld: corporate governance code in het raam van behoorlijk bestuur
 Nuance voor beursgenoteerde vennootschap: comply or explain
 Vennootschapsinterne bron: statuten en intern reglement
o Statuten = spelregels van de venn. (de door WVV voorgeschreven inhoud + al hetgeen de oprichter en
later de aandeelhouders daaraan wensen toe te voegen)
o Intern reglement = niet-publiek document met verdere afspraken over de governance van de venn.

CLASSIFICATIES

PERSONENVENNOOTSCHAP EN EIGENVERMOGENVENNOOTSCHAP

Personenvennootschap = vennootschap waarin de persoon van de vennoten wezenlijk is, zowel voor ontstaan als voor
voortbestaan. (maatschap, VOF, CommV)

Eigenvermogenvennootschap = vennootschap waarin de identiteit van de aandeelhouders in principe irrelevant is, ze
zijn gericht op vermogensopbouw. (NV, BV, CV)


BELANG VAN HET ONDERSCHEID
 Aandelenoverdracht
o PV: in principe niet overdraagbaar (ze zijn besloten), tenzij met toestemming vennoten
o EV: vrij overdraagbaar
 Bij BV’s enkel indien besloten karakter wordt uitgesloten!
 In CV geldt niet vrije overdraagbaarheid (niet aan derden)
 Wegvallen van een vennoot
o PV: leidt tot ontbinding (cf. intuitu personae), maar is van aanvullend recht!
o EV: beïnvloedt vennootschap niet
 Besluitvorming
o PV: eenparigheid
o EV: meerderheid
 Bestuur en vertegenwoordiging
o PV: moet niet worden georganiseerd, bij gebreke aan organisatie nemen vennoten het bestuur waar
o EV: georganiseerd bestuur


3

,  Dus in NV, BV, CV verplicht een algemene vergadering en een bestuursorgaan
 Gehoudenheid
o PV: onbeperkt (ook met privévermogen), tenzij stille vennoten in CV en stille vennoten in maatschap
o EV: beperkt tot de inbreng
 Belangrijke uitzondering: oprichtersaansprakelijkheid
 Concurrentieverbod
o PV: voor vennoten tav vennootschap
o EV: niet voor vennoten tav vennootschap (maar vaak niet-concurrentiebeding)
 Vermogensvorming en -behoud
o PV: geen wettelijke regeling
o EV: wel een wettelijke regeling (want SE heeft enkel het ingebrachte vermogen als onderpand en dus
moet het iets voorstellen en in stand worden gehouden)

VENNOOTSCHAP MET EN ZONDER RECHTSPERSOONLIJKHEID

Zonder RPheid: maatschap
Met RPheid: alle andere vennootschappen
 Volkomen RP: volledige scheiding tussen schulden van de vennootschap voor het privévermogen (NV, BV, CV)
 Onvolkomen RP: bestaan uit voordeel van de SE en waarbij er een afscheiding van het vermogen is, maar dat
ook de privévermogens blootstaan aan de schulden van de vennootschap (beperkte afscheiding)

VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE EN ONBEPERKTE GEHOUDENHEID VAN DE VENNOTEN OF
AANDEELHOUDERS

Beperkte gehoudenheid = volkomen rechtspersonen (BV, NV, CV)
 Maar doorbraak van de beperkte gehoudenheid mogelijk:
o Contractuele doorbraak
o Gerechtelijke doorbraak
o Wettelijke doorbraak (cf. oprichtersaansprakelijkheid)

Onbeperkte gehoudenheid = VOF, CommV, vennootschap zonder RPheid (maatschap)
 Privévermogen van de vennoten staat ook ter beschikking voor de SE van de vennootschap
 In de maatschap is er geen voorrecht van uitwinning, in de VOF wel!

GENOTEERDE EN NIET-GENOTEERDE VENNOOTSCHAPPEN

Genoteerde = vennootschappen waarvan de aandelen (effecten) geheel of gedeeltelijk op de beurs genoteerd zijn.
 Enkel NV, BV en Europese venn. kunnen genoteerd zijn, de rest zijn privaat
Niet genoteerde = voor deze vennootschappen gelden deze regels niet.

TYPOLOGIE

DE MAATSCHAP (ART. 4:1 WVV)

= overeenkomst waarbij 2 of meer personen zich verbinden om hun inbrengen in gemeenschap te brengen, met als
doel om aan haar vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen.
 Pluraliteitsvoorwaarde
 Consensueel (geen geschrift nodig, kan dus mondeling)
 Personenvennootschap
 Geen RPheid (art. 1:5, §1 WVV  Boek 2 is nvt.)


4

,  Vermogen
o Door de maten in gemeenschap gebrachte goederen
o Verhaalsobject voor de schulden van de maatschap, samen met de vermogens maten
 Maatschapsgoederen zijn de collectieve eigendom van de maten  kan niet in beslag worden genomen door
een privéSE van een maat
 Gehoudenheid van de maten is persoonlijk en onbeperkt  geen voorrecht van uitwinning
o Een SE spreekt een maat aan en de maat moet dan onmiddellijk betalen, ookal geeft de maatschap
nog niet voldaan
o Hoofdelijk gehouden: art. 4:11 WVV
 Bestuur en vertegenwoordiging
o Bestuur door vennoten (art. 4:10 WVV), komt aan iedere vennoot afzonderlijk toe, tenzij andere
regeling
o Eenparigheid van stemmen (art. 4:12 WVV), maar er komt aan iedere vennoot afzonderlijk bestuur
toe dus vermoeden dat alleenstaande vennoot optreedt krachtens eenparig besluit
o Bestuur door één of meer zaakvoerders (al dan niet vennoten):
 Benoeming in de statuten is van groot belang voor de stabiliteit van het bestuur (art. 4:9
WVV)  statutaire zaakvoeder is pas afzetbaar met eenparigheid of wettige redenen
 Bevoegdheid zaakvoerder: alle handelingen die kaderen in de verwezenlijking van het
voorwerp van de vennootschap (incl. daden van beschikking)
 Ingeval meerdere zaakvoerders, zijn ze elk afzonderlijk bestuursbevoegd (art. 4:8 WVV)
o Procederen van en tegen de maatschap: art. 703, §2 Ger.W.
 Overdracht van aandelen is onoverdraagbaar (cf. intuitu personae, personenvennootschap), tenzij
toestemming van alle medevennoten
 Uitsluiting: indien het statutair is bepaald (art. 4:20 WVV)
 Onbepaalde of bepaalde duur (art. 4:3 WVV)
 Openlijk of stil
o Stille maatschap = wanneer wordt overeengekomen dat ze bestuurd wordt door één of meer
zaakvoerders (al dan niet vennoten) die handelen in hun eigen naam, terwijl één of meer stille
vennoten op de achtergrond blijven.
(maatschap is aan derden niet bekend (geen transparantieverplichting)  CommV: statuten waarin
de stille vennoten staan vermeld)
 Stille vennoten zijn in beginsel maar gehouden ten belope van hun inbreng (art. 4:14 WVV)
 Veronderstelt consequente verhouding: stille vennoten moeten zich dan ook niet moeien in
het rechtsverkeer  riskeert dan persoonlijk, onbeperkt en hoofdelijke aansprakelijkheid
≠ tussenkomen in het inwendige bestuur
 Gewild of ongewild
o Gewild: door maatschapsovereenkomst en die niet neer te leggen
o Ongewild: wanneer je openlijk en duurzaam samen onderneemt en die samenwerking beantwoord
aan alle constitutieve elementen van de vennootschap (cf. geen geschrift nodig).

DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA (VOF) ( ART. 4:22 WVV)

= maatschap waarvan de vennoten overeenkomen dat zij RPheid zal genieten en waarvan alle vennoten onbeperkt en
hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap  privévermogen is dus aanspreekbaar.
 Schriftelijke oprichting (art. 2:5 en 2:8 WVV)  weinig opbouw vermogen, geen notaris tussenkomst…
 RPheid (art. 1:5, §2 WVV)
 Afzonderlijk vermogen
 maatschap waarvan de in de gemeenschap gebrachte goederen collectieve eigendom zijn
o Hier zijn die eigendom van de VOF


5

, o Is preferentieel verhaalsvermogen van de SE’s, maar indien ontoereikend kunnen de SE’s van de VOF
zich ook wenden tot de privévermogens van de vennoten van de VOF (cf. voorrecht van uitwinning)
 Persoonlijke, hoofdelijke en onbeperkte gehoudenheid van vennoten in subsidiaire orde
o Er geldt een voorrecht van uitwinning (art. 4:26 WVV)
 Bestuur en vertegenwoordiging: organiek (infra)
 Faillissement van de VOF en de vennoten
o Faillissement van de VOF impliceert dat de vennoten persoonlijk aan het faillissement voldoen
(impliceert niet noodzakelijk dat de VOF failliet gaat)

DE COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP (C ommV) (ART. 4:22 WVV)

= de maatschap waarvan de vennoten overeenkomen dat zij RPheid zal genieten en die wordt aangegaan door één of
meer vennoten die onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap
(gecommanditeerde vennoten) en nog één of meer vennoten die zich beperken tot een inbreng in geld of in natura die
niet deelnemen aan het bestuur (commanditaire of stille vennoten).
 Schriftelijke oprichting (art. 2:5 en 2:8 WVV)
 RPheid (art. 1:5, §2 WVV)  maatschap
 Voorrecht van uitwinning voor de beherende vennoten (art. 4:26 WVV)
 Beherende, werkende of gecommanditeerde vennoten
o Persoonlijk, hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor schulden van de venn.
o Faillissement van de CommV impliceert dat vennoten persoonlijk aan faillissement voldoen
 Stille of commanditaire vennoten
o Treden enkel op als geldschieter en zijn enkel gehouden ten belope van hun inbreng  VOF (art.
4:24 WVV)
o Bestaan van stille vennoten is bij een CommV gekend, want oprichtingsakte wordt neergelegd op de
griffie ( maatschap)
o Kan niet failliet verklaard worden (want is geen ondernemer)
 Bestuur en vertegenwoordiging: in die handen van de beherende vennoten, de stille vennoten mogen niet in
het rechtsverkeer optreden (art. 4:25, §1 WVV)
o Want hun gehoudenheid is beperkt tot de inbreng  anders art. 4:25, §2, lid 1 en lid 2 WVV

DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP (BV)

= opvolger van BVBA. Bedoeling is om van de BV de standaardvorm te maken voor startende ondernemers en de NV
voorbehouden voor de grootste kapitaalintensieve ondernemingen.
 Geen pluraliteitsvoorwaarde
 Volkomen RPheid
o Aandeelhouders maar gehouden tbv hun inbreng (art. 5:1 WVV)
o BV is kapitaalloos
 Oprichting bij authentieke akte (art. 2:5, §1, lid 2 WVV)
 Bestuur en vertegenwoordiging
o Georganiseerd bestuur ( personenvennootschap), door de bestuurders zelf waargenomen (art.
5:70, §1 WVV)
o Benoeming van de bestuurder in de statuten is van groot belang voor de stabiliteit van de BV
 Statutaire bestuurder is afzetbaar met statutenwijziging (bij.meerd. van ¾) (art. 5:70,
§3 WVV)  maar wettige reden (lid 4)
o Indien er meerdere bestuurders zijn, zijn ze individueel bevoegd om de vennootschap te besturen en
te vertegenwoordigen ( collegiale vertegenwoordiging in NV)
o Prokuraregime is van toepassing (infra)


6

,  Overdracht van aandelen (art. 5:63, §1 WVV)
o Uitgangspunt: beperkte overdraagbaarheid van aandelen (lid 1)
o Uitzondering: lid 2
o De beperkte overdraagbaarheid van aandelen is van aanvullend recht
o Statutaire en contractuele afwijking in het standaardmodel
 Maar gewone ovk kunnen de wettelijke of statutaire voorwaarden voor de overdracht van
aandelen niet versoepelen (art. 5:67 WVV)
o Sanctie: niet tegenwerpelijkheid (art. 5:63, §2 WVV)
 Toetreding, uittreding en uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen
o Toetreding = inbreng doen
 Steeds statutenwijziging vereist ( CV)
 Bestuursverslag vereist ( CV)
o Uittreding = aandelen worden teruggegeven aan de vennootschap
 Uittredingsmogelijkheid kan statutair worden opgenomen ( CV van dwingend recht)
(art. 5:154 WVV)
 Dwingende regel: uittreding kan pas vanaf derde boekjaar (art. 5.154, §1, lid 2, 1°)
 Verplichting om de statuten actueel te houden met inachtname van de uittreding via
authentieke akte (art. 5:154, §3 WVV) ( CV)
o Uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen
= Wanneer je dat wenst en de statuten het toestaan, kan je je aandelen teruggeven aan de
vennootschap en zal de vennootschap je uitbetalen (art. 5:155 WVV)

DE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP (CV) ( ART. 6:1 WVV)

= de vennootschap die als voornaamste doel om aan de behoeften van haar aandeelhouders, dan wel derde
belanghebbende partijen te voldoen en/of hun economische en sociale activiteiten te ontwikkelen, o.m. door met hen
overeenkomsten te sluiten over de levering van goederen, de verrichting van diensten of de uitvoering van werken in
het kader van de activiteit die de CV uitoefent of laat uitoefenen. (vb: Acco)
Coöperatief gedachtegoed = vrijwillig en open lidmaatschap, democratische controle door de leden, economische
participatie door de leden, autonomie en onafhankelijkheid, onderwijs, vorming en informatieverstrekking, aandacht
voor de gemeenschap

 Volkomen RP: privévermogen van aandeelhouders is afgeschermd voor de schulden van de vennootschap (art.
6:2 WVV)
 Bijzondere pluraliteitsvoorwaarde: minstens 3 oprichters (art. 6:3 WVV)
 Authentieke oprichting (art. 2:5, §1 lid 2 WVV)
 Kapitaalloos (art. 6:4-5 WVV)  heeft te maken met de volkomen RP (infra)
 Overdracht van aandelen
o Vrij overdraagbaar tussen aandeelhouders, tenzij statuten anders bepalen (art. 6:52 WVV)
o Aan derden slechts overdraagbaar indien de aandelen behoren tot de door de statuten bepaalde
categorieën en voldoen aan de statutaire vereisten om aandeelhouders te worden (art. 6:54 WVV)
 Toetreding, uittreding en uitsluiting
o Toetreding:
 Derden zonder statutenwijziging (art. 6:106 WVV)  BV
 Derden kunnen geen rechten uit de statuten verkrijgen, bevatten geen beding tbv een derde
o Uittreding:
 De aandeelhouders hebben het recht uit de CV te treden ten laste van haar vermogen, dat
recht kan door de statuten niet worden uitgesloten (art. 6:120, §1 WVV)
 Voorwaarden dezelfde als bij de BV


7

,  Sanctie: wanneer een aandeelhouders uittreedt kan een belanghebbende naar de rechter
gaan om de ontbinding te vorderen
o Uitsluiting: art. 6:123 WVV

DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP (ART. 7:1 WVV)

= de vennootschap met een kapitaal en waarin de aandeelhouders slechts hun inbreng verbinden.
 Kapitaalintensieve vennootschap: niet intuitu personae, maar wel intuitu pecuniae
o Het intuitu personae-karakter kan wel contractueel worden ingebouwd door gebruik te maken van
onvervreemdbaarheidsclausules, voorkooprechten, goedkeuringsrechten,… (art. 7:78 WVV)
 Aan elk aandeel is één stem verbonden (AR), dus stemming per aandeel niet per hoofd (ook zo bij CV en BV)
 Besluiten van de meerderheid, binden de minderheid
 NV kan op beurs noteren, maar een NV bestaat niet alleen voor de grote beursgenoteerde ondernemingen
 Bedoeling wetgever: van BV standaardvorm maken zodat de NV voorbehouden zou blijven voor de grootste
kapitaalintensieve ondernemingen
 Authentieke oprichting: art. 2:5, §1, lid 2 WVV
 Volkomen RPheid
o Gehoudenheid aandeelhouders is beperkt tot hun inbreng
o Voor de NV geldt een kapitaalplicht: er moet een kapitaal worden gevormd en er ten belope van dat
kapitaal vermogen in de vennootschap aanwezig moet blijven gedurende het bestaan van de
vennootschap (ratio: SE’s kunnen zich alleen verhalen op de inbrengen)
o Minimumkapitaal: €61.500 en moet volledig en onvoorwaardelijk geplaatst zijn (art. 7:2 en 7:4 WVV)
 Bedraagt een kapitaal meer dan het wettelijk minimum, dan moet op ieder aandeel dat
overeenstemt met een inbreng in geld en op ieder aandeel dat geheel of gedeeltelijk
overeenstemt met een inbreng in natura, minstens ¼ worden gestort
 Bv. kapitaal €100.000  dan moet minstens €71.125 worden gestort
€100.000 - €.61.500 = €38.500  €38.500 : 4 = €9625
€61.500 + €9625 = €71.125
 Bv. kapitaal van €150.000 – €61.500 = 88.500
Van 88.500 moet je ¼ van nemen = €22.125
Dus je moet storten €61.500 + €22.125 = €83.625
En voor het restant volstaat de volstortingsvordering
 Orgaanplicht
o Algemene vergadering
o Bestuur
 Bestuur: 3 mogelijke modellen
o Monistisch model met collegiaal bestuur (art. 7:85 ev WVV)  als NV niet voor ander model kiest
o NV met enige bestuurder (art. 7:101 ev WVV)
o Duaal bestuursmodel (art. 7:104 WVV) (raad van toezicht en directieraad)
o In alle drie is een dagelijks bestuurder mogelijk (art. 7:121 WVV)
 Overdracht van aandelen: vrije overdracht (art. 7:78)
 NV kan beursgenoteerd zijn: dan spreken we over een ‘genoteerde vennootschap’, en is aan meer regulering
onderworpen dan een vennootschap die het niet is en dus spreken we over een ‘vennootschapsrecht met
twee snelheden’

HET EUROPEES ECONOMISCH SAMENWERKINGSVERBAND (EESV)
DE EUROPESE VENNOOTSCHAP (SE)
DE EUROPESE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP (SCE)



8

Inhoudsopgave

  1. 01 het begrip vennootschap – onderscheid met andere rechtsfiguren 1
    1. begrip vennootschap 1
    2. onderscheid met verwante rechtsfiguren 1
  2. 02 rechtspersoonlijkheid 2
  3. 03 bronnen van het vennootschapsrecht 3
    1. internationale bronnen 3
    2. nationale bronnen 3
  4. 04 classificaties 3
    1. personenvennootschap en eigenvermogenvennootschap 3
    2. vennootschap met en zonder rechtspersoonlijkheid 4
    3. vennootschap met beperkte en onbeperkte gehoudenheid van de vennoten of aandeelhouders 4
    4. genoteerde en niet-genoteerde vennootschappen 4
  5. 05 typologie 4
    1. de maatschap (art. 4:1 WVV) 4
    2. de vennootschap onder firma (Vof) (art. 4:22 WVV) 5
    3. de commanditaire vennootschap (commv) (art. 4:22 WVV) 6
    4. de besloten vennootschap (bv) 6
    5. de coöperatieve vennootschap (cv) (art. 6:1 WVV) 7
    6. de naamloze vennootschap (art. 7:1 WVV) 8
    7. het europees economisch samenwerkingsverband (EEsv) 8
    8. De europese vennootschap (se) 8
    9. de europese coöperatieve vennootschap (sce) 8
  6. 06 keuzevrijheid, typedwang en omvorming 9
    1. keuzevrijheid 9
    2. gesloten systeem – typedwang 9
    3. omzetting 9
  7. 07 geldigheidsvoorwaarden 9
    1. pluraliteitsvereiste 9
    2. de toestemming tot de vennootschap en de wilsgebreken 9
    3. de bekwaamheid 10
    4. voorwerp en oorzaak 10
    5. de inbrengen 10
    6. winstverdelingsdoel, winstverdeling en verbod op leeuwenbeding 11
  8. 08 vormvereisten 11
    1. vennootschap zonder RPheid (maatschap) 11
    2. vennootschap met rpheid 11
  9. 09 sanctieregeling 12
    1. de nietigheid als sanctie voor de ongeldige oprichting van vennootschappen 12
    2. regularisatie van de nietigheid is mogelijk voor de ongeldige vennootschap met rpheid 12
    3. gevolgen van de nietigverklaring 13
  10. 10 verkrijging van rechtspersoonlijkheid 13
  11. 11 preconstitutief handelen: de vennootschap in oprichting 13
    1. vennootschap zonder rpheid: maatschap 13
    2. vennootschappen met rpheid (art. 2:2 WVV) 13
  12. 12 naam van de vennootschap 13
    1. de verplichting tot het dragen van een vennootschapsnaam: art. 2:3 WVV 13
    2. regel: de keuze van de vennootschapsnaam is vrij 14
    3. uitzondering: op de vrije keuze van de vennootschapsnaam 14
  13. 13 zetel van de vennootschap 14
    1. belang van de zetel 14
    2. statutaire en werkelijke zetel 14
    3. zetelverplaatsing 14
  14. 14 nationaliteit van de vennootschap 15
  15. 15 begripsafbakening & juridische kwalificatie van bestuur & vertegenwoordiging 15
    1. begrippen bestuur en vertegenwoordiging: intern vs. extern bestuur 15
    2. juridische kwalificatie van bestuur en vertegenwoordiging 15
    3. de relevantie van onderscheid personen – eigenvermogen- vennootschappen inzake bestuur en vertegenwoordiging 16
  16. 16 bestuur en vertegenwoordiging in de personenvennootschap 16
    1. de interne organisatie van het bestuur en bestuursbevoegdheid 16
    2. Extern optreden van de vennootschap: vertegenwoordiging 17
  17. 17 bestuur en vertegenwoordiging in de EigenVermogenvennootschap 18
    1. interne organisatie van het bestuur 18
    2. bevoegdheden van het bestuursorgaan en mogelijkheid tot delegatie van bevoegdheden 20
    3. regels over de besluitvorming in de eigenvermogenvennootschap 21
    4. vertegenwoordiging van de EVvennootschap: prokuraregime 23
    5. bestuurdersaansprakelijkheid 23
  18. 18 de bestuurder-RP en de vereiste om een vaste vertegenwoordiger te benoemen 26
  19. 19 besluitvorming door de vennoten in personenvennootschappen 26
  20. 20 besluitvorming door de aandeelhouders in evvennootschappen: de av 26
    1. definitie van de algemene vergadering – absenteïsme en activisme 26
    2. bevoegdheden van de algemene vergadering 26
    3. deelname- en stemgerechtigden op de av 27
    4. voorbereiding van de av 28
    5. vergaderingsregels 28
    6. schriftelijke av, stemming per brief en elektronische deelname op afstand 29
    7. aspecten van de uitoefening van het stemrecht 29
    8. besluiten van de av, aard en nietigheid 29
  21. 21 definitie, kenmerken en indelingen van aandelen 30
    1. kenmerken van aandelen 30
    2. onderverdeling van aandelen 31
  22. 22 overdracht van aandelen op naam 32
    1. overdracht van aandelen in de personenvennootschappen 32
    2. Overdracht van aandelen in de EVvennootschappen 32
  23. 23 certificering 34
  24. 24 de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen (transparantiewet) 34
  25. 25 openbaar overnamebod 34
  26. 26 begrip en functie van kapitaal en vermogen 35
    1. begripsafbakening 35
    2. functie van kapitaal en vermogen 35
  27. 27 vorming en verhoging van het kapitaal en het vermogen via inbrengen 36
    1. omvang van het kapitaal en het vermogen 36
    2. wijze van kapitaal- en vermogensvorming via inbrengen en controle daarop 36
    3. bevoegd orgaan voor kapitaal- en vermogensvorming 37
    4. de inschrijving en plaatsing van aandelen – voorwaarden 38
    5. publiciteitsvereisten over kapitaal- en vermogensvorming via inbrengen 39
    6. sanctie voor gebrekkige kapitaal- of vermogensvorming 39
    7. voorkeurrecht 39
  28. 28 behoud van kapitaal en vermogen 40
    1. bestemming van de winst en beperkingen op de winstuitkering 40
    2. de verkrijging door de vennootschap van eigen effecten 42
    3. financiering van verwerving van effecten van de vennootschap door derden 43
    4. Kapitaalvermindering in de NV 44
    5. alarmbelprocedure 45
  29. 29 rechtsnormoverschrijdende normering 46
    1. grootte van vennootschappen en groepen 46
    2. vennootschapsgroepen 46
  30. 30 consolidatie 47
    1. toepassingsgebied 47
    2. de geconsolideerde jaarrekening 48
    3. Het jaarverslag bij de geconsolideerde jaarrekening 48
    4. mededeling, controle en openbaarmakingsverplichtingen van geconsolideerde jaarrekening 48
    5. consolidatiemethoden 48
    6. invloed van ias/ifrs 48
  31. 31 de jaarrekening 48
    1. toepassingsgebied 49
    2. componenten en beginselen van en inzake de jaarrekening 49
    3. redactie en goedkeuring van de jaarrekening 49
    4. neerlegging, openbaarmaking en sancties 49
  32. 32 het jaarverslag 49
    1. vorm en inhoud 49
    2. behoorlijk (deugdelijk) bestuur (art. 3:6, §2-3 WVV): meer omstandige informatie in het jaarverslag en opname van een remuneratieverslag 50
    3. terbeschikkingstelling van de aandeelhouders en behandeling op de av 50
  33. 33 controle 50
    1. verplichting tot benoeming van een commissaris (bedrijfsrevisor in de ondernemingsraad) 50
    2. taak van de commissaris 50
    3. statuut van de commissaris 50
  34. 34 conflicten oplosbaar in de schoot van de vennootschap 52
  35. 35 conflicten in de vennootschap, oplosbaar door een beroep op de rechter 52
    1. procedures in kortgeding met een impact op het bestuur van de vennootschap 52
    2. de geschillenregeling 52
  36. 36 de gedwongen verkoop van effecten – de uitkoopregeling 53
  37. 37 ontbinding 54
    1. de vrijwillige ontbinding 54
    2. de ontbinding van rechtswege 54
    3. de gerechtelijke ontbinding 55
  38. 38 vereffening 55
    1. vereffing van de vennootschap met rechtspersoonlijkheid 55
    2. de vereffenaar 56
    3. sluiting van de vereffening 57
  39. 39 ontbinding en vereffening in één akte (turboprocedure) 58
  40. 40 de fusie 58
    1. de nationale fusie 58
    2. grensoverschrijdende fusie 59
  41. 41 splitsing 59
    1. de nationale splitsing 59
    2. grensoverschrijdende splitsing 60
  42. 42 inbreng en overdracht van een algemeenheid of van een bedrijfstak 60
    1. inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak 60
    2. overdracht van een algemeenheid of van een bedrijfstak 60

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
15 december 2025
Bestand laatst geupdate op
19 januari 2026
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,95

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
44
Volgers
0
Items
7
Laatst verkocht
1 maand geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen