corpusculum renale
glomerulaire capillairen
gevensterd
kapsel v Bowman
pariëtale laag: 1 laag afgevlakte epitheelcellen op een externe basale membraan, gaat thv de tubulaire
pool over in kubisch epitheel → thv vaatpool visceraal
ruimte v Bowman: ultrafiltraat dr capillaire wand en viscerale laag → continu met lumen tubulus
viscerale laag: rond glomerulaire cappilairen, gespecialiseerde epitheelcellen, nl podocyten met
uitlopers, pedikels die veel van de capillaire oppervlakte bedekken en in contact staan met de basale
membraan.
De glomerulaire filter bestaat dus uit gevensterd capillair epitheel (geen membraan, negatief geladen
lumineel opp) → basale membraan (= fusie, blokkeert zowel grote eiwitten als org anionen)→
filtratiespleten tss de pedikels (blokkeert kleine eiwitten, uit nefrine)
Urinair 1
, mesangiale cellen
//pericyten, iets donkerder dan podocyten
→ steun, contracties, fagocytose, secretie cytokines
proximale tubulus
grote, kubische cellen met sterk eosinofiel (R > talrijke mitochondriën) cytoplasme en centrale ncl
(typisch 3-5 per sectie)
brush border dat uitpuilt (indruk van gevuld lumen), vesikels basis microvilli
peritubulaire capillairen
sterk in elkaar geplooide laterale wanden
basale membraaninstulpingen
eosinofiele wand, ruimte tss de kernen, gevuld/bedrukt lumeen
lis van Henle
afdalend deel:
dik deel: 1-lagig kubisch epitheel
dun deel: 1-lagig squameus epitheel
Urinair 2